ColumnDirk Poetst

Ik zeg dat ik diep onder de indruk ben van haar zorgzaamheid. ‘Het is niet anders’, reageert ze nuchter

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Ik bel aan bij het appartementencomplex, de deur klikt open en ik stap in een ruime hal. De tussendeur blijft gesloten. Ik loop naar buiten en bel opnieuw aan. Dit proces herhaalt zich drie keer. Net als ik op het punt sta de zorgorganisatie te bellen – mijn werkbriefje vermeldt geen telefoonnummer van mijn cliënt – komt een bewoner naar buiten en houdt de tussendeur voor mij open.

Boven word ik lachend begroet door mevrouw; ze is nog steeds niet gewend aan de intercom, bekent ze. De woning is nieuw en oogt spic en span. Ik mag de ramen lappen. En of ik dan meteen de glazen afrastering van het balkon wil meenemen. Een half uurtje later sta ik met mijn jas aan buiten in de kou te zemen. April doet wat hij wil.

Als ik terug ben in de woonkamer komt meneer, een boom van een kerel, binnenrijden in zijn rolstoel. Ik word voorgesteld. Het spraakvermogen van meneer is zeer beperkt, hetgeen hij tracht te compenseren met volume. Zo nu en dan herken ik een enkel woord, maar dat zijn er te weinig voor een gesprek. De situatie is ongemakkelijk. Gelukkig voelt mevrouw dit aan en krijg ik een volgende taak toebedeeld. Ik glimlach verontschuldigend en ga aan de slag in de brandschone badkamer. Daar hoor ik mevrouw roepen dat ze meneer even naar de fysiotherapeut brengt. Ze is zo weer terug.

Wat later drinken mevrouw en ik koffie aan de eettafel. Het beeld dat ik van het echtpaar heb getracht te vormen, blijkt van geen kant te kloppen. De recente beroerte die ik had bedacht als oorzaak voor meneers handicap, blijkt een hersenvliesontsteking van dertig jaar geleden. Meneer was op een dag eerder thuisgekomen van zijn werk met hevige hoofdpijn. Een half jaar ziekenhuis en een klein jaar revalidatie volgden. Sindsdien staat het leven van mevrouw volledig in het teken van haar man. Ik zeg dat ik diep onder de indruk ben van haar zorgzaamheid. ‘Het is niet anders’, reageert ze nuchter. ‘En voor alle duidelijkheid, ik versta elk woord dat hij zegt, hoor.’

We hebben het over de fraaie nieuwbouw in haar buurt. Het complex waarin ze woont is eigenlijk bedoeld voor 60-plussers, legt ze uit. ‘maar de jonge gezinnen rukken op.’ Jammer, vindt ze, ‘want je ziet ze nooit.’ Ik grijp de gelegenheid aan om mijn beklag te doen over de expats in mijn eigen buurt. Alleen met mijn Zwitserse buurvrouw heb ik nog weleens een gesprekje op het balkon, verduidelijk ik. ‘Als ze maar niet jodelt’, reageert mevrouw onmiddellijk. Ik schiet in de lach, en zeg dat ik daar, mits gedoseerd, geen enkel bezwaar tegen zou hebben. Dat is ze wel met me eens. ‘Heb je toch ook een beetje een vakantiegevoel’, vult ze aan.

Terwijl mevrouw haar man ophaalt, zuig ik nog snel de woonkamer. We nemen afscheid en ik wens mevrouw gezellige nieuwe buren, het appartement naast dat van haar staat leeg. Meneer zwaait enthousiast vanuit zijn stoel en roept iets. Vriendelijk zwaai ik terug.

’s Avonds vraag ik aan mijn vriendin hoelang wij onder dergelijke omstandigheden zouden standhouden. ‘Een week’, is haar besliste antwoord. ‘Misschien twee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden