Zinvol levenJoyce Hes, activist en jurist

‘Ik zie meer het absurde van het bestaan’

Beeld Jitske Schols

Haar leven lang is Joyce Hes al een strijder tegen onrecht. Maar verblind door de goede zaak heeft ze lang te weinig oog gehad voor emoties van anderen. Alles draaide om kennis en controle. ‘Ik moest leren dat los te laten.’ 

Eind jaren zestig brengt ze als rechtenstudent met haar geliefde een bezoek aan haar vader  een Haagse advocaat, ‘een klassieke liberaal’ en een ‘originele, maar ook onmogelijke man’. Hij drukt een zwaar stempel op het vijfkoppige gezin, veelzeggend is de leuze op zijn asbak: ‘Drie dochters en mama, vier plagen voor papa.’ Zijn gedrag is dominant, soms zelfs agressief: ‘Je zat bij hem altijd op het puntje van je stoel, je moest alert zijn en was altijd bang om door de mand te vallen. Mijn vader stond bekend om: de eerste klap is een daalder waard.’

Tegen haar vriend Hans oreert hij twintig minuten, dan wordt hij onderbroken: ‘Meneer, nu wil ik wel even aan het woord zijn.’ Waarop haar vader reageert met: ‘Daar is het gat van de deur.’ Haar vriend staat op en vertrekt. ‘In een flits besloot ik met hem mee te gaan. Sindsdien heeft mijn vader me geen cent meer gegeven. Ik ben Hans daarvoor nog altijd dankbaar, hij bood me de kans van mijn vader afstand te nemen.’

Het is de 74-jarige Joyce Hes, die zichzelf als ‘dichter, denker, jurist en moeder van drie kinderen’ omschrijft, in de loop van haar leven duidelijk geworden dat het goed voor haar is afstand van haar vader te nemen: ‘Mijn jeugd heeft me niet goed op het leven voorbereid. Het mensbeeld dat ik daaraan overhield, staat haaks op wat ik later als een goede levenshouding ben gaan zien. Voor dat inzicht heb ik hard moeten werken’.

Bij haar geboorte in 1946 vertegenwoordigt ze ‘de hoop, het nieuwe leven’, na een oorlog die het gezin had gespleten. Haar joodse moeder en twee oudere zussen overleefden het concentratiekamp Theresienstadt, haar joodse vader ontsnapte uit een kamp en werkte als juridisch adviseur onder een andere identiteit in Amsterdam. Na de oorlog kiezen haar beide ouders voor de advocatuur: ‘Qua sociale klasse mag ik tevreden zijn, want het was een liberaal, bourgeois milieu waarin ik niet in de mal van een of ander geloof ben geperst.’

Maar de oorlog wordt thuis met andere middelen voortgezet – haar ouders ruziën voortdurend, ook al wordt tegenover de Haagse buitenwereld de schone schijn opgehouden (‘met ons was nooit iets aan de hand’). De jonge Joyce, die graag gedichten schrijft, voelt zich onveilig, ook al proberen haar ouders haar te beschermen door nooit te spreken over de ellende van de oorlog of hun joodse identiteit: ‘Maar als kind krijg je toch mee waar je vandaan komt, ook als er niet wordt gepraat. Het overheersende idee bij ons thuis was dat je niet te gevoelig moest zijn. Andere mensen diende je te wantrouwen.’

Al jong trouwt ze met Hans, ‘vooral om mijn vader te pesten’, maar dat huwelijk houdt niet lang stand. Ze wordt verliefd op een jurist, een latere rechter, met wie ze drie kinderen krijgt. Na dertig jaar besluiten ze te scheiden. Inmiddels woont ze alleen in een ruim appartement, met een hondje. Haar zes kleinkinderen vindt ze ‘erg belangrijk’.

Haar maatschappelijk leven kenmerkt zich door links activisme, ver verwijderd van de belevingswereld van haar VVD-vader – emancipatie en strafrecht vormen haar strijdpunten. Ze is aan vier universiteiten verbonden geweest, zat in de Leidse gemeenteraad en in de Emancipatieraad. Ook was ze de eerste vrouwelijke voorzitter van de Coornhert-Liga, een club van kritische juristen die een liberaal strafrecht wilde. Eind jaren tachtig stond dat haaks op de tijdgeest: ‘We hebben die strijd verloren, maar ik zou hem weer aangaan. Ik heb in mijn leven vaak tegen de bierkaai gevochten.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Of wat ik doe zinvol is geweest, vertellen mensen achteraf op mijn uitvaart. Dus wanneer die beoordeling komt, ben ik er niet meer bij. De vraag die ik mezelf stel, is: wat is voor mij vervullend? Dat is niet het leven volstoppen met activiteiten, druk, druk druk. Wat vervullend is, geeft me energie. Dan denk ik aan mijn maatschappelijke betrokkenheid, maar ook mijn rol als buurtdichter. Ik ben altijd betrokken bij maatschappelijke problemen, zoals nu weer bij problemen van vluchtelingen. Omdat ik niet tegen onrecht kan en omdat ik me onderdeel van de wereld wil voelen.’

Vechten tegen de bierkaai, dat is een hopeloze strijd.

‘Dat is een oordeel van buitenaf. Daar kom ik niet aan toe, want ik zit er telkens middenin. Neem het Platform Bescherming Burgerrechten (Hes was een van de oprichters, red.). Dat leverde veel strijd op, want privacybeschermers zijn onafhankelijke denkers die wantrouwig tegenover de wereld staan. Vaak kreeg ik het met ze aan de stok. Is die strijd het waard geweest? Dat platform heeft onlangs wel een belangrijke slag gewonnen, het Syri-proces over discriminatie door de overheid. Ik ben er weg, maar denk dan toch: daar heb ik ook een steentje aan bijgedragen. Bij anderen komt vaak de vraag op: heeft het wel zin wat je doet, levert het voldoende op? En tegenwoordig ook: zou je het niet rustiger aan doen? Mijn kinderen verklaren me vermoedelijk geregeld voor gek. Maar mij geeft het energie.’

Waarom maakt u zich zo druk om onrecht?

‘De filosoof Kant sprak over ‘de morele wet in mij’, daar draait het om. Dat kun je in mijn geval verbinden met de Ed van Thijn-gedachte: ‘Dit nooit meer.’ Dat maakt dat ik in actie kom, zodra dingen in mijn ogen de verkeerde kant op dreigen te gaan. Daarbij ging ik er nogal eens met gestrekt been in, ik heb veel conflicten meegemaakt. Een psychiater zei eens dat ik het alleen had over inhoud, maar niet bezig was met hoe die over te brengen. Dat klopte. Je moet ook registreren wanneer iemand moeizaam gaat kijken. Dat deed ik niet. Ik vond mensen moeilijk doen, omdat de inhoud waar ik voor stond zo goed was. Eigenlijk was ik dan het contact kwijt. Dat heeft te maken met de hang naar controle die ik van huis uit heb meegekregen. Wat je nodig hebt is een open houding die ruimte voor jezelf laat, maar ook voor anderen. Je moet niet naïef zijn, maar wel uitstralen dat je de ander vertrouwt. Dan kun je verbinding krijgen. Als je gesloten bent, heeft die ander weinig kans.’

Leestip De zin van het bestaan – Victor Frankl

‘Deze joodse psychiater van Oostenrijkse komaf had zich voor de Tweede Wereldoorlog toegelegd op het voorkomen van zelfmoorden. Na de oorlog, waarin hij Auschwitz overleefde, schreef hij dit boek, waarin hij zijn kampervaringen heeft verwerkt. Voor hem draait het in het leven niet om het leveren van prestaties, maar om de houding die je tegenover gebeurtenissen inneemt, juist ook wanneer die verschrikkelijk blijken.’

Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?

‘Anderen hebben me geholpen, ik heb veel therapieën gedaan. Toen ik begin 30 was, twijfelde ik enorm over kinderen krijgen. Ik kwam bij het Itip (Instituut voor toegepaste integrale psychologie, red.) terecht, waar mij werd geleerd anderen meer te vertrouwen. Dan deed je zo’n oefening waarbij je met ogen dicht van de ene naar de andere kant van de zaal werd geleid. Die overgave, ervan uitgaan dat de ander geen gekkigheid uithaalt, stond haaks op mijn gevoel dat je er alleen voor staat.

‘Ik was ook altijd sterk op het hoofd gericht. De focus daarop is iets joods: mensen kunnen al je bezit afnemen, maar niet je kennis. Ik was lang een hoofd op stokjes, erg gericht op controle. Langzaam heb ik geleerd dat los te laten, ook dankzij alternatieve therapieën die op lichamelijkheid waren gericht. Mindfulness helpt me ook, zeker tijdens de lockdown. Ik heb hard aan mezelf gewerkt.’

Wat heeft dat u precies opgeleverd?

‘Wanneer ik nu aan een actie deelneem, bijvoorbeeld voor minderjarige vluchtelingen, en iemand stelt een andere aanpak voor dan kan ik zeggen: heel goed. Humor is belangrijker geworden. Ik zie meer de beperking in van wat ik doe en het absurde van ons bestaan. Ook heb ik geleerd de onvoorspelbaarheid van de ander meer te accepteren. Mensen komen en gaan, er is geen peil op hun handelingen te trekken. Dat stemt onzeker, maar als je goed in jezelf zit kun je daarmee omgaan en kan het ook positief blijken. Het onverwachte kan heel goed uitpakken.

‘Omgekeerd zijn verwachtingen vaak dodelijk voor je plezier in het bestaan. Ik heb veel in mijn leven gedaan, maar de waardering die ik heb gekregen, is beperkt gebleven. Dat zou je dus als een tegenvaller kunnen zien, maar dat is een beoordeling gebaseerd op verwachtingen. Dat moet je dus niet doen. Net zoals je niet moet denken: die kinderen mogen wel eens vaker bellen. Zulk soort denken is een bron van teleurstellingen, dan dreig je wrokkig te worden.’

Bent u uw achterdocht kwijtgeraakt?

‘Wanneer (historicus en schrijver) Rutger Bregman stelt dat ‘de meeste mensen deugen’, vind ik dat schattig, maar zo sta ik er niet in. Bepalend is de context waarin mensen leven. Die moet veiligheid bieden, maar vooral ook het gevoel dat ze worden gezien. Daar draait het altijd om: bij zwarten, joden, homo’s, maar ook bij de rechtse jongeren van Forum voor Democratie – iedereen wil worden gezien. Als we ons daarvoor niet hard maken, krijg je geen gezellige wereld.

‘Ieder mens heeft vervelende, zwarte kanten. Neem de coronatijd: ik bleek ook gevoelig voor een sfeer waarin je van het ene op het andere moment de ander als een risico gaat zien. Zo snel kan het gaan. Mensen zijn heel beïnvloedbaar, zo heeft de geschiedenis ons geleerd. Om te voorkomen dat het met mensen de verkeerde kant opgaat, moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en betrokken blijven. In die zin ben ik een humanist: wij maken zelf onze wereld.

‘Wat ik jammer vind is dat mensen gauw vergeten – de continuïteit van de geschiedenis hapert in zekere zin, dat is doodzonde. Neem de discussie over de identificatieplicht, daarover is in het verleden veel denkwerk verricht, maar daar wordt in het huidige racismedebat helemaal geen gebruik van gemaakt. Dat zegt wel iets over onze cultuur, die enorm op het nieuwe en de toekomst is gericht.’

Hoe kijkt u aan tegen uw sterfelijkheid?

‘De dood zie ik in zekere zin als een verlossing. Niet dat ik in de hemel denk te komen, maar ik heb vaker ervaren dat iets waar je bang voor bent juist positief kan uitpakken. Zoals die keer dat ik achter mijn geliefde Hans aanrende en daarmee afstand van mijn vader nam. Dingen gaan vaak anders dan we denken. Ik vermoed dat de dood ook rust kan brengen. Misschien dat je je op zo’n moment één kunt voelen met alles, dat je samenvalt met alles wat om je heen is. Dan is het een verlossing van de strijd die je op aarde hebt moeten leveren.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden