InterviewJeangu Macrooy

‘Ik wil meer zijn dan een artiest die leuke liedjes speelt, ik wil mensen een verhaal vertellen en ze daarmee raken’

null Beeld Isabelle Renate la Poutré
Beeld Isabelle Renate la Poutré

Jeangu Macrooy deed in Suriname alles samen met zijn tweelingbroer. Tot hij op zijn 20ste in zijn eentje naar Nederland vertrok om zijn muzikale droom na te jagen. Nu vertegenwoordigt hij Nederland op het Eurovisie Songfestival. ‘Ik moest van hem weg om mezelf te vinden.’

Hij was er zeven minuten eerder dan zijn broer Xillan, 27 jaar geleden. Het tweetal groeide op in een blauw, flamboyant huis met een sobere inrichting in Tourtonne, een wijk in Paramaribo. ‘Als tweeling word je geboren met je beste vriend’, vertelt zanger Jeangu Macrooy terwijl hij, gezeten in het Amsterdamse appartement waarin hij met zijn vriend Sebas woont, door zijn jeugdfoto’s bladert en smaakvol vertelt over de bananen, mango’s, avocado’s, papaja’s en Surinaamse kersen die ze als tussendoortje zomaar uit de tuin konden plukken. ‘Mijn broer en ik hadden altijd elkaar, ik stond er nooit alleen voor, we deden alles samen. Kijk, in dit stapelbed sliepen we. Als het licht uitging praatten en lachten we nog lang door over alles wat we samen hadden meegemaakt en op tv hadden gezien. We droegen ook dezelfde kleding, ik in het blauw en Xillan in het rood. Dat was denk ik een manier om ons uit elkaar te houden, want wij waren echt als twee druppels water. Niet alleen qua uiterlijk, we hadden ook dezelfde talenten en dezelfde passies.’

Jullie gebruikten ook altijd één vel papier, waarbij de een dan van links tekende en de ander van rechts. Zo schreven jullie later ook liedjes. Eerst de één een regel en dan de ander.

‘Ja, we tekenden van boven naar beneden, begonnen met de zon, de wolken en de vogels, daarvan deden we allebei de helft, vervolgens gingen we door naar de boomtoppen en de boomstammen. Zo deden we dat ook met liedjes, dat deden we al toen we een jaar of 15 waren. We maakten sowieso vaak elkaars zinnen af.

‘Het was een onbezorgde jeugd, totdat onze ouders gingen scheiden. 10 waren we. We hebben nooit gemerkt dat het niet goed ging, dus dat was een schok en een keerpunt. Tot die tijd was er nooit gedoe, ruzie, of diep gekwetste mensen, daarna was dat wel anders. Ik las laatst een artikel over kinderen van gescheiden ouders waarin stond dat zo’n scheiding voor veel kinderen hun eerste kennismaking met liefdesverdriet is. Zo voelde het voor mij ook. Gelukkig bleef mijn vader wel in de buurt wonen. Hij is nog altijd met de vrouw voor wie hij mijn moeder verliet.

‘In de tijd van die scheiding ontdekten mijn broer en ik ook het zingen. We gingen bij een jongenskoor en op ons 13de kregen we onze eerste gitaar. Toen wist ik zeker dat ik artiest wilde worden. Ik vertelde dat aan mijn moeder, ze zei dat ik dan eerst naar een conservatorium zou moeten. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar wauw: een universiteit voor muzikanten. Dat is vanaf dat moment altijd mijn doel geweest.’

Gingen je broer en jij daar ook weer samen naartoe?

‘Ja, na het vwo hebben we ons daar allebei aangemeld. Op ons 15de zijn we een bandje begonnen, Between Towers, omdat we allebei zo lang zijn. Op een gegeven moment waren we een redelijk bekend duo in Suriname. We hebben een reclame gedaan die door vrij veel mensen is gezien, waren meerdere keren op televisie en radio geweest, dus zeker als we samen waren werden we op straat geregeld herkend. De zingende tweeling, dat onthouden mensen wel.’

Toch besloot je na twee jaar conservatorium in je eentje naar Nederland te gaan. Hoe ontstond dat idee?

‘Het conservatorium was heel tof in de zin dat het alle muzikale culturen uit Suriname bij elkaar bracht, maar ik was vooral gericht op popmuziek. Ik wilde bovendien graag zelf muziek schrijven en dat vak hadden ze daar niet. Daardoor had ik het gevoel dat ik er mijn ei niet helemaal kwijt kon. Ik wilde kijken of ik kon tippen aan de grote artiesten tegen wie ik opkeek, kijken of ik die droom echt waar kon maken. En dan moet je daar weg. Amerika was te duur, dus Nederland was de meest logische optie. Xillan en ik zijn toen twee maanden naar Nederland op vakantie geweest en hebben hier verschillende conservatoria bezocht, we wilden ons een beetje oriënteren. Eenmaal terug in Suriname ben ik meteen begonnen met het schrijven van brieven en het maken van demo’s. Ik kon alleen nog maar denken: oh, ik wil echt naar Nederland toe! Maar ondertussen bleek dat Xillan daar nog niet klaar voor was. Toen heb ik voor het eerst van mijn leven een beslissing genomen voor mezelf. In mijn eigen belang heb ik gekozen voor wat ík wilde en niet voor wat wij wilden. Dat zie ik nog steeds als de belangrijkste beslissing van mijn leven. Het was een enorme sprong in het diepe.’

Kun je je het moment nog herinneren dat je tegen je broer zei dat je zonder hem zou gaan?

‘Dat is niet echt een moment geweest. Ik denk dat hij het gaandeweg wel merkte, want ik was er heel druk mee bezig. We hebben er ook wel een paar aanvaringen over gehad. Ik had het gevoel dat hij me egoïstisch vond. Het is normaal om als individu keuzen te maken voor jezelf, maar als je als tweeling zo met elkaar verweven bent, is dat gewoon lastig. Het afscheid was ook pijnlijk, we hadden tot dat moment altijd alles samen gedaan.’

null Beeld Isabelle Renate la Poutré
Beeld Isabelle Renate la Poutré

Waarom was Xillan er nog niet klaar voor?

‘Ik heb geen idee, hij had gewoon meer tijd nodig. Het is ook niet makkelijk om die stap te nemen. Mijn ouders hadden geen geld om het te betalen. Ik heb het uiteindelijk door crowdfunding voor elkaar gekregen. Ik had 15 duizend euro nodig en dat is een astronomisch hoog bedrag in Suriname. Als je daar een goed salaris hebt, verdien je misschien 450 euro per maand.’

Hielp je broer je met die crowdfunding?

‘Ja, we hebben samen concerten gegeven en ik heb mijn zelfgemaakte schilderijen verkocht, daarin steunde hij me. Ik weet niet, misschien dacht hij dat het niet echt ging gebeuren, dat ik niet serieus was. Het was gewoon voor het eerst dat we niet hetzelfde wilden, voor het éérst...’

Heeft hij je wel naar het vliegveld gebracht?

‘Ja, dat was het heftigste moment, daar afscheid van hem nemen was heel emotioneel. Tegelijkertijd was het ook bevrijdend voor mij. Het was eng, maar ik had ook veel behoefte een nieuw avontuur te beginnen, me echt op mijn dromen te storten.’

Je vader had daarover weleens zorgen. Hij vond dat je soms een beetje te groot droomde. Je jeugdvriend Jamey zei dat de meeste Surinaamse ouders niet willen dat hun kinderen hun kop boven het maaiveld uitsteken. Dat heeft volgens hem alles te maken met het recente verleden, de staatscoup, de Decembermoorden en de angst die daaruit voortvloeide. ‘Er wordt ons geleerd niet te veel te dromen’.

‘Het klein houden inderdaad. ‘Als je naar het buitenland gaat, zijn er duizenden zoals jij, dan ben je echt niet zo bijzonder’, is een waarschuwing die ik veel heb gehoord. Niet van mijn moeder overigens, die steunde mij, maar over het algemeen was de teneur: blijf maar lekker hier en ga iets studeren zodat je dokter of chemicus wordt. Het heeft lang geduurd voordat ik hardop durfde te zeggen dat ik artiest wilde worden.

‘Wat ook heeft meegespeeld in mijn beslissing naar Nederland te gaan is mijn homoseksualiteit. In Suriname heerst een machocultuur. Die is beklemmend. Ik heb nooit de ruimte gevoeld me veilig te uiten, wat als tiener best eenzaam is. Pas in Nederland kreeg ik mijn eerste romantische contacten. Toen was ik 20, dus ik heb daar lang op gewacht.

‘Ik heb het aan mijn moeder verteld toen ik 17 was, aan Xillan op mijn 18de en aan een van mijn beste vriendinnen toen ik 20 was, verder niet. De cultuur was om denigrerend en negatief over homo’s te spreken. Ik zag ook geen voorbeelden in de Surinaamse media van mensen die uit de kast waren gekomen en die het publiekelijk hadden over hun seksualiteit. Daarom deelde ik het niet met vrienden, uit angst te worden afgewezen.’

Waarom heb je het je tweelingbroer een jaar later verteld dan je moeder?

‘Goede vraag, dat weet ik eigenlijk niet. Ik dacht dat hij het wel wist zonder dat ik het letterlijk zei. Op mijn 18de heeft hij, terwijl ik sliep, een briefje voor me neergelegd waarop hij had geschreven dat hij biseksueel is. Toen ik dat vond ben ik meteen naar hem toe gegaan. ‘Oh my God, ik val ook op mannen!’, riep ik enthousiast. Maar hij was daar helemaal niet zo blij mee. Had hij eindelijk eens wat voor zichzelf, waren we hierin óók weer hetzelfde. Terwijl ik juist zo opgelucht was, want nu konden we het er met elkaar over hebben! Maar hij wilde er niet over praten, daar was hij nog niet klaar voor. Dat was een muur waar ik tegenaan liep. Ik vond het jammer, want daardoor is het best lang een onderwerp gebleven waarover we het niet hadden met elkaar, terwijl we wisten dat we diezelfde ervaring deelden. Maar goed, ik begreep het ook wel toen hij later zei: het kwam gewoon te dichtbij en we deelden al zoveel.’

Hoe was het voor je ouders twee zonen te hebben die op mannen vallen?

‘Mijn moeder heeft er nooit enig probleem mee gehad, met mijn vader heb ik het er nooit over gehad. Ik weet wel dat hij niet helemaal vrij was van de machocultuur in Suriname, ik mocht bijvoorbeeld niet op balletles van hem. Maar toen hij in Nederland bij mij en Sebas kwam logeren, liet hij duidelijk merken dat het voor hem de normaalste zaak van de wereld is dat ik met een man samenwoon. Hij appte daarna ook hoe trots hij was op hoe we het voor elkaar hadden. Hij is er alleen de man niet naar om uitgebreid over dat soort dingen te praten.

‘In het vliegtuig naar Nederland heb ik besloten om tegenover alle nieuwe mensen die ik vanaf dat moment ging ontmoeten meteen open te zijn over mijn homoseksualiteit. Ik weet nog goed hoe fijn en bevrijdend het voelde om uit de kast te zijn. Voor het eerst ging ik op dates, via Tinder heb ik toen vrij snel Sebas ontmoet. Mijn eerste Gay Pride was ook zo fantastisch, zoiets had ik nog nooit in Suriname gezien. Het is nog altijd een van de allermooiste herinneringen die ik aan Nederland heb. Je wordt geaccepteerd en viert het anders-zijn met een hele stad, dat gaf me zo’n goed gevoel! Alsof het daar in Amsterdam een grote familie was.’

Maar je ging in Hengelo wonen.

‘Ja, vanaf daar reisde ik naar het conservatorium in Enschede. Ik had ook in Amsterdam auditie gedaan, maar die ging niet zo lekker. En ik kende Nederland niet, dus ik wist niet dat Enschede een kleine stad was. Via via kwam ik bij een gezin in Hengelo terecht dat kamers verhuurde aan studenten. Dat was heel fijn, daardoor heb ik me nooit alleen gevoeld, er werd gekookt, er werden boodschappen gedaan, dus het was niet alsof ik alles ineens zelf moest doen.’

Sebas vertelde dat je geen geld had om met het OV te gaan, en door sneeuw en hagel elke dag naar school fietste, wat nog best pittig was als je geen kou bent gewend.

‘Ja, dat was echt heel koud, maar alles was al zo duur geweest, dus ik had geen geld om elke dag de trein te pakken. Maar daarna is het heel snel gegaan. Aan het einde van mijn eerste jaar ontmoette ik mijn producer en manager Pieter Perquin van Perquisite. Het jaar erop kwam mijn eerste EP uit, en al vrij snel daarna kon ik volledig onafhankelijk mezelf verzorgen. Na het derde jaar ben ik ook gestopt met mijn opleiding, er lagen zoveel kansen die ik wilde grijpen.’

Je broer zei dat jullie die eerste twee jaar niet veel contact hadden.

‘Dat klopt. Als we elkaar al even aan de telefoon hadden, dan was dat niet intens. Ik denk dat we die afstand op dat moment allebei nodig hadden. Om onze eigen identiteit te ontwikkelen. Het is gewoon moeilijk als de persoon met wie je elke dag alles deed ineens niet meer naast je is.’

Het was voor hem een ingewikkelde, intense periode, vertelde hij.

‘Ja, je bent voor je gevoel uit balans. Want het was meer dan alleen maar muzikaal dat we elkaar aanvulden, dat gold voor onze hele persoonlijkheid. Als een van ons iets eng vond om te vragen, deed de ander het wel. Als de een iets spannend vond om te doen, nam de ander het voortouw. We waren volledig symbiotisch, een eenheid, en toen ineens niet meer. Maar op een gegeven moment merkte ik, net als hij, dat het fijn is om een individu te zijn en om niet alsmaar terug te vallen op iemand anders. Je moet leren vertrouwen op jezelf. Dan pas kun je echt ontdekken wie je bent zonder dat iemand je aanvult of jouw zwakkere kant kan verhullen of maskeren. Eigenlijk begon onze band pas weer toen hij twee jaar later naar Nederland kwam om het conservatorium in Amsterdam te gaan doen. Toen zijn we weer dichter bij elkaar gekomen.’

null Beeld Isabelle Renate la Poutré
Beeld Isabelle Renate la Poutré

Je eerste single, Gold, schreef je toen je net in Nederland woonde en al wandelend over de Amsterdamse grachten zag hoe rijk Nederland was. Gold, gold. Everywhere I go I see gold. Was dat een cultuurshock voor je?

‘Ja, in Gold zing ik over dat contrast. Het viel me op dat mensen zich niet bewust waren van hoe goed je het hebt als je hier woont en kunt genieten van alle privileges. Tuurlijk zijn hier ook mensen die het niet goed hebben, maar ik denk dat we over het algemeen niet mogen klagen over de welvaart die we hier genieten, terwijl een deel van die rijkdom gebaseerd is op het koloniale verleden. Dat was voor mij wel een cultuurshock.’

Na Gold ging het snel met je carrière. Toch hoorde ik jou in een interview zeggen dat je goed weet hoe het is om te verliezen. Waar doel je dan op?

‘Dat gevoel komt vooral voort uit de tijd dat ik als tiener twee keer auditie heb gedaan voor een talentenjacht en beide keren niet verder kwam dan de eerste ronde. Ik kon wel zingen, maar het optreden vond ik eng. Ik was ook erg teleurgesteld dat ik voor de tweede keer was genomineerd voor een Edison en weer niet won. Dat vond ik stom van mezelf, want dat staat het genieten in de weg. Dus toen heb ik besloten dat ik niet per se erkenning of een prijs nodig heb om dat te doen waarvan ik hou, namelijk mooie dingen maken. Zo sta ik er nog steeds in.’

‘Het heeft bij mij tijd gekost me helemaal vrij te voelen op het podium. Ik was buiten het podium een enorm stille willie, en nog steeds ben ik introvert als ik niet optreed. Toen ik de eerste keer werd benaderd voor het Eurovisie Songfestival, in het jaar dat Duncan Laurence het is gaan doen, heb ik om die reden ook gezegd dat ik me er nog niet klaar voor voelde. Ik wilde eerst meer meters maken voordat ik aan zoiets groots zou beginnen. In 2019 was dat zover, toen heb ik een nummer ingezonden en ben ik het geworden. Toen ik dat hoorde, stuiterde ik door mijn woonkamer en heb ik mijn vriend duizend confettikanonnetjes geappt. Daarna heb ik meteen mijn moeder en mijn broer gebeld.’

Je broer vertelde dat hem in interviews weleens wordt gevraagd hoe het is om in de schaduw van zijn broer te staan. Hij vond dat een rare vraag, dat gevoel had hij nooit. ‘De zon schijnt altijd waar ik ben’, zei hij. En als tweelingbroer voelde hij nooit jaloezie. Jullie droomden er samen van om als muzikant door te breken, jij bent een deel van hem, dus voor een deel is die droom nu uitgekomen. Voelde jij je desondanks weleens bezwaard naar hem? Jij schittert zometeen op het Songfestival, terwijl hij, in ieder geval in de clip, in jouw achtergrondkoor staat.

‘Ik voel me niet bezwaard, en ik heb ook nooit iets van jaloezie gemerkt. Ik denk dat we allebei oprecht fan zijn van elkaar. Hij is vorig jaar afgestudeerd aan het conservatorium, doet nu zijn master en maakt mooie dingen met zijn band. Ik zou ook met alle liefde in zijn achtergrondkoor staan. Ik heb vanaf het begin gedacht: ik wil dat succes delen, samen met mijn broer, en met een van mijn beste vriendinnen, Mliaisa.’

Door corona ging het songfestival vorig jaar niet door en kwam je liedje Grow te vervallen. Nu zing je Birth of a New Age. Slaat dat op de ontwikkeling die je zelf hebt doorgemaakt?

‘Heel erg. Grow ontstond in een periode dat ik in een dip zat. Ik was 25 en belandde in een soort quarterlifecrisis, denk ik. Ik dacht dat ik het op die leeftijd allemaal wel zou weten, maar er was geen kompas dat me de weg wees naar geluk. Ik was altijd optimistisch van aard, maar ik heb me toen acht maanden lang down gevoeld. Het nummer Grow ging over het kantelpunt dat ik na die dip beleefde. Op een gegeven moment accepteerde ik dat die downs ook bij het leven horen en ging het weer beter.

‘Het had er denk ik ook mee te maken dat ik sinds mijn komst naar Nederland heel druk ben geweest en nooit een stapje terug heb gedaan. Ik had het idee dat ik altijd aan moest staan en altijd blij moest zijn. Je hebt het succes dat je zo graag wilde, dacht ik, dus dan mag je je nu niet verdrietig voelen. Als ik me even niet blij voelde, kreeg ik meteen een schuldgevoel dat ik overschreeuwde door te doen alsof het wel goed ging. Dat kostte alleen nog maar meer energie, waardoor ik steeds vaker oververmoeid instortte als ik thuis was.

‘Ik vond het ook vermoeiend om steeds met mezelf bezig te zijn. Je bent constant bezig met praten over jezelf, met kijken naar jezelf, met luisteren naar jezelf. Welke foto doen we op de cover? Interviews teruglezen, optredens terugkijken. Als ik nu vrij heb, wil ik echt even niets lezen over mezelf en niets van mezelf zien.’

Even op vakantie van jezelf.

‘Precies! Op vakantie van de artiest Jeangu. In het begin was ik ook actief op sociale media. Elke dag iets posten, overal op reageren, zodat het aantal volgers groeit. Nu denk ik: ik word sowieso niet gelukkig van sociale media. Je bent toch aan het concurreren met mensen die er hun beroep van hebben gemaakt, de influencers, en het kost veel tijd en energie om dat te evenaren. Ik deel nu alleen iets wanneer ik iets te delen heb.’

Heeft die dip misschien ook te maken met een zwart gat waarin je terechtkwam? In Suriname droomde je groot, en dan komt die droom ineens best snel uit.

‘Ja, misschien wel. Veel van wat ik voor me zag als tiener had ik ineens bereikt. Ik ben ook anders tegen die droom gaan aankijken. Het punt aan de horizon is nog niet bereikt, ik droom nog altijd van een internationale carrière, maar het gaat me nu veel meer om dat ik mezelf als artiest wil verdiepen in plaats van dat ik per se in steeds grotere zalen wil staan. Ik wil meer zijn dan een artiest die leuke liedjes speelt, ik wil mensen een verhaal vertellen en ze daarmee raken.

‘Die ontwikkeling zie je ook als je mijn twee liedjes voor het Songfestival vergelijkt. Grow ging over mij, over mijn worsteling, en Birth of a New Age is bedoeld als empowerment. Want we hebben allemaal een heftig jaar gehad. Dan kun je om je heen kijken en denken: o, er is zoveel spanning in de wereld, zoveel gedoe, zoveel onrecht, zoveel wat nog niet klopt. Maar ik kijk om me heen en zie allemaal mensen die de moed en de kracht hebben gevonden om voor zichzelf op te komen, om hun stem te laten horen. Of het nou gaat over Black Lives Matter, de queer-community, de #MeToobeweging, of wat dan ook. Ik vind het tof dat we leven in een tijd waarin mensen dingen niet meer wegslikken, maar roepen: ik verdien het om gezien en gerespecteerd te worden. Daar gaat dit nummer over. We moeten ruimte geven aan elkaar, en niet doen alsof dat gelijk ruimte van jou wegneemt. Kijk naar mijn broer en ik, als we elkaar de ruimte niet hadden gegeven, hadden we ons niet kunnen ontwikkelen tot waar we nu zijn. Dus wees niet bang, vertrouw op een goede afloop. Dat is mijn boodschap als ik op het Songfestival sta. Het wordt tijd om die nieuwe tijd te vieren.’

CV Jeangu Macrooy

6 nov 1993 Geboren in Paramaribo, Suriname

2011-2013 Met zijn tweelingbroer Xillan vormt hij de band Between Towers

2013 Hun eerste en enige album Stars On My Radio verschijnt

2012-2014 Conservatorium van Suriname

2014-2017 ArtEZ Popacademie in Enschede, niet afgemaakt

2015 Tekent bij Perquisites label Unexpected Records

2016 Debuut-EP Brave Enough, met daarop zijn eerste single Gold. Het nummer werd gebruikt voor een reclame voor de HBO-serie Game of Thrones. Jeangu wordt door radiozender 3FM uitgeroepen tot Serious Talent en ontvangt een Edison-nominatie als Beste nieuwkomer

2017 Toert door Nederland met zijn eerste clubtour, speelt op Noorderslag, North Sea Jazz en Lowlands. High on You genomineerd voor Edison in categorie Beste Album 2017

2018 Speelt de rol van Judas in The Passion

2019 Tweede album Horizon

2020 Theatertour wordt vanwege corona gecanceld, zo ook zijn deelname aan het Eurovisie Songfestival met het nummer Grow

2021 Eurovisie Songfestival met het nummer Birth of a New Age

Jeangu woont samen met Sebas van der Sangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden