Column

Ik zou vooral willen dat mijn moeder trots is op zichzelf

Als haar moeder een schouderontsteking krijgt en zich ziek meldt bij haar werkgever, ontdekt Hayat hoe zij daar behandeld wordt.

Beeld Eva Roefs / de Volkskrant

Mijn moeder heeft een ontstoken schoudergewricht en ligt kromgetrokken van de pijn in bed. Ze heeft veel te lang rondgelopen met klachten (want: 'Het gaat vanzelf wel over'), maar nu is het mis: elke beweging wordt afgestraft met een felle pijnscheut. Ze heeft zich ziek gemeld bij haar manager, die te kennen gaf door haar een vervelend bezettingsprobleem te krijgen. Ze is gesommeerd de volgende dag op het hoofdkantoor te verschijnen. Dat hoofdkantoor is 50 kilometer verderop; voor mijn rijbewijsloze moeder een enorme afstand waar een bus, een trein en weer een bus voor nodig zijn.

Ik zit midden in een pleitnota als mijn zusje belt met het verhaal. Of ik contact wil opnemen met de manager. Geïrriteerd vraag ik waarom m'n zusje het niet kan doen. Ik merk bij mezelf nogal wat 'regelmoeheid' en vraag me af waarom mijn moeder dit soort dingen nog steeds niet zelf kan oplossen en waarom mijn zusje het weer lekker makkelijk op mij afschuift. Luie puber, mopper ik nog. Maar zodra ik mijn moeder aan de lijn heb, word ik overvallen door schuldgevoel, want het arme mens lijdt hoorbaar. Wat ben ik toch ook een trut, denk ik. Hup mam, je bed in en je energie richten op herstel. Ik bel dat hoofdkantoor wel, de soep wordt heus niet zo heet gegeten als-ie wordt opgediend.

Maar de soep blijkt loeiheet: ik krijg ferm te horen dat mijn moeder zich moet melden, en snel. Een doktersverklaring maakt geen indruk en de huisarts wil geen aanvullende verklaring afgeven, want 'dat past niet binnen het beleid'. Drie stugge telefoongesprekken later heb ik extra tijd gekregen zodat mijn moeder kan aansterken en ik mijn agenda kan leegmaken en een oppas kan regelen. Als ik twee dagen later midden in 'operatie vervoer van zieke moeder' zit, vraag ik me af waarmee ik bezig ben. Het is gekkenwerk. Ik bel, met excuses, om aan te geven dat het écht niet gaat en vraag of ze alsjeblieft een controleur willen sturen. De telefoon wordt nog net niet neergesmeten, maar die controleur zal gelukkig komen. 'En ik hoef geen tijd aan u door te geven, want als uw moeder ziek is, mag ze de deur niet uit!'

Ja, dat was precies het punt dat ik probeerde te maken.

De controleur, en ook later de bedrijfsarts, stelt een 'ernstig ziektebeeld' vast. Er zijn voorlopig geen mogelijkheden voor aangepaste arbeid. Daar denkt de werkgever anders over, want die roept mijn moeder op voor werk op arbeidstherapeutische basis. Mijn moeder is schoonmaakster. U weet wel, zo'n gehoofddoekte dame, iets aan de gezette kant, die met haar schoonmaakkar naar binnen schuifelt met de verontschuldiging 'Sorry mineer, alleen snel proelenbak leegmaak'. Therapeutische arbeid betekent in haar geval dat ze niet met de rechterhand moet poetsen, maar met de linker.

Nu ben ik als advocaat conflicten gewend. Wat ik niet gewend ben, is de manier waarop mijn moeder en ik worden afgeblaft. De toon is ronduit schofferend en ik word toegesproken als een dom en onbetrouwbaar stuk vreten. De vriendelijkheid sijpelt na elk gesprek verder uit me weg en de diplomatieke route kan ik nog maar moeilijk vinden. Dan maar een zakelijke advocatenbrief. Die doet wonderen, want ineens blijken de berisping en looninhouding een 'administratieve vergissing' en wordt mijn moeder van harte beterschap toegewenst. 'We wisten niet dat uw dochter advocaat was, u zult wel trots op haar zijn.'

Dat is ze inderdaad. Maar ik zou vooral willen dat ze trots was op zichzelf. Mijn moeder schaamt zich voor haar werk. Het werk waarmee ze mijn oma onderhoudt en waarmee ze ons, haar kinderen, een gezond arbeidsethos heeft laten zien. Het werk dat ze graag wil blijven doen om actief te blijven want 'van thuiszitten ga je gisten als brooddeeg'. Daar heeft ze helemaal geen zin in, want sinds de overgang komen de kilo's er makkelijker aan dan dat ze eraf gaan. En dus ploetert ze verder in een baan waarmee ze maar weinig eer inlegt.

Als mijn moeder beter is, vraag ik een gesprek aan met haar werkgever. Niet lang daarna zitten we er samen. Ik vraag waarom het bedrijf zich zo vervelend heeft opgesteld en haar op onjuiste gronden heeft berispt. Er wordt iets gemompeld over 'ongelukkige communicatie' en mijn moeder krijgt excuses aangeboden. Het gesprek verloopt verder allervriendelijkst en de lucht is geklaard. Maar als we weglopen, kijkt mijn moeder weinig opgewekt: 'Ze praten heel anders tegen me als jij er bij bent. Ze deden nu ineens heel aardig.'

Reageren? hayat@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden