In Afrika is oorlog de voortzetting van de misdaad

Opnieuw grijpt het geweld om zich heen in Afrika. Sierra Leone verkeert in chaos. Legertjes desperate jongeren vechten om diamanten....

Geen continent in de wereld heeft enkel vrede gekend. Ook in het rijke, hoogontwikkelde Europa woedden de afgelopen tien jaar oorlogen. In Afrika is het niet anders. Alleen is daar oorlog een voortzetting op grote schaal geworden van de misdaad, zoals sommige Afrika-kenners het, met een variatie op de bekende uitspraak van Clausewitz, zeggen. En dat geeft een heel ander perspectief aan het brute geweld.

Zoals in Sierra Leone. Het RUF, het Revolutionair Verenigd Front, is omschreven als 'een gewapende beweging met een politiek doel'. En dat is heel iets anders dan 'een politieke beweging met een gewapende vleugel'.

Het RUF heeft, in tegenstelling tot veel andere guerrillagroepen in de wereld, bijna geen aanhang onder ontevreden studenten in de steden of arme boeren op het platteland. De gewone burger kent voor de rebellen van het Front enkel angst.

Wat het RUF wel heeft, zijn: diamanten, jongeren uit het lompenproletariaat in de steden die volledig afhankelijk zijn gemaakt van hun gewapende leiders, en connecties in de internationale misdaad. Over een politieke ideologie beschikt de beweging hoegenaamd niet; zij heeft die ook niet nodig om verwoestend succesvol te kunnen zijn.

Politiek is het voor het RUF voldoende om zich af te zetten tegen 'corrupte regimes' uit het verleden. Die vernislaag hebben de rebellen gemeen met vergelijkbare groepen in landen als Angola en Congo-Kinshasa. Een andere overeenkomst is de aanwezigheid van delfstoffen als olie, goud, bauxiet en diamanten. 'No rebel no dig no diamond', zei RUF-leider Foday Sankoh ooit. Het tegendeel is het geval.

Jongeren vormen de overgrote meerderheid van Afrika's bevolking. Zij zijn het ook die over de minste toekomstperspectieven beschikken en mede daarom het meest vatbaar zijn voor groeperingen als het RUF. Want Afrika's oorlogen mogen dan meestal burgeroorlogen zijn, étnisch zijn zij doorgaans niet, zoals vaak wordt beweerd.

Een rapport van het Amerikaanse State Department spreekt daarover heldere taal. De echte redenen voor strijd, aldus het rapport, vormen economische hebzucht, wanbestuur en het persoonlijk voordeel dat grote groepen jongeren kunnen krijgen door het feit dat zij in staat zijn 'wapens te dragen om straffeloos de burgerbevolking te terroriseren, verminken en vermoorden'.

Dat alles is in Sierra Leone en andere Afrikaanse landen op grote schaal gebeurd. Om jongeren zo ver te laten komen, zijn twee dingen nodig. Ze moeten gebruik kunnen maken van zogeheten kleine wapens. Zeker na het einde van de Koude Oorlog kan het continent hierover overvloedig beschikken.

Op de tweede plaats moeten de kindsoldaten tot blinde gehoorzaamheid gebracht worden. Hoe dat gaat, bleek deze week in Freetown nadat regeringsgezinde krijgers de residentie van Foday Sankoh hadden overgenomen. In de puinhopen van het gebouw zijn talrijke injectienaalden gevonden. Veel jonge rebellen worden met cocaïne ingespoten alvorens zij op oorlogspad worden gestuurd. Het drogeren is een praktijk die, om eens een Oost-Afrikaans land te noemen, ook voorkomt bij het Verzetsleger van de Heer, dat opereert in het noorden van Uganda. Drank en de belofte van straffeloze verkrachting na het behalen van een overwinning, doen dan de rest.

Dit alles maakt dat, in westerse ogen althans, een groot deel van de Afrikaanse landen bekend staat als zogeheten failed states. Ze kennen geen bindend leiderschap, geen centraal civiel gezag. Sociale verantwoordelijkheid reikt niet verder dan de clan. Alle pogingen om te integreren in het globale systeem hebben een averechts effect gehad. 'Liberalisering' en 'privatisering' bevorderden hooguit het plunderen van de rijkdom.

Maar om een staat te laten mislukken, is meer nodig dan een bende gedrogeerde jongeren. 'De politieke economie van de misdaad', zoals wetenschappers het noemen, is voor een groot deel in handen van buitenlanders. In Sierra Leone bijvoorbeeld zijn dat met name de Libanezen, mensen die vaak al generaties lang in het land wonen. Zij zijn het die, met hun dubbele paspoorten, de tussenhandel in diamanten vrijwel volledig in hun greep hebben.

De rol van buitenlanders gaat nog veel verder. Het vroegere Executive Outcomes, het uiterst gespecialiseerde huurleger dat ook in Sierra Leone actief is geweest, kwam niet toevallig uit Zuid-Afrika, hetzelfde land als dat van de firma De Beers, die zo'n tweederde van de diamanthandel stevig in handen heeft. In dit verband kunnen ook opnieuw landen als Congo en Angola worden genoemd.

En uiteindelijk reikt de buitenlandse betrokkenheid tot aan de Nederlander die meent zijn geliefde met een bijzonder juweel te moeten verrassen. Daarmee is Afrika niet van zijn eigen verantwoordelijkheid ontslagen. Het zicht op de problemen, én op mogelijke oplossingen, krijgt daarmee echter wel een breder kader.

In landen zonder delfstoffen is het over het algemeen rustig. Zoals in Senegal, waar president Abdou Diouf eerder dit jaar de macht overdroeg nadat hij de verkiezingen had verloren. Senegal heeft, zoals Diouf tijdens zijn campagne onderstreepte, goud noch olie. 'Senegal heeft vrede', zei Diouf. Helemaal waar is dit niet (in de Casamance, het zuidelijke deel van het land, woedt een gewapende opstand), maar vergeleken met sommige andere Afrikaanse staten is het land inderdaad een oase van rust. Er valt voor het Westen weinig te halen, of het moeten de naaktmodellen van Peter Klashorst zijn.

In Sierra Leone is van alles te halen. Maar wie denkt dat het land door zijn goud en diamanten ook zelf rijk is geworden, vergist zich hevig. De san san boys, zoals de illegale diamantgravers heten, zijn even straatarm als andere burgers. Het land heeft de laagste levensverwachting ter wereld: 35 jaar. De oorlog die het RUF in 1991 begon, heeft economisch noch politiek iets opgelost. Het 'corrupte regime' is hooguit verschoven van Freetown naar het diamantrijke noordoosten van het land.

'Graaf het land maar helemaal af en laat de laatste Sierraleoner, Congolees, Liberiaan en Angolees het licht uitdoen.' De gedachte is even verleidelijk als inhumaan. Oorlog in Afrika mag dan 'misdaad op grote schaal' zijn, het is misdaad die niet alleen voor een handjevol brute Afrikanen, maar ook voor hun westerse partners in crime lonend blijkt te zijn. Het probleem dient dus aan twee kanten tegelijkterijd aangepakt te worden.

Met een goedbedoelde maar verkeerd opgezette vredesmissie als die van Unamsil in Sierra Leone is dat onmogelijk.

Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van The Criminalization of the State in Africa van J.F. Bayart e.a., en van African Guerrillas van C. Clapham (red.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden