ColumnSylvia Witteman

‘Ik moet nu naar geschiedenis’, zei mijn zoon met holle ogen

null Beeld
Sylvia Witteman

Mijn jongste zoon doet eindexamen. Ik had er aanvankelijk een hard hoofd in, want hij kan zijn eigen boterhammen nog niet eens smeren zonder de kaas te verminken en de boter over het hele aanrecht uit te walsen. Ook heb ik hem sinds Pluk van de Petteflet niet meer met een boek in handen gezien.

Moet zo iemand dan aan de hand van ‘vier Latijnse tekstelementen’ kunnen aantonen hoe ‘Cicero door het gebruik van het woord ‘eundem’ terloops de aandacht vestigt op een absurde situatie’? En uitleggen wat de ‘essentie van de kritiek op de moderne kunst is in de tentoonstelling Treasures from the Wreck of the Unbelievable van Damien Hirst?’

‘Hoe ging het?’, vroeg ik niet zonder ontzag toen ik zijn zojuist afgelegde examen Nederlands inzag. ‘Ging wel’ sprak hij. ‘Ik moest een woord opzoeken.’ Welk woord, wilde ik weten. Ja, wat was het ook alweer? Ingespannen tuurde hij de tekst af. ‘Vergoelijken’ sprak hij tenslotte. Hoe moest iemand die het woord ‘vergoelijken’ niet kende de kern van Mao’s Grote Sprong Voorwaarts op papier uiteenzetten, ‘in een of meer volledige zinnen’ bovendien?

‘In míjn tijd moesten we voor Nederlands nog een opstel schrijven’, mijmerde ik hardop. ‘Maar dat is niet eerlijk’, antwoordde hij. ‘Je kunt een opstel niet objectief beoordelen.’ Onzin. ‘Ik had een 9, hoor!’, riep ik trots. ‘Zie je wel?’, antwoordde hij, en verliet de kamer om ter voorbereiding van het examen geschiedenis nog braaf wat te blokken op China ten tijde van de culturele revolutie.

Ik dacht aan mijn eigen eindexamen. Behalve dat opstel kan ik me er weinig van herinneren. Ja, ik weet nog dat ik voor Aardrijkskunde het onderwerp ‘de veranderende locatiefactoren in de Nederlandse tuinbouw’ moest bestuderen. Ik slaagde. Ik kon Pakistan niet op de kaart aanwijzen, maar ik wist wel hoeveel procent van de rozenstokken er uit Noordoost-Groningen kwam. Zowel met Pakistan als de tuinbouw heb ik nadien niets meer te maken gehad, en dat is waarschijnlijk voor alle partijen het beste.

‘Ik moet nu naar geschiedenis’, zei mijn zoon maandagochtend met holle ogen. Onder zijn uitgeputte, van feiten uitpuilende schedeldak echode Deng Xiaoping ‘Het maakt niet uit of de kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt’, maar zijn mond stamelde ‘Wil je een boterham voor me maken, om mee te nemen?’

‘In mijn tijd zaten we niet te vreten tijdens examens’, zeurde ik. Maar ik smeerde toch die boterham. Mijn arme kind moet tenslotte door die ellendige hoepel springen. En als dat voorbij is zal ik hem eindelijk kaas leren schaven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden