Weekendgids

Illustrator Marjolein Bastin is één met de natuur: ‘Bij die hele kleine wereld daar beneden, daar hoor ik’

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Zeven dagen in de week, tien uur per dag, tekent ze dieren, bloemen en planten. Niet verwonderlijk dat bijna alle favorieten van illustrator Marjolein Bastin te maken hebben met de natuur die ze zo bewondert.

Direct de dag na haar vaccinatie tegen het coronavirus zitten we in een Veluwse villa met uitzicht op de tuin. Marjolein Bastin (77): ‘Kijk, de koolmezen zoeken tussen het rieten dak naar larfjes van de goudwesp. Mooi, hè.’ Misschien wel honderd keer heeft ze die koolmezen geschilderd, op één van de minstens vijfduizend aquarellen die sinds 1980 elke week, zonder uitzondering, in Libelle staan.

Dit artikel begon anders niet zo veelbelovend. ‘Niet nóg meer interviews’, mailt de illustrator aanvankelijk. ‘Ik wil niet, kan niet, durf niet. Alle tijd die ik nog krijg, wil ik aan het tekenen besteden.’ Tot ze een dag later van gedachten verandert: ‘Mijn hele leven met, voor en in de natuur geleefd, en dan de deur niet opendoen als er gebeld wordt. Dat mag niet.’ De afspraak is wel: ná de eerste prik.

Haar vogels, bloemen, planten en andere natuurbewoners verschijnen op kalenders, kaarten, dekbedden en serviezen wereldwijd. Maar de natuur verveelt nooit. ‘Ik denk niet dat ik meer zie in een koolmees dan jij, maar voor mij blijft hij gewoon mooi, hoe vaak ik ze ook bekijk. En dan heb je alle eerste keren: zie ik de eerste hommel van het jaar, dan voel ik me vanbinnen weer alsof ik 4 ben en hem voor de allereerste keer zie: zo heftig kan ik daarvan genieten.’

School was de hel, de tuin van haar ouders in Loenen aan de Vecht het paradijs. ‘Ik ben redelijk mensenschuw en altijd bang geweest om alles fout te doen. Kregen we breiles, dan dacht ik: ik kán dit niet, maar ik mag het niet laten merken, dus deed ik met mijn armen onder tafel maar alsof ik aan het breien was. Toen ik jaren later een contract bij Hallmark kreeg om ansichtkaarten te illustreren, moest ik in Amerika weleens lezingen geven; paníék. ‘Jij houdt meer van je werk dan ik’, zei mijn man Gaston al vroeg, ‘ik neem ontslag en ga je helpen’. Nu doet mijn zoon alle zakelijke contacten. Het enige wat ik echt leuk vind is tekenen, als ik dat twee dagen niet doe, dan moet ik weer opnieuw gekalibreerd worden. Ik werk zeven dagen in de week, tien uur per dag. Wel met een middagpauze hoor, even naar buiten. Alles wat binnen zó belangrijk lijkt, valt buiten weg.’

Vriendelijk is niet het goede woord voor de natuur in haar tekeningen, vindt ze zelf. Harmonieus misschien wel. ‘Naast een braam hoort een vlier, in die vlier nestelt een vogel; alles hoort bij elkaar. Zelfs al ligt er op de grond alleen wat blad en dode takken, dan zit daar toch een soort rust en evenwicht in.’ Maar meer nog is de natuur een plek om in te verdwijnen. ‘Als ik alleen ben en ik sta stil, dan zie ik mezelf niet meer als mens; dan word ik onzichtbaar voor mezelf en alles om me heen. Een vogeltje vliegt vlak langs me, ik hoor en zie dingen die ik anders niet had opgemerkt; verrukkelijk. De een valt voor grote horizonnen, de ander voor prachtige vergezichten; iedereen zoekt iets in de natuur dat hem aanspreekt, maar ik ben gewoon onderdeel van die hele kleine wereld daar beneden. Daar hoor ik. Schoonheid klinkt zo lullig, tegenwoordig, maar het is zo verdomd mooi om ons heen. Sta stil, ga op je hurken. Wat zie je? Wat valt je op? Rafel het uit in details, stof je ogen af, kijk. En weet dat het familie van je is.’

Plek

De duinen op Ameland

‘We hebben er een huis, net als in Zwitserland en in Amerika, maar op Ameland kun je zo heerlijk struinen. Vroeger ging ik bijna iedere week de duinen in, dwars door struikgewassen en pollen. Hee, dacht ik, wat ligt daar onder die duindoorn, schelpjes? En toen vloog er ineens een grote houtsnip op, met klapperende vleugels rakelings langs mijn gezicht; dat is voor mij een James Bondfilm hoor, zo intens. Natuurgebied het Hagedoornveld is prachtig, het Finnegatspad met de vogelkijkhut erbij. Maar tegenwoordig kan ik haast niet meer de honderd meter naar het strand opkomen. Ik heb twee operaties gehad aan mijn rugwervels, echt stinkvervelend. Al dat kromzitten achter mijn bureau, hè. Maar al toen ik klein was en eindeloos de scilla’s bij het tuinhek van mijn ouders bekeek, zó blauw dat ik er nu nog minstens eens per jaar over droom, weet ik dat ik ook op een vierkante meter de natuur kan beleven. Als er straks nog meer deuren dichtgaan, zul je dat niet merken aan mijn tekeningen.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Plant

De madelief

‘Omdat het een allemansbloempje is. Niet heel zeldzaam, ik had ook een kuifhyacint kunnen noemen of een wilde ridderspoor, maar de madelief is voor iedereen. Iedereen loopt vroeg of laat een park in dat ermee volstaat. Zelfs op de Fenolijn van Vroege Vogels, het antwoordapparaat waar luisteraars hun waarnemingen van natuurfenomenen kunnen inspreken, vertellen mensen opgetogen: ik heb het eerste madeliefje gezien! Als ik iets teken wat iedereen kan vinden, komt dat dichter bij mijn doel: mensen laten kijken, even knipperen, en opnieuw kijken.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Vogel

De winterkoning

‘Net als ik is hij eigenlijk liever op de achtergrond: in een takkenhoop, in de struiken. Maar dan zijn liedje! Keihard! Ik hoop dat ik dat met mijn tekeningen bereik. Ik geloof nergens in: niet in reïncarnatie en ook niet in de hemel. Ik vind het leven zoiets als een klaproos: je groeit op en het knopje hangt naar beneden, langzaam buigt hij omhoog, laat zijn schutblaadjes vallen en dan: bam, vier knalrode kroonbladeren en lekker stuifmeel voor de jongens in de lucht. En dan hebben ze allemaal hun buik vol, je bent uitgebloeid, er vallen mooie bladeren af en de wind strooit je zaadjes alle kanten op. Dat is voor mij de dood. Ik heb me nog nooit 77 gevoeld, ik zou gewoon blijven tekenen tot ik doodging en verder dacht ik er nooit over na. Pas sinds corona denk ik: hoeveel tijd heb ik nog? Een maand, 22 jaar? Al dat gepraat over oudere mensen en de eindigheid; ik wou dat ik die ballast kwijt was. Maar wanneer het ook gebeurt, het jaar erna komen er overal kleine klaproosjes op. Dat vind ik het mooie van mijn werk: dankzij mijn tekeningen blijven er een heleboel klaprozen bestaan.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Bezigheid

Luisterboeken

‘Ik luister tijdens het tekenen, honderden heb ik er op de computer. Annejet van der Zijl, Kristin Hannah, Hella Haasse; een heleboel boeken hebben me diep geraakt. Waterschapsheuvel, ook prachtig. Ik probeer altijd om in de natuur te verdwijnen, en het mooiste vind ik, als je Waterschapsheuvel leest; dan bén je een konijn. Als ik dan toch zou moeten reïncarneren, zou ik als konijn op Ameland terug willen komen. Lage grasjes knabbelen, avondzon op je velletje, af en toe even je kop in je nek en de ogen halfdicht. Mijn enige angst is dat mijn computer het ooit begeeft en dat ik, hoe heet dat, de cloud? Dat ik die niet kan vinden. Ik wou dat ik mijn boeken allemaal als tastbare uitgave hier had staan, maar dan ga ik ze weer niet lezen, daar gun ik mezelf de tijd niet voor.’

Boek

Winnie the Pooh

‘Als ik écht in de knoei zit, en zo gespannen of bang ben dat ik niet kan slapen, dan brengt Winnie the Pooh me weer terug op mijn basislijn. Niet de film maar het boek, met de originele tekeningen van Shepard, gewoon zwart-witte penkrabbeltekeningetjes zoals Poohs wereld er ook uitzag. Het heerlijke van Pooh is dat hij een stoffen beer is met zaagsel in zijn kop, en met dat zaagsel denkt en voelt hij. Ik ben vaak zenuwachtig of onzeker, maar Pooh werkt zo bevrijdend. ‘When you are a Bear of Very Little brain, and you Think Things, you find sometimes that a Thing which seemed very Thingish inside you is quite different when it gets out into the open and has other people looking at it.’’

null Beeld

Bioloog

Jac. P. Thijsse

‘Met stip. Van hem heb ik het stilstaan geleerd, alleen deed hij het veel beter. Hij zocht de ereprijs, dat mooie blauwe bloemetje, ging er in een kuil naast zitten en kéék, ieder uur, wat er gebeurde met de meeldraden, de stampers, insectenbezoek. Gewoon heel kalm observeren, en dan ineens krijgt het waarde. Dan snáp je het, hoe prachtig simpel het allemaal in elkaar zit. En dat heeft hij op zo’n mooie, niet betweterige manier beschreven. Veel mensen hebben hem kwalijk genomen dat hij voor het grote publiek is gaan werken en Verkade-albums is gaan maken, net als toen ik voor Libelle ging werken; dat doe je toch niet. Maar hij heeft voor zo veel mensen zo veel betekend. De natuur tekenen, dat werd al eeuwen gedaan door entomologen als Maria Sibylla Merian, die naar Suriname ging, maar voor het eerst vertéllen erover, dat deed Jac. P. Thijsse fantastisch.’

null Beeld Nationaal Archief
Beeld Nationaal Archief

Radioprogramma

Vroege vogels

‘Dat mensen zo de diepte in kunnen gaan, dat vind ik heerlijk. Ik ben elke week weer onder de indruk. Aan de andere kant: al die kennis neemt de onbevangenheid een beetje weg. Je kunt niks ontdekken of het is al beschreven, of iemand zegt erover dat we moeten uitkijken dat we dat plantje of vogeltje niet verliezen omdat het met uitsterven bedreigd wordt; we weten zoveel. Als ik nu een hommel zie, ben ik bang dat ik niet meteen weet wat voor sóórt hommel het is, en dan moet ik weer mijn hommeltabel pakken; o ja, hij heeft een rode kont, dat is dan waarschijnlijk een veldhommel of een weidehommel. Ik ben me veel meer bewust dat alles moet kloppen. Teken ik een vlinder, dan denk ik: denk erom, iedereen moet zien dat het de echte is en dat ik niet een beetje gefliereflanst heb.’

Tv-programma

The Hairy Bikers

‘Voor tv-kijken gun ik mezelf geen tijd, alleen ’s avonds op bed, als het werk gedaan is. En dan nog wil ik graag weer een nieuw beeld krijgen van hoe de wereld in elkaar zit; zelfs in de ontspanning moet nog enig nut zitten, vind ik: dan groei je. We hebben wel Netflix, maar dan moet je zo’n hele serie weer afkijken. Wat Gaston en ik de afgelopen tijd toevallig ontdekt hebben, zijn The Hairy Bikers. Een culinair reisprogramma op 24Kitchen van twee Schotten die de mooiste tochten over de wereld maken. Ze komen in oude familiewijngaarden, laten zien waar de lekkerste tomaten vandaan komen, hoe het vlees bereid wordt. Onderweg koken ze: even picknicken met iets van de plaatselijke slager, een vuurtje maken, ergens wat rozemarijn erbij plukken en maar praten en bekvechten; je lacht je naar. Af en toe vallen we erin, verrukkelijk. Dan zijn we toch weer aan het reizen.’

Illustrator

Dirk van Gelder

‘Zijn werk ademt natuur, geurt naar de aarde. Buiten is dichtbij is een van mijn favoriete boeken van hem, ik heb het al meer dan veertig jaar. Hij maakte ook prachtige landschappen, luchten en wolken, maar zijn mooiste werk zijn tekeningen van iets op of bij de aarde. Een dode vogel kon hij zo prachtig neerleggen. Ik teken ze ook wel, maar het past minder goed bij Libelle. Gisteren liep ik door het bos toen ik op een stukje dor blad ineens één vlindervleugel zag liggen. Kijk, daar heeft een vogel een koolwitje gegeten, dacht ik, waarna er één vleugel naar beneden is gevallen; alsof er een boek is geschreven, prachtig. Maar toen ik het aanbood aan Libelle, vroegen ze voor de eerste keer in 45 jaar of ik misschien iets vrolijkers had.’

Op 16 oktober opent een tentoonstelling met werk van Marjolein Bastin in het Nederlands Tegelmuseum in Otterloo.

CV Marjolein Bastin

16 juni 1943 Geboren in Loenen aan de Vecht. Haar vader John Henri uit den Bogaard is de auteur van Swiebertje

1960 Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem

1965 Werkt als illustrator voor verschillende reclamebureaus, tijdschriften en uitgeverijen

1974 Illustreert als freelancer verhalen voor Libelle

1980 Vaste natuurrubriek bij Libelle

1981 Eerste Marjolein Bastin-agenda

1987 Eerste boek Een kleine wereld

1992 Contract met ansichtkaartengigant Hallmark in Amerika

2004 Geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Marjolein is getrouwd met Gaston Bastin, ze hebben twee kinderen: Sanna (1973) en Mischa (1974).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden