WeekendgidsTommy Wieringa

‘In de trein ben ik schrijver geworden’

‘In de literatuur gaat mijn voorkeur vaak uit naar het allerkleinste wat schrijvers hebben gemaakt.’ Beeld Daniel Cohen
‘In de literatuur gaat mijn voorkeur vaak uit naar het allerkleinste wat schrijvers hebben gemaakt.’Beeld Daniel Cohen

Met gevaar voor eigen leven vraagt Julien Althuisius schrijver Tommy Wieringa naar wat hem vervoert, vervult en verbaast. Van een opwindend broodmes en een prijzige pen tot de trein waarin hij zijn roeping vond.

Tommy Wieringa (52) gaat me vermoorden. Ik ben volgens mij keurig op tijd voor het interview, maar ik heb nog maar een paar stappen gezet in zijn woonboerderij en hij zwaait met een groot, gekarteld mes. ‘Ik móét je dit laten zien’, roept hij enthousiast en ik haal opgelucht adem. Het is een broodmes van Opinel, een van de dingen waaruit Wieringa een simpel, troostend geluk put. Waar heel Nederland tijdens de lockdown brood is gaan bakken, heeft Wieringa zich toegelegd op het snijden ervan. ‘Kijk dan’, zegt hij, terwijl hij het mes door het brood laat gaan. Met grote laarzen aan zijn voeten beent hij daarna door zijn keuken en maakt hij koffie terwijl hij hoog opgeeft over het snijblad van zijn broodmes. Aan het prikbord hangt een krantenknipsel met een foto van hem en Barack Obama, die Wieringa in november interviewde voor Nieuwsuur. Hij noemde de ontmoeting ook in een van zijn columns voor NRC Handelsblad, die op 18 februari gebundeld verschijnen in het boek Gedachten over onze tijd.

Een paar minuten later, als Tommy Wieringa me niet heeft vermoord, staat hij op de voorsteven van een sloep, als Charon in de polder, en brengt hij ons met een paar grote peddelslagen de trekvaart voor zijn huis over. Aan de overkant wacht niet de onderwereld, maar de warme woonark van een vriendin, die Wieringa gebruikt als onderkomen wanneer zijn eigen huis te vol is. Er ligt een vloer van houten schrootjes en er staan een ribfluwelen bank, een gietijzeren potkachel en een espressoapparaat, dat hij niet weet te bedienen. Met een dampende kop thee voor zich op tafel vertelt Wieringa honderduit over wat hem vervoert, vervult en verbaast. Bloemrijk en tegelijkertijd aforistisch, zoals in zijn romans, columns en bundels. Soms laat hij een lange stilte vallen, waarin alleen het gedempte gekwetter is te horen van de vogels in het aangrenzende mistige weiland – om daarna met een klets zijn hand op zijn kale hoofd te slaan, waarna de pas gevonden woorden bedachtzaam en beslist naar buiten komen.

Keukengerei

Opinel, broodmes 116

‘Dit mes maakt elk woord van de belofte waar. De belofte is, ik citeer: ‘Opinel Broodmes nummer 116. Ideaal voor het snijden van alle soorten brood. Roestvrij staal, perfecte snijkwaliteit, corrosiebestendig. Gebogen lemmet voor meer snijcomfort. Kartelsnede van superieure kwaliteit.’ Waarom is dit zulk opwindend proza? Omdat het allemaal waar is! Dat maakt me zo gelukkig omdat je je in transacties vaak toch een beetje genaaid voelt. In deze tijd moet je het van dit soort dingen hebben, er is verder niet zo heel veel prikkelends.’

Vervoermiddel

De trein

null Beeld Nationaal Archief
Beeld Nationaal Archief

‘Vanaf mijn 10de ging ik naar de Vrije School in Zutphen. Maar ik woonde in Geesteren, dat ligt achter Almelo. Ik heb een keer uitgerekend dat ik in mijn schooltijd, tot mijn 16de, 270 duizend kilometer heb afgelegd per trein, fiets en bus. Ik stond om zes uur op; om kwart voor zeven pakte ik de bus en om kwart voor acht nam ik op station Almelo de trein, om uiteindelijk om negen uur op school te zijn. En dan ’s middags weer terug. Tijdens die eindeloze treinritten schreef ik in dagboekjes en las ik de hele bibliotheek van Geesteren leeg. In de trein ben ik schrijver geworden. Ooit, in de trein van Deventer naar Zutphen, vond ik onder de treinbank een stompje potlood en een dubbeltje. Ik bond er tape omheen en heb het altijd bewaard als een soort talisman: ik ga schrijven en ik zal ervan kunnen bestaan.’

Boek

Train Dreams - Denis Johnson

null Beeld

‘In de literatuur gaat mijn voorkeur vaak uit naar het allerkleinste wat schrijvers hebben gemaakt. Misschien is het wel zo dat we voor alles wat we maken een bepaalde hoeveelheid gevoel of ziel te verdelen hebben. Dat kun je uitsmeren over een hele roman, of samenballen in een novelle of een kort verhaal. Ik geloof dat dit het kleinste boekje is van Denis Johnson. Het gaat over een jongen van een jaar of 7, Robert Grainier, die op de trein wordt gezet met een briefje op zijn borst geprikt. Hij wordt naar familie gestuurd, maar zal nooit weten wat zijn ouders bezielde hem weg te sturen. Het is een hele mooie, volmaakte novelle; een verhaal over een man in de wervelstorm van de tijd. Hij wordt bezorgd met de trein, wordt houtvester en ziet op een gegeven moment, in een wagon van een stilstaande trein, de eenzaamste jongen die hij ooit heeft gezien: Elvis Presley. Die zit in een lege coupé, eenzaam in zijn roem, terwijl zich buiten een menigte verzamelt die naar hem kijkt. Dat vind ik zo’n mooi beeld. Johnson is een fantastische schrijver. Ik heb in Los Angeles eens een paneldiscussie meegemaakt over hem, waarbij tijdens de lezing een aantal sprekers begon te huilen.’

Romanfragment

Joseph Roth - Aardbeien

null Beeld Ullstein Bild via Getty Images
Beeld Ullstein Bild via Getty Images

Dit boekje heeft de tragiek van het onvoltooide. Het is een fragment, gevonden in de archieven van zijn Duitse uitgever. Joseph Roth heeft het halverwege de jaren dertig proberen te verkopen aan zijn uitgevers, maar er was geen geld meer. Dus heeft hij het nooit afgemaakt. Maar dit begin ervan, zo prachtig. Het was bedoeld als een grote roman over zijn jeugd. Je leest dit en je denkt: geef me alles. Maar dat kan niet, het is onvoltooid. Dat maakt het niet mooier, maar schrijnend. Tragisch. Hij had de bedoeling dit boek een soort Radetzkymars-achtig formaat en allure mee te geven, maar het blijft dus bij dit fragment, waarin hij zijn jeugd beschrijft. ‘In mijn geboortestad woonden ongeveer tienduizend mensen. Drieduizend daarvan waren gestoord, zij het niet gevaarlijk. Een zachte waan omhulde hen als een gouden wolk.’ Hoe vind je dat? Die zin. Dat is Roth ten voeten uit.

Roth kijkt altijd heel genadig naar zijn personages. Een heleboel auteurs zetten een valstrik op voor hun personages, die stellen ze zuinig af, zodat ze wel in de soep moeten lopen. Maar Roth heeft een onbegrensd mededogen. Hij is er nooit op uit ze een loer te draaien. En verder heeft hij ook een onbegrensd begrip van de menselijke ziel.’

Architect

Dom Hans van der Laan

Architect en abt Dom Hans van der Laan in 1981. Beeld
Architect en abt Dom Hans van der Laan in 1981.

‘Dom van der Laan was een architect en een benedictijner monnik. Hij ontwikkelde het plastisch getal, een soort veruitwendiging van de gulden snede, alleen dan volgens zijn eigen getallenleer. Hij trad in in het klooster van Oosterhout en is later naar Vaals gegaan, daar werd hij abt en bouwde hij een klooster volgens die getallenleer. Ik ben er een paar keer geweest. Het is er heel sereen, maar niet koud. Alle meubilair, de bedden, de kasten, de stoelen, is naar dat plastisch getal vervaardigd, zelfs de grafstenen. Het brengt je als vanzelf in een contemplatieve stemming.’

Gerecht

Ribollita

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Vergeleken met de Italiaan is de Hollander toch een wat armoedige boerenlul. De Franse schrijver Stendhal reisde in 1817 naar Florence en kreeg daar, door alle kunst en schoonheid, last van hartkloppingen, flauwtes en zelfs hallucinaties. Het Stendhalsyndroom. Ik ervoer, toen ik in 2005 voor een half jaar mijn liefje achterna reisde naar Florence, iets soortgelijks. Niet alleen door de kunst en de architectuur, maar ook door het eten, het klimaat, de wijn. De hartelijkheid, het opgetogene. De bijna ontroerende effecten van zoveel smaak, geur en schoonheid om je heen. Ik kende dat niet. Ik kon het nauwelijks bevatten. Nederland is toch een land waar je in esthetische zin genoegen mee moet nemen. Als je dan met die schamele Nederlandse ziel in Italië komt, loopt je beker al vlug over. Dat olijfolie een smaak heeft, dat wijn een ervaring is, dat kruiden niet uit een potje komen maar langs de weg groeien.

In trattoria La Casalinga aan het Santo Spirito-plein in Florence proefde ik voor het eerst een ribollita, een Toscaanse brood-bonensoep. Zó lekker. Het is een boerse soep, gemaakt van kool, bonen en oud brood. Ik groeide op met een regime van aardappelen en stamppot, dus deze soep past me heel goed. De ribollita heeft een heel mooi ingrediënt: de palmkool, de cavolo nero, een prachtige paarsgroene koolsoort. Het bereiden van die soep neemt een goed deel van een dag in beslag. Hakken, snijden, wachten, en uiteindelijk heb je een gerecht dat de tweede dag zelfs nog beter is. Ik heb er jaren op geoefend en kan hem nu heel goed maken, bijna zo goed als die originele Florentijnse ribollita.’

Het kookboek waarin ik de smaak van die eerste Italiaanse ervaringen terugvind, heet De klassieke Italiaanse keuken en is geschreven door Marcella Hazan. Als je herinnerd wilt worden als auteur, kun je beter een kookboek schrijven dan een roman. Hazan schreef een superieur kookboek, enthousiasmerend en toegankelijk, zo helder vergeleken met de receptenraadsels van Ottolenghi. Een heerlijke tomatensaus van slechts drie ingrediënten, kom daar maar eens om bij hem.

Ontdekking

Spotify

AC/DC in 1979. Beeld Redferns
AC/DC in 1979.Beeld Redferns

Door muziekstreaming voel ik me een soort inboorling die opeens met een stofzuiger wordt geconfronteerd. Ik heb Spotify pas twee maanden geleden ontdekt. Mijn hele muziekgeschiedenis verdween toen de platenspeler verdween; ik was min of meer afgesneden van mijn allereerste platen. Met Spotify heb ik alles weer terug. Hele dagen Prince luisteren en er opnieuw achter komen hoe geniaal die man was. Of Exile on Main Street van The Rolling Stones, fantastisch. Ik heb mijn hele muziekgeschiedenis weer opgegraven en realiseerde me nu pas dat mijn smaak eigenlijk gekopieerd was van mijn vader. Zijn muziekkeuze was zo goed, ik had niets zelf te ontdekken, het was me allemaal voorgeleefd. The Rolling Stones, Johnny Hodges, Ben Webster, Duke Ellington, JJ Cale. Ik heb daar zelf alleen nog maar het vroege werk van AC/DC aan hoeven toevoegen.’

Schrijfmuziek

De walsen van Chopin en Wim Statius Muller

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Verder luister ik alleen maar klassiek, de hele dag door. Jan Brokken heeft een goed boek geschreven: Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Dat vertelt hoe Chopins muziek op de Cariben verzeild raakte en daar gespeeld werd in al die kleine zaaltjes en kamertjes. Er werd op gedanst. Maar, schrijft Brokken, met die grote Antilliaanse konten konden ze niet veel kanten op in die kleine ruimtes. Dus die muziek moest worden aangepast, gecreoliseerd als het ware. De Curaçaoënaar Wim Statius Muller, die ook geheim agent was, componeerde zijn eigen walsen en tumba’s, soms ook als verjaardagsgeschenk. Ik luister er graag naar als ik schrijf. Klassieke muziek kan ik goed hebben, maar alleen instrumentaal. Zang probeert je een talige mededeling te doen, daar raak ik door afgeleid.’

Schrijfmuziek 2

Beethoven - Pianosonates 17 en 32

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Hier kun je geen futloos proza bij schrijven. Dit jaagt je bloed op, hier raak je opgewonden van, vuur! Ik moet ook vaak grinniken om de uitdrukkingskracht die erin zit. Beethoven vertelt je een verhaal. In pianosonate nr. 32 speelt Beethoven opeens puur ragtime, bijna boogiewoogie al, al vinden puristen dat heiligschennis. Hij steekt even zijn neus boven zijn eigen tijd uit en valt daarna weer terug in klassiek-klassiek. Gedurende een aantal maten ben je opeens een eeuw vooruit.’

Schilder

Jan Mankes

Een oude geit van Jan Mankes. Beeld Alamy Stock Photo
Een oude geit van Jan Mankes.Beeld Alamy Stock Photo

‘Ik weet niet veel van schilderkunst, ik bewonder het alleen maar. Jan Mankes schiet me te binnen, een tuberculeuze schilder die jong gestorven is. Hij liet dode dieren opsturen en die schilderde hij. Ik hou van zijn uilen en kauwtjes, en ook van zijn landschappen. Hij heeft eens een geit gemaakt, ach, die is zo aangrijpend. Het is de tederste geit die je ooit hebt gezien. Ze heeft een zachtheid over zich en een soort omfloerste blik, het is gewoon een verdomd mooie geit.’

Dier

De kauw

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Ik ben dol op kauwtjes. Ze zijn interessant om te bestuderen, ze hebben een complexe taal en sociale structuur. Achilles Cools, een kunstenaar uit het Vlaamse Kempen, had een columbarium achter zijn huis waarin een kauwenkolonie nestelde. Cools heeft heel precies die kauwentaal ontleed en ze ook veel geschilderd. De kauw is een intelligent, leuk dier en het is een schande dat er nog altijd op mag worden gejaagd.’

Voorwerp

Mijn pen

Antieke Montblanc-vulpen. Beeld Getty Images
Antieke Montblanc-vulpen.Beeld Getty Images

Ik was genomineerd voor de Gouden Uil in België. Die kreeg ik niet, maar ik kreeg wel de publieksprijs. Die kon me gestolen worden. Ik strompelde misnoegd het podium op. ‘Hier heeft u een pen’, zei die meneer. ‘Ik heb al een pen’, zei ik. ‘Wat gaat u met de pen doen?’, vroeg die meneer. Fuck off, dacht ik, ik wil naar huis. Samen met een vriend dronk ik die avond het verdriet weg en gooide ik die pen ergens in de auto. Een week later was de uitreiking van de Libris Literatuurprijs, die ik wel kreeg. En daar was weer die man van de pen, die me vroeg hoe de pen beviel. Jezus man, dat weet ik niet. Ik weet niet eens waar hij is. ‘Oei’, zei die man, ‘het is een pen van 4.000 euro, weet u dat wel?’ Uiteindelijk heb ik de pen teruggevonden. Het is een Mont Blanc en het is inderdaad een superieure pen. Een gewone vulpen hapert vaak, bijvoorbeeld bij je handtekening, maar deze pen vult alle leegten moeiteloos. Hij stopt nooit en hij schrijft verrukkelijk. Het liefst zou ik weer een boek met pen schrijven. Om mezelf te disciplineren, omdat met pen schrijven je dwingt meteen precies te zijn. Je moet goed nadenken over wat je in eerste instantie opschrijft, want het is een ander soort inspanning dan werken op een toetsenbord. Met pen schrijf je in een ander tempo, je vertraagt. Het is mijn natuurlijke tempo, denk ik. Hand, pen, papier: onverslaanbaar. Kan niet worden verbeterd.’

CV Tommy Wieringa

20 mei 1967Geboren in Goor, Overijssel.

1995 debuutroman Dormantique’s manco.

2002 Halewijnprijs voor Alles over Tristan.

2005 Joe Speedboot.

2009 Caesarion.

2012 Dit zijn de namen.

2013Libris Literatuur Prijs voor Dit zijn de namen.

2014 Een mooie jonge vrouw (Boekenweekgeschenk).

2017 De heilige Rita (Bookspot Literatuur en Bookspot Lezersprijs).

2019 Dit is mijn moeder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden