InterviewMarcel Hensema

‘Ik wil mensen graag laten lachen maar ook... ja, een beetje zachter maken’

Marcel Hensema: ‘Ik heb tussen de sta­caravans gespeeld, bij een hoogleraar in z’n bibliotheek en aan de rand van een privézwembad.’ Beeld Frank Ruiter
Marcel Hensema: ‘Ik heb tussen de sta­caravans gespeeld, bij een hoogleraar in z’n bibliotheek en aan de rand van een privézwembad.’Beeld Frank Ruiter

Marcel Hensema (50) speelde de hoofdrol in de tv-serie Hollands Hoop en toerde pre-corona door het land met zijn solo Alles in de hens. Die voorstelling is nu ingrijpend bewerkt voor tv en vrijdagavond te zien op NPO 3.

Fokke Augustinus in Hollands hoop of Marcel Hensema in Alles in de hens?

‘Ja, die zijn me allebei even dierbaar. Hoe vaak krijg je de kans om de hoofdrol te spelen in een grote tv-serie, met een script als een pageturner, die zich afspeelt op je geboortegrond? De rol van Fokke Augustinus was echt mooi gelaagd, en zo geschreven dat er voor mij veel te spelen viel. Dat het nu klaar is, is goed voor de serie, maar het was ook wel het einde van een tijdperk.

‘De hoofdpersoon in Alles in de hens staat dichter bij mezelf, omdat die solo natuurlijk grotendeels uit mijn eigen koker komt. Hij gaat over een man in een midlifecrisis, en ik heb een paar jaar geleden zelf ook zo’n fase doorgemaakt. Dat was een periode waarin ik even wat minder werk had. Ik voelde me nutteloos, overbodig en niet gezien, en ik werd bozig en klagerig. Heel vervelend, want zo wil ik helemaal niet zijn. Dus toen ben ik met iemand gaan praten en ik ben gaan wandelen, vooral dat laatste trok me uit mijn dal. Sinds corona hebben meer mensen dat ontdekt, haha.’

Alles in de hens: autobiografie of fictie?

‘Het is losjes gebaseerd mijn eigen ­ervaringen, maar grotendeels gefictionaliseerd door mijn vaste schrijver Rik van den Bos. Dit is mijn vierde solo en hij heeft ze allemaal geschreven. We kunnen samen heel fijn werken.

‘Rik weet knap de poëzie van het ­alledaagse te vatten en dat met veel humor op te schrijven. Hij kijkt vol mededogen naar de wereld, zonder dat het een softie is. Wat hij schrijft, is én heel volks, én poëtisch, én filosofisch, én heel erg met de poten in de klei. Dat vind ik zo knap.

‘Ik wil mensen graag laten lachen maar ook... ja, misschien een beetje zachter maken met mijn voorstellingen. Als dat lukt, is dat mede dankzij hem. Het applaus mag dan naar mij gaan, maar zonder hem waren die ­solo’s er niet geweest.’

Solo of samen?

‘Als freelanceacteur heb ik een paar keer bij grote gezelschappen gespeeld. Toen was ik vaak te plichts­getrouw en probeerde precies te doen wat een regisseur vroeg, waardoor ik mijn eigenheid verloor en als een natte krant stond te spelen. Daar werd ik niet gelukkig van. Maar met die solo’s heb ik mijn spelplezier en zelfvertrouwen teruggevonden, niet in de laatste plaats dankzij regisseur Ola Mafaalani.

‘De eerste, Mijn Ede, over de Groningse zanger en dichter Ede Staal, maakten we in 2014 in een piepklein zaaltje voor zeventig man en die heb ik uiteindelijk gespeeld in een vol Carré. Met die voorstelling heb ik een groot nieuw publiek bereikt van mensen die normaal niet naar het theater gaan.

‘Ik speel altijd heel erg met de zaal en haal vaak ook mijn technicus op toneel, dus het voelt nooit echt alleen. Maar af en toe denk ik: ik zou wel weer eens met iemand samen willen spelen.

‘Ik ben alleen in geen tien jaar tijd voor een fatsoenlijke rol bij een groot gezelschap gevraagd. Misschien omdat ik overal een beetje tussendoor glip: wat ik maak is geen toneel, geen cabaret, geen kleinkunst, het zit er tussenin. Daardoor heb ik het gevoel dat ik nergens echt bij hoor. Soms mis ik dat teamgevoel wel.’

Mijn Ede spelen in een volle schouwburg of bij mensen thuis in de woonkamer?

‘Dat laatste! Vorig jaar maart was ik net op een korte tournee gegaan met ­Alles in de hens, en had ik gelukkig net quitte gespeeld toen het land plat kwam te liggen. Zat ik opeens thuis. Maar van die kleine crisis eerder heb ik wel geleerd dat ik gewoon bezig moet blijven.

‘Dus toen ben ik Mijn Ede gaan ­spelen bij mensen thuis, in tuinen, keukens en woonkamers. En dat ging echt van volksbuurt naar villawijk en terug: ik heb tussen de sta­caravans gespeeld, bij een hoogleraar in z’n bibliotheek en aan de rand van een privézwembad. Het decor past in de achterbak, voor die voorstelling heb ik alleen een krukje en een elektronische piano nodig, that’s it. Zo heb ik ­tussen maart en juni een stuk of dertig voorstellingen gespeeld. En ik heb nog steeds een wachtlijst van 150 man.

‘Ik vond het geweldig. Mensen zitten gewoon thuis, op dezelfde bank waar ze elke avond voor de tv zitten, maar ineens staat Hensema daar en begint te zingen. Dan wordt die vertrouwde woonkamer opeens een heel andere wereld. Van tevoren was ik bang dat het ongemakkelijk zou worden, want als ze het niks vinden kunnen ze zich nergens achter verstoppen, maar dat is nooit gebeurd.’

Winschoten of de Wicklow Mountains?

‘In die Wicklow Mountains, in de buurt van Dublin, ben ik gaan wandelen toen ik in die dip zat. Daar vond ik totale rust, alleen in de natuur. De stilte, de leegte, in je eentje in een tent op een berg, fantastisch. Daar hou ik ontzettend van. Het is goed voor je hoofd.

‘Winschoten is het andere uiterste, daar ben ik geboren en al mijn familie woont er. De provincie Groningen, dat is thuis. Ik ken er iedereen en de lijnen zijn kort. Ik sta daar net zo makkelijk te praten met de tuinman als met de commissaris van de Koningin. Dat komt elkaar allemaal tegen.

‘Vlak voor corona hebben mijn vrouw en ik er een stukje grond gekocht, om er een huis op te bouwen. Maar dat lukt nog even niet, want dit jaar had ik opeens al mijn spaargeld nodig. Wie heeft er nou genoeg geld liggen om een jaar van te leven?

‘Maar het goeie is, en dat vind ik ook wel weer mooi aan deze crisis, dat ik nu bezig ben met allemaal inventieve, duurzame plannen rond dat huis. En zo heb ik meer creatieve initiatieven ontplooid. Noodgedwongen, want ik had maar een maandje Tozo ofzo, en daar kan de schoorsteen niet van roken. Maar daardoor is de ondernemer in mij wakker geworden, en dat is eigenlijk heel erg leuk.’

Acteur of ondernemer?

‘Als zelfstandig acteur ben je altijd een beetje ondernemer, want je hebt je eigen winkeltje. Maar dat werd dit jaar bij mij wel heel letterlijk realiteit.

‘Met Kerst zou ik mijn derde solo, Mijn vrede, spelen in Martiniplaza. In die voorstelling tover ik op toneel een sterrenhemel tevoorschijn, nadat ik heb verteld dat mijn ouders vroeger een snackbar hadden in Sappemeer. Daar verkochten ze ook eierballen, zo’n Groningse snack, een soort bitterbal met een ei erin. Toen bedacht ik: als die sterrenhemel nou bestaat uit kerstballen in de vorm van disco-eierballen, dan kunnen de toeschouwers aan het eind op toneel zo’n kerstbal uit de hemel plukken, en meenemen naar huis, voor een tientje. Een heus rekwisiet uit de voorstelling, maar ook gewoon een mooie kerstbal.

‘Dus ik heb die kerstbal ontworpen en iemand gevonden om ze te fabriceren, de dozen stonden hier tot aan het plafond. En toen gingen de theaters weer dicht. Zat ik hier met dozen vol eierballen. Mijn vrouw maakte algauw duidelijk dat zij ze niet in huis wilde hebben, dus toen ben ik met een kraam op de Groningse markt gaan staan.

‘Dat was zo’n hit dat ik uiteindelijk een webshop ben begonnen en toen was ik alle 1.500 ballen in één dag kwijt. Mijn technicus heeft ze helpen inpakken en mijn productieleider heeft de hele logistiek van het versturen gedaan. Heel fijn, zo hadden zij ook weer even iets te doen.’

Liever spelen voor Amsterdams of voor Gronings publiek?

‘Ja, jij noemt het ‘Gronings publiek’, alsof dat iets uitzonderlijks is, maar eigenlijk is dat gewoon het Nederlandse publiek. Het publiek in ­Winschoten is niet anders dan dat in Zoetermeer of Harderwijk. En dát is Nederland. Er wordt hier vaak een beetje minnetjes gedaan over de provincie, maar de stad is juist de uitzondering. Amsterdam is een reservaat.

‘Ik ben heel blij dat ik in Amsterdam woon hoor, en ik ben dol op de cultuur hier, maar ik vind bijvoorbeeld de stadsschouwburg de laatste jaren veel te veel een tempel voor de kunstelite. Ik vind de programmering veel te highbrow. Als ik daar in de zaal zit, herken ik mezelf nauwelijks. Terwijl: dat zou een gebouw voor ­iedereen moeten zijn.

‘Begrijp me niet verkeerd: ik ben een enorme voorstander van kunstsubsidies en het gesubsidieerde ­toneel. Maar met subsidiegeld moet zorgvuldig worden omgesprongen. Theater gaat niet om dikbetaalde ­directeuren of dure decors; het ­publiek, waar dan ook, wil gewoon mooie verhalen horen.’

Alles in de hens van Marcel Hensema in regie van Dana Nechustan. 9 april, 23.00 uur, NPO 3. Daarna terug te zien op NPO Plus.

Marcel Hensema

1970 Geboren in Winschoten

1995 Afgestudeerd aan Toneelacademie Maastricht

1995-heden Speelt in dertig films, twintig theaterproducties en vijftig tv-series in Nederland en Duitsland

2007 Gouden Kalf voor de rol van Koos van Dijk, manager van Herman Brood, in de film Wild Romance

2013 Eerste solo Mijn Ede bij het Noord Nederlands Toneel

2014-2020 Speelt de hoofdrol van Fokke Augustinus in drie seizoenen Hollands hoop. Nominatie Gouden Kalf voor Beste acteur

2015 Mijn Tweede, ontvangt de K. ter Laan Prijs

2016 Speelt prediker Jozef Mieras in Knielen op een bed violen, bekroond met een Gouden Kalf voor Beste mannelijke bijrol

2017 Mijn vrede

2019 Alles in de hens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden