'Ik vroeg me af: wat zoek ik in Nederland?'

Nour-Eddine Bassiti (32) is een van de coaches van de 'Marokkaanse vaders' die sinds kort surveilleren op het Centraal Station in Rotterdam....

'De beslissing om in Nederland te blijven heb ik binnen drie minuten genomen. Ik was leraar Arabisch en Frans in Marokko, in Ouarzazate, en verder gaf ik filosofie op een lyceum. In 1995 ging ik naar Nederland voor een uitwisseling. Ik bezocht scholen en maakte kennis met de verschillende onderwijssystemen hier. De laatste avond was ik bij vrienden, de volgende morgen moest ik om twaalf uur op Schiphol zijn, en ze hadden me uitgenodigd om afscheid te nemen. Toen heb ik gezegd: "Ik ga niet terug."

'In Marokko was ik getrouwd met een Nederlandse vrouw. Ik had haar ontmoet in Essaouira, waar ik vandaan kom. Mijn vrouw ging steeds terug naar Nederland en dan moest ik blijven werken. In Nederland zouden we meer samen kunnen zijn. Ze is gek op Marokko, maar ze wilde liever in Nederland wonen, dat heeft ze altijd gezegd. En ik had een droom. Ik wilde een instituut beginnen voor talen en trainingen over een andere cultuur. Ik dacht: hier heb ik meer kansen.

'Ik had wat zinnetjes Nederlands geleerd. "Hallo, hoe gaat het?" en "gadverdamme". "Gadverdamme, Groningen, Schiedam, ik hou van jou." Leuk om te zeggen. Ik had ook al wat dingen gehoord over de politiek, de regering. Maar het bleek theorie te zijn.

'Ik ben in Marokko in de Marokkaanse en Franse cultuur opgegroeid, en ik dacht dat heel Europa de Franse cultuur had. Maar dit was helemaal iets anders. Het weer, de mentaliteit: je praat gezellig met iemand en de volgende dag zeg je tegen diezelfde persoon "dag" en krijg je geen antwoord. Dat was het moeilijkste. Je hebt hier een kennis, een buurman, een vriend, een collega. In Marokko heb je alleen maar vrienden. Het lijkt een klein ding, maar voor het leven van iemand is het belangrijk.

'Ik ben daar opgegroeid, ik had daar iets opgebouwd, het was overal makkelijk contact te maken. Hier heb je niks. Daar leef je in een groep, ben je nooit alleen. Hier ben je vaak alleen. Nederlanders kende ik nauwelijks en de Marokkaanse cultuur in Neder land is niet mijn cultuur. De eerste Marokkanen zijn hier in de jaren zestig gekomen, ze hebben een groepje gevormd en het is moeilijk daar tussen

te komen. Ze zijn niet open, hun

op vat tingen zijn nooit veranderd.

'Ik vroeg me af: waar ben ik mee bezig? Wat zoek ik hier? Werk had ik, mooi weer had ik, heel Marokko was mijn eigen groep, wat doe ik hier? Mensen zien je als een buitenlander, een Marokkaan die niks heeft, iemand uit de bergen die op een kameel hier naartoe is gekomen, primitief. Tijdens die eerste weken zat ik in een volle bus, ik stond op voor een oude vrouw. We praatten Frans. Ze dacht dat ik uit Frankrijk kwam, ik zei: "Nee, ik kom uit Marokko", en plotseling was het alsof er een muur tussen ons in stond. Hoe denk je dat ik me voelde?

'Na drie maanden wilde ik terug. "Doei", zei ik tegen mijn vrouw. Maar ze hielp me. Ze zei: "Nog even volhouden, er komt mooi weer." Ik ging naar Nederlandse les. Nee, dat kon niet eerder, ik moest wachten, je moet hier altijd wachten voor scholen, voor werk, wist je dat niet? Ik ging dus naar Nederlandse les, en toen werd ik een kind: "Nouri, morgen goed je huiswerk maken." Dat doet pijn hoor, het is zo zonder respect. Ik dacht: ik hou vol, ik doe het voor mijn vrouw, voor de taal. Maar het was niet leuk. Ik heb alles met één oor dicht aangehoord.

'In die vijf jaar ben ik me beter gaan voelen. Stap voor stap. Mijn vrouw en ik hebben een communicatie- en adviesbureau, en vandaaruit geef ik les in de Franse, Arabische en Marokkaanse taal en cultuur. Het loopt als een trein! En sinds 1 februari doe ik mee aan het gemeentelijke project van "Marok kaanse vaders" op het Centraal Station. Half oktober wordt het geëvalueerd, en als het bevalt, gaan we door. We zijn met twee coaches en vier vaders, en we zeggen allemaal: tsjakka, zeker weten dat we het leuk vinden!

'De vaders werken 36 uur per week, in ploegendienst. Ik draai zelf twintig uur mee. Mijn collega-coach en ik begeleiden de vaders. We lopen allemaal rond in herkenbare kleding en spreken jongeren tussen 13 en 18 jaar aan. Het cs is een grote wereld, met drugsrunners, junkies, spijbelaars, daklozen, mensen die het daar gezellig vinden, prostituees. We zijn er voor alle nationaliteiten, en daartussen bevinden zich Marokkanen. Wij willen de jongens, voornamelijk jongens, op het rechte pad brengen. We gaan mee naar school of werk, we fotokopiëren hun diploma's. En van de Marokkaanse jongeren willen we het imago verbeteren. Ze duiken elke dag op in de pers. Dat doet pijn.

'De politie heeft moeite met Marokkanen om te gaan. Zo'n politieagent zegt: "Hij kijkt me niet aan." Dat is miscommunicatie. In Nederland moet je knikken als iemand tegen je praat - en ik weet het, want als ik het niet doe, hoor ik van mijn vrouw: "Ben je er nog?" Bij ons kijk je juist uit res-pect iemand niet aan. Wat je in onze cultuur ook hebt: als je in aanraking komt met de politie ben je crimineel en is je hele familie crimineel.

'In het begin was het dus moeilijk, iedereen wilde weten of wij van de politie waren. Nu is bekend wat we doen. "Goeiemorgen", zeggen veel jongens. Heel veel staan er voor de gezelligheid. Echt waar, ze vinden het cs gezellig. "Wat doen jullie hier?", vragen we dan aan een groepje. "Meisjes kijken." Ja, wat moet je zeggen? Laatst zei een jongen: "Mijn broer heeft hier zijn vrouw gevonden, dat wil ik ook." Ongelooflijk.

'Onder de drugsrunners zijn veel Marokkanen. Ze brengen mensen uit buitenlandse treinen naar koffieshops en drugspanden. Elke dag zie je ze rondhangen op spoor 1, 8 en 9, waar de internationale treinen aankomen. Na een paar keer praten geven ze toe. Dan zeggen ze: "Wat ik doe is niet verboden, het enige wat ik fout doe, is dat ik geen belasting betaal." Dan zeggen wij dat dit niet goed is voor ons imago. Daar zijn ze zeker gevoelig voor. "Eer", dat woord gebruiken we. Dat is een groot woord.

'Een drugsrunner verdient vijftien gulden per dag, en dat kan oplopen tot drieduizend. Het is een crimineel circuit, elk jaar ga je een stapje hoger. Doordat wij nu rondlopen op het cs, is een deel van de groep weggegaan. Of ze hun activiteiten hebben verlegd? Misschien wel, misschien niet. Drugsrunners kunnen in elk geval niet zomaar naar een andere plek, want alle plekken zijn onderling verdeeld. Je komt er alleen via via in.

'Het komische is: ze verdienen lekker, maar de volgende dag is alles op. Ze gokken, kopen dure kleding. Het geld komt makkelijk en gaat makkelijk. Dan zeggen wij: "Dit is gevaarlijk. Denk aan je toekomst, bouw je zo je leven op?" Dan zeggen ze: "Ik heb geen andere oplossing. Ik ben ingeschreven bij een uitzendbureau, maar ik moet wachten, al zes maanden."

'Of ze hebben geen andere plek om naartoe te gaan. Zeggen ze: "Ik ben niet welkom in mijn buurthuis. Iedereen kijkt naar mij alsof ik een dief ben." Of: "Ik ben op school beter dan de anderen, maar ik krijg een 3 en de anderen een 7. Het advies is: word maar automonteur." Of: "Mijn vader heeft in de fabriek gewerkt, ik ben hier geboren, maar ik moet ook in de fabriek. Ik mag geen advocaat of dokter worden." Dat is wat ik hoor, en niet één of twee keer. Ze hebben geen keuze. Voor iedereen gelijke kansen, is theorie. Criminaliteit is een reactie.

'Natuurlijk is het ook de botsing tussen twee culturen. Binnen zijn regels, buiten mag alles, is het idee. Buiten kan je drugs kopen, daar is geen sociale controle. Een jochie van 13, 14 jaar denkt: mijn vader zegt A, de omgeving B, wat is de waarheid? Deze kinderen raken in de war, het is de leeftijd. Een jongen zei: "Op school noemen ze mij Marokkaan, maar ik ben maar twee keer in Marokko geweest. Ik voel me Nederlander." Tja, daar heb ik geen antwoord op.

'Het is niet goed wat ze doen, maar ik begrijp wel waar het uit voortkomt. Je hebt een etiket: "Jij bent Marokkaan." Terwijl ik denk dat Europeanen veel van Marokkanen, van alle buitenlanders kunnen leren. Wat echte gastvrijheid is bijvoorbeeld. Dat je buurman niet je buurman is, maar je vriend.

'Zelf ben ik sterk geworden. Van de Marokkaans-Franse cultuur en de Nederlandse cultuur heb ik mijn eigen cultuur gemaakt. Onze profeet heeft gezegd: "Als je ergens zes maanden woont, word je iemand van die groep. Dan moet je niet meer zeggen dat je buitenlander bent." Ik heb nu dus vrienden, kennissen, buren, collega's. Ik kan communiceren. Zeker weten dat ik me thuis voel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden