Zin van het leven Christianne Stotijn, zangeres

‘In het oog van de orkaan, daar wil ik zijn’

Christianne Stotijn Beeld © Jitske Schols

Haar grootste overwinning is dat ze zich ‘onbelangrijk is gaan voelen’, zegt Christianne Stotijn. Want haar ego liet haar de donkere kanten van het leven zien, vertelt ze Fokke Obbema.

Op haar 11de schrijft ze in haar dagboek haar toekomstdroom op: zangeres worden. ‘Ik wist dat toen al heel ­zeker.’ Maar haar gehele jeugd doet Christianne Stotijn, opgroeiend in het Zuid-Hollandse Hazerswoude en afkomstig uit een muzikaal geslacht, vooral verwoede pogingen controle te krijgen over een instrument, haar viool. ‘Mijn ouders hebben jarenlang met zweet in hun handen naar mij geluisterd. Ik raakte er altijd uit, ik sloeg op hol, het was een grote chaos, vooral in mijn hoofd’. Op haar 18de vraagt ze haar vader, op dat moment contrabassist bij het Haagse Residentieorkest, om haar aan een zangleraar te helpen. Vanaf de eerste les valt alles op zijn plaats. ‘Voor mij was dat werkelijk een ontploffing van vrijheid. Vanaf het moment dat ik ben gaan zingen, brak een nieuw leven voor me aan. Alles werd duidelijk.’

De zangleraar die zij als ‘mijn muzikale vader’ aanduidt, is de Duitse bariton Udo Reinemann, ‘een imposante, sterk charismatische figuur’. Hij noemt haar ‘een bulldozer’ vanwege haar tomeloze ambitie. Voortdurend legt ze de lat voor zichzelf hoger: ‘Ik kwam met de moeilijkste stukken bij hem aan.’ Reinemann, overleden in 2013, acht haar al na drie jaar klaar voor haar eerste, internationale optreden als solist. Vijf jaar later krijgt haar carrière een verdere versnelling door een ontmoeting met dirigent Bernard Haitink. Die laat haar zingen bij de grootste orkesten ter wereld waar hijzelf dirigeert, zoals de New York Philharmonic, het London Symphony Orchestra en het Concert­gebouworkest. In Londen wordt haar scholing ter hand genomen door een ‘grande dame’ van de opera en het lied, Dame Janet Baker.

Journalist Fokke Obbema zoekt in een reeks gesprekken naar de zin van ons leven. Voor alle interviews: volkskrant.nl/zinvanhetleven. Een bundeling verschijnt na de zomer bij uitgeverij Atlas Contact.

Tijdens dit internationale leven voelt Stotijn zich vaak alleen: ‘Het was een periode waarin ik zielsgelukkig had moeten zijn, omdat ik zo veel geweldige kansen kreeg waar iedere zanger van droomt. Ik had in topvorm moeten zijn, maar deed alles alleen, zonder coach. Daardoor leed ik onnodig veel onder mijn onzekerheid. Ik was zoekend en rusteloos en had ontzettend behoefte aan een gezin. Maar het is lastig een partner te ontmoeten als je voortdurend op reis bent.’

Een geliefde is er wel, maar die relatie vat ze samen als ‘een gecompliceerd en verdrietig verhaal dat een negatieve invloed op mijn zingen had’. Op haar 32ste is die voorbij en komt ze in een periode die ‘aanvoelde als een onrustige wervelwind’. Op haar 35ste ontmoet ze haar huidige Belgische man, net als haar vader en broer een contrabassist. Met hem woont ze in het noorden van Brussel, samen met haar 11-jarige stiefdochter en hun 3-jarige zoon. Ze reist nog wel veel, maar aanzienlijk minder dan vroeger: ‘Ik ben nu duizend keer gelukkiger.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Voor anderen kan ik dat niet zeggen, maar ik kan wel aangeven wat ik als de zin van mijn leven zie. Dat is het ­leven zelf, met al zijn schoonheid, confrontaties, ontmoetingen, verdriet, het intens geluk met een kind. Het leven maakt zichzelf zinvol. Voor mij is de zin ervan in verbinding staan met de ander en liefde geven.’

Welke rol speelt muziek daarbij?

‘Muziek kan de ander op vele manieren raken: het kan troost bieden, een moment van geluk, een ontlading na een moeilijke dag; het kan tot ontspanning leiden, maar ook verdriet oproepen – het is een vorm van communicatie die van alles mogelijk maakt. Ik heb moeten ­leren dat mijn invloed niet verder gaat dan tot de rand van het concertpodium. Vroeger had ik de neiging eroverheen te willen gaan – ik wilde dat mensen de ­muziek voelden, geroerd raakten. Maar ik weet inmiddels dat het de vrijheid van de ander is ermee te doen wat hij of zij wil.

‘Dat geldt niet alleen voor muziek. Ik denk dat een overtuiging willen benadrukken vaak alleen maar averechts werkt. Mijn opa, de vader van mijn vader die prachtig fagot kon spelen, had daar een handje van. Die greep mensen bij de strot en zei: ‘Dit is de zin van het leven!’ De ene keer was dat Krishnamurti, de andere keer de Rozenkruizers of de Vrijmetselaars. Ik geloof meer in het vertellen van een verhaal, vaak van anderen, waarbij ik mezelf als doorgeefluik zie. Ik gebruik dan bijvoorbeeld teksten van Rilke, Goethe of minder bekende dichters. Als het verhaal sterk genoeg is, kun je het zijn werk laten doen. Dan hoef je er niet nog eens veel emotie aan toe te voegen, zoals ik vroeger deed. Ik heb geleerd dat je er maar weinig aan kunt doen hoe het overkomt. Je moet je alleen altijd goed voorbereiden. Wie weet ontstaat er dan een moment dat vrij genoeg is om iets bij mensen te ontlokken, iets te openen.’

Wat moet u daar zelf voor doen?

‘Ik moet vooral de muziek niet in de weg zitten met mijn ego. In het begin wilde ik mezelf bewijzen, beter zijn dan anderen, de mooiste recensies. Dan ga je door alle fases: van slechte en fantastische recensies. Je krijgt te maken met gevoelens van trots, kijk mij eens: ‘Ik ben goed, ik ben goed!’ Je goede en je slechte kanten spelen op, net als je ego.

‘Door de geboorte van mijn zoon ben ik mezelf veel minder belangrijk gaan vinden. Het maakt me nu, op mijn 41ste, rustig wanneer ik voel hoe onbelangrijk ik eigenlijk ben. Het houdt me nauwelijks meer bezig wat anderen ervan vinden. Dat is iets van de laatste twee jaar. Sindsdien beleef ik ook een veel intenser plezier aan op het podium staan.

‘Dat was vroeger vaak anders. Ik heb veel concerten gedaan vol angst, vol prestatiedrang. Wanneer ik opnames van mezelf terugzie, heb ik soms medelijden, omdat ik zie hoe ik aan het vechten was. Ik zie mezelf van alles denken wat ik niet moet denken: over mijn adem die omhooggaat, de dirigent die ik niet begrijp, een frase die niet uitkomt, enzovoort.’

Uw ego mag niet in de weg zitten. Maar uw ambitie heeft u toch ook ver gebracht?

‘Dat is waar. Maar ik zie dat vooral als het resultaat van een vuur in mij dat groter is dan ikzelf. Mijn ego maakt daar deel van uit, gaat een dans aan met dat vuur. Ik heb nu een leerling met een werkelijk prachtige stem, die geen enkele ambitie toont. Een ander heeft zeker niet de mooiste stem, maar gaat dankzij zijn ambitie zeker ver komen.’

‘Voor mij zit in dat vuur ook de zin van het leven – het vuur om te vertellen, je liefde te delen, reizen te maken, de natuur te aanschouwen en voor mij dan vooral, het vuur om te zingen. Dat is het fijnste op aarde, als je met een stroom mee kunt gaan. Als alles klopt en je in volledige vrijheid er kunt staan, voel ik niet alleen geen enkele spanning, maar zelfs niet meer mijn stem in mijn keel. Zingen wordt dan een klank die door je heen gaat – een vibratie van je wezen. Ja, dat is wat het is: een vibratie van je ­wezen! Zodra je dat wilt gaan sturen, gaat het weg.’

Hoe valt dat tegen te gaan?

‘Als je zingt, sta je in het oog van een orkaan. Angsten kunnen je aan de buitenkant ervan brengen. Dan word je alle kanten opgeslingerd: je aandacht is bij de dirigent, want je volgt hem niet; dan ben je bij iets in het publiek; dan bij je ­pianist, omdat je iets raars hoort – je bent kortom overal, maar niet waar je moet zijn, in het oog van die orkaan. Waar rust heerst, waardoor je iets moois kan doen. In het leven zelf is het niet anders. Je probeert in het midden te staan, terwijl je voortdurend door ruis wordt afgeleid. We maken daar zelf deel van uit, zowel van het goede als van het kwade.’

Staat u er alleen voor of gelooft u in steun van hogere krachten?

‘Ik heb niets met God, dat is een te abstract begrip voor mij. De naam heeft me nooit iets gezegd en zijn beeltenis ook niet. Maar ik voel wel de aanwezigheid van een ander bewustzijn – iets dat niet aanwijsbaar is, maar steeds aanwezig. Als ik zing, kan ik dat voelen, steeds meer eigenlijk. Bij aanvang vraag ik met een bepaald ritueel een beschermend wezen dat ik geregeld om mij heen ervaar, of ik in de muziek kan zijn: in focus, in liefde, zonder dat mijn ego in de weg zit.’

Vraagt u dat aan dat andere bewustzijn?

‘Ja, maar ook aan mezelf. Ik voel die kracht af en toe buiten mezelf. Maar dat kan ook geheel op mijn fantasierijke geest berusten, misschien speelt het zich allemaal uitsluitend in mij af. Hoe dan ook, ik kan soms een extra hoge frequentie ervaren waardoor ik opensta voor het universum; het is een soort trilling die bij mij een groot geluksgevoel teweegbrengt. Daar ben ik in toenemende mate toe in staat.’

Denkt u na over de dood?

‘De zorg voor een jong kind trekt je voortdurend in het moment, dus ik kom er weinig aan toe. Het cliché wil dat je eigen angsten verdwijnen als je een kind krijgt en dat alleen de angst dat je kind iets overkomt overblijft. Dat klopt volledig. Vroeger was ik een paar keer heel bang voor mijn eigen dood. Toen mijn oma op mijn 21ste overleed, kreeg ik ’s nachts een paniekaanval. ‘Nu ga ik ook dood’, dacht ik. Er raasden allerlei vragen door mijn hoofd over wat er na onze dood gebeurt, en wat daarna, eindigend in de oneindigheid van het heelal. Door de angst begon ik over mijn hele lijf te trillen, een chemische reactie. Mijn moeder heeft toen lang over mijn rug gestreken, de angst uit mijn lijf geveegd. Ik ben haar daar eeuwig dankbaar voor.

‘Nu voelt mijn dood niet meer als bedreigend, al wil ik mijn kind natuurlijk zo lang mogelijk zien opgroeien. De dood heeft voor mij net zoveel gezichten als het leven. Het kan een monster zijn, maar ook een mooie ervaring aan het eind van een gelukkig leven. Ik geloof sterk in het cyclische van ons bestaan – onze atomen gaan door en een kern daarvan, misschien een frequentie, neemt een andere vorm aan. Met dat idee kan ik meer dan met reïncarnatie. Maar verder probeer ik vooral iedere dag als een geschenk te ervaren.’

Leestip

De Intieme Dood van psycholoog Marie de Hennezel. Dit boek laat zien dat de dood niet alleen een afschrikwekkend monster is, maar dat zij ook mooi en intiem kan zien. Dat was een volkomen nieuw inzicht voor me. Je kunt ook op een mooie manier, vol liefde en bewondering, afscheid nemen, maakt De Hennezel duidelijk aan de hand van gesprekken met stervenden in een hospice.’ 

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden