Je kunt het maar één keer doen

‘Ik nam Rineke kwalijk dat ze haar dood niet bespreekbaar maakte’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Toen duidelijk werd dat Rineke ernstig ziek was, wilde haar partner Hiske niets liever dan er voor haar zijn. Maar dat liet Rineke niet toe.

Barbara Van Beukering

Rineke Bovereê (57, jeugdhulpverlener en gestalttherapeut) overleed op 6 augustus 2018 aan de gevolgen van longkanker. Ze was vijfentwintig jaar samen met Hiske Siderius (54, docent product design, student social work).

Hiske: ‘Op een ochtend in juni 2017 zei Rineke: ‘Ik heb een droom gehad. Er stond iemand aan mijn bed die zei dat ik een ziekte bij me heb.’ Ze is naar de huisarts gegaan die haar doorstuurde naar het ziekenhuis. Vermoedelijk werd ze serieus genomen omdat ze nooit naar de dokter ging. Toen we een week later in het UMCG moesten komen voor de uitslag zagen we dat als een formaliteit. We konden ons niet voorstellen dat er echt iets aan de hand was. Toch kregen we meteen een onheilstijding: er zaten vlekken op haar longen.

Na meerdere onderzoeken en scans bleek het longkanker met uitzaaiingen te zijn. De prognose was een jaar tot anderhalf jaar. Rineke schoot meteen in de ontkenning. Het feit dat ze die droom had gehad betekende dat er nog wat aan te doen was. Wat was anders het nut of de zin van die droom geweest? Ze wilde niet in het medische circuit belanden en weigerde chemo want dat zou meer kapot maken dan genezen. Haar vertrouwen in de medische wetenschap was niet zo groot, ze had meer vertrouwen in zichzelf. Vanaf dat moment stortte ze zich op orthomoleculaire voeding. Ze zou de wetenschap laten zien dat zij op haar eigen manier weer gezond zou worden.

Ze wilde niet praten over haar ziekte. Als ik er voorzichtig over begon, zei ze: ‘Jij denkt dat ik doodga.’ Dan antwoordde ik: ‘Dat denk ik niet, dat hebben de dokters gezegd.’ ‘Wat weten zij er nou van? Ik ben baas over mijn eigen lijf’, reageerde ze geërgerd. ‘Als ik de hoop opgeef, kan ik net zo goed meteen stoppen met leven.’

Op een gegeven moment moest er een echo gemaakt worden van de schildklier. Toen we de uitslag kregen, zei de arts dat de schildklier eruit moest. ‘Hoezo moet dat ding eruit?’, vroeg Rineke. ‘Dat is het protocol’, legde de arts uit. Rineke zei, terwijl ze verkrampt met haar armen over elkaar zat, dat ze dat niet wilde. Hij vroeg haar een formulier te ondertekenen zodat hij achteraf geen verwijt kon krijgen dat hij haar niet had geopereerd. Ze tekende.

Hiske Siderius (links) en Rineke Bovereê. Beeld Privéfoto
Hiske Siderius (links) en Rineke Bovereê.Beeld Privéfoto

De focus op voeding deed haar goed. Ze kon goed koken en had daar ook lol in. Ze bleef een tijd lang fysiek sterk en fit, wat haar het gevoel gaf dat ze gelijk had. Ik denk zelf dat als zij die droom niet had gehad, het nog maanden had geduurd voordat er symptomen waren gekomen.

Na een half jaar ging het langzaam minder, ze kreeg steeds meer pijntjes en haar conditie begon af te nemen. Ze werd magerder en ze kon steeds minder ver lopen. Rineke was echt een wandelaar; 10, 15 kilometer was niks voor haar. Op een gegeven moment kon ze nauwelijks nog een rondje om het blok lopen. Dat meldde ze als feit, ze had het niet over de oorzaak en ook niet over het gevolg.

Doordat we er niet over konden praten, raakten we van elkaar verwijderd. Onze casemanager in het ziekenhuis vertelde dat er een maatschappelijk werker was die ons kon helpen. Rineke wilde er niets van weten. Ik heb later teruggebeld dat zij er geen gebruik van wilde maken, maar ik wel. Ik heb een aantal gesprekken gehad en dat was heel fijn. Gelukkig kon ik er ook over praten met vrienden en collega’s, mijn werk was mijn uitlaatklep. Op een gegeven moment kwamen er kaartjes en bloemen van collega’s en vrienden. Dan vroeg Rineke: ‘Heb je gezegd dat ik doodga, ofzo?’

Begin juli zei ze opeens: ‘Ik moet doodgaan en dat doe ik helemaal op mijn manier en op mijn tijd.’ Het was geen opening voor een gesprek, het was een mededeling. ‘En ik dan?’, heb ik in die tijd wanhopig geroepen. Waarop ze antwoordde: ‘Jij snapt niet wat ik voel.’

Dat kon ik natuurlijk ook niet snappen, maar zij kon ook niet snappen wat ik voelde. Ik moest accepteren dat ze het zo deed om zelf te overleven.

Toen het de laatste maand steeds slechter met haar ging, wilde ze naar de huisarts om te praten over pijnbestrijding. De huisarts bracht euthanasie ter sprake, wat ik heel fijn en dapper vond. Rineke zei: ‘Nee, dat wil ik niet, ik moet mijn leven uitleven.’ Dat vond ik mooi gezegd van haar, het paste ook bij haar. De morfinepleisters die de huisarts adviseerde gebruikte ze nauwelijks, omdat ze zo min mogelijk troep in haar lijf wilde.

Ondertussen dacht ik: hoe moet het straks? Kan ik tot het einde voor haar zorgen?

Of ik nu voorstelde om thuiszorg in te schakelen of een ziekenhuisbed in de kamer te zetten, Rineke wilde nergens van weten. Achter haar rug om verdiepte ik me in een hospice. Het was heel bizar om daarmee bezig te zijn terwijl er hoegenaamd niks aan de hand was. Ik wilde zo graag voor haar zorgen. Dat zei ik ook: ‘Ik ben hier om voor je te zorgen, waarom laat je dat niet toe?’ Haar antwoord was steevast: ‘Je hoeft niet voor mij te zorgen.’

Ze had een boek besteld met de titel De cyclus van leven en dood. Daardoor wist ik dat ze er wel mee bezig was. Toen ze het uit had vertelde ze dat ze naar een andere dimensie ging, waar het leven mooi en licht zou zijn. Ik moest het ook van haar lezen. Ik probeerde het, maar ik vond het ingewikkeld en zei dat ik het een lastig boek vond om te lezen. ‘Dan kunnen we het er ook niet over hebben’, zei ze resoluut.

De laatste week stond er een ziekenhuisbed in de huiskamer omdat ze niet meer de trap op kon, en er kwam ook thuiszorg. Dat was een omslagpunt. Het ging toen snel achteruit en ze had ontzettend veel pijn, dat was heel akelig om te zien. Op een gegeven moment was het zo erg, ze noemde de pijn dertien op een schaal van tien, dat de thuiszorg een morfinepompje bracht. Door de morfine kwam er rust over haar.

Op maandagmorgen zat ik met vrienden buiten. Het was prachtig weer. Jannie van de thuiszorg kwam de tuin in lopen: ‘Het is klaar, ze is overleden.’ Rineke was er stiekem tussenuit gepiept. Ik vond het niet erg dat ik er niet bij was. Ik heb vaak genoeg bij het bed gezeten en haar hand vastgehouden. Het paste bij Rineke om het zo te doen, ze deed het op haar eigen manier.

Ik ben na haar dood heel boos geweest. Waarom heb je het zo gedaan? Waarom heb je me niet toegelaten? Waarom heb je mij ontkend? Ik vond een rouwtherapeut, Marjanne, die me goed heeft geholpen. Rineke kon het niet, ze kon het echt niet. Ze kon mij er niet bij hebben. Ik neem haar kwalijk dat ze haar dood niet bespreekbaar kon maken.

Marjanne heeft me leren zien en leren voelen. En het is me gelukt. Ik kan nu weer zien dat Rineke een geweldig en mooi mens was en ik kan mijn liefde voor haar weer voelen.’

Onlangs verscheen van Barbara van Beukering het boek 50 manieren om afscheid te nemen, een bundeling met interviews van deze serie uit 2020 en 2021.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden