IN DE GEEST VAN LOUIS

DE MOORD OP LOUIS SÉVÈKE Ook ruim twee maanden na de moord op Louis Sévèke tasten zijn familieleden, zijn vrienden én de politie nog steeds in het duister waarom en door wie de Nijmeegse activist is omgebracht....

De dag van de moord leek een gewone dag in het leven van LouisSévèke (41). Een zonder vaste agenda, met het kenmerkende ritmevan de linkse activist: wat afspraken over klachten overpolitieoptredens, zijn televisie inruilen en even langs bij hetNijmeegse actiecentrum, De Grote Broek.

Dinsdag 15 november 2005 was hij samen met FrankSchoenmaeckers naar het ziekenhuis geweest, waar zijn huisgenootwerd bestraald. 's Avonds had Louis, zoals altijd, voor huntweetjes gekookt. Hij zou nog naar het gekraakte woonwerkpand aande Van Broeckhuysenstraat gaan voor een afspraak over debrandveiligheid. Maar niet te lang. Om negen uur zou een vriendlangskomen.

Een dag eerder had de politie een raampje ingeslagen bij DeGrote Broek om een anti-Verdonkposter te verwijderen.Donderdagavond zou Sévèke paraat zijn bij de fakkeloptocht voorde slachtoffers van de Schipholbrand.

Om tien uur meldde zich een kennis aan de deur. 'Is Louis althuis?' Schoenmaeckers zei: 'Ja. Hij zal wel boven zitten'. 'Erzijn namelijk twee schoten gehoord in de Van Welderenstraat',vervolgde de bezoeker. 'En ik neem aan dat Louis daar langs isgelopen.' Samen liepen ze naar de etage van Louis. Daar wachttede vriend al een uur op zijn komst.

Schoenmaeckers voelde steken in zijn maag. Louis kwam nooitte laat, en zeker geen uur.

Sinds ze elkaar negentien jaar geleden tijdens een concert vanThe Cramps hadden ontmoet, waren ze bevriend. Ze hadden met zijntweeën voor het eerst gekraakt, woonden al vijf jaar samen ineen gehuurd huis en vormden het Onderzoeksbureau Inlichtingen-en Veiligheidsdiensten, de Werkgroep Klachten Politieoptreden enhet Steunpunt Inzage PID. Beiden hadden een gesubsidieerde baan,en studeerden al jaren rechten aan de Open Universiteit.

Hij kende hem door en door, wil hij maar zeggen. En Louis,zegt Frank, Louis was een man van de klok.

Toen zijn mobiele telefoon ook geen gehoor gaf, liepenSchoenmaeckers en de vriend richting centrum. Ze volgden de routedie Louis altijd liep. Bij de Arksteestraat waren veel mensen,een gebied dat met een roodwit lint was afgezet. Ze zagen op dehoek van de Van Welderenstraat en de Eilbrachtstraat een wittetent 'met een bouwlamp'.

Dit was het decor van een schietpartij. Schoenmaeckers wildeweg. Hij hoefde niet te weten wie daar in die witte tent op degrond lag.

Samen liepen ze via de Oranjesingel naar De Grote Broek. Daarprobeerde de vriend tevergeefs opheldering te krijgen bij eenagent. 'Kom we gaan terug naar huis, misschien heeft Louis zichwel gemeld.'

Om elf uur belde hij de politie. Was Louis betrokken bij hetschietincident? Hij zou worden teruggebeld.

Toen hij een kwartier later twee mensen naar zijn voordeur zaglopen, liep hij rustig de trap af. 'Jullie hoeven niks tezeggen', zei Schoenmaeckers. 'Wij hebben een vervelendemededeling voor u.', probeerden de rechercheurs in burger nog.'Laat maar zitten, ik weet het al.'

Burgemeester Guusje ter Horst onderbrak op dat moment devergadering van de Nijmeegse gemeenteraad met de mededeling dater een schietpartij met dodelijke afloop in het centrum hadplaatsgevonden. Wie het slachtoffer was, zei ze niet.

Al die tijd had Louis Sévèke op zo'n 150 meter van De GroteBroek gelegen, voor de deur van een leegstaand winkelpand. Ietsover negenen was hij in de borst geraakt door een schot,afkomstig van een blanke man in een gewatteerd sportjack. Hij zouSévèke hebben opgewacht bij het postkantoor.

Ooggetuigen zagen hoe vier tellen later de man van dichtbij - nu met gestrekte arm - voor een tweede keer met zijn pistool opde liggende activist vuurde. 'De schutter met de sporttas' zouzich daarna over Sévèke hebben gebogen, om ervan verzekerd tezijn dat hij dood was, en liep rustig weg.

Mensen die op de knallen afrenden, passeerden de man met hetkorte haar. 'Bel de politie. Er wordt daar geschoten', zou hij hebben geroepen. Een andere getuige vertelde dat hij op weg naarde moordplek was, maar werd tegengehouden: 'Terug! Terug!Rennen!' Wachtend in een portiek zag hij bloed uit het hoofd vanSévèke stromen.

Een overbuurman snelde toe en voelde aan Louis' hals of hijnog leefde. Zijn vriendin belde 112, er verscheen een motoragent.Hij hield het slachtoffer even vast. 'Op een haastbeschermende, vaderlijke manier', stelde een buurvrouw vast.

Een rode Opel Vectra, waarin een man wachtte op zijnpassagier, reed daarna weg. Later zou de politie op zoek gaannaar de auto.

Toen Raymond-Pierre Sévèke om half twaalf Schoenmaeckers aande lijn kreeg en hoorde dat zijn broer was doodgeschoten, stoottehij een kreet uit. Hij moest een taxi. Hij moest regelrecht vanAmsterdam naar Nijmegen om daar iets te doen, zonder dat hij wistwat.

Eerst belde hij Rose, zijn zus. 'Louis is doodgeschoten', zeihij. Rose twijfelde of ze wel wakker was. Schuddend en methartkloppingen zat ze in de auto, op weg naar Louis' huis.

Ze had vooral geen gedachten, zegt ze. Er kwamen geengedachten: geen verdrietige, boze of gedachten aan Louis. Er wasniks.

Raymond-Pierre belde bij de taxi-standplaats naar eenvriendin. Ze was met stomheid geslagen, en door die reactie vandie doorgaans nuchtere collega begreep hij hoe erg het was - ditzou een impact kunnen hebben voor het hele land.

Louis doodgeschoten, onze Louis. Da's geen toeval, dacht hij,daar heeft hij een te bekende kop voor in Nijmegen. Daar moetenwe verder mee.

'Ik wil naar Frank', zei Rose. 'Ik ben de zus van Louis.' Zezag Frank boven aan de trap. Ze zei niks. Ze liep naar de kameren ging in de hoek van de bank zitten. Toen het schudden steedserger werd, kwam er een huisarts.

Voor de deur van het huis stonden tientallen vrienden enkennissen van Louis in de regen. Ze mochten niet naar binnen. Hetpolitieonderzoek was in volle gang, de woning van Schoenmaeckersen Sévèke 'bevroren'.

'Ga ergens anders zoeken', zei Schoenmaeckers die zich steedsmeer stoorde aan de permanente aanwezigheid van rechercheurs.'Hier vind je niets. Laat mijn vrienden binnen.'

'Wanneer is de politie nu eens klaar?', zei Raymond-Pierre.'Ik voelde een rem op mijn gevoel, we wilden onder ons zijn',

'Iedereen was buiten stil, diep geschokt. Af en toe gingenpolitiemensen de woning binnen', vertelt Jo Janssen. 'Je voelde direct dat cultuurverschil tussen politie en ons. Er kwam eenagent met zo'n joviale opmerking van: ''Zo staan we hier eenbeetje gezellig.'' Wat is dit? Onze vriend is vermoord en wijstaan buiten in de regen. En dan heeft zo'n agent het overgezellig. Het was de verkeerde toon, zo onfatsoenlijk.'

De volgende ochtend kwamen vrienden en familie bij elkaar,zoals ze dat een week lang zouden doen. En werd 'een belangrijkeafspraak' gemaakt, een ogenschijnlijk logische beslissing, maarniet voor vertegenwoordigers van de kraakbeweging die doorgaansde straat op gaan om hun ongenoegen te spuien. We moeten kalmblijven. We moeten wachten op de feiten.

Raymond-Pierre: 'Niet meedoen aan speculeren, zei ik meteen.Geen onrust creëren, anders word je gek. Niet ongenuanceerd eenrel veroorzaken. Je integriteit bewaren, in de geest van Louis.'

Twee maanden na de moord geldt dat nog steeds, ondanks hetgemor onder activisten 'die op de barricaden voor Louis willen',ondanks de verwijten die er zijn dat de intimi zich teterughoudend tegenover de media opstellen.

Raymond-Pierre: 'Als je 99,9 procent van de vragen niet kuntbeantwoorden, kun je ook niks concluderen. Spreken van eenpolitieke moord is veel te voorbarig. Maar de kans dat er eenpolitieke of maatschappelijke reden is, maakt het erg moeilijk.'

Schoenmaeckers: 'Dat Louis om zijn werk zou worden omgebracht,was voor hem ondenkbaar. Hij dacht nooit dat hij moest oppassenmet zijn werk. In de verste verte niet. Er was ook geen enkeleaanleiding toe. Hij werd nooit bedreigd.'

'Louis leefde publiek', vertelt Ed Hollants, vriend van deNijmegenaar en oprichter van het voormalig Amsterdams AutonoomCentrum. 'Maar hij vormde geen potentieel machtsblok, zoals PimFortuyn. Of provoceerde niet, zoals Theo van Gogh. Wat hij deed,deed hij meer op de achtergrond.'

Jean-Louis Sévèke (Venray, 1964) was altijd de man van hetinitiatief geweest. Op zijn 17de organiseerde hij activiteitenin een jongerencentrum in het Brabantse Heeswijk-Dinther. 'Louisheeft altijd een sterke wil gehad', vertelt zijn broer. 'Hij wassteeds doelgericht. Hij kon lang volhouden. Noem het maar eensoort positieve koppigheid.'

Zijn vader was psychiater, en zijn ouders voedden de kinderenop met 'een werkend maatschappelijk beeld': iemand is niet zomaarde baas, omdat hij iemand oplegt dat hij de baas is.Raymond-Pierre: 'De waarom-vraag was bij ons zeer belangrijk.Daarin speelden politieke voorkeuren geen rol.'

Na het gymnasium ging hij naar de heao, waar hij het een jaaruithield. Hij trok naar Nijmegen om geschiedenis te studeren.Midden jaren tachtig kwam hij bij de kraakbeweging. Mettientallen kraakten ze het voormalige kantorencomplex van Shell,de Mariënburg. Zij waren de jonkies tussen de kraakveteranen,vertelt Schoenmaeckers.

'Louis rolde erin via studentenacties. De grote Nijmeegsekraakacties zoals rond De Pierson waren al geweest. Kraken pastebinnen het linkse activisme. We waren met meer bezig:anti-racisme, anti-militairisme, anti-kernenergie enanti-fascisme. Dat je bij bepaalde acties een risico liep, wistenwe. Het hoorde erbij.'

Dat risico openbaarde zich toen Schoenmaeckers en Sévèkewerden aangehouden na een gewelddadige ontruiming enkrakersrellen. De aanklacht was lidmaatschap van een criminelevereniging en Sévèke kreeg als 'kerngroeplid' negen maandengevangenis.

Het politie-onderzoek en de rechtszaken vormden een 'cruciaalmoment' in het leven van Sévèke, zegt Schoenmaeckers. Voor heteerst werd hij geconfronteerd met de werkwijze van justitie enkwam hij door bestudering van de processtukken erachter dat depolitie gebruik had gemaakt van informanten. 'Vanaf dat momentwilde hij alles weten over politie en inlichtingendiensten.'

Hij werd een kritisch volger en voerde procedures tegen lokaleautoriteiten. Door zijn toedoen kregen mensen inzage in hundossier van de geheime dienst, hij behandelde klachten over depolitie.

Maar vooral was hij betrokken bij twee belangrijke publicatiesover de inlichtingendienst: De Tragiek van de Geheime dienst uit1990 en met name Operatie Homerus (1998). Hierin onthulde hijsamen met co-auteurs het bestaan van politie-informanten en hoedie door de dienst werden aangezet om wapens aan de kraakbewegingtoe te spelen.

Na de moord wezen de eerste beschuldigende vingers naar eenvan de informanten, Cees van Lieshout, bijgenaamd Homerus. Hijwoonde, na zijn leven als BVD-informant, op Kreta en hij stondbekend als iemand die geregeld met een wapen rondliep.

Dat de voormalige informant of de in Vrij Nederland opgevoerde'Dave Nobel', die eveneens als infiltrant werd ontmaskerd doorSévèke, in beeld zijn bij justitie, lijkt logisch. In VN laatNobel geen twijfel over zijn gevoelens voor het slachtoffer:'Toen ik hoorde dat Louis dood was, dacht ik: yes!'

Volgens de woordvoerder van het korps Gelderland-Zuid zijn ergeen rechercheurs naar Kreta gegaan om het spoor te onderzoeken.De kwestie met de informanten is mogelijk wel een van de twintigscenario's waarmee het Bamboeteam werkt. Er wordt gesproken vaneen 'breed onderzoek' waarin 'nog geen mogelijkheden zijnweggestreept'. De complete relatiekring, inclusief zijnhomoseksuele contacten, zijn onderwerp van onderzoek. Zo ook zijnrelaties met linkse activisten, daklozen, illegalen en krakers.

'Waar ik bang voor ben', zegt Ed Hollants, 'is dat demoordenaar nooit wordt gevonden. Dat we altijd moeten leven metde onzekerheid over wie, over waarom. Dan krijgt het nog meer dekarakter van een sluipmoord, een moord die je nooit meerloslaat.'

De eerste keer dat Schoenmaeckers Louis zag, was vijf dagenna de moord. In Sancta Maria, waar Louis twee dagen lagopgebaard, voelde hij een ongekende woede opkomen. 'Ik was zokwaad. Daar lag hij, verdomme, Louis. Ik wou dat ik 'm konmeenemen.' Rose wist dat ze op de begrafenis wilde spreken. Zichvoorbereidend op wat ze in de St. Stevenskerk zou zeggen, kreegze eindelijk weer gedachten. Ze moest een beeld schetsen van haarLouis en wat hij voor haar had betekend. 'Alles tussen hem en mijwas vanzelfsprekend.'

Raymond-Pierre zag de stoet van honderden vrienden, familieen kennissen voorbijtrekken en voelde ook trots. Het was eenwaardig afscheid, en geen protestbijeenkomst geworden. Een echteNijmeegse gebeurtenis ook, voor iedereen. Oude mensen stondenstil, krakers met Palestina-sjaals liepen voorbij. Er stond zelfseen saluerende motoragent langs de route van de kerk naar debegraafplaats.

Als Louis dit had gezien, zegt Schoenmaeckers, had hijgedacht: véél te véél aandacht. Al die poeha, dat was niksvoor hem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden