ColumnAaf Brandt Corstius

Ik vind het zelf prima als iedereen in de toekomst ‘de huisje’ en ‘groter als’ zegt

null Beeld

Omdat ik van taal hou, wantrouw ik andere mensen die zeggen dat ze van taal houden. Het zal zoiets zijn als een grote Beatlesfanaat zijn of diep in de yoga zitten: dan vind je altijd dat andere Beatlesfans de Beatles verkeerd begrijpen, of je haat andere yogi omdat zij vinden dat je yoga ook met harde muziek erbij kunt doen.

Ik kan het bijvoorbeeld niet uitstaan wanneer zelfbenoemde taalliefhebbers druk zijn met fouten detecteren bij anderen. Ik vind het zelf prima als iedereen in de toekomst ‘de huisje’ en ‘groter als’ zegt. Taal verandert namelijk weleens, want het iets levends. En in het Engels hebben ze maar één lidwoord, ‘the’, en daar is nog nooit iemand aan doodgegaan. Sterker nog, daardoor kun je die taal makkelijk leren in plaats van jaren van je leven te besteden aan ‘de’ en ‘het’.

Nu hoorde ik Arno Brok op de radio, de voorzitter van het genootschap Onze Taal, een genootschap dat bestaat om aan algehele taal lovin’ te doen. Ze bestonden 90 jaar.

Ik hoorde Arno Brok ineens de volgende zin zeggen, over laaggeletterdheid: ‘Nou, dat is echt een uitdaging die we graag oppakken, ook naar de toekomst toe.’ Dat vond ik niet de mooiste zin die ik ooit had gehoord, wel een van de lelijkere, maar ik besloot coulant te zijn. Taal is een levend ding, had ik net al gezegd, en dan moet je ook accepteren dat mensen dingen anders verwoorden dan je zelf zou doen. Ook als ze taalvoorzitter zijn.

Maar daarna vroeg de presentator aan Arno Brok of er iets in de taal was ‘wat uzelf enorm bezighoudt’. Nou, dat was de taalvervuiling, zei Brok. ‘Taal moet dynamisch zijn, máár… Enige scherpte mag er wel blijven.’

Het woord ‘mattie’, bijvoorbeeld, vond hij taalvervuiling. Waarom legde hij niet uit, en hij bleek ook niet precies te weten wat het betekende. ‘Het heeft met vriendschap te maken, maar de essentie van vriendschap komt er voor mij niet uit.’ Zijn neefjes en nichtjes zeiden vaak mattie. Dat vond hij maar niks.

Toen vond ik dat ik me toch wel druk mocht maken. Als je het erg vindt dat mensen ‘mattie’ zeggen – hou je dan wel van taal? Zou je niet blij moeten zijn dat naast kameraad, kornuit, trawant, maat en makker nu ook het gezellige mattie aan de taal is toegevoegd?

Ik stelde me voor hoe Arno Brok als voorzitter de komende jaren keihard zou strijden tegen ‘mattie’ en voor ‘vriend’. Of misschien zelfs nog liever voor ‘vrind’.

Dat de taalvoorzitter van Nederland niet kan leven met het woord mattie – dat zie ik nou als een uitdaging naar de toekomst toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden