'Ik was elf jaar toen mijn vader werd vermoord'

Acteur Eric van Ingen (75) is de laatste telg van de adellijke Van Ingens. De stamboom begint in 1417 en zal eindigen bij zijn dood....

'Ik hoorde pas dat ik van adel was toen ik een jaar of zeven was. Jongetjes op mijn school zeiden tegen me: jouw vader is hoogweledelgeboren, dus jij moet wel van adel zijn. Ik kwam thuis en zei: pap, ik ben van adel. Mijn vader keek hij me lang en lief aan en antwoordde: nee jongen, van adel kun je hoogstens door je leven worden. . .

'Ik heb een lieve, maar strenge vader gehad. Mijn vader zat niet in hemdsmouwen aan tafel. Al vielen de mussen van het dak. Hooguit trok hij zijn colbertje wel eens uit als hij met mij in de tuin speelde.

'Ik kon mensen ontvangen toen ik tien jaar was. Al heel jong leerde ik de etiquette. Tot mijn zesde jaar mocht ik aan tafel niet spreken, tenzij het woord tot me gericht werd. Mijn vader wilde niet dat ik ertussen kwam als hij met mijn moeder aan het praten was. Op mijn zesde zei mijn vader tegen mij, ik weet zijn woorden nog precies: jongeman, als je meent dat je iets in het midden te brengen hebt, dan mag je dat van nu af aan doen.

'Zo strikt was ik niet met Floris, hoewel ook ik streng was. Ik lijk erg veel op mijn vader. En Floris leek weer erg op mij. Floris en ik hebben altijd een heel goede band gehad. Natuurlijk botsten we wel eens, maar we konden altijd praten met elkaar. Hij had van jongs af aan een soort wijsheid. En hij kon, net als mijn vader, heel scherp zijn.

'Mijn vader was directeur van de Woerdense dakpannenfabriek. Hoe hij zich naar die positie heeft opgewerkt, is me een raadsel. Toen hij jong was, wilde hij zich totaal in de muziek storten. Toch deed hij het als directeur heel goed, wonderlijk genoeg. Hij was geliefd bij het personeel. Ze hebben zijn moordenaar bijna gelyncht.

'Ik was elf jaar toen hij werd vermoord. Mijn ouders waren naar een internationale bijeenkomst in Parijs geweest. Mijn vader was eerder teruggekomen, op de verjaardag van koningin Wilhelmina, 31 augustus 1933. Papa nam me mee naar Den Haag om Koninginnedag te vieren. We zijn toen voor het eerst ergens broodjes gaan eten en naar de bioscoop geweest. Die dag staat in mijn geheugen gegrift.

'De volgende dag had mijn vader een vergadering in Amsterdam, hij zou 's avonds niet thuiskomen. Frieda, ons Duitse dienstmeisje, zou op mij passen. Zij had haar minnaar die avond bij ons thuis uitgenodigd. Dat was de bedrijfsleider van mijn vaders fabriek, Bock, ook een Duitser.

'Maar 's avonds stond vader ineens voor de deur. Frieda kon Bock niet meer op tijd waarschuwen. Bock is toen toevallig in de slaapkamer van mijn vader terechtgekomen. Er ontstond een ruzie. Ik hoorde Bock tegen mijn vader roepen: Du kannst verrecken von mir. Papa kwam daarna nog even boven om mij gerust te stellen.

'Waarschijnlijk heeft hij vanuit mijn slaapkamer gezien dat Bock op de stoep bleef staan. Mijn vader liep naar buiten en zei: je gaat nu naar huis of ik bréng je naar huis. Maar dan spreek ik je morgen op de fabriek. Bock trok zijn revolver. Ik herinner me de schoten, ik dacht dat het rotjes waren.

'De dood van mijn vader heeft me erg aangegrepen. Ik was dol op die man. Met oom Louis, mijn voogd, heb ik het nooit goed kunnen vinden. Mijn vader en zijn broer waren totaal verschillend. Mijn oom was een stijve, formele man, die zijn afkomst heel belangrijk vond.

'Vanaf het moment dat oom Louis wist dat ik acteur wilde worden, heeft hij zich geen bliksem van mij aangetrokken. Pas veel later kregen we enig contact. Een keer per jaar mocht ik met mijn vrouw Marianne op zijn cocktail komen. Ik kreeg die uitnodiging pas toen ik een eigen huis en een mooie auto had. Maar ik voelde me er nooit op mijn gemak.

'Oom Louis vond het echt verschrikkelijk dat ik naar de toneelschool ging. Ik had niet eens kunnen studeren, daar had ik de hersens niet voor. Hij, en andere vrienden van mijn vader, hebben mijn moeder nog geadviseerd om me ''in de buitenlandse dienst te douwen''.

'Dat was niets voor mij geweest. Ik ben niet zo formeel. Net als mijn vader kan ik uitstekend met iedereen omgaan. Ik moet dikwijls verschrikkelijk om mensen lachen. En ik bedoel daar niet mee dat ik ze uitlach. De gewone man in de straat heeft soms een innerlijke wijsheid waar je u tegen zegt.

'Ik heb nooit van mijn afkomst gebruik gemaakt. Op de toneelschool schaamde ik me er zelfs een beetje voor. Toch voel ik soms dat ik van adel ben. Niet dat je dan een ander mens bent. Maar je hebt waarschijnlijk door die lange familielijn iets meegekregen, aan traditionele overleveringen, waardoor je voelt dat je een ruimere achtergrond hebt. Ik geloof dat dit een redelijk goede uitdrukking daarvoor is.

'Ik vind het moeilijk om onder woorden te brengen wat het betekent dat het geslacht Van Ingen na zoveel eeuwen ophoudt te bestaan. Ik heb eigenlijk maar weinig Van Ingens gekend. Mijn opa en oma zijn overleden toen mijn vader nog jong was. En, in tegenstelling tot mijn oom, heb ik me nooit zo in de genealogie verdiept.

'Wat ik wel weet, is dat wij afstammen van de graven Van Buren. En dat enkele Van Ingens schepenen waren in Kampen. Mensen die mij kennen, of die mijn vader kenden, en die wel eens in Kampen de schilderijen in het stadhuis hebben bekeken, hebben gezegd: je lííkt op die mensen. Dat is heel merkwaardig. Ik ben er zelf nog nooit geweest, het zou eigenlijk wel leuk zijn om die schilderijen eens te gaan bekijken.

'De Van Ingens zijn altijd een heel dunne adellijke tak geweest. Volgens de traditie had mijn zoon Floris twee zonen moeten krijgen. Dat schijnt heel vaak voorgekomen te zijn. Als de familielijn weer heel dun werd, kreeg iemand twee zonen. Zoals mijn vader en zijn broer. Die hadden beiden één zoon. Mijn neef Alexander en ik. En Alexander had geen nageslacht.

'Mijn neef Alexander leek op zijn vader. Hij is rechter geworden, en heeft een adellijke vrouw getrouwd. Hij is nog wel op de crematie van Floris geweest. Maar verder hadden we geen contact, terwijl we vlak bij elkaar woonden. Onlangs heb ik gehoord dat hij al weer een tijdje geleden is overleden. Daarvan heb ik nooit bericht gehad. Onbegrijpelijk vind ik dat.

'Het doet me wel wat hoor, die lange familielijn, de tradities. Maar ik heb nooit gedacht, ik wil per se een zoon hebben, om het geslacht voort te zetten. Echt niet. Toen Marianne in verwachting was, wilden we het geslacht niet eens weten, terwijl de dokter het al had gezien. We hadden best meer kinderen gewild, maar dat ging om de een of andere reden niet meer.

'Floris is verongelukt toen hij achttien jaar oud was. Hij ging met drie vrienden, van wie er één een auto had, een trektocht maken door Frankrijk en langs de Rivièra. Met een tentje. Voor hun vertrek hebben we met de ouderparen de auto, een BMW, nog laten keuren, en daar was niets op aan te merken.

'Toen zijn ze gegaan. De jongens zouden hun vakantie beëindigen in Zermatt, hoog in de bergen in Zwitserland. Bij het oversteken van de Simplonpas zijn ze tegen een uit de rotsen stekende muur gebotst. Die hadden ze niet gezien. De bestuurder trof geen schuld.

'Van de vier jongens waren er twee op slag dood. Floris en Koen. Die zaten voorin, in de riemen, en hadden alletwee hun nek gebroken. Ze hebben niet geleden, is mij verzekerd.

'De andere jongens waren zwaar gewond, maar hebben het overleefd. Met verschrikkelijk veel moeite heb ik via de ambassade het politierapport gekregen. Ze begrepen niet waarom ik dat wilde lezen. Je wilt als vader toch precies weten wat je zoon is overkomen?

'Je kind kwijtraken, dat betekent een ontzettend verlies. Niet meemaken dat hij tot ontplooiing komt, terwijl je hem zo veelbelovend vindt. Want hij had een verrekt helder oordeel, hoor. Hij heeft een moeizame start gehad op school, maar daar was hij net helemaal bovenop gekomen. Hij zou naar de havo gaan en wilde medicus worden. Dat was hem zeker gelukt als hij niet was overleden.

'Onze band was echt heel goed. Ik weet nog goed dat hij in zijn puberteit een keer van wintersport terugkwam. Hij kon ontzettend goed skieën. Die keer kwam hij stralend thuis, in en in gelukkig. Hij nam me mee naar de uiterste hoek van de kamer. Marianne mocht ons niet horen. Hij zei toen tegen me: Pap, ik ben met een meisje naar bed geweest. Dat hij dat met me deelde, maakte me zo gelukkig. Ik heb hem omhelsd en gezegd: god jong, wat ben ik blij voor je.

'De dood van Floris was de grootste slag in ons leven. Dan staat echt het leven stil. Gelukkig heb ik Marianne nog. Zij is veel sterker dan ik.

'Natuurlijk vind ik het jammer dat het geslacht Van Ingen uitsterft. Niet dat het enige invloed zal hebben, de wereld draait gewoon door. Maar vooral het feit dat we Floris niet zien opgroeien, niet zijn kinderen over de vloer krijgen. . . Kleinkinderen die je dan eindelijk eens mag verwennen. Want dat mogen opa's en oma's.

'Misschien kan ik daarom wel met zekerheid zeggen dat ik wel degelijk voel dat ik van adel ben. Want al heel snel na zijn dood realiseerde ik me: dit is dan het einde van het geslacht Van Ingen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden