'Ik vind mezelf heel erg leuk'

'Freek de Jonge zal zich hebben zitten verbijten dat heel Nederland ons nadoet. Zo van: dit mag niet leuk zijn, want dit komt niet uit mijn koker.' Jiskefet in de penopauze, ofwel: de zielenroerselen van Michiel Romeyn, ster-aso....

NOG géén geeltje betaald voor die nep-Rolex. In Indonesië. Gouwe band, man!

Sportschoentjes dribbeldansen bij de grijns van de perfecte patjepeeër. Beneden parkeert vriendin Lily de opgevoerde BMW-zescilinder. Drie dubbele carburateurs. Haalt 240 kilometer. 'Mijn droom was een keer op het grind bij de VPRO-villa's met spinnende wielen weg te spuiten', zegt Michiel Romeyn glimmend. 'Uit recalcitrantie tegen al die Volvo- en DS-rijders. Me afzetten tegen alles wat schijnbaar een norm is. Kinderachtig hè.

'Ik geloof dat Cherry Duyns toen net keek. Wów! Heerlijk. Die VPRO is in z'n slechtste opzet toch een kerk? Een ons-kent-ons-cultuur. Terwijl het een prettige omroep is om voor te werken. Nooit gezeik, althans niet vooraf.

'Jazeker, leren jekkie, alles d'r op en d'r an; tussen de 10 en 20 procent is er wel proleet aan mij. Voor proleten koester ik een ietwat morbide fascinatie. Na de Golfoorlog deed ik die scène van een proleet die een shoarmatent binnenkomt en jennerig zegt: ''Jullie hebbe ferlore hè? Ging niet so goed hè? Jullie hadde helemaal geen materiaal om die rakette naar benede te hale, hè? Ferlore, hè?'' Alsof het om een voetbalwedstrijd ging.'

Er zaten 'wat schrale plekken in de spijkerbroek' die Jiskefet heet. 'Soms denk je: hebben we zoiets al niet eerder gedaan?' Er zijn nog optredens in het land ('ga toch lekker mee naar Enschede, man'), maar op tv komen z'n kneedbommen van Hollandse platheid even niet tot ontploffing: seizoen penopauze voor heldentrio Koch, Prins, Romeyn. ('Ga zelf maar proleetje kijken in de skybox van de Arena.') Even los van 'dat Hilversumse gekoketteer met o-wat-ben-ik-toch-een-gek-mens, ik zeg gewoon lul en dan zeg jij kut en heb je een stijve of ben je ongesteld, en de hele zaal ligt plat. Nee, ik noem geen namen'.

Michiel Romeyn wil weer gaan tekenen en schilderen, maar zijn zolderatelier aan de Amsterdamse Amstel ('oorspronkelijk bedoeld om aan rijke Amerikanen te verhuren') is leeg. 'Schrijf op: heeft faalangst, zegt ie. Te ongedurig, zegt ie. Neemt een slok van zijn Moskovskaya. Is geen land mee te bezeilen. Yoko-Yoko, Yokohama.' De belichaming van de Hollandse aso schuift bulderlachend door ruime vertrekken die wel een kwastje verf kunnen gebruiken.

Voor zijn deur een buurvrouw geduldig wegwijs gemaakt in haar mindervaliden-karretje: 'We horen straks de knal wel.' Een postbesteller zal hij in het donker ongevraagd de weg wijzen - 'Kun je 't vinden, joh?' Want de mens achter de ster-aso is tof en behulpzaam. Blikje bier aan de lippen, maar walgend van zijn minder gezellige alter ego.

'Hier om de hoek woonde een heel erge buurman. Met een mastino napolitano, nog gevaarlijker dan een pitbull. Altijd z'n auto zó parkeren dat ik de deur niet uit kon. Moest je d'r overheen klimmen, want dubbel geparkeerd. Als je d'r wat van zei, sloeg ie het licht uit je ogen. Die proleet is een grote bron van inspiratie geweest. Zo'n Oboema is natuurlijk ook een proleet. Een welzijnswerker uit de jaren zeventig die alles naar zichzelf toe redeneert. Als je d'r maar een drijfnet omheen kan leggen. Gadverdammes kut.'

Op de radio was er ooit dat interview met een vent die iemand had doodgeschopt en die stem vrat zich in zijn kop vast. Praten als een vent die iemand doodschopt; daar heb je de briefkaartdunne knijpstem van Oboema, de 'witte neger' met sjerp, die op de cultlijsten een Monty Python-achtige populariteit genoot. Komt misschien op de tv terug, Oboema. 'Hij ligt me na aan 't hart. Misschien laat ik hem een wandeling door Amsterdam maken om hem met een fles jenever in de hand commentaar te laten geven bij alle rotzooi-architectuur van tegenwoordig. Drollen! Sommige architecten kunnen ze beter afschieten.

'M'n hele leven doe ik al imitaties. Eerst op tekeningen. Ooms, tantes, onderwijzers. Verwrongen koppen. Hitler. Mussolini. Tandeloze ouwe man. Gewoon een beetje keten. Vind ik nog steeds leuk, beetje keten. Imiteren doe ik eigenlijk uit verlegenheid. Van pure verlegenheid krijg ik soms een grote bek. Dan word je vanzelf een feestnummer. Acteren zonder diploma. Nooit toneelschool gedaan, ga weg. M'n enige diploma is een zwemdiploma.

'Verbaal ben ik niet zo sterk, dus dan kun je mensen beter nadoen. Uit irritatie. Irritatie is de beste inspiratie. Hoe gruwelijker ik mensen vind, hoe beter ik ze voor lul zet. Welzijnswerksters die het zo goed bedoelen met de wereld. De dommigheid van de jaren-zeventig-cultuur. Omhooggevallen kak die wat socialer is gaan doen.

'Mij irriteren de vrouwtjes van de grachtengordel die tot inkeer zijn gekomen, want de kinderen de deur uit en overal een oplossing voor hebbend. Dat álles beredenerende, dat begrijpende; de oervorm van Hollandse arrogantie die het altijd beter weet. Loden jassen uit Amstelveen. Wijven uit Amsterdam-Zuid die in Laren zijn gaan wonen en zich uit verwenderige geilheid op het milieu storten. Asielzoekers willen helpen, een boek van Krishnamurti of Foudraine onder de arm. Sodemieter nou gauw op.

'Ik kan niet tegen mensen die me iets willen vertellen. Dan word ik recalcitrant. Allergisch voor autoriteit, terwijl ik helemaal geen anarchist ben. Ben ik te laf voor. Mijn vader vroeg wel eens: ''Van wie heb je vandaag les? Van dát vervelende mens? Daar ga je toch niet de hele dag bij zitten? Ga toch lekker met mij mee.'' Dan gingen we bouwwerken af die onder zijn architectuur stonden. Wat gezelligs doen. Gelijk had ie.'

Dus als twaalfjarige in Amsterdam-Zuid gezellig sleetje rijden op halfvergane doodskisten uit graven die net waren geruimd. 'Op het hoofdkussentje van de bodem kon je zo lekker zitten.' Nooit school of wat dan ook afgemaakt. Weliswaar niet zo'n puber die de hele dag met chocomel en hasj op de bank ligt ('die ene keer dat ik wiet rookte, dacht ik dat de vlammen uit de plee kwamen'), dát niet. Alleen: jaartje of wat 't gewoon verdomd naar school te gaan. Meteen doorgestuurd naar de psychiater.

Rond die tijd zal de aso geboren zijn. Raak zo'n imago dan maar weer eens kwijt. Voor de rol van de werkloze metselaar Harrie in de film Van geluk gesproken, kreeg hij het Gouden Kalf. Leuk hoor, alleen: veel met opgeheven zegelringpink in een opnamesetje achter alcoholvrij bier zitten, dat komt een mens de strot uit. 'Maar met Gerard Thoolen spelen was fantastisch. Net alsof je met iemand tennist die het beter kan, waardoor je zelf ook tien keer zo goed wordt.'

'Pik je dat met die slasausbenen?', dondert de sportschoolpatser (gouden kettinkje) uit Jiskefet op straat tegen zijn kompaan (Kees Prins) als die per ongeluk is aangeraakt door een bejaarde passant. De bejaarde wordt kundig gemold. 'Met je knieholte op de lefer', klinkt de aanmoediging. 'Hèhè, sijn we wakker? En wat geef je hem als toetje? Achter die oogkas! Achter die oogkas! En dan uitdraaie! Een kind ken de was doen.'

Huiveringwekkend ook is Romeyn wanneer hij in dezelfde outfit een boekwinkel betreedt met de vraag wat 'een boek met een open einde - foor me friendin' moet kosten. Oudere verkoopster van het verbeterde macramétype: 'Misschien dat u eens kunt rondkijken.' Proleet: 'Rondkijke? En jij maar op je luie krent blijfe sitte? Jij maar fange en ik betale?' De aanschaf blijkt later verkeerd gevallen. Behoorlijk verkeerd: koper komt verhaal halen. 'Mammeloe' (verkoopster) mag het boek 'in die stoffige doos van je' steken, terwijl Jan Rap en z'n maat met de sleepkabel van hun opzichtige four-wheel drive de boekenkast (sociologie?) omlaag trekken, gierend van pret.

'Zie ik zo'n foute nepjeep door de stad scheuren, dan kolkt er een adrenalinestoot van ergernis door me heen en draait m'n maag om. Dan voel ik in mij een honger opkomen, een ontembare lust om zo'n type na te doen.' Zit Romeyn met boezemvriend Herman Koch brainstormend aan tafel 'dan zien we al gauw zo'n zwart-geld-patser voor ons die gehoord heeft dat Corneille érg goed is - dus die wil wel zo'n stukkie kunst kopen. Zo kwam Herman op het idee van de proleet die een boek met een open einde wil'.

SPRUIT zo'n scène misschien ook voort uit wraak op het fenomeen cultuursnob? 'Oók', beaamt de meest populaire Jiskefet-acteur, tevreden grijnzend een shagje rollend. 'Het is toch een opgeklopt milieutje? Als je zo'n Zeeman op de televisie gewichtig ziet doen, dan denk ik: om die Pipo zou ik ook wel eens een sleepkabel willen leggen.' Loert hier wellicht een minderwaardigheidscomplexje, aangezien Michiel Romeyn 'niet zo'n lezer' is? Hij kucht een timide kuchje. 'Ik lees heel moeilijk, ja. Als een slak lees ik. 't Schiet maar niet op, hè. Ik heb veel plaatjesboeken. Nooit geduld. En licht dyslectisch, hè.

'Overal uitgekotst. Van alle scholen. Steeds gedegradeerd. Op het laatst kwam ik op de grafische afdeling van de lts terecht. Lui was ik niet, maar ik hou niet van dingen uit boekjes leren, van huiswerk maken. Op de Rietveld Academie een beetje in klei knijpen, had ik tenminste wat te doen. Op de dagschool van de Rietveld werd ik altijd de jongen met de gouwen toekomst genoemd, qua tekenen. Ik hoor ze nou al roepen: kom maar op Romeyn, met die penseeltjes van je!

'Mijn moeder kan prachtig dichten. Ze had graag gezien dat ik ontwerper was geworden. Iets moois maken, zoals m'n vader. Hij schildert de hele dag. Maar heeft geen zin meer in z'n vak. Want architectuur komt tegenwoordig uit de computer. Alles zit hier aan vaste maten vast. M'n ouders moeten wel lachen om wat ik doe. Als klant in De dierenwinkel schijn ik erg op m'n vader te lijken.

'In het straatje van acteurs pas ik niet. Ik kan heel slecht een tekst onthouden, om gek van te worden. Een ramp. Dus ben ik een autodidact zonder wielen. Ik heb m'n eigen systeem. Ik heb nog nooit wat opgeschreven. Als we Jiskefet-teksten nodig hebben om een boekje te maken, halen we die van Internet af. Freaks genoeg die alles van ons uitprinten, van Lullo's tot Debiteuren - crediteuren. Ze weten álles van je. Eng hoor.'

De tol van de roem: midden in de nacht voor een snackbar als Sinterklaas handtekeningen uitdelen aan dronken corpsballen en kantoorpikken die aan je staan te trekken. 'Een stoot voor je kanis heb je anders zo te pakken.

'Ik vind het ook raar dat ze alleen series onthouden, nooit losse scènes. Die van Herman vind ik nog altijd fantastisch: man die in het zwembadhokje z'n reet met zalf inspuit en met een zwembroek vol zalf naar de kindertjes toegaat om samen met zo'n opblaasding te spelen. Tranen van ontroering. Valt in de categorie van de meest bijzondere dingen die we doen.'

Tevreden is hij over zijn eigen rol als fatso die zó magnetisch door water wordt aangetrokken, dat hij ondanks een corset van kettingen uit zijn karretje losschiet om in zee te verdwijnen. Of Wehrmacht-soldaat Romeyn die als EO's Henk Binnendijk pubers bij een bunker in de duinen zeverend voorhoudt dat het leven één grote diepte is: 'Als je accepteert dat je blijft drijven, ben je een heel eind - en dan gaan we nu een lekker stukje zwemmen.' 'Nooit één boze brief op gekregen, verdomme.

'Herman en ik vinden uniformen interessant. Niet om er eng mee te doen, trouwens. Een oom dacht ooit mijn broertje en mij te plezieren met uniformen. SS-uniform voor mij, Russisch pak voor m'n broertje. In mijn geheugen heeft mijn vader ademloos staan kijken toen hij thuiskwam. Riep vervolgens: ''Uit die rotzooi'' Heeft de zaak in een Amstelveens slootje geflikkerd. Niet zo verwonderlijk, om ons heen woonden allemaal joodse mensen.'

Lang geleden was hij op de bühne verkleed als juffrouw die in de wc haar boodschappentas laat vallen, uitglijdt over de ketchup en met een been vastraakt in de toiletpot: 'Snip & Snap-formule met Johnny Kraaykamp junior.' Jaar over nagedacht; in Osdorp eindelijk een zaal vol vers-gepermanente huisvrouwen gekregen maar die veronderstelden dat dé Kraaykamp kwam optreden, want de toevoeging junior ontbrak op het affiche. Elders bestond het publiek uit twee personen die meenden dat de Bam Sisters zouden optreden. 'Toen hebben we er maar een punt achter gezet.

'Je moest aan geld komen, dus zeven jaar lang met een emmer behangstijfsel op de fiets affiches plakken in de stad. Illegaal. Toen de politie me een keer oppakte, zei ik: ''Ik ben met m'n emmer nijlpaardengeil op weg naar Artis want daar moet dringend een zeug worden geïnsemineerd. Kunt u mij effe een slinger geven?''

'Verder was het een vervelende tijd met die Bob Dylans en de Neil Youngs. Totdat er in Paradiso een verzopen soort kerstkalkoen de trap af kwam met pauwenveren op z'n kont: Brian Eno van Roxy Music, gevolgd door Brian Ferry in oogverblindend wit kostuum; die zong niet meer van die mistige love and peace-teksten maar In Every Dream Home a Heartache - over een rijke vent die per postorderbedrijf een opblaaspop bestelt om in z'n zwembad mee rond te drijven. Een doorbraak voor mij. Niet alleen muzikaal. Sindsdien heb ik altijd met een colbertje gelopen.'

Hij vertelt hoe hij Rijk de Gooyer op de Zeedijk een pakje heroïne uit handen heeft zien slaan van vijf junks onder de uitroep: 'Jongens, dat is heel slecht voor jullie gezondheid.' 'Ik zag een wolk van poeder wegwaaien en dacht: Jezus, dat wordt m'n eerste messteek. Die jongens draaien zich om, het is drie seconden stil. En ik hoor ze met Surinaamse tongval schateren: ''Hé! Rijk de Gooyer man! Jij bent Rijk de Gooyer man, haha.''

'Rijk heeft een beschermengel. Ik heb met hem een keer talkradio gedaan. In het krantenoverzicht heb ik toen De Telegraaf een stripboek genoemd, een pak drop. Zo van: wie vreet nou die hetzemakerij? Ik geloof nooit wat er in die onsmakelijke rotkrant staat. Nou, dan word je meteen afgestraft. Wij hadden de Emmy Award gewonnen maar werden doodgezwegen. Trouwens, toen Jiskefet ophield, schreef de Volkskrant dat we wel door onze typetjes heen waren. Daar zitten een paar zuurbekjes bij die krant van jou, zeg.

'Natuurlijk komen we ijzersterk terug. We zaten in een hogesnelheidstrein. Ik zit nu in een boemeltje, rommel wat in huis... Laat mij jou een horrorverhaal vertellen. Ik ben achttien, mijn verkering is uit en ik werk bij een vriend die een uitgeverijtje heeft. Of ik wat boeken uit de kelder wil halen. Het is er umheimisch. Ik wil meteen weer naar boven, hoor voetstappen op de trap en zie een mooie vrouw met prachtige tieten in een doorschijnend gewaad. Ze komt op me af in een Hitchcock-achtige scène, valt me huilend om de nek en schreeuwt: ''Ik heb mijn kind vermoord''.

'Ik ren naar boven, bang dat die vrouw zich gaat verhangen, blijkt ze te zijn weggelopen bij de vertrouwensarts. Inderdaad haar kind om zeep gebracht. Ik dacht: pils! Véél pils. Rij ik 's avonds met mijn fietsje op straat, hoor ik een enorme klap. Zie ik een auto in tegenovergestelde richting geparkeerd staan waar een rookpluim uitkomt. Ik dacht: direct vliegt die auto in de fik. Ik zie een vrouw bebloed over het stuur hangen, maar ik krijg de deur niet open.

'Zijruitje ingebeukt, het mens op de stoep neergelegd. Er komt wartaal uit in het Engels. Mensen met dekentjes er bij, begint ze in plat Mokums: ''Ik geloof dat ik wat geraakt heb.'' Op weg naar huis zie ik mijn verkering, waar het net mee uit was, heftig zoenend met een gozer. De volgende ochtend belt m'n moeder dat de hond die ik twaalf jaar gehad heb, dood is. Is dat horror of niet?'

'VAAK KAN ik me niet zo goed een houding geven. Op straat ben je toch die jongen van Jiskefet en dan verval ik snel uit een soort gêne in een typetje. Want men wil beloning, anders ben je arrogant. Wel eens lastig als je op het strand loopt. Natuurlijk streelt het je ego als je herkend wordt. Daar ben ik zeer dubbel in... Ik heb nooit een hekel aan mezelf. Ik vind mezelf heel erg leuk. Soms roepen mensen tegen Lily: word je niet gek van die man? Wordt ie nooit eens moe van zichzelf?

'Acteren zal vroeger een middel zijn geweest om het andere geslacht te bereiken, absoluut. De meesten gingen in een beatbandje spelen. Ik speelde geen instrument. Ik was geestig, daarmee moest ik het doen. Gelukkig ben ik inmiddels al jaren met Lily. Ik kan wel goed met dames keuvelen, zonder dat ik denk: ik moet die puddingbuks uit m'n broek halen. Wat vind je trouwens van steigerpijp? Die verzon ik gisteren nog.

'Nee, ik hoef niet meer, wanneer ik denk aan die Vlaamse acteur die al pratend een meisje tegen een muur klemzet en haar indringend toefluistert: ''Zeg, zullen we straks een stukje Frans gaan eten?''' Een lachsalvo wekt zijn hond.

'Toen ik een seizoen na Maarten Spanjer voor de tv Taxi deed, zat er een jofele meid in de auto. Praatte só tege me en dat kwam goed uit; ik had een ringetje in m'n oor. Ik vraag: ''Heb je sin om vanafond te gaan stappe?'' Staan we bij het stoplicht, zeg ik tegen die meid: ''Wacht effe, die goser fóór me sit me te soeke, daar ken ik niet tege.'' Ik stap uit, loop naar de taxi voor me en geef zogenaamd een paar peuten door 't raam - dat was afgesproken werk.

'Meisje vol bewondering! Zij wilde wel met me uit. Ik heb nog nooit van m'n leven zó'n gave proleet gespeeld. Ze was zeer teleurgesteld toen ik zei dat de afspraak niet doorging; dat het allemaal voor de televisie was.' Hij weet: met de camera erbij kun je je alles permitteren. Als dronkeman tussen de discomeiden almaar roepen: Zijn we geil? Zijn we geil? Doe dat eens ongestraft in de kroeg!

'Ik heb nog nooit een klap op m'n kop gehad. Het tegenovergestelde is waar; dat je bij dat proletenvolk zeer populair bent. Hoe harder de mep, hoe lekkerder blijkbaar.' Over meppen gesproken: toen zanger Dave de Rave een hitje dacht te scoren met 'een onsmakelijke lullo-parodie' van Romeyn & Co ('die vrijer zou van de opbrengst samen met Patty Brard lekker op een Zuidzeestrand gaan liggen'), kwam de rechter eraan te pas. 'Die gozer moet ons véél geld terugbetalen. Nu mag hij vakken vullen in het Caribisch gebied. Verkering uit, natuurlijk.'

Twee jaar geleden heeft Freek de Jonge, 'onze enige echte hogepriester van het cabaret', Jiskefet een 'pijnlijk cliché' genoemd; de lach van Michiel Romeyn lijkt uit zijn appendix te komen. 'Freek zal zich met zijn vrouwtje op de bank hebben zitten verbijten dat heel Nederland ons nadoet. Zo van: ''Dit mag niet leuk zijn, want dit komt niet uit mijn koker.'' Wat een treurigheid om je zo in je eigen genialiteit rond te wentelen. Laten we het er op houden: bij de loodgieter regent 't altijd.

'Tegen het Vlaamse blad Humo zei Freek de Jonge dat Jiskefet engagement mist. Hoezó? Luister! Van Gerard Reve bereikte ons het verzoek zich door ons aan de mast van ons COC-schip de billen bont en blauw te laten ranselen, mits filmisch opgelost! Wij waren zéér vereerd. Helaas was hij verhinderd op de dag dat wij opnamen hadden.

'Soms bekruipt me de angst in een typetje te blijven steken, zoals Peter Sellers. Van een grote filmrol droom ik niet, tenzij die me op het lijf geschreven is. Ach, dat zal wel weer patatbakker worden.'

Eén rol blijft. Want 'het is waar' dat mannen altijd kinderen blijven, zoals Adèle Bloemendaal zegt. In de vuist van Michiel Romeyn, 42 jaar, knerpt een bierblikje. 'Ik bouw ook nog steeds zweefvliegtuigen en zeilwagentjes. Die probeer ik uit op het strand. Alleen de hond mag mee. Die lucht! Man, ik zou wel gevechtsvlieger willen zijn.

Geen mensen doden, maar onzichtbaar onder radars doorspuiten. Los van alles. Wów! Helemaal vrij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden