Zinvol levenLonieke Ultee, taaldocent

‘Ik vertel alleen over de zelfdoding van mijn ouders als dat een ander helpt’

Lonieke UlteeBeeld Jitske Schols

Op haar 21ste verliest Lonieke Ultee haar beide ouders. Hoewel het verlies haar vormt, verzwijgt ze het later veelal voor anderen. Ze ontwikkelt een bewijsdrang dat het leven wel mooi is om geleefd te worden. Wat heeft dat haar gebracht?

Een ‘harmonieus modelgezin’ in het Overijsselse Ommen in de jaren zeventig. Met een buitengewoon actieve vader, die naast zijn werk als vleeskeurder ook in allerlei besturen zit – van de Rabobank via de tennisvereniging tot zijn positie als ouderling van de hervormde kerk. Op zondag neemt hij plaats op de eerste rij, zijn vrouw en kinderen zitten in het midden. Zijn jongste dochter Lonieke is trots op haar ‘flamboyante, levenslustige’ vader. Met haar moeder heeft ze ook een goede band, al is die nogal eens somber – er is voor haar slechts de rol van huisvrouw weggelegd. Onder invloed van sherry deelt ze met haar tienerdochter ‘meer dan goed voor me was op die leeftijd’. Maar verder herinnert Lonieke Ultee zich ‘een goede kindertijd, waarin ik een sterk fundament heb gekregen’.

De inmiddels 52-jarige docent Nederlands woont en werkt op de Amsterdamse Zuidas, waar ze met haar 17-jarige dochter een modern appartement deelt. Haar oudste dochter is het huis uit.

Het sterke fundament uit haar jeugd is haar van pas gekomen.

Een eerste breuk in het beeld van harmonie en liefde uit de jaren zeventig doet zich voor, wanneer haar vader op zijn werk problemen krijgt. Hij signaleert misstanden, wat hem niet in dank wordt afgenomen. Wanneer Lonieke 14 jaar is, zit haar vader overspannen thuis: ‘Ik herinner me hem huilend op de bank. Van een vrolijke, levenslustige man was hij in een wrak veranderd.’ Er volgt een ziekenhuisopname met een slaapkuur, maar dat helpt niet. Daarna wordt hij in een instelling in Raalte opgenomen: ‘Als je daar terechtkwam, was je gek. Je kwam er meestal niet meer uit, zo stond het bekend.’

Aanvankelijk leeft haar moeder op: ‘Ze toonde zich opeens een soort Florence Nightingale, was heel bezorgd om mijn vader. Wat ik raar vond, want zo goed was hun huwelijk niet.’ Maar lang houdt haar moeder het niet vol, ze wordt depressief en in dezelfde instelling als haar man opgenomen. De vier kinderen hebben dan alleen nog elkaar, hun ouders komen soms naar huis: ‘Er gebeurden allerlei dingen waar we met de buitenwereld nooit over spraken. Mijn moeder ondernam herhaaldelijk zelfmoordpogingen. Gelukkig hebben mijn broers, zus en ik elkaar erdoorheen gesleept.’

Na haar eindexamen wil ze zo snel mogelijk weg: ‘Als ik zelf gelukkig wil worden, moet ik hier zo snel mogelijk vertrekken.’ Dat voert haar op haar 21ste naar Parijs, als au-pair. Na een half jaar bezoekt ze haar ouders in de instelling: ‘Mijn vader was alleen maar aan het huilen en zei: ‘Zorg dat je vastigheid in het leven hebt.’ Dat voelde als een afscheid. Toen ik mijn moeder zag, schrok ik me te pletter. Ze had een gele, matte huid, koude handen. Het was alsof haar ziel haar lichaam had verlaten.’ Daags erna wandelt ze in een mooi hofje in Parijs, samen met een vriendin – de zon schijnt, er klinkt pianomuziek: ‘Opeens liet er iets los in mijn hoofd: ‘Het lijkt wel of ik in het begin van een film zit’, zei ik tegen mijn vriendin.’ Die avond krijgt ze een telefoontje van haar zus: ‘Papa en mama zijn allebei dood.’ Ze zijn samen uit het leven gestapt: ‘Het is iets dat je je hele leven met je meedraagt. Er is geen dag dat ik niet aan ze denk.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Een leven waarin je de vrijheid hebt te zijn wie je bent. Dat gun ik iedereen. Ik heb altijd een sterke nadruk op mijn autonomie en onafhankelijkheid gelegd. Ik heb als alleenstaande moeder mijn dochters opgevoed. Dat past bij me, vinden mensen die mij kennen.

‘Tegelijk ben ik empathisch ingesteld, ik wil altijd voor iedereen zorgen. Dat heb ik van mijn ouders geleerd – in hun goede tijd stonden ze altijd voor iedereen klaar. Dat is ook een deel van hun ondergang geweest, vertelde hun psychiater jaren later. Door altijd aan de problemen van anderen voorrang te geven, was er maar weinig ruimte voor hun eigen problemen.’

Hoe bent u met hun zelfdoding omgegaan?

‘In de weken rond de begrafenis waren mijn broers, zus en ik in volkomen harmonie. Volgens sommige theorieën moet je na zelfmoord woede voelen, maar dat hadden wij niet. Na de hele lijdensweg voelden we vooral begrip. Toen ik terug naar Parijs moest, vond ik dat verschrikkelijk. Mijn broers en zus hadden elkaar, ik stond er alleen voor. Toen het vliegtuig opsteeg, voelde het alsof mijn wortels werden losgescheurd. In Parijs heb ik me aanvankelijk afgezonderd – ik kon niet meer uitgaan en piekerde veel over wat de dood betekent.

‘Eigenlijk is het te veel: op je 21ste op deze manier in een klap je ouders kwijtraken. In die eerste jaren was er voortdurend dat allesbepalende verdriet. Maar ik ben ook van het leven gaan genieten uit een soort bewijsdrang ten opzichte van mijn ouders: ‘Kijk, het leven is mooi en de moeite waard, jullie hadden nooit mogen gaan.’ Vandaar al mijn reizen en buitenlandse avonturen.’

Ondervond u medeleven van generatiegenoten?

‘Terug in Nederland, ik was toen 25, ervoer ik vooral eenzaamheid. De twintigers om me heen waren bezig met de maakbaarheid van hun bestaan, terwijl ik de breekbaarheid ervan had ervaren. Op feestjes voelde ik me vaak oud. Anderen waren bezig zich los te maken van hun ouders. Die zouden zich te veel bemoeien met hun studie of hun keuzen in het leven. Ik heb toen vaak gedacht: ‘Jullie moesten eens weten hoe het is geen ouders te hebben.’ Ik wilde ze vooral terug.

‘Het is een geheim dat je met je meedraagt. Je probeert dat te delen door erover te vertellen, maar dan moet je met de billen bloot en vaak op de meest onverwachte momenten. Toen ik 28 was, ben ik alleenstaande moeder geworden. Dan krijg je als reactie: oh, maar je moeder helpt je toch wel? Nee, die leeft niet meer. Maar je vader dan? Die leeft ook niet meer. Wat is er dan gebeurd? Meestal vertelde ik het direct, maar dan kreeg de ander een schok. Ik wilde dan geruststellen, dus vertelde ik over het sterke fundament dat ik had meegekregen. Maar er rust een stigma op: mensen dachten dat er met mij ook wel iets mis moest zijn, omdat ik dit had meegemaakt.’

Dus ging u er minder over praten?

‘Ja, ik heb het vaak verzwegen, of ik zei: een lang verhaal, vertel ik nog wel een keer. Tegenwoordig heb ik me voorgenomen er alleen over te beginnen als ik de ander ermee kan helpen. Of als iemand zijn eigen kwetsbare verhaal vertelt, dan vertel ik het mijne. Dat delen geeft zin aan het leven. Ik heb eens tijdens een vakantie in Mexico vanuit het niets mijn verhaal aan een Canadese vrouw verteld. Ze lag naast me aan de rand van het hotelzwembad, met een hoofd vol pleisters. Ze bleek haar hele gezin tijdens een brand te hebben verloren. Als ik niet had gedeeld wat mij was overkomen, had ze dat zeker niet verteld. Op dat moment ontstond er een diepgaand contact doordat we de kwetsbaarheid van het bestaan met elkaar deelden. Als je jezelf daarvoor kunt openstellen, doet de ander dat meestal ook, is mijn ervaring.’

Leestip: Niemand is onsterfelijk, Simone de Beauvoir

‘Een man drinkt in 1279 een toverdrank die hem onsterfelijk maakt. Dat blijkt verschrikkelijk te zijn: het leven heeft op den duur totaal geen zin meer voor hem, omdat hij telkens generaties ziet komen en sterven en hij op den duur geen enkele interesse meer voor zijn medemens op kan brengen. Beauvoir toont aan hoe noodzakelijk de dood voor ons is.’

Veranderde uw kijk op uw ouders, toen u zelf moeder werd?

‘Toen groeide vooral mijn onbegrip over hun daad, ik voelde voor het eerst boosheid. Met een baby was ik me heel bewust van het feit dat alles wat ik deed of naliet een grote invloed op mijn kind had. Ik besefte dat je je kinderen nooit in de steek mag laten. Ook vond ik het erg dat mijn kinderen geen opa en oma zouden hebben. Ik heb in die fase vooral mijn moeder gemist.

‘Met de geboorte van mijn dochters kwam er richting in mijn leven. Om in ons levensonderhoud te voorzien, ben ik Nederlands gaan studeren en docent geworden. Ik vulde mijn hoofd met literatuur, in plaats van met verdriet. Daarvoor was ik eigenlijk stuurloos geweest. Ik had baantjes in het toerisme, maar het lukte me niet richting aan mijn leven te geven. Mijn verdriet was te groot. Ik ging waar de wind me bracht.

‘Dat mijn relaties met mannen telkens eindig zijn gebleken, heeft ook te maken met mijn ouders. Die hebben me verlaten. In relaties speelt naast het verdriet daarover ook verlatingsangst op. Ik was bang weer verlaten te worden, of stond de ander geen nabijheid toe om te voorkomen dat ik weer verlaten zou worden. Ik wil vooral onafhankelijk zijn, zelf aan het roer staan.

‘Door mijn moederschap ben ik er nog meer van overtuigd dat je dankbaar voor het leven moet zijn. Mijn dochters probeer ik zoveel mogelijk de schoonheid ervan te tonen en wil ik vooral niet met mijn sores belasten. Zelfmoord ben ik als een soort misdaad tegen de mensheid gaan zien. Ik kan er begrip voor opbrengen, maar toch: wanneer je jezelf vermoordt, beroof je ook je dierbaren van een deel van hun leven. Bij mij overheerst het gevoel dat ze het niet hadden mogen doen. Vanwege het verdriet en de ellende die ze anderen hebben bezorgd.’

Valt er toch iets positiefs over te zeggen?

‘Het heeft me geleerd dat het leven breekbaar is, dat je het moet koesteren en dat je er zin aan kunt geven. Ik had veel liever gehad dat ze er nog waren, maar voor de levenslessen die uit hun zelfdoding voortvloeien ben ik wel dankbaar.’

Heeft u die kijk nodig om door te kunnen blijven gaan?

‘Ja.’

Hoe kijkt u aan tegen uw sterfelijkheid?

‘Ik besef dat iedere dag je laatste kan zijn. Dat vind ik niet erg, ik kan mijn dood goed relativeren. Het is goed dat we sterfelijk zijn, dat geeft urgentie aan het leven. Ik heb sterk het gevoel dat ik mijn ouders op de een of andere manier weer tegen ga komen. Naarmate ik ouder word, wordt het gemis minder. Daarbij speelt mijn besef dat het moment waarop je elkaar terugziet dichterbij komt – het gemis wordt dan een verlangen. Vorig jaar was het dertig jaar geleden dat ze uit het leven stapten. Altijd werd ik op die dag wakker met een verdrietig gevoel. Vorig jaar voelde ik me voor het eerst licht. ‘Het is een bijzondere dag’, dacht ik.’

Wilt u praten over zelfdoding of wilt u hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden