In Kabul komen de Taliban dichterbij

Al is veel verbeterd in Afghanistan, aan de verwachtingen is niet voldaan. ‘Vind je het gek dat ze naar de Taliban gaan?’..

KABUL ‘Ik hou niet van al die wapens en pantserwagens’, zegt Mohammad Halim Fidai, de gouverneur van de Afghaanse provincie Wardak, terwijl hij misprijzend uit het raam van zijn kantoor kijkt naar de Turkse pantserwagentjes waarmee de gasten zijn gearriveerd. ‘Waarom zijn jullie niet gewoon met de auto gekomen? Zo krijg je de indruk dat het hier onveilig is, maar ik reis zelf zonder problemen in heel de provincie rond.’

De provincie even ten zuiden van de hoofdstad Kabul wordt als een van de veiligste gebieden van Afghanistan beschouwd. Volgens Fidai is dat voor een belangrijk deel te danken aan de Turkse politieagenten die in de hoofdstad Majdan-Shahr zijn neergestreken. ‘Twee jaar geleden beheersten de radicaal-islamitische Taliban nog vier districten van de provincie’, zegt hij. ‘Nu hebben ze geen enkel district meer in handen.’

Maar niet iedereen deelt zijn optimisme. ‘Het is juist slechter geworden in Wardak. Ik durf nu niet meer terug naar mijn dorp. Het stikt daar van de Taliban’, zegt een man die voor de regering-Karzai werkt.

Gouverneur Fidai somt de verbeteringen op die op de provincie zijn neergeregend dankzij het geld van de internationale gemeenschap. Er zijn ruim anderhalf duizend kilometer wegen aangelegd, scholen, bruggen en waterzuiveringsinstallaties gebouwd en voor het eerst sinds jaren wordt er geen papaver meer verbouwd, iets waarop vooral de Amerikanen aandringen. ‘Natuurlijk kost dat de boeren geld, maar via de moskee hebben we de bevolking ervan weten te overtuigen dat het tegen de islam is om papaver te telen’, zegt hij. In plaats van papaver vormt nu de fruitteelt de voornaamste bron van inkomsten van de plaatselijke bevolking.

De buitenlandse hulp is echter een druppel op de gloeiende plaat in deze verpauperde provincie. Buiten het gebouw van de shura, de dorpsraad, staan honderden mensen te wachten op de voedselpakketten die de Turken van tijd tot tijd uitdelen. Maar zodra de eerste zakken met thee, rijst, meel en suiker van de vrachtwagen worden geladen, breekt een gevecht uit tussen de kinderen die wanhopig aan de zakken trekken.

‘Er waren hoge verwachtingen van de regering-Karzai en de internationale gemeenschap’, verzucht Al Haj Mohammad Hazral Jahan, het hoofd van de shura. ‘Maar daar is niet aan voldaan. Vergeleken met Irak hebben we veel minder steun gekregen. De mensen zijn straatarm. Geen wonder dat ze bij de Taliban gaan.’

In een poging de Taliban het gras voor de voeten weg te maaien, hebben de VS en de internationale gemeenschap de afgelopen jaren miljarden aan hulp in Afghanistan gepompt. In een stoffige wijk van Kabul heeft USAID, de ontwikkelingsorganisatie van de Amerikaanse regering, een vakschool laten optrekken, waar jongens en meisjes een opleiding tot automonteur, tuinbouwer, computerspecialist of bouwvakker kunnen volgen.

Er zitten nu 865 leerlingen op de school, van wie bijna 300 meisjes. Het eerst dat opvalt als je met de leerlingen praat, is hun gretigheid om te leren. ‘Onder de Taliban mochten we niet naar school, maar mijn ouders zorgden ervoor dat mijn zusjes en ik thuis les kregen’, zegt de 18-jarige Shogola. Nu zit ze naast jongens in de schoolbanken. ‘Ik wil lerares worden, zodat ook anderen kunnen leren.’ Maar de angst is nog niet verdwenen. Om geen risico te lopen, houdt ze tegenover de buren zorgvuldig geheim dat ze op de vakschool zit.

‘Dit is het beste wapen tegen de Taliban’, zegt de directeur van school trots. ‘Alle leerlingen die vorig jaar de school afmaakten, hebben meteen een baan gekregen.’

Maar de schaduw van de Taliban hangt over alles wat hier wordt opgebouwd. ‘Sinds de val van de Taliban heeft Afghanistan enorme vooruitgang gemaakt, maar het is waar: als het gaat om de persoonlijke veiligheid is de situatie niet beter geworden’, zegt William Wood, de Amerikaanse ambassadeur in zijn residentie in het zwaar bewaakte ambassadegebouw.

‘Eerst vochten de Taliban met tanks, maar als ze dat nu zouden doen, zouden ze meteen worden verslagen. Daarom zijn ze overgeschakeld op terreuracties en andere vormen van intimidatie.’

Met extra troepen en meer trainers om het Afghaanse leger en de politie op te leiden hopen de VS de veiligheidssituatie weer onder controle te krijgen. Daarnaast spelen de VS met het idee om in steden en dorpen een ‘civiele beschermingsmacht’ op de been te brengen die de politie moet helpen de inwoners te beschermen. Andere NAVO-landen voelen hier weinig voor; zij zijn bang dat het bewapenen van de bevolking het geweld alleen maar zal aanwakkeren.

Volgens Wood zijn de VS echter helemaal niet van plan wapens te leveren. ‘Dat is aan de Afghaanse autoriteiten’, zegt hij. ‘Wij zullen alleen geld, uniformen en training geven. Ik begrijp alle bezorgdheid, maar tegelijkertijd hebben de Afghaanse burgers recht op bescherming.’

Ook gouverneur Fidai van Wardak, waar de eerste civiele eenheden moeten komen, is enthousiast. ‘De ISAF-troepen kennen dit terrein en onze problemen niet, maar de mensen van hier wel’, zegt hij.

Opvallend genoeg moet kolonel Abdul Hadi, de commandant van het trainingcentrum voor de Afghaanse politie in de noordelijke provincie Kunduz, niets van het idee hebben. ‘Als we nog meer wapens gaan uitdelen, krijgen we alleen maar meer problemen’, zegt hij. ‘Waarom leiden we niet meer politieagenten om hun land te dienen?’

Het opleidingscentrum, dat bemand wordt door Amerikanen en Duitsers, heeft al 21 duizend politieagenten afgeleverd. In een poging de vaak corrupte Afghaanse politie van haar slechte reputatie af te helpen krijgen de rekruten ook ethische beginselen bijgebracht. Maar of dat in twee maanden lukt, betwijfelen sommige agenten zelf. ‘Mensenrechten en al dat soort dingen, die zijn ze binnen een week weer vergeten’, voorspelt een agent uit de zuidelijke provincie Ghazni. ‘Maar we hebben geen keus: we hebben snel meer agenten nodig.’

Maar zelfs Kabul, waar het wemelt van de zwaarbewapende agenten, blijkt nog kwetsbaar. Woensdagochtend slaan de Taliban toe in het hart van de stad. Een Talibanstrijder blaast zichzelf op voor het directoraat voor het gevangeniswezen, terwijl een paar andere Taliban een bloedbad aanrichten in het ministerie van Justitie, vlakbij het paleis van president Karzai. Pas na uren heeft de politie de situatie onder controle en komt de nerveuze stad weer wat tot rust. De Taliban zijn nog niet terug, maar ze komen wel dichterbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden