Het eeuwige leven Ilse Starkenburg (1963-2019)

Ilse Starkenburg (1963-2019), dichter met de lichtste aanraking van het woord

Haar poëzie werd tot buiten de grenzen geroemd. Ook schreef ze als lid van de Poule des Doods werk voor mensen die in eenzaamheid sterven. 

Ilse Starkenburg.

De boom valt op mij,
ik trek hem aan,
omdat ik groen draag

het duurde te lang voor
ik voor groen koos en
dan nog alleen omdat

blauw in de was was
nog even ben ik
een jurk met lichte bladeren

een wandelende tak, dan
slaakt een gevallen
kruin een kreet

Het leven lachte haar niet toe, maar poëzie was voor haar een ideale overlevingsstrategie. Vier jaar geleden waaide tijdens een zomerstorm een oude boom op het Zoutkeetsplein in Amsterdam om. De boom viel op dichter-schrijver Ilse Starkenburg, die gewond raakte. Het herstel was moeilijk, fysiek en mentaal. Ze uitte haar frustratie in de in 2017 verschenen dichtbundel De boom valt op mij. Op 11 november stierf ze op 56-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam.

Ze was een mysterieuze persoon. Bij Ilse Starkenburg was het syndroom van Asperger vast­gesteld, waardoor ze moeite had contacten te leggen. Dat leidde tot zelftwijfel.

Hoofdredacteur Peter Nijssen van de Arbeiderspers koesterde haar. ‘Ze onderkende haar artistieke talenten, maar het duurde vaak lang voor ze tevreden was over een gedicht. Ze was perfec­tionistisch.’

Ze werkte langzaam. In dertig jaar zou ze vijf dichtbundels schrijven, plus een verhalenbundel en een essay over over de dichter en scheepsarcheoloog Louis Lehmann. Over haar laatste bundel schreef Maria Barnas in deze krant: ‘Starkenburg veroorzaakt met ultieme beheersing een verpletterend besef van eenzaamheid, schijnbaar achteloos en met de lichtste aanraking van het woord.’

 Ze werd geboren als een van de drie kinderen van een hoofdonderwijzer in Dieren. Ze studeerde filosofie in Groningen voordat ze naar Amsterdam kwam. Vanaf het begin wilde ze schrijver worden. In 1987 debuteerde ze met vier gedichten in het literaire tijdschrift Maatstaf. In 1990 werd ze door Nijssens voorganger Theo Sontrop binnengehaald bij de Arbeiderspers, waar ze haar eerste werk Verdwaald Ontwaken uitbracht.

Critici waren enthousiast. Haar poëzie onderscheidde zich door het directe taalgebruik. Ze was wars van moeilijk te doorgronden metaforen. Na het verschijnen in 1995 van haar tweede bundel, Afspraak met een eiland, kreeg ze het Charlotte Köhler Stipendium. In 1998 verscheen een verhalenbundel Blinde vlek op de kaart. Ook ging ze deel uitmaken van de Poule des Doods, een dichtersgroep in Amsterdam die voor mensen die in eenzaamheid sterven een gedicht schrijft.

Vertalingen van haar werk verschenen in Duitsland en Spanje. De Duitse vertaling leidde in 2000 tot een nominatie voor de Literaturpreis Nordrhein-Westfalen. Ze was dit jaar uitgenodigd voor een lezing in Barcelona, maar kon het uiteindelijk niet aan. Haar werk is opgenomen in vele bloemlezingen, waaronder Nederlandse Poëzie van Gerrit Komrij en De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw.

Nijssen was haar steun en toeverlaat. ‘Duizenden telefoontjes en e-mails. Altijd die aarzeling, wanhoop en angst.’ Hij beschreef haar eerder als een kostbare vaas van het fijnste porselein, kwetsbaar, broos, onvast op wankele voetjes. ‘Die vaas was al gebutst en door stoten gekarteld en gecraqueleerd. Maar nu is ze voorgoed uiteengevallen in ontelbare scherven. Onherstelbaar beschadigd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden