Zinvol levenVoormalig kinder- en jeugdpsychiater Herry Vos

‘Ik was twee personen: de hulpvaardige jeugdpsychiater en de falende echtgenoot en vader’

Herry VosBeeld Jitske Schols

Als psychiater hielp hij patiënten om zin in hun leven te vinden. Maar in zijn eigen leven liep hij vast, zegt Herry Vos. Op zijn 77ste bracht een therapie alsnog uitkomst.

Bij de deur van zijn ­ouderlijk huis in het Drentse Gieten staat een rugzak met zijn kleren. ‘Als je niet doet wat ik wil, zoek je maar andere ­ouders’, dreigt zijn moeder herhaaldelijk. Eenmaal staat hij daadwerkelijk buiten: ‘Ik herinner me dat ik in paniek riep: stuur me alsjeblieft niet weg!’ Een opstandig kind was hij niet. Als grootste conflict herinnert hij zijn wollen, door haar gebreide onderbroeken – het gekriebel verzacht hij door eerst een katoenen exemplaar aan te trekken: ‘Ze kwam erachter en werd woedend.’

Op zijn 10de besluit Herry Vos zich geheel in het gareel van zijn ‘zeer strenge’ moeder te voegen – in navolging van zijn vader, ‘een zachtaardige man’. Die is agent, een beroep waar zijn vrouw, zelf onderwijzeres, op neerkijkt. Voor haar zoon, de oudste van twee kinderen, ziet ze een toekomst als huisarts. Maar al in het eerste jaar van zijn studie geneeskunde in Groningen valt hij voor de jeugdpsychiatrie. Aanleiding is een stage in een kliniek voor emotioneel verwaarloosde jongeren, waar wordt gestoeid en geknuffeld. Vos haalt er zijn hart aan op, na een jeugd waarin fysiek contact met zijn ouders en zus minimaal is geweest: ‘Na alles wat ikzelf had meegemaakt, herkende ik me in deze gekwetste kinderen.’

Tijdens zijn carrière ontpopt hij zich als een onconventioneel psy­chiater. Hij bezoekt verslaafden in kraakpanden, richt een therapeutische gemeenschap op en biedt hen langdurige, inzichtgevende psychotherapie. Volgens veel collega’s is dat not done, net zoals zijn vriendschappelijk contact houden na de behandeling wenkbrauwen doet fronsen. In 1965 trouwt hij met een verpleegkundige, Jeannette, met wie hij twee zonen krijgt. Een kleine halve eeuw later, in 2013, overlijdt zij aan borstkanker. Na twee jaar ontmoet Vos de vrouw die hij als ‘de liefde van mijn leven’ omschrijft. Na een jaar begint zij aan hun relatie te twijfelen, voor Vos ‘een enorme dreun’. Voor het eerst belandt hij in een ‘existentiële crisis’. Hij gaat daarvoor zelf in therapie, iets wat hem tijdens zijn opleiding niet was aangeboden en daarna een paar keer was mislukt. Op zijn 77ste doet hij het alsnog: ‘Waarom niet? Al heb je er maar een half jaar wat aan.’ Tijdens de gesprekken maakt hij contact met zijn oorspronkelijke ik, ‘het nog niet bedorven jongetje’. Dat stelt hem in staat zichzelf anders te zien, ‘als iemand met meer humor en meer creativiteit dan ik dacht’.

Hij komt tot bloei, ook al is het tussen hem en zijn grote liefde niet meer goed gekomen – de inmiddels 80-jarige Vos heeft zich op fotografie gestort en heeft in de afgelopen drie jaar vier boeken geschreven, een vijfde is onderweg. In Als zwijgen mag verhaalt hij indringend over een getraumatiseerd meisje dat langdurig in therapie is. Met veel geduld helpt hij haar ‘weer zin in haar leven te voelen’.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Het is een vraag die de meeste mensen zich doorgaans niet zo stellen – ze leven en dat is genoeg. Pas wanneer je in een crisis komt, voel je de noodzaak het te willen weten. Dan word je even stilgezet en uitgenodigd naar jezelf te kijken. Lang niet iedereen gaat op die uitnodiging in. Mensen kunnen hun leven vooral als zinvol ervaren als ze voor iemand of voor meerdere mensen de moeite waard zijn, iets kunnen betekenen. Dat heb ik momenteel vooral bij mijn werk voor een kenniscentrum dat zich inzet voor mensen die seksueel geweld hebben ervaren, mensen van wie de zin ontnomen is. Zelf ervaar ik de zin vooral als een ander mij liefheeft en er sprake is van wederzijdse verbinding.’

Wat is daarvoor nodig?

‘Echte liefde kan alleen bestaan als er wederzijds veiligheid wordt ervaren. Voel je je onveilig dan is er altijd een zekere terughoudendheid ten opzichte van de wereld om je heen. Dan zit er een dreiging in. Meestal voel je die niet bewust, maar op de achtergrond speelt die wel degelijk. Veiligheid is essentieel – ik zie het als een voorwaarde om liefde, en dus zinvolheid, te kunnen ervaren. Zelf heb ik me van jongsaf aan niet veilig gevoeld’.

Wat heeft dat voor gevolgen ­gehad?

‘Lang was ik als het ware twee personen: de jeugdpsychiater die mensen hielp om zin in hun leven te vinden en die op dat vlak werd gewaardeerd en daarnaast een ten diepste onzekere man die faalde in zijn rol als echtgenoot en vader, omdat hij er ­eigenlijk niet was.

‘Als therapeut was luisteren mijn beste eigenschap. Voortdurend ging het over gevoelens, maar dan vooral die van de cliënt. Daar kon ik me oprecht betrokken bij voelen, maar ik wist ook: we hebben een therapeutische relatie. Ik hoefde mezelf niet over te geven. Privé praatte ik niet of nauwelijks over mijn gevoelens – ook voor mijn vrienden was ik een teruggetrokken persoon. Ik was bang dat het voor anderen niet mooi zou zijn om te zien wat er was.’

Leestip

Niemandsland, Pat Barker

‘Verdwaasde individuen en verkeerde structuren kunnen levens vernietigen, maar dit boek over de Eerste Wereldoorlog laat zien hoe individuen dan toch nog zin aan hun bestaan weten te geven. De hoofdpersonen zijn bestaande Britten geweest: een dichter die twijfelde of hij als officier zijn manschappen wel in de steek kon laten en een psychiater die worstelde met zijn opdracht om zijn cliënten, soldaten, weer terug te sturen naar het front.’

Waarom zegt u dat u heeft gefaald?

‘Mijn vrouw Jeannette en ik hadden van huis uit niet meegekregen om over gevoelens te praten. Dat hebben we ook onze kinderen niet kunnen leren. Er bestond tussen ons wel genegenheid, kameraadschap, we hadden dezelfde smaak: de inrichting van het huis, muziek, dat soort zaken. Samen demonstreerden we tegen kernwapens. We hadden raakvlakken, maar het ontbrak aan de diepgang van een echte liefde. Omdat we allebei geen basisveiligheid voelden. Het fundament was daardoor niet stevig. Wat je er bovenop bouwt is dat per definitie dan ook niet. Toen ze later ziek werd, kon ik veel voor haar betekenen, maar ook op het laatst hebben we niet intensief gepraat. Ik kon niet zeggen wat ik had moeten zeggen. Alleen mijn handen hebben de moed gehad haar aan te raken.’

Hoe kijkt u terug op uw rol als vader?

‘Als ik me afvraag wat de zin van mijn leven is geweest, staat dat momenteel centraal. Het spijt me dat ik mijn kinderen niet heb beschermd, toen het drankgebruik van hun moeder een groot probleem werd. Ik zag niet hun strijd, hun pijn, hun angst, hun machteloosheid. Mijn oudste zoon kaartte het aan, maar ik verklaarde het gedrag van mijn vrouw vooral door haar jeugd, die door seksueel misbruik was gekenmerkt. Mijn zoon heeft eronder geleden dat ik niet op haar alcoholisme in ben gegaan, hij voelde zich terecht ontkend. Ik was een kei in het niet-zien. Paradoxaal genoeg kon ik het bij mijn cliënten altijd wel goed zien.

‘Onlangs had ik een gesprek met mijn zoon, waarin hij me emotioneel liet merken wat het met hem heeft gedaan. Ik was daarna blij. Al riep dat ook de vraag op: heb ik wel het recht blij ermee te zijn? Tenslotte heb ik hem dat aangedaan. In therapieën zag ik vaak hoe slachtoffers worstelen met wat er is gebeurd, soms levenslang, terwijl daders vrijuit gaan. Dat is zo onrechtvaardig.’

Is de dader niet ook zelf slachtoffer?

‘In zekere zin wel. Een van de dingen die ik in mijn laatste therapie heb geleerd is: ik had niet anders gekund, ik heb gehandeld naar mijn mogelijkheden. Ik heb geprobeerd aan mijn zoon uit te leggen wat ik dacht dat er aan de hand was, alleen sloot dat niet aan op waar hij mee zat. Maar het is niet zo dat ik hem met opzet niet heb beschermd. Ik zag het toen niet. Ik heb me daar erg schuldig over gevoeld en nog steeds wel, maar het drukt niet meer loodzwaar op me.’

Wat is er in uw laatste therapie gebeurd?

‘Belangrijk is allereerst wat eraan voorafging, mijn ontmoeting met de vrouw die ik als mijn grote liefde beschouw. Ons eerste telefoongesprek duurde anderhalf uur. Anderhalf uur! Dat had ik nog nooit meegemaakt. Dat gebeurde vanzelf, zonder dat ik het in de gaten had. Toen ik enige tijd met haar om ging, zeiden vrienden tegen me: je bent veranderd, je bent opener geworden, je laat veel meer van jezelf zien. Hoe dat kan, Joost mag het weten.’

Probeert u het toch eens te verklaren.

‘Het zou ermee te maken kunnen hebben dat ik me door haar geaccepteerd wist. Aan mijn vrouw heb ik me nooit echt durven overgeven, maar bij mijn vriendin voelde ik me gezien en gewaardeerd om wie ik was. Dat gaf zin aan mijn bestaan, het stelde me in staat iets van mijn oorspronkelijke wezen aan te raken. Dat heb ik weten vast te houden, ook al verliet ze me. Dat is mede aan die therapie te danken geweest.

‘Mijn vroegere baas, een zeer kundig psychoanalyticus, was mijn therapeut. Hij was destijds 87 jaar, maar nog heel vitaal. Hij deed het zoals je een therapie hoort te doen: heel dichtbij, heel betrokken. Toen ik op een bepaald moment dicht bij mijn verdriet zat, zei hij: ‘Kom maar bij me zitten.’ Hij zat op een bank, ik ging met mijn rug naar hem toe op zijn schoot zitten. ‘Voel maar dat er een basis is’, zei hij. Want dat is een van de angsten die vaak terugkeren: dat er geen bodem is, als je het verdriet toelaat. Dat je verdwijnt. Hij hield zijn armen op mijn schouders, heel simpel, zo hebben we gezeten. Dat werkte. Op dat moment ben ik met dat jongetje in contact gekomen, (met verstikte stem) dat jongetje dat door zijn moeder de kop in is gedrukt. Wat me in die therapie vooral duidelijk is geworden, is dat ik de moeite waard ben. Daar heb ik zo lang aan getwijfeld. Ook al doe ik soms stomme dingen, dat maakt nog niet dat ik niet de moeite waard ben.’

Dat u pas op uw 77ste uzelf gaat begrijpen en aanvaarden, heeft dat niet iets tragisch?

‘Er zit iets tragisch in, zeker. Ik had het liever eerder meegemaakt. Maar het is wat het is, ik moet het ermee doen. In mijn beleving overheerst het tragische toch minder dan het geluk dat ik voel, omdat ik uiteindelijk er toch achter ben gekomen hoe het zit. Dat ik nu wel mezelf kan zijn. Vijf jaar geleden had ik dit gesprek nooit zo kunnen voeren. Dan had ik mezelf buiten schot gelaten en zou het veel oppervlakkiger zijn geworden.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden