Interview Ian Buruma, Azië-deskundige

‘In Japan zijn die Jappenkampen nooit een thema geweest’

Donderdag wordt in Den Haag de capitulatie van Japan herdacht, 74 jaar geleden. Japanners hebben beduidend meer spijt van hun oorlog tegen mede-Aziaten dan van hun oorlog tegen koloniale mogendheden – zoals Nederland, zegt Japan-kenner Ian Buruma. Waarom is dat?

Ian Buruma in Amsterdam, 2018. Beeld Marie Wanders

‘Voor Nederlanders kun je de hele oorlog in het Verre Oosten samenvatten in één woord: Jappenkamp. Ook donderdag, tijdens de nationale herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag, zal het gaan over de ontberingen van de Nederlanders in Japanse gevangenschap. Bij de Japanners speelt dat aspect van de oorlog een veel kleinere rol. Niet omdat ze het wegmoffelen, maar omdat het leed van de Nederlanders in het niet valt bij dat van de Chinezen. Zeker getalsmatig. Hoeveel Nederlandse slachtoffers waren tijdens de Japanse bezetting te betreuren? Ruim 20 duizend. China verloor zo’n twintig miljoen mensen. Het Japanse schuldbesef heeft dus veel meer betrekking op hén dan op de Nederlanders. De Nederlandse perceptie van de oorlog botst met die van Japan. Maar je zou ook kunnen zeggen dat de Japanse historiografie over de Tweede Wereldoorlog evenwichtiger is dan de Nederlandse.’

De 67-jarige schrijver/journalist Ian Buruma, zoon van een Brits-Joodse moeder en vader uit een progressief doopsgezind nest, woont in New York. Maar hij komt nog geregeld naar Nederland – vooral om zijn 96-jarige vader te bezoeken. Zijn binding met het land van herkomst is nooit verloren gegaan, zegt hij. ‘Je hebt Nederlanders die na hun emigratie zogenaamd hun moedertaal zijn vergeten. Daar heb ik nooit last van gehad.’

Van 1975 tot 1981 woonde en werkte Buruma in Japan. Hier bleek hem dat het standpunt met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog samenhing met politieke gezindheid. ‘Linkse Japanners zeggen dat de oorlog begon in 1931, met de bezetting van Mantsjoerije (het noordoostelijk deel van China, red.). In de perceptie van de nationalisten begon de oorlog pas in 1941, met de luchtaanval op Pearl Harbor. Als Japanners het over de Tweede Wereldoorlog hebben, gaat het dus niet noodzakelijkerwijs over dezelfde oorlog.

‘De linkse analyse van de oorlog stamt al uit de vroege jaren vijftig en is heel zelfkritisch: hij werd gevoerd tegen mede-Aziaten en was alleen al om die reden niet gerechtvaardigd. Maar de oorlog in de Pacific wordt gezien als een oorlog tegen de koloniale mogendheden, die in beginsel niets in Azië hadden te zoeken. Rechts ziet deze oorlog als een bevrijding van koloniale overheersing. Inderdaad heeft de oorlog de dekolonisatie bespoedigd, al kun je je afvragen of dat destijds het oogmerk was van de Japanners. Maar ook meer progressieve Japanners ervoeren de aanval op Pearl Harbor vaak als een bevrijdend moment. Als het begin van een oorlog tegen een vijand die het, anders dan China, verdiende om te worden bevochten.’

Met de zogenoemde Jappenkampen hebben de Japanners dus niet zoveel problemen.

‘Die kampen waren, en zijn, in Japan eigenlijk geen thema. Men weet ervan, maar ze waren onderdeel van een oorlog waar men zich niet diep voor schaamt. Dat is natuurlijk een wezenlijk verschil met de oorlog die bondgenoot Duitsland in Europa uitvocht: de Japanners hebben geen Holocaust op hun geweten. Ze hebben slachtpartijen in China aangericht, maar ze zijn zich niet te buiten gegaan aan de stelselmatige vernietiging van een bevolkingsgroep.’

Nederlandse vrouwen maken in een Jappenkamp in Nederlands-Indië een verplichte buiging. Wie de foto heeft genomen, wanneer en waar het is geweest, is niet duidelijk. Volgens de bij de foto aangeleverde informatie buigen de vrouwen symbolisch voor de Japanse keizer. Beeld Spaarnestad Photo / Hollandse Hoogte

Dat de kampen voor veel Japanners klein bier zijn, moet aanzienlijk hebben bijgedragen aan het onbegrip dat de kampbewoners hebben ondervonden.

‘Zeker. Zij waren doelbewust en publiekelijk door de Japanners vernederd. Die wilden de Indonesiërs daarmee laten zien: dit waren jullie heersers, en kijk wat nu met hen gebeurt. Voor de vroegere heersers was dat uiteraard een bron van trauma’s en rancune. Voor hen was de oorlog veel ingrijpender geweest dan voor de meeste Nederlanders in het moederland – de Joden en verzetslieden uitgezonderd. Maar verhalen over de wreedheid van de Japanners ketsten af op verhalen over de Hongerwinter. Mensen met een Indisch verleden hebben de oorlog in besloten kring moeten verwerken. Ook bij ons thuis ging het doorgaans over andere dingen.’

Tijdens zijn werkzame leven heeft Buruma zich geregeld verdiept in de omgang van landen met hun oorlogsverleden – hetzij als dader, hetzij als slachtoffer. Daarbij viel hem, onder andere, de onwil in Nederland op om zich met de dekolonisatieoorlog in Indonesië bezig te houden. ‘Er gaan generaties overheen voordat men zo’n thema onder ogen wil zien.’

Zelf ondervond hij dat in 1969, toen de geschiedenisleraar op zijn middelbare school in Den Haag lucht gaf aan zijn woede over onthullingen in het actualiteitenprogramma Achter het Nieuws over ‘excessen’ waaraan Nederlandse militairen zich ruim twintig jaar eerder in Indonesië hadden bezondigd. ‘Voor hem, een aimabele man met sympathie voor het apartheidsregime in Zuid-Afrika, was zo’n onthulling een vorm van landverraad.

‘Nederlanders zijn van oudsher overtuigd van hun eigen deugdzaamheid. Zij belichamen niet de macht van wapens of van het getal maar de macht van de deugd. Dat is tamelijk essentieel voor het nationale zelfbeeld. De historiografie van de Tweede Wereldoorlog is daardoor ook heel moralistisch. Ze gaat over goed en fout – en alle gradaties daartussen. Voor Nederlanders is het moeilijk om te aanvaarden dat ze ook fout waren, bijvoorbeeld in voormalig Nederlands-Indië.’

Hebben Nederlanders dat niet gemeen met andere voormalige kolonisatoren?

‘In vergelijking met bijvoorbeeld de Britten hebben ze meer moeite om te aanvaarden dat ze als koloniale mogendheid aan de verkeerde kant van de geschiedenis waren terechtgekomen. Engelsen gingen naar de koloniën om daar hun nobele werk te doen. Daarna keerden zij terug naar het moederland waar ze in een cottage van een fijne levensavond konden genieten. Heel veel Nederlanders daarentegen, waren in Indonesië geboren en voelden zich verbonden met dat land. Toen de Japanners in 1942 Indonesië bezetten, raakten zij hun vaderland kwijt. Dat was ook de teneur van boeken over die episode: nu wordt ons geliefde land waarvoor we zoveel werk hebben verricht blootgesteld aan een barbaarse invasie. Na de oorlog wilden zij hun beschavingsmissie dus hervatten. Net als de Fransen in hún koloniën overigens.’

De Britten waren toch ook aan hun wereldrijk gehecht?

‘Niet in die mate dat zij hun koloniën ten koste van alles wilden behouden. Louis Mountbatten, de laatste Britse onderkoning van India en allerminst een progressieve figuur, stond feitelijk aan de kant van de Indiase nationalisten. Hij zag het als zijn taak om de overgang naar de zelfstandigheid van India en Pakistan zo snel mogelijk te laten verlopen, met als catastrofaal gevolg dat hindoes en moslims elkaar te lijf gingen. De Nederlanders daarentegen, wilden in Indonesië de vooroorlogse situatie herstellen. Daardoor kregen zij zélf veel bloed aan hun handen.’

Kwam de Nederlandse houding ook niet voort uit het feit dat Soekarno, die net de republiek Indonesië had uitgeroepen, tijdens de oorlog met de Japanners had samengewerkt?

‘Dat speelde zeker mee. Maar Soekarno en Mohammed Hatta, zijn rechterhand, werden door de Nederlanders ook de Japanse kant opgeduwd. Na de Japanse invasie kregen zij geen toestemming om zich, in navolging van veel Nederlandse bestuursambtenaren, in Sydney te vestigen. Maar het feit dat ze dit wel hadden gewíld, werpt toch een ander licht op hun veronderstelde collaboratie. Uiteindelijk ging het hun om de onafhankelijkheid van Indonesië, en ze waren bereid om met dat oogmerk met iedereen samen te werken. Bij voorkeur met de Nederlanders, desnoods met de Japanners. Dat neemt niet weg dat Soekarno zich heeft geschaamd voor zijn samenwerking met de Japanners, die massaal Indonesiërs inzetten voor slavenarbeid. 

‘De ironie van het feit dat Soekarno in Nederland als een soort Mussert werd gezien, is dat de echte Mussert onder de Nederlanders in Indonesië opmerkelijk veel sympathie had genoten. In 1935 werd hij zelfs tweemaal demonstratief ontvangen door gouverneur-generaal De Jonge. Het verbod voor ambtenaren om lid te worden van de NSB gold in Indië niet. ’ 

Ian Buruma sprak over uiteenlopende perspectieven op oorlog en dekolonisatie tijdens een symposium van het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW) in Amsterdam.

Een danser die journalist werd

Ian Buruma (1951) studeerde Chinees in Leiden en filmwetenschap in Tokio. In die stad trad hij ook op als danser en acteur. Na zijn verhuizing naar Hongkong, in 1981, ging hij zich toeleggen op de journalistiek. Buruma publiceerde onder andere in The New York Times, The Guardian, La Repubblica, NRC Handelsblad en The New York Review of Books. Van dat laatste blad was hij korte tijd hoofdredacteur. Vorig jaar september trad hij uit die functie terug nadat kritiek was gerezen op de plaatsing van een artikel waarmee de auteur, de Canadese schrijver en radiopresentator Jian Ghomeshi, uit eigen ervaring beschreef wat de gevolgen zijn van aantijgingen van seksueel misbruik.

Buruma was werkzaam op universiteiten in de VS en Groot-Brittannië. In Nederland werd hem in 2008 de Erasmusprijs toegekend, en dit jaar de Gouden Ganzenveer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden