In de naam van een vriend

Ik kende hem van het opvangcentrum. Met overdreven gepoetste schoenen wandelde hij 's ochtends vroeg met zijn handen op de rug langs de bomen....

We hadden niets met elkaar, maar de kinderen bepaalden anders. Met tegenzin dronk ik mijn eerste glaasje koude Hollandse jenever op zijn kamer terwijl er een portret van de overleden sjah aan de muur hing. Op die avond vertelde hij zijn verhaal: 'Toen kreeg ik het bevel om met mijn bataljon een Koerdisch dorp aan te vallen. Ik kon het niet. 's Nachts trok ik mijn uniform uit en dook onder.' De kolonel was van origine patriot. Zijn voorbeeld was Reza Khan, de vader van de sjah, die een hand vol grond van de vaderlandse aarde meenam toen hij het land werd uitgezet.

De kolonel kon zich niet verzoenen met het leven in ballingschap.

'Hoe gaat het met u?'

'Goed!'

Verder zette hij geen stap in de richting van de Nederlandse taal. Tien jaar lang ging hij boven op zijn kamer zitten en luisterde naar de Perzische zender van Radio-Amerika in de hoop op veranderingsnieuws uit het vaderland. Hij pakte geen fiets en nam nooit een bus.

Op een dag was er een vriend, een man met een viool, bij hem op bezoek. Ik nam hen mee naar een rustig plekje aan het einde van de dijk. De violist speelde en de kolonel zong voor het eerst een oud vaderlands liefdesliedje: 'Goftam bé goda gahr gonahe... doe dat niet, loop niet van me weg. Hier, mijn ziel is de jouwe, stuur me niet weg. Kijk me aan, ik ga dood zonder jou.'

De afgelopen zomer kwam ik hem buiten de wijk bij het meer tegen. Hij zag er een beetje ziek uit, maar liep nog altijd rechtop in zijn glad gepoetste schoenen. Hij klaagde dat al zijn dagen op elkaar leken en zijn nachten ook. En dat dit stille leven hem zou doden. Hij vroeg me: 'Wil je misschien even naast die oude boom gaan staan?'

Ik liep zo'n tien meter verder en bleef op een afstandje naast de boom staan. 'Ik kom naar je toe', zei hij, 'maar kijk wat er gebeurt.'

Hij begon naar mij toe te lopen, maar geleidelijk week hij af naar de boom. 'Zie je dat? Mijn hoofd doet het niet meer.'

Vorige week werd hij voor de vierde keer opgenomen. Als ik een bezoek aan hem in het ziekenhuis bracht, fluisterde hij: 'Lig ik goed? Ik wil er niet uitzien als een ziek mannetje!'

Gisteren zag ik de dood toen ik bij hem op bezoek ging. De dood geeft een loodgrijs met groen getinte kleur aan de huid van een Pers. 's Avonds ging ik weer naar het ziekenhuis. Ik hield zijn hand vast.

'Hoe is het met je?'

'Afgelopen!', mompelde hij met moeite.

Toen sloot hij zijn ogen en ik zag dat hij ging. God wat kon ik voor hem doen. Wat kon ik hem meegeven op het moment dat hij ging. Haastig, maar voorzichtig schudde ik hem en riep hem terug: 'Kolonel! Kolonel! Kolonel!'

Even keerde hij terug, ik merkte het aan zijn gesloten ogen die weer bewogen. Ik bracht mijn hoofd naar voren en fluisterde: 'Je ligt als een koning.'

Een koud glimlachje verscheen op zijn gezicht. Hij ging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.