Laura Fygi.

Interview Land van Afkomst

‘Ik was een rebel, anders kom je niet bij Centerfold’

Laura Fygi. Beeld Casper Kofi

Zangeres Laura Fygi (63) is dochter van een directeur bij Philips en een Egyptische buikdanseres. 

Maakte niemand zich er druk over toen Laura Fygi halverwege de jaren tachtig als Nederlands-Egyptische vrouw in lingerie optrad in de meidengroep Centerfold, na eerst naakt in Playboy te hebben geposeerd? Kwam er een nationaal debat over schaamtecultuur in de islam? Werd ze erop aangesproken door andere Nederlanders van Noord-Afrikaanse afkomst? ‘Nee, waarom? Waar wij ­optraden, in discotheken of voor het leger, kwamen alleen Nederlanders. Mijn moeder komt uit Egypte en ze is joods. Maar waarom zou ik dat van de daken moeten schreeuwen? Religie en Centerfold staan los van elkaar. Ik deed ook niets met dat joods-zijn. Als ik praktiserend joods was, had ik op vrijdag niet kunnen optreden. Dat zou ik niet doen, dat zou geld kosten.’

Laura Fygi (Nederland, 1955) zong van 1984 tot 1989 in de meidengroep Centerfold. Sinds 1991 is ze solozangeres. Ze maakte ­zestien platen, onder meer met Toots Thielemans, Clark Terry en Michael Franks. ‘In ­Nederland ben ik nog regel­matig te zien, maar in Azië zijn de mogelijkheden oneindig. Daar maak ik ­furore. Jammer dat je er in ­Nederland zo weinig van hoort.’

Wat voor naam is Fygi?

‘Mijn vader was een Nederlander van Zwitserse afkomst. Als directeur van de technische afdeling van Philips werkte hij in Egypte. Met vrienden ging hij op een avond naar een club waar mijn moeder werkte als buikdanseres. Natuurlijk raakte hij op slag verliefd. Hij was een heer. Dat imponeerde mijn moeder, die niet goed in de slappe was zat.

‘Ze moest meteen stoppen met werken. Een directeur van zo’n concern met een buikdanseres, dat kon niet. Al haar jurken moest ze weggooien. Buikdanseres of actrice, dat waren geen serieuze beroepen. Ik weet zeker dat als mijn vader nog had geleefd, ik van hem geen zangeres had mogen worden. Dan had ik moeten ­studeren.’

Voel je je Egyptisch?

‘Nee, maar als baby heb ik in Egypte gewoond. Ik heb de look, als ik er kom ben ik een van hen. Mijn moeder had trouwens een Spaanse vader en een Griekse moeder, allebei Joods. We zijn nog even in Eindhoven geweest en op mijn 4de verhuisden we naar ­Uruguay. Philips opende daar een nieuwe fabriek.

‘Van Uruguay herinner ik me dat we aan zee woonden, we gingen vaak naar het strand. Mijn vader had een chauffeur die me naar het Lycée Français bracht. Hij was een strikte, precieze man. Een leuke vader, die veel met me deed. Tot hij een hartaanval kreeg. Het laatste beeld dat ik van mijn vader heb, is dat hij in een ­ziekenhuisbed lag, aan een zuurstoffles, en zijn handen uitstrekte om mijn gezicht vast te houden.’

Was het moeilijk voor je moeder?

‘Van Philips kreeg ze een weduwenpensioen en een flat. Heel goed geregeld, maar we moesten wel verhuizen naar Nederland. In Uruguay was alles open en vrij, we leefden buiten. In ­Nederland werd een koektrommel gepakt, die ging open en dan werd er één koekje gepakt. Mijn moeder was gewend dat iedereen binnenliep en meeat. Nederlands kon ze niet, wij spraken Frans en Spaans.

‘In Uruguay hadden we een kok, een chauffeur en een nanny. Mijn moeder deed weinig, ze delegeerde alleen. In Nederland moest ze leren autorijden. In Amsterdam zag ik er anders uit dan de rest van de kinderen, maar ik ging gewoon mee in de flow. En ik gedroeg me steeds losbandiger. Mijn vader was weggevallen, hij had de discipline in de gaten gehouden. Ik werd brutaal. Zo van: als mijn vader er niet meer is, kan ik doen wat ik wil.

‘Op mijn 10de werd ik naar een internaat gestuurd, in Driebergen. Op dat moment vond ik het niet leuk. Nu zeg ik: dat was het beste wat ze hadden kunnen doen. Anders had ik later niet zo gedisciplineerd kunnen leven. Ik kreeg een opvoeding van de nonnen. Na Driebergen kwam ik in Veldhoven. Ik was de enige Amsterdammer tussen de Brabanders en Limburgers. In het weekend ging ik naar huis, dan sloeg ik los. Ik kreeg vriendjes die me hasj opstuurden. Op school werd ik gepakt voor roken en weggestuurd. Spijt heb ik niet. Anders was ik nooit bij Centerfold gekomen, daar moest je een rebel voor zijn.’

Hoe maakte je de overgang van een meidengroep naar een loopbaan als serieuze zangeres?

‘Als kind van 4 trad ik al op in de huiskamer. Ik had een drang naar showbizz, publiek en applaus. Mijn ouders hadden een vriend die op een cruiseschip werkte. Hij bracht ­cadeautjes mee, zoals een Spaans danskostuum. Met Centerfold hadden we een optreden in Zürich. Na afloop maakten de andere twee meiden de stad onveilig, ik ging met onze manager terug naar het hotel.

In de hotelbar speelde een jazz­orkest en ik vroeg of ik een nummer mocht zingen, All of me. Onze ­manager zei: ik wist niet dat jij van jazz hield, daar moet je wat mee doen. Ik ben opgegroeid met die muziek. Anderen waren verbaasd dat ik het kon, ik niet. Ik bewees het ook, mijn muziek was meteen een hit. Dan begint ­niemand meer over een meidengroep met zangeressen die niet ­kunnen zingen.’

Waarom werk je zo veel in Azië?

‘Aziaten houden van emotie en herkenning. Ik zing vol emotie en ze kennen de liedjes die ik zing. Het begon in Japan, daar zat een liedje van mij in een soapserie die iedere avond werd uitgezonden. Via Korea heeft het zich als een olievlek verspreid. In China is geen stad waar ze geen jazzfestival hebben. Ik heb net bij een Chinese platenmaatschappij getekend om een album op te nemen. Ze pakken het groots aan.

‘En ze zijn heel respectvol. Bij een gala zitten alle hotemetoten geconcentreerd te luisteren. In Nederland luisteren ze de eerste halve minuut en dan draaien ze zich om: zeg, Jan-Pieter, hoe zit het met die deal van jou? Ik ben overal geweest in Azië, behalve in Vietnam. Zij waren altijd arm en ik ben duur.’

Nederlands

‘Altijd. Ik ben zo Nederlands als maar kan.’

Egyptisch

‘Als ik een andere Egyptenaar tegenkom. Het is toch magisch.’

Eten

‘Alles. Ik ben net een biobak.’

Partner

‘Hollands. Voor hem heb ik ook altijd Nederlandse jongens gehad.’

Minister Blok

‘Hij zit er volledig naast. Hoezo kunnen mensen met verschillende afkomsten niet vredig met elkaar samenleven? Mijn ouders konden dat toch ook?’

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met zanger Gé Reinders (Limburgs) en sterrenkapper Cihan Karadavut (Turks).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden