Zinvol levenJohn de Vos, paleontoloog

‘Ik verheug me op het einde van de mens’

Beeld Jitske Schols

Hij geeft de mens nog 22 duizend jaar en daarna is het wel afgelopen. Het zal een zegen zijn voor de aarde, zegt paleontoloog John de Vos. Maar als de mens zo verwoestend bezig is, wat in dan een zinvol leven?

Met uitgestoken hand, ondanks corona, staat hij in de deuropening van zijn Hilversumse galerijflat – hij is er de man niet naar om zich zijn gedrag te laten voorschrijven. Zijn vrouw Rita, nog niet zo lang terug uit het ziekenhuis na een hartstilstand, schudt al even hartelijk handen.

De dood lijkt niet ver weg voor de 72-jarige paleontoloog John de Vos. Tot zijn 68ste was hij gezond, in 2016 kreeg hij een herseninfarct en een jaar later werd darmkanker en prostaatkanker met uitzaaiingen bij hem geconstateerd. ‘Ik krijg er telkens drie maanden bij’, zegt hij opgewekt. Met een rollator, overgehouden aan de verlamming door zijn herseninfarct, beweegt hij zich door zijn flat. Hij woont er al meer dan veertig jaar, een honkvastheid die haaks staat op alle exotische plaatsen die hij bezocht. Op Kreta, Mauritius, de Filipijnen en in Pakistan en Laos voerde hij ‘crime scene investigations’ uit: opgravingen van fossiele resten van herten, olifanten, dodo’s en oermensen. Hij deed dat in dienst van het Leidse museum Naturalis (voorheen Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie), waar hij conservator was van de vermaarde Dubois-collectie (40 duizend fossielen uit Indonesië). Hij maakte tientallen tentoonstellingen, maar zijn veldwerk, dat hij ‘goudzoeken’ noemt, vond hij het mooiste aan zijn vak. Niet in de laatste plaats omdat dat hem grote vrijheid bood: ‘Mijn hele leven heb ik gedaan waar ik zin in had.’

Het lag niet voor de hand dat hij het zou schoppen tot een gerenommeerd paleontoloog, met Nature-artikelen en drie naar hem vernoemde diersoorten (een hert, genaamd Candiacervus devosi, een aap, Pongo pygmaeus devosi, en een walvis, Nehalaennia devossi). Opgroeiend als jongste zoon in een bakkersgezin met zes kinderen valt hij vooral op door zijn onhandigheid: ‘Ik heb twee linkerhanden, dus de ambachtsschool viel af, het werd de ulo (voorloper van het vmbo, red.).’ Een interventie van een oom (‘wat doet dat jong op de ulo?’, riep die uit, na het zien van een rapport) leidt ertoe dat hij terechtkomt op de hbs. Daarna volgt een studie biologie in Utrecht: ‘In de jaren zestig konden arbeiderskinderen dat soort dingen doen, dat paste in de tijdgeest.’ Dat werd in huize De Vos niet bijzonder gevonden: ‘Een andere broer ging de wilde vaart op, weer een ander werd timmerman. Wat ik deed was wel afwijkend, maar er werden geen woorden aan vuil gemaakt.’

Hij kwam uit een ‘apolitiek en areligieus’ gezin; zichzelf noemt hij ook nog ‘asociaal en a-sportief’. Asociaal? ‘Ja, ik ben geen moeder Theresa. Ik heb wel vrienden, sommige al meer dan veertig jaar, maar ik ben niet iemand die iets organiseert of die de verbinding met de ander zoekt, of zoiets.’ Rita, al 49 jaar met hem getrouwd, vult aan: ‘Hij heeft een vriend die ook kanker heeft. Dus zeg ik tegen hem: bel hem nou eens op. Krijg ik als antwoord: ‘Ja, dat komt wel’.’

Liever duikt De Vos in zijn eigen hoekje in zijn flat in ‘boekies’ en ‘artikeltjes’ – in onderzoek naar de evolutie van de mens blijft hij zich verdiepen, ook nu nog, lang na zijn pensionering. Op zijn 12de hoorde hij op school voor het eerst over de theorie van Darwin – hij werd er meteen door gegrepen: ‘Dat was het helemaal, dacht ik, want daarmee zou je álles kunnen verklaren, het leven zoals het is. Dat bleek wat ingewikkelder te liggen.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Stel ik jou meteen een vraag: vind jij dat een bacterie of een giraffe een zinvol leven heeft?’

Ik denk het wel, voor zover het leven zinvol is.

‘Gelukkig, anders had je zojuist drie miljard jaar evolutie afgeschreven. Maar wat is het zinvolle eraan? Dat is de voortplanting. Want wat zijn we nou helemaal: een klompje dna, wat vetten en wat eiwitten. Dat is leven. Er is een raar molecuul, het dna, dat afhankelijk van de omstandigheden een bepaalde vorm krijgt. De voortzetting daarvan is de zin. De rest is amusement.’

Heeft ons leven geen andere betekenis dan voortplanting?

‘Nee, we komen van dat dna-molecuul, met wat eiwitten en vetten, dat is de essentie. Ik heb een keer een tentoonstelling samen met een non gemaakt. Ik zat op mijn minimalistische standpunt: eenheid in verscheidenheid, de eenheid is dat celletje en dan is het maar net welke vorm het krijgt. Als de omgeving verandert, is het: aanpassen of uitsterven. Daar was zij het helemaal niet mee eens, ze vond dat te kaal, voor haar moest er meer zijn. Nou, voor mij is er verder niks.

‘Ik heb veel tentoonstellingen gemaakt. Voor mij valt dat puur onder amusement, net als wat jij nu met die interviews doet. Iedereen is bezig zijn tijd zo leuk mogelijk door te brengen, wat voor verhaal hij er ook bij verzint, maar voortplanting is de kern. Dat gebeurt al drie miljard jaar, terwijl de mens er pas 100 duizend jaar is, of 200 duizend jaar als je er wat anders naar kijkt.’

Leestip The Selfish Gene van Richard Dawkins

‘Het dna-molecuul met de genen is merkwaardig: het lijkt alsof het zich moet vermeerderen. Dit boek is al meer dan veertig jaar oud, maar nog steeds actueel en fascinerend. Dawkins schrijft over het belang van genen bij natuurlijke selectie. Het gaat niet over een individu of een enkel gen, maar over een groep genen die aan de volgende generatie wordt doorgegeven. Alleen de best aangepaste blijven voortbestaan.’

Leiden mensen die zich niet voortplanten dan geen zinvol leven?

‘Klopt’.

Een harde boodschap voor mensen zonder kinderen.

‘Daar kan ik niks aan doen. Die mensen kunnen natuurlijk leuk bezig zijn en het idee hebben dat ze hun tijd zinvol doorbrengen, maar nee dus.’

Maakt er voor een ander zijn een leven niet zinvol? Neem een mantelzorger, die zijn leven in dienst stelt van een ander.

‘Dat gaat er bij mij niet in. Drie miljard jaar draait het alleen om voortplanting, dat wordt dan eventjes aan de kant gezet door een mantelzorger. Zelf ben ik evolutionair gezien allang overbodig. Voor haar (knikt in de richting van Rita) is het misschien anders, want zij doet veel voor de kleinkinderen, maar ik dien nergens meer toe. De medische wetenschap heeft me in leven gehouden. Normaal gesproken was dat herseninfarct me fataal geworden, anders mijn kanker wel. Maar goed, ik ben er wel blij mee, want ik amuseer me nog wel.’

Valt uw wetenschappelijke werk ook onder amusement?

‘Ja. Ik heb me er uitstekend mee vermaakt, maar het stelt geen bal voor. De vraag of we onze tijd zinvol doorbrengen, kwam op toen we ophielden jagers-verzamelaars te zijn. Er ontstond ruimte, vrije tijd. Toen is het ook misgegaan. Daarvoor was er voldoende energie van de zon om alles te laten bloeien en groeien. Maar toen de mens aan veeteelt en landbouw ging doen, kwam hij energie tekort. Na de industriële revolutie werd dat tekort zo groot dat hij alles is gaan slopen. Terwijl het leven op aarde al drie miljard jaar op rolletjes liep. De mens verwoest alles, het is een raar beest hoor.’

Als je ons vergelijkt met de oermens…

‘Dan kunnen we nog wat van hem leren, namelijk dat je met je poten overal af moet blijven. Het is toch te gek: we doen aan natuurbeheer in dit land door vennetjes uit te graven om er weer salamanders in terug te krijgen, ondertussen moet je zien wat in Brazilië en Borneo wordt gekapt. Bolsonaro, die Braziliaanse president, geeft allerlei concessies voor de regenwouden uit: dat betekent wegen aanleggen, huizen, tankstations. Borneo is al zowat kaal. Het gaat volledig de verkeerde kant op.’

Kan de wetenschap daar iets tegen doen?

‘De vraag is: komen we met iets nieuws? Ik zie geen grote doorbraken. Neem de evolutie van de mens. De echte ontdekkingen zoals natuurlijke selectie en het uitsterven van soorten, zijn in de 19de eeuw gedaan. In 1953 hebben we nog het dna erbij gekregen, ontdekt door Watson en Crick. Sindsdien kwam er niets nieuws bij.

‘Zelf heb ik me beziggehouden met de eilandentheorie van Paul Sondaar, mijn leermeester. Hij had als idee dat beesten zoals dwergolifantjes en dwergnijlpaardjes naar eilanden toe waren gezwommen en zich daar hadden aangepast. Die theorie was nieuw en we hebben die getoetst op Kreta en de Filipijnen. Hij bleek te kloppen. Leuk, maar natuurlijk niet meer dan een detail. Ik zie momenteel vooral hardwerkende wetenschappers die voortbouwen op bestaande ideeën.

‘Op een gegeven moment kunnen ze vast wel een stukje dna bij de mens inbrengen, maar ik geloof niet in een verbeterde versie van de mens, waarover wel wordt geschreven. Nee, de mens maakt zichzelf kapot. Wel staan we pas aan het begin van de digitale revolutie. Die is echt vernieuwend. Mijn generatie, die van de digibeten, wordt op dit moment weggevaagd, maar goed, die gaat er toch snel uit. We staan nog aan het begin, ik hoop dat die digitale revolutie de ondergang van de mens bespoedigt.’

Pardon – hoezo?

‘Omdat de aarde een zucht van verlichting zal slaken – de natuur kan dan weer groeien en bloeien. Ik geef de mens nog 22 duizend jaar, dan is het wel afgelopen, gezien de groei van de wereldbevolking. Als je die doorrekent in generaties, weet je dat het op een gegeven moment voorbij is. Door onze voortplanting graven we ons eigen graf.’

U kijkt er blij bij.

‘Ik verheug me op het einde van de mens, omdat dat voor de aarde een zegen zal blijken. De natuur vind ik aanzienlijk belangrijker. Alleen vind ik het jammer dat ikzelf de afloop niet meemaak, dat voelt toch als een film waarvan je het einde niet ziet. Doodgaan vind ik verder niet erg. De mens is niet belangrijk. Je moet hem niet vooropstellen, zoals Descartes deed: ‘De mens onderscheidt zich van de beesten, omdat hij een ziel heeft.’ Wat een onzin. De mens heeft het vooral enorm met zichzelf getroffen en het is de apenrots die nog steeds dicteert. We vinden onszelf heel wat, maar zijn bezig onszelf gek te maken – waar je ook kijkt, mensen jagen elkaar op.

‘Zelf heb ik me nooit laten opjagen. Toen er functioneringsgesprekken bij het museum kwamen, kreeg ik als vraag: wat is je ambitie? Ik zei: ‘Die heb ik helemaal niet. Ik wil gewoon zo doorrommelen.’ Vonden ze raar. Het belangrijkst is wat je vanbinnen voelt. Dat heb ik mijn studenten ook altijd voorgehouden. Je gevoel zegt je of iets wel of niet goed is. Mijn harde werken kwam altijd van binnenuit.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden