GROTE VERWACHTINGENTim Fransen

‘Ik was niet de knapste of de coolste, maar grappig zijn: dat landde’

Beeld Privé archief Tim Fransen

Naam: Tim Fransen

Leeftijd: 32 jaar

Is: Cabaretier, tekstschrijver en filosoof

Maakte onder meer: de voorstellingen Het failliet van de moderne tijd en Het kromme hout der mensheid, de podcast Beschaving: de nabeschouwing en schreef Het leven als tragikomedie en Brieven aan Koos.

Avontuurlijke zus

Tim (7), met zijn oudere zus Eva.Beeld Privé archief Tim Fransen

‘Op deze vakantiefoto ben ik 7, naast me zit mijn drie jaar oudere zus Eva. We waren vroeger heel verschillend: ik was angstig, zij avontuurlijk. Haar hobby was weglopen. Een keer haalde ze me over om mee te gaan. We klommen uit het raam en het voelde voor mij meteen niet goed, dus na tien meter keerde ik om en klopte op de deur van ons huis. ‘Sorry, ik was weggelopen’, zei ik tegen mijn moeder. Eva had ook een veel rijkere fantasie dan ik. Ze wist dat ik bangig was, dus dan ging ze bijvoorbeeld aan mijn voorhoofd voelen en zeggen dat ik ziek was. Of ze wees naar iets op mijn lichaam, een muggenbult of zo, en zei: ‘Dat is niet goed, Tim.’ Ik houd haar nog steeds verantwoordelijk voor mijn hypochondrie.

Van onze ouders kregen we mee dat wie je bent en wat je waard bent, heel erg wordt bepaald door wat je voor een ander betekent. En dat niemand slechter of beter is dan de ander. Die les zit nog steeds diep in me, ik geloof oprecht dat ik niet bijzonder ben. Dat botst weleens met mijn werk: ik moet van mezelf rechtvaardigen dat ik op een podium sta en de aandacht opeis. Mensen kopen een kaartje om naar mij te luisteren, en als er ook maar één klein wankel moment is, bijvoorbeeld een grap die niet aanslaat, dan schaam ik me.

Nog even over mijn zus: wat we inmiddels wel gemeen hebben is ons idealisme. Het klimaat en dierenwelzijn is heel belangrijk voor ons, en tússen ons is het een fundament. Ik kan daar met niemand beter over praten dan met Eva.’

Ongevaarlijk leuk

Tim tijdens zijn eindexamenjaar.Beeld Privé archief Tim Fransen

‘Dit is mijn eindexamenjaar, en het einde van een tijd die voor mij lang leve de lol was. Ik deed wel mijn best op school, maar vond andere dingen belangrijker. Striptekeningen maken, grappige verhaaltjes bedenken, mijn boeken kaften met sinterklaaspapier en hopen dat de meisjes dat leuk zouden vinden. Nou ja, je ziet hier ook wel dat ik leuk was, maar op een ongevaarlijke manier. Dat moet je niet hebben natuurlijk.

Op de middelbare school ben je bezig met het vinden van je rol. Ik was niet de knapste, of de coolste – maar ook geen loser, hè, schrijf je dat op? – maar grappig zijn: dat landde. Die rol voelde goed. Ik weet nog dat we een bonte avond hadden, en ik werd gevraagd om die samen met iemand anders te presenteren. Tussen twee acts door ging er iets mis waardoor ik de tijd moest vullen. (Zingt: And then a hero comes along, with the strength to carry on) Dus ik verzon woordgrapjes over Spiderman. ‘Spiderman is de draad kwijt.’ En: ‘Ik heb Spiderman aan de lijn, blijf even hangen.’ Kijk niet zo veroordelend, ze zijn flauw maar ik had ze wel zelf bedacht! En de regisseur van de avond zei dat ik de volgende show weer die act moest doen, hoewel het toen helemaal niet aansloeg. Maar goed. Een maand later, ik zat nog op school, trad ik voor het eerst op in het Comedy Café.’

Ik mis René Gude

Tim met René Gude.Beeld Privé archief Tim Fransen

‘Toen ik ging studeren werd ik serieuzer en kwam er een soort ontwaking; ik zág de wereld. Ik maakte me zorgen over het klimaat, onrecht, ik was teleurgesteld in mijn medemens. Door mijn studies probeerde ik de wereld te begrijpen, omdat ik dan misschien controle kon krijgen over mijn zorgen. Daarnaast trad ik op, maar die twee werelden waren totaal gescheiden. Op het podium maakte ik alleen grapjes over triviale dingen, bijvoorbeeld dat mijn ouders nog bij me thuis woonden. Dat rijmde niet met elkaar, maar ik wist niet hoe ik het moest veranderen. Tegen het einde van mijn studententijd ontmoette ik filosoof René Gude. Hij voelde meteen als een vriend. Ik kwam een paar keer per maand bij hem op zijn woonboot. Dan nam ik chocoladekoekjes mee, want hij was een snoeperd. We spraken over van alles: persoonlijke dingen, de liefde, werk. Hij heeft me uiteindelijk geholpen om mijn twee uitersten bij elkaar te brengen; om mijn stem als cabaretier te vinden. René wist de zware wereld van de filosofie op een lichte, humoristische manier te verpakken. Dat was precies de schakel die ik ook nodig had op het podium.

In die tijd deed ik bodypump – een lichaam als het mijne krijg je niet cadeau. Tijdens het squatten kreeg ik opeens een idee hoe ik Nietzsches idee kon uitdrukken in een grap. Ik ben meteen ongedoucht naar Toomler gefietst, maakte de grap en het werkte. Daarna belde ik René: ‘Ik heb het volgende level bereikt.’

Hij is in 2015 overleden. Ik mis hem. Er wordt vaak over iemand die dood is gezegd dat het zo’n bijzonder iemand was, maar René was dat echt. Soms zit ik met iets, en dan kan ik niemand anders dan hij bedenken om dat mee te bespreken.’

Honden de baas

Tim met honden Sam en Youp.Beeld Privé archief Tim Fransen

‘Nee, dit zijn niet mijn honden, maar die van mijn ouders: Sam en Youp. Hun wil is thuis wet. Ze doen allemaal rare dingen en worden niet gecorrigeerd, mijn ouders bewegen juist met ze méé. Zat ik laatst op het toilet, komt Youp blaffend aan de deur krabben. Roept mijn moeder: ‘Youp wil naar binnen, je moet even de deur opendoen!’ Hoezo? Ik zit te kakken, ma! Dat is dus hoe de dingen gaan in huize Fransen. Maar goed, voor die mooie anekdote heb ik deze foto niet uitgekozen.

Hier rijden we terug naar Amsterdam vanuit Zeeland, waar mijn ouders een vakantiehuisje hebben. Ik moest achterin met de honden, ja. Ik wil ermee laten zien dat mijn grootste privilege – afgezien van het feit dat ik een witte, heteroseksuele man ben – mijn liefdevolle jeugd is. Daaraan dank ik een gezond gevoel van eigenwaarde. Ik sta dus niet op het podium om een gat te vullen, of om gezien te worden. Door mijn publieke beroep wordt mijn ego vaak aangesproken. Ik ben steeds bezig met ‘wat vinden mensen hiervan?’, met iemand te zíjn. Maar dat is niet wie ik bén. Ik presenteer alleen maar een bepaalde versie van mezelf. Vooral na een periode van hard werken kom ik graag bij mijn familie, want thuis hoef ik juist niemand te zijn. Ze houden onvoorwaardelijk van me, of ik nu succes heb of jammerlijk faal. Daar heb ik geluk mee gehad. Afgezien van een zus die me allerlei ziektes aanpraatte.’

Eerder in deze serie

Gerda Havertong – ‘Mijn accent heb ik behouden, dat weet heel Nederland inmiddels’

Albert Verlinde – ‘Ik wilde bewijzen dat ik méér was dan mijn geaardheid’

Hanneke Groenteman – ‘Na een leven ploeteren, proberen, mislukken en opstaan weet ik dat familie het dierbaarste in mijn leven is’

Wilfried de Jong – ‘Dat is het verhaal van mijn leven: dobberend op de golven, zonder een idee van waar het naartoe gaat’

Sinan Can – ‘Ik ben er na al die jaren wel achter dat sommige mensen gewoon slecht zíjn’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden