ColumnJan Postma

In Jeu de Paume, in Parijs, werd ik gegrepen door beelden die ik allang kende

null Beeld

De postbode bezorgde een fotoboek dat ik maanden eerder had besteld. The Shabbiness of Beauty stond in witte letters op de witte kaft. De woorden waren ingeklemd tussen twee kleine zwart-witfoto’s: boven een veulen in een knollenveld, onder een jonge vrouw in bad.

De Canadese kunstenaar Moyra Davey (1958) was door een Duitse galerie uitgenodigd om in een tentoonstelling haar eigen werk te combineren met dat van de Amerikaanse fotograaf Peter Hujar (1934-1987) en uit die tentoonstelling was dit boek voortgekomen. Altijd een beetje gevaarlijk, zo’n postuum opgedrongen samenwerking, maar Daveys selectie, die bestaat uit onbekende foto’s van Hujar en eigen werk dat daarop aansluit, verraadt nergens lichtzinnigheid.

Ik bleef een tijdje hangen bij het beeld van twee voeten waarop in sierlijke letters woorden waren getatoeëerd – Kubla, Mabel, Blacki; dierennamen, gokte ik – en bladerde uiteindelijk naar de index om te zien wie de foto had gemaakt. Hujar, zo bleek, maar de verrassing was dat de voeten toebehoorden aan de Australische bohemienne Vali Myers, een kunstenaar die ik eigenlijk vooral kende als de muze uit Ed van der Elskens Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés.

Het laatste museum dat we voor de pandemie bezochten was Jeu de Paume, in Parijs. We hadden er half afgesproken met iemand die uiteindelijk toch niet kwam opdagen en die ik sindsdien ook niet meer heb gesproken. Er hingen foto’s van Hujar en ik werd er gegrepen door beelden die ik allang kende. Susan Sontag met haar armen onder haar hoofd gevouwen. De schilder David Wojnarowicz met een sigaret in zijn mond. Het 29-jarige transgendericoon Candy Darling op haar doodsbed. Een hartverscheurende foto.

Het zijn beelden waarnaar je niet kunt kijken zonder af en toe te denken aan de aidsepidemie die een paar jaar later in deze wereld zou huishouden. Hujar bezweek in 1987. Wojnarowicz vijf jaar later.

Wordt er nu kunst gemaakt die ons over dertig jaar met dezelfde kracht confronteert met de mensen die er van het ene op het andere moment niet meer waren? Ik betwijfel het. Onze doden waren vast te oud.

En welke beelden hebben wij überhaupt? Ik kan me nog steeds kwaad maken over de mediafilosofen die ons met hun aangeleerde diepzinnigheid en een geoefend zwaar gemoed kwamen vertellen dat wij blijkbaar niet meer wilden accepteren dat de dood nu eenmaal bij het leven hoort. Ze hadden het niet over de angstvalligheid waarmee camera’s werden geweerd uit de ic’s. Ze bedoelden niet: toon ons de werkelijkheid, toon ons hoe de dood eruitziet, opdat wij ons met haar kunnen verzoenen. Ze bedoelden: negeer het en ga leven. Ze bedoelden: vraag niet voor wie de bel luidt, hij luidt voor een ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden