Land van afkomstLamia Makaddam

‘Ik leefde van 5 euro per dag, omdat ik geen uit­kering wilde aanvragen’

Dichter Lamia Makaddam (49) geniet van de vrijheid die ze ervaart in Nederland. ‘Als je steeds denkt: dit mag niet, kun je geen dichter zijn.’ Komt ze ook taboes tegen?

Lamai MakaddamBeeld Ernst Coppejans

Met haar Arabische vertaling van Jij zegt het maakte Lamia Makaddam van Connie Palmen een beroemdheid in de Arabische wereld. ‘Het boek van Connie ging over Sylvia Plath, die kenden ze al. Door het succes van die roman kennen ze Connie Palmen nu ook. Ik ben benaderd door een uitgever om haar debuut te vertalen, De wetten.’

De gedichten in haar nieuwe bundel, Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf, waren oorspronkelijk in het Arabisch geschreven. Met Abdelkader Benali vertaalde Makaddam de bundel naar het Nederlands. ‘Van ­Arabisch naar Nederlands vertalen kun je vergelijken met een zee in een fles proberen te doen. In het Arabisch heb je twaalf benamingen voor het woord ‘liefde’, op allemaal verschillende niveaus. De taal is rijker, met veel meer mogelijkheden.

‘Nederlanders willen dat Arabische gedichten gaan over oorlogen en vrouwenonderdrukking. Over ­kamelen en woestijnen. Ik schrijf over het lichaam, over erotiek. Ik kom uit Tunesië, daar mag een vrouw dat niet doen. Het is te brutaal. Alleen een man mag dat.’

Een fragment uit Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf: ‘Er stroomt een river door mijn verbeelding./ Om de puntjes op de i te zetten tussen mijn benen/ nam hij zijn tijd./ Toen ik geboren werd schreeuwde ik in plaats van te huilen./ Ademde ik door mijn ­vagina.’

Zou je deze gedichten in ­Tunesië kunnen voorlezen?

‘Ik ga naar poëziefestivals in Tunesië, Egypte en Marokko. Ze weten dat ik in Nederland woon, dat maakt het anders. Toch zou ik ze daar niet snel voorlezen. Je hoeft niet te shockeren. Ze kunnen het wel lezen. Mijn bundel is uitgegeven door een Arabische uitgever in Milaan en naar 22 Arabisch sprekende landen gegaan.

‘Als ik nog in Tunesië woonde, zou het anders zijn. Hier voel ik me vrijer. Daar zou ik denken: moet ik het milder maken, minder direct? Als je steeds denkt: dit mag niet, kun je geen dichter zijn.’

Voel je in Nederland ­beper­kingen?

‘Met het geloof ben ik voorzichtiger. Als ik daarover een gedicht zou schrijven, riskeer ik mijn leven, of dat van geliefden. Gelukkig is het niet mijn onderwerp, ik ben ook niet zo gelovig. In 2007 publiceerde ik een bundel waarin een klein gedicht stond over een hoofddoekje. Ik zou een presentatie geven in een Iraaks cultuurhuis, hier in Den Haag. Toen kreeg ik een bedreiging binnen, dat ik me moest verontschuldigen voor dat ­gedicht. Dat heb ik niet gedaan.’

Lamia Makaddam studeerde Arabische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Sousse, aan de oostkust van Tunesië. Direct daarna verhuisde ze naar Nederland. ‘Ik was de eerste in mijn familie die verder leerde na de basisschool en de tweede vrouw uit ons dorp die naar de universiteit ging.

‘Tunesië is niet zoals andere Arabische landen. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk, in 1956, kregen vrouwen meer rechten. Bij ons is het ­huwelijk volgens de wet, in andere Arabische landen volgens het geloof, de shariawet. In de andere landen krijgen mannen bij een erfenis twee keer zo veel als vrouwen, in Tunesië is het evenveel. En wij hebben geen ­polygamie. Toch was het in ons dorp nog steeds zo dat een meisje hoorde te trouwen, dat was het plan. Je kon geen slechte vrouw zijn, je moest je niet te vrij gedragen, dan zou je in het dorp geen jongen meer vinden om mee te trouwen.

‘Mijn moeder noemde me altijd De Directrice, om me aan te moedigen dat ik er iets van moest maken. Ik weet nog hoe ze schreeuwend door het dorp ging toen ik mijn bacca­laureaat had gehaald, een soort vwo. Het hele dorp kwam naar ons huis gerend, op blote voeten. Dat was een groot feest, er ­werden schapen geslacht.

‘Ik had twee oudere broers, maar met beiden is iets tragisch gebeurd. De ene raakte twee armen en een been kwijt bij een ongeluk, de andere overleed omdat hij te veel medicijnen had genomen. Hij was verhuisd naar Irak en werd gedwongen mee te vechten in de oorlog tegen Iran. Toen hij terugkwam, was hij zwaar in de war.

‘Jongens hebben een hogere positie, zij moeten het gezin vooruit­brengen. Toen mijn broers daar niet meer voor konden zorgen, voelde ik dat ik het moest doen. Verder waren we met zeven zussen. Ik hielp mijn ­vader al op de markt, met koffie verkopen. Dat deden meisjes normaal niet. Tot ik borsten kreeg. Op een dag droeg ik een T-shirt van Bruce Lee, waarop hij stond afgebeeld met twee vuisten naar voren. Mijn borsten ­zaten precies onder die vuisten. Toen mijn vader dat zag, mocht ik niet meer meehelpen.’

Hoe was het om naar ­Nederland te komen?

‘In het begin moeilijk. Ik was het ­gewend om nooit alleen te zijn, in ­Tunesië deed je alles samen. Als je ergens heenging, was het altijd met een zusje of nichtje. Hier moest ik alles in mijn eentje doen, ik had alleen wat vrienden in België. Tot ik mijn zoons kreeg, zij werden mijn familie.

‘En ik miste de controle. Als je zo veel vrijheid krijgt, wat ga je ermee doen? In Tunesië was het niet alleen een vader of een broer die je controleerde. Zelfs als een oudere buurman mij aantrof in het dorp, mocht hij me bestraffen of vragen wat ik aan het doen was.

‘Ik heb alle soorten werk gedaan. Eerst veel in hotels. In 2015 werd ik ontslagen bij de Wereldomroep, met tweederde van de journalisten. Ik heb me laten omscholen tot tolk Nederlands-Arabisch. Eén keer zat ik zes maanden zonder werk. Ik leefde van 5 euro per dag, omdat ik geen uit­kering wilde aanvragen. Alleen zodat ze niet over mij zouden kunnen zeggen: al die buitenlanders komen hier voor de uitkeringen.’

Nederlands
‘Altijd en nooit. Het is een mix geworden, ik ben Nederlands en Tunesisch.’

Partner
‘De vader van mijn kinderen is Marokkaans, nu ben ik met een Egyptische man. Taal is niet alleen een middel om te schrijven, je woont er ook in. Met mijn kinderen spreek ik Nederlands, met mijn man Arabisch.’

Wit of blank
‘Die woorden gebruik ik niet. Ik kijk niet naar huidskleur, maar naar houding.’

Lamia Makaddam (Tunesië, 1971) is dichter, vertaler en tolk Nederlands-Arabisch. Ze publiceerde drie dichtbundels in het Arabisch en won in 2000 de El Hizjra literatuurprijs. Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf, vorige week verschenen bij Uitgeverij Jurgen Maas, is haar eerste bundel die naar het Nederlands werd vertaald.

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met nieuwslezer Amber Brantsen (Surinaams) en influencer Oumayma Elboumeshouli (Marokkaans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden