Interview

'Ik weet niet meer hoe de echte wereld eruitziet'

Daan Heerma van Voss interviewt mensen die werkloos zijn geworden. Annemarije van Rossum stopte met haar hbo-studie en haar bijbanen voor een leven als professioneel rugbyster. Ze heeft geen idee meer hoe de echte wereld eruitziet.

Annemarije van Rossum: Alle begin is moeilijk. Het is een ander plaatje, dat geef ik toe. Een stapje terug. Ik zal mijn trots uit andere dingen moeten halen.' Beeld Ivo van der Bent / de Volkskrant

Af en toe zegt iemand op de club het nog. 'Ik heb met je vader gespeeld.' De vader van Annemarije van Rossum (1989), Willem van Rossum, was ook rugbyer, op hoog clubniveau. Zij was 4 jaar toen hij overleed. 'Een echte krachtpatser. Op een gegeven moment was hij officieel de sterkste man van Sassenheim. Hij verdiende wat extra's door telefoonboeken te scheuren of een vrachtwagen voort te trekken.' Op de muur van het Nederlands Rugby Centrum, in Amsterdam Geuzenveld, hangt een bordje met strijdkreten: integriteit, passie en plezier, kameraadschap, discipline en respect. Beatboxende rugbysters druppelen binnen. Een speelster vraagt: 'Was het trouwens nog wat, die wedstrijd tegen Oezbekistan?'

Oorspronkelijk was ze een turnmeisje. Totdat haar stiefvader haar rond haar 10de verjaardag vroeg of ze niet eens rugby wilde proberen. 'Lekker buiten.' Van Rossum, opgegroeid met drie broers, bleek uitermate geschikt voor de fysieke sport. Op haar 17de werd ze voor het eerst gevraagd voor het Nederlandse team. In die beginjaren durfde niemand te dromen van een carrière als professioneel rugbyer. Totdat het team in 2009, tegen alle verwachtingen in, Italië versloeg in de wedstrijd om een ticket naar het WK in Dubai. Rugby kreeg de A-status, de sporters kregen subsidies en Van Rossum groeide met de sport mee. In 2013 werd ze uitgeroepen tot Nederlands Rugbyster van het Jaar.

In 2014 schreef ze zich in voor Goud op de werkvloer, een door het NOC*NSF gefinancierd programma van Randstad, met als doel topsporters de weg naar de arbeidsmarkt te laten (her)vinden. 'Ik ken mijn kwaliteiten in het rugby', zegt ze, 'maar nog niet in de echte wereld. Rugby kun je geen werk noemen. Het is zwaar en tijdrovend, zeker, en zoals elke topsporter heb ik de nodige offers gebracht. Ik heb vaak moeten verhuizen, ben vrienden verloren. Je maakt geen deel uit van de maatschappij. Je leeft in een bubbel. Als sporter beteken je iets voor mensen, maar altijd op een indirecte manier. Drie jaar geleden, op mijn 21ste, heb ik de keuze gemaakt volledig professioneel te gaan; mijn hbo-opleiding heb ik laten vallen, met bijbaantjes ben ik opgehouden. Een beetje roekeloos, ja. Maar in die tijd zat alles mee, en ik dacht alleen maar aan rugby.'

Je wilt niet ophouden met rugbyen, maar wel terug de samenleving in.

'Het geld dat ik met de sport verdien (een stipendium van 1.550 euro per maand, exclusief reiskosten, red.) volstaat, al is het geen vetpot. Het stipendium loopt in principe nog een jaar door en is afhankelijk van zogenaamde prestatiemomenten, zoals het EK. Het rugbybestaan is zo onzeker, over een jaar kan alles anders zijn. Toen ik drie jaar geleden de keuze maakte voor een rugbyleven, had ik het idee dat ik altijd terug zou kunnen naar de echte wereld. Inmiddels weet ik niet meer hoe die echte wereld eruitziet.

'Een vriendin van mij, ook een topsporter, stelde me destijds gerust: uitzendbureaus stonden voor ons in de rij. Drie jaar geleden was dat ook zo. Ik sprak haar een paar maanden geleden en toen zei ze dat het tegenwoordig al een opgave is om iemand achter zo'n loket te spreken te krijgen. Daar schrok ik erg van. Hoewel je als topsporter weinig meekrijgt van de buitenwereld, werd het me ineens duidelijk dat de arbeidsmarkt aan het veranderen is, en dat lang niet iedereen op ons zit te wachten.

'Enkele maanden geleden werd ik gevraagd ambassadeur te worden voor Spieren voor Spieren. Om te beginnen heb ik voicemailberichten ingesproken bij donateurs. Dat was spannend om te doen. Mensen zeiden van tevoren: rustig praten, dicht bij jezelf blijven. Maar als ik dat doe, vergeet ik nog weleens een n - heel Leids. Uiteindelijk ging het goed. Mensen bedanken of ze uit de put praten, ze bijstaan met diëten, gewoon mensen helpen, dat heb ik altijd heel belangrijk gevonden. Ik hoop dat ik daarvan mijn baan kan maken.'

Interviewserie 

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin 'gewone mensen' vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Annemarije van Rossum (1989), in 2013 nog rugbyster van het jaar, leeft van een sportstipendium. Maar ze wil weer terug de samenleving in, om erachter te komen hoe de wereld die ze verliet om te gaan sporten, eruitziet.

Spreek je weleens met ploeggenoten over een leven na of naast de topsport?

'Af en toe geef ik een advies of zeg ik: zou je dat lijntje niet warmhouden? Maar mensen doen dat vanzelf, of niet natuurlijk. Uiteindelijk denkt iedereen vooral aan de volgende wedstrijd. Met mensen die voortdurend praten over noodplannen win je de oorlog niet.'

Je keuze wordt niet gezien als teken van zwakte?

'Ik laat mijzelf niet als zwak beschouwen. Sommigen vinden het apart, dat wel. 2016 wordt een heel belangrijk jaar, we moeten naar de Olympische Spelen. Andere speelsters geven in deze tijden hun werk juist op. Bij mij werkt het andersom. Wanneer de grote toernooien komen, kun je ook de A-status verliezen. Ik denk aan de toekomst in alle mogelijke varianten. Dat geeft me rust. Het is geen teken van bangigheid, maar van ambitie. Er is meer dan alleen topsport. Als je mijn ploeggenoten vraagt naar het leven buiten de sport, zullen ze misschien stoer zeggen: het enige wat telt is rugby. Maar wanneer een dierbare in het ziekenhuis ligt, zijn we allemaal hetzelfde. Dan is het: de eerste trein terug naar huis.'

Had je niet ooit de droom de arbeidsmarkt nooit nodig te zullen hebben?

'Nee, ik wist dat rugby op zeker moment zou ophouden. Nu zit ik steady, eigenlijk ben ik zeker van mijn selectieplaats. Maar op een gegeven moment zul je 30 worden, 32, ineens werkt het lichaam minder mee. Als je dan niets anders kunt dan sporten, wat dan? Dat pijnlijke moment wil ik voor zijn. Ik bekijk het per jaar, per kwalificatie. De belangrijkste twee vragen zijn: Vind ik het nog leuk? Ben ik belangrijk voor het team? Zodra ik een van beide met nee beantwoord, is het wegwezen. Als je je constant moet afvragen of je minder goed bent dan gisteren, ben je niets waard.'

Volgens de beoordelings-commissie die je in 2013 kroonde tot beste rugbyster van Nederland, was je destijds 'een van de gevaarlijkste en beste spelverdelers in het zogeheten wereld-sevenscircuit en een van de hardst trainende spelers die altijd en overal een geweldige toewijding toont voor haar sport'. Het lijkt op hoe je je vader omschreef.

Ze valt even stil. Een schoonmaker lapt de ramen totdat ze piepen. 'Ja, bizar is dat. Ook al heb ik hem niet goed gekend, op een veld schijn ik aan hem te doen denken. En inderdaad, wat ooit zijn sterke punten waren, zijn nu de mijne. Hij werkte ook keihard, tot hij ziek werd.'

Beeld Ivo van der Bent/ de Volkskrant

Waaraan leed hij?

'Schizofrenie. Net als mijn broer. Niet te helpen. Niet door mij althans. Mijn broer krijgt nu professionele hulp, maar hij is niet meer de jongen die ik ken van vroeger. Hij kijkt wel met trots naar mijn sportprestaties. Als hij bij mij is, praat hij altijd over trainingen. Soms stuur ik hem gewichten op, dan heeft hij een verhaal te vertellen aan de anderen. Misschien heeft het met hen te maken dat ik graag mensen van dienst ben.'

Wat stel je je precies voor van je baan?

'Ik wil mijn rugbyervaring gebruiken om mensen te helpen, op welke manier dan ook. Als adviseur, diëtist, noem maar op. Eerst zal het parttime zijn. Wanneer ik helemaal ben gestopt met rugby, wordt het fulltime. Ik ben flexibel, bereid opleidingen te gaan volgen of stages te lopen.'

Mensen maken van zichzelf een verhaal. Succes, werk en ambitie maken daar een groot deel van uit. Je realiseert je wel dat je bij een nieuwe baan onderaan zou moeten beginnen?

'Alle begin is moeilijk. Het is een ander plaatje, dat geef ik toe. Een stapje terug. Ik zal mijn trots uit andere dingen moeten halen. Maar vergeet niet dat een topsporter voortdurend leert los te laten. Er worden altijd dingen van je verwacht en meestal voldoe je, soms niet. Je leert om te gaan met teleurstellingen. Drie jaar geleden was ik echt een gifkikker; verliezen maakte me woest, regelmatig moest ik getemperd worden. Maar je kunt niet alles controleren. Als je dat blijft proberen, dan leg je het af. Tegenslag moet je zien om te buigen. Als je te lang stilstaat bij alles wat verandert of tegenzit, maak je jezelf kapot.'

Dat kan zo zijn, maar op je Twitteraccount zijn talloze rugbyfoto's te vinden, alsook foto's op de rode lopers van NOC*NSF-gala's: een glamoureus geheel. Een nieuw leven lijkt me in jouw geval niet eenvoudig.

'Sport heeft me zelfverzekerd genoeg gemaakt. Ik heb mezelf ontwikkeld, ben mentaal en fysiek gehard. Gala's zijn leuk en ik geniet daarvan. Maar dat is niet het echte leven. Het is een lange weg vanaf mijn vader die me het rugbyveld liet zien, en die ben ik nooit vergeten. Later zal ik terugkijken op mijn rugbyleven met trots en verhalen. Ondanks die bubbel, ondanks de offers. En dan zal ik kunnen zeggen: ik was goed in wat ik deed. Dat is toch prachtig?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden