Column

Ik vond mezelf geniaal, omdat De Telegraaf dat had gezegd

Amerika

Ik mocht de VSCD Cabaretprijzen presenteren, beter bekend als de Poelifinario en de Neerlands Hoop Prijs. Nu ben ik gek op awards. Mijn hele leven droom ik al van een Oscar winnen. Vol ongeloof om me heen kijken als mijn naam uit de enveloppe komt - Wat? Ik? Dat moet een vergissing zijn! Ik ben veel te bescheiden voor een Oscar! - met een hand voor mijn mond naar het podium struikelen, in een staat van emotionele incontinentie wachten tot het ovationele applaus eindelijk luwt, en dan trillend iedereen bedanken die ik nooit bedankt heb (omdat ik normaliter een ondankbare hufter ben), volschieten als ik mijn overleden moeder noem, en daarna... ja, verder gaat de fantasie niet. Waarschijnlijk naar een feestje, drinken, wakker worden met koppijn en daarna de rest van mijn leven uitzitten. Fantasieën zijn kortzichtig.

Amerika

Vanwaar deze infantiele wensdroom? Het is niet alsof het mij ooit ontbroken heeft aan liefde en aandacht, en ook artistiek krijg ik genoeg goodwill om de toko draaiende te houden. Misschien komt het wel door de kleuren: Amerikaanse tv gebruikte tot ver na het jaar 2000 nog NTSC-video, een systeem waarbij het kleurcontrast naatje was - bij techneuten bekend als Never Twice the Same Colour - maar die mede daardoor een zonnige, glamourous waas op het beeld legt. Hele generaties kijkers geloven nog steeds dat in Amerika alles mooi en wazig is.

De Oscar heb ik nooit gewonnen, maar ik heb inmiddels wel ervaring met nominaties. Die zijn kut. Genomineerd worden is meedoen aan een race waarvoor je zelf niet gekozen heb, tegen allemaal mensen waarvan je dacht, die zou ik toch moeten kunnen hebben, maar van wie je waarschijnlijk verliest. Want stel dat er vijf genomineerden zijn, dan heb je daar 80 procent kans op. 80 procent, daar durf ik mijn geld wel op in te zetten.

Godvredomme

Ik was ooit genomineerd voor de Musical Awards. Dat vond ik volkomen terecht, want ik vond mezelf geniaal en briljant, omdat De Telegraaf dat had gezegd. Dus ik schreef mijn Oscar-speech, stak die in de binnenzak van mijn buitengewoon wufte pak, en reisde vol vertrouwen af. Op de rode loper realiseerde ik me dat ik vandaag naar alle waarschijnlijkheid en plein public gedeclasseerd zou worden. Statistiek dicteerde het. Waar ik eerst vlinders in mijn buik had gehad, kropen nu pissebedden. Toen de envelop werd opengemaakt en ik de naam van iemand anders hoorde, riep ik hard 'Godvredomme' (sic). Waarom zat ik hier dan?

Nou, omdat genomineerden decor zijn. Kanonnenvlees. De naam van de winnaar zit al lang in het gouden envelopje, de rest zit er voor het dramatisch effect. Als artiest waardeer en respecteer ik drama zeer. Maar liever van een afstandje.

Bij de Oscars ben je dan nog de rest van je leven 'Oscar Nominee', maar bij de VSCD-prijzen, krijg je geen oorkonde van 'Bijna-Poelifinario' of 'Net-Niet-Neerlands-Hoop-prijs'. Katinka Polderman, Paulien Cornelisse en Martijn Koning, mensen die ik bewonder, hielden zich groot toen ze te horen kregen dat ze uitsluitend voor de hapjes waren gekomen. Ali B was Ali B: die vond het oprecht mooi dat hij genomineerd was, en was verguld met het lovende juryrapport dat hij voor zijn show had gekregen.

Die gozer verdient de Bisschop Tutu-Award voor positiviteit. Elk jaar weer.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.