profieljudith herzberg

In haar teksten voelt Judith Herzberg zich vrij

Fijnzinnigheid kenmerkt het werk van dichter en toneelschrijver Judith Herzberg, die donderdag 29 november de Prijs der Nederlandse Letteren krijgt uitgereikt door koning Willem-Alexander.

Beeld Deborah van der Schaaf

Wat een prachtige dag, zegt Duifje, de ex-schoonmoeder van Dory, in het toneelstuk Leedvermaak (1982) van Judith Herzberg. ‘Heb je dat opgemerkt, Dory, wat een práchtige dag het is? Daar hebben ze echt mee geboft, vind je niet? Zeldzaam, een zeldzaam mooie dag.’ Dory: ‘Ja, mooi weertje.’ Duifje: ‘Wat bedoel je, vind je het geen mooi weer?’ Dory: ‘Prachtig weer. Fantastisch weer.’ Duifje: ‘Nou, meer zeg ik toch niet?’ Dory: ‘Nee, je hebt gelijk, het is echt heel mooi weer.’ Duifje: ‘Het gaat er mij niet om dat ik gelijk krijg, wat een onzin! Gelijk! Gelijk! Ik had het gewoon over het weer.’ Dory: ‘Trek het je niet aan.’ Duifje: ‘Wat?’ Dory: ‘Misschien blijft het wel zo.’ Duifje: ‘Wat?’ Dory: ‘Het weer.’

De reden dat Dory zo lauw reageert, kan ermee te maken hebben dat op deze mooie dag haar ex-echtgenoot Nico opnieuw in het huwelijk treedt, met Lea, aan wie hij dezelfde bloemen geeft als destijds aan haar: camelia’s. En dat vindt Dory niet erg. ‘Ik ken Nico toch. Stel je voor dat hij opeens fantasie had gekregen!’

Het luistert nauw, in elke dialoog liggen ontsporingen op de loer, en dan gaat het stuk ook nog ‘over oorlog en allemaal treurige toestanden’, vertelde Herzberg in 1989 in een interview. Ze was altijd weer blij als er in het publiek ook af en toe hard gelachen werd. ‘Als het maar amusant is, die diepte krijg je er dan gratis bij als je wilt.’

Omdat ze de woorden voor haar gedichten, toneelstukken en scenario’s (Charlotte, over de schilder Charlotte Salomon, werd in 1981 door Frans Weisz verfilmd) met zoveel prudentie heeft gekozen, is Judith Herzberg (84) doorgaans niet dol op aandacht voor haar persoon. Dat zal even doorbijten worden, wanneer ze aanstaande donderdag in het Koninklijk Paleis te Amsterdam uit handen van koning Willem-Alexander de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren krijgt, waarna de borrel met zoutjes en stemmige kout tot de geplogenheden behoort.

Meteen achter de gewoonste zinnen die mensen uitspreken – en wie oplet, kan ze er al in horen – huizen gevoelens van angst, verlies en verdriet, maar ook van liefde en geluk. Alleen een fijnzinnig auteur kan dat laten zien. Mij gaat het niet om oordelen of veroordelen, aldus Herzberg, die als kind in de oorlog was geïnterneerd in Barneveld, ontsnapte aan het transport naar Westerbork en moest onderduiken, en wier ouders het concentratiekamp Bergen-Belsen overleefden. Wat zij probeert, is de kijker of lezer ‘dezelfde verwarring te laten beleven die ik onderga wanneer ik naar de werkelijkheid kijk’.

Hoe zij kijkt, kunnen we het best uit haar werk afleiden. In de documentaire Bijna nooit die Saskia van Schaik in 2007 over haar mocht maken, zien we een dichter die beducht is voor kijkers die alleen maar nieuwsgierig zijn, ‘en dat is iets anders dan belangstellend’. Een camera brengt alles in het nauw, stelde ze een jaar later in Het vrolijkt (2008), ‘terwijl je, binnenin je weet/ dat uit die buitenkant/ waaruit je binnenste moet/ blijken, dat dat daar niet/ op lijkt, dat dat daar/ niet in past.’

In haar teksten voelt ze zich vrij, en kan ze zorgvuldig en klankrijk zijn, zoals in ‘Liedje’: ‘Lieg niet tegen me over ziekte/ liever kijk ik die diepte in/ dan dat ik mij verlies in één/ van jouw lieve verzinsels/ want daarmee verlies ik me dieper.’ Ze kan opmerken dat we sommige mooie woorden laten verslonzen (‘Wie laaft zich nog, waaraan?’), oog hebben voor ogenschijnlijke onooglijkheden zoals vliegen (‘En zo lief, zorgzaam/ vleugeltjes vouwend als/ moedertje met de/ gordijntjes’).
Of ze legt een ochtendlijke ervaring vast: ‘Angst wordt het vroegste wakker. Wekt dan/ verstand en plannen voor de dag,/ die dekken hem nog even toe. Waarom/ kan kalmte niet eens eerder opstaan, of/ het verheugen, waarom is angst zo onbeheerst/ zo ijverig?// Juf juf ik was het eerst./ Ja hoor dat heeft de juf gemerkt. Ga nou maar/ rustig naar je plaats en praat niet voor je beurt./ Vanmiddag, bij geschiedenis, mag je alles vertellen wat je weet, wat vroeger/ is gebeurd’ (uit Dagrest, 1984).

In 1963 verscheen haar eerste dichtbundel Zeepost, en toen al correspondeerde ze met kunstbroeder Chris J. van Geel, zoals bleek uit de brievenuitgave die eerder dit jaar werd gepubliceerd. Karakteristieke Herzberg-aanhef: ‘Dit is mijn tweede brief aan je. De eerste gaat niet door, omdat ik daarin het belangrijkste vergat.’

Uit Beemdgras (1968) komt een van haar beroemde gedichten, ‘Ziekenbezoek’, dat alle grote woorden omzeilt, en toch iets essentieels aanroert: ‘Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed./ Toen hij zijn hoed had opgezet/ zei ik, nou, dit gesprek/ is makkelijk te resumeren./ Nee, zei hij, nee toch niet,/ je moet het maar eens proberen.’

Haar vader was de advocaat en essayist Abel Herzberg, die in 1972 de P.C. Hooftprijs won. Die werd zijn dochter in 1997 toegekend. Maar al zou de vader uit het gedicht dezelfde zijn als haar eigen vader – het gedicht is meer dan een particuliere anekdote over twee mensen die allebei gelijk kunnen hebben.

 Betekenis dient zich pas aan zodra je belangstellend bent in plaats van platweg nieuwsgierig, en je vervolgens je bevindingen precies weergeeft, in plaats van ze lukraak prijs te geven. Zo leert je ook dat suggestieve ‘Ziekenbezoek’. Judith Herzberg schrijft regels om je aan te laven.

Het werk van Judith Herzberg is verschenen bij de uitgeverijen Van Oorschot en De Harmonie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden