Zinvol leventherapeutisch coach Regien Jongma

‘Ik kan van twee kruimels brood maken’

Regien Jongsma.Beeld Jitske Schols

Aan de trauma’s in haar jeugd had Regien Jongma zonder moeite een zwartgallig mensbeeld kunnen overhouden. Nu helpt ze kinderen met hetzelfde lot. ‘Mensen zijn bedoeld om te stralen.’ 

‘‘Ik ben jouw mentor, mijn persoonlijke missie wordt de lichtjes in je ogen te doven’, dat was haar eerste tekst. Mijn antwoord was: ‘Dan zul je me dood moeten schieten, want dat gaat je op geen enkele andere manier lukken’.’

Wanneer Regien Jongma eind jaren tachtig 15 is en na jarenlange hulpbehoevendheid uiteindelijk in een rolstoel belandt, krijgt ze een plek toegewezen in een instelling voor jongeren met een ernstige handicap. Als mentor krijgt ze een vrouw, van wie ze direct weet dat die ‘een van mijn ergste vijanden zou worden. Dat was een instinctief besef. Vrouwen zijn vaak gemener dan mannen.’

Dertig jaar later schijnen de ‘lichtjes in haar ogen’ nog altijd, wat een klein wonder is in het licht van haar voorgeschiedenis. Haar moeder krijgt acht kinderen, maar voedt er niet een zelf op – ze wordt telkens uit de ouderlijke macht ontzet, in het geval van nummer zes, Regien, zelfs voor de geboorte. Ze werkt in de ‘gedwongen prostitutie’, de vader is een klant die haar moeder heeft verkracht. Zijn dochter zal hij nooit ontmoeten. Regien ziet haar moeder voor het eerst op haar 27ste– ze omschrijft haar als ‘een zwakbegaafd, ongeleid projectiel’. Van contact is geen sprake meer.

De eerste jaren van haar jeugd brengt ze door in kindertehuizen. Daarna volgen twee pleeggezinnen – de eerste van haar 3de tot haar 6de, de tweede van haar 6de tot haar 15de. In beide gezinnen wordt ze slachtoffer van geweld en seksueel misbruik. De fysieke mishandelingen, zoals in elkaar geslagen worden en onder water houden, dragen bij aan haar invaliditeit. Ook zuurstoftekort bij haar geboorte is daarbij een factor geweest. Na het tweede gezin komt ze terecht in de instelling met de gevreesde mentor, ‘een vrouw die zelf was gemangeld en die me met fysiek, maar vooral mentaal geweld eronder heeft proberen te krijgen’.

Regien, die zichzelf als ‘een kleine rebel’ omschrijft, komt in verzet door geheime opnames van wantoestanden in de instelling te maken. Een personeelslid helpt haar om die aan de grote klok te hangen, waarna de inspectie sancties treft tegen personeelsleden, onder wie haar mentor. Wanneer ze als 20-jarige uit de instelling komt, ontmoet ze bij een organisatie voor gehandicapten in Utrecht de 18-jarige Jorn: ‘Hij voldeed helemaal niet aan mijn vooroordelen over gehandicapten, namelijk mensen met een laag zelfbeeld en weinig kennis van de wereld. Jorn wist veel van politiek en kunst, hij was stabiel en leerde me veel. We hebben zestien jaar samengewoond. Hij had aan mij geen gemakkelijke, want vooral intimiteit is voor mij moeilijk. Nu hebben we een latrelatie.’

Inmiddels woont ze alleen in Amersfoort, gesteund door haar ‘mini-gezin’ – een team van zes mensen dat haar helpt ‘maximaal tot bloei te komen’. Na een zelf ontwikkelde therapie voelt ze zich op 46-jarige leeftijd geestelijk sterker dan ooit: ‘Ik ben in de kracht van mijn leven.’ Dit jaar heeft ze de stichting Flinder opgericht, wat staat voor: ‘Flexibel, liefdevol, integer naar de daadkrachtige eigen regie’. Ze wil gehandicapte kinderen en hun ouders helpen, alsmede slachtoffers van seksueel geweld: ‘Ik ga geen geld vragen, aan de misère van anderen wil ik niet verdienen. Ik wil ze helpen hun lijden te dragen, ik heb nog veerkracht over.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Voor mij begint dat bij dankbaarheid voor het feit dat je er überhaupt bent – ieder mens is een wonder op zichzelf. Het leven is kort en dierbaar. Benut je kansen en leid een rijk leven, dat maakt je leven zinvol. Ga niet lopen lummelen. Vanwege mijn trauma’s heb ik veel energie in mijn heling moeten stoppen. Lang was ik erg angstig en niet lichaamsbewust, ik deed aan zelfverminking. Dat is gelukkig verleden tijd. Dat is hard werken geweest. Nu kan ik zinvol leven door anderen te helpen met het helen van hun trauma’s en het vinden van hun eigen lied. Ik wil mensen helpen de verbinding met zichzelf te herstellen.’

Hoe komt het dat u geen zwartgallig mensbeeld aan uw jeugd heeft overgehouden?

‘Aan mijn bestaansrecht heb ik nooit getwijfeld, ik heb altijd gevoeld dat het de bedoeling is dat ik hier ben. Dat begint al bij mijn verwekking uit een verkrachting – meestal worden vrouwen dan niet zwanger, maar bij mijn moeder is dat toch gebeurd. Dat zie ik als een teken. Je ziet het ook op mijn jeugdfoto’s – mijn uitstraling is er een van: ik mag er zijn. Al is dat gevoel in sommige perioden wel minder geweest en heb ik moeten zoeken naar wat ik te doen heb’.

Heeft het geweld in uw jeugd u niet echt weten te raken?

‘Ik heb een rijke binnenwereld en heb altijd beseft dat de daders in beide pleeggezinnen daar nooit bij zouden kunnen komen. Ik ben blijven stralen. Nelson Mandela die 27 jaar heeft vastgezeten, is een grote inspiratiebron voor me geweest. Hij zei dat mensen bedoeld zijn om als kinderen te stralen en dat het ons licht, niet onze duisternis is die anderen het meest afschrikt. Donker moet je met licht bestrijden, met liefde. Dat is het sterkste wapen. Ik denk dat ik er moest zijn om mijn pleegouders tegenover hun donkerte licht te laten zien.’

Wat dreef hen? Van pleegouders verwacht je juist een beschermende houding.

‘Ik denk dat ze alle vier ook met dat idee zijn begonnen, toen ze me in hun gezinnen opnamen. Maar ik nam wel mijn geschiedenis mee. Bij mijn geboorte heb ik een hechtingsprobleem van jewelste opgelopen. Ik was in mijn jeugd bang voor alles: de stofzuiger, harde geluiden, zware stemmen, bepaalde geuren. Dan kon ik in paniek raken en bleef ik huilen. Je kon me niet alleen laten. Wanneer iemand de kamer uitliep, dacht ik dat de wereld verging.

‘Ik denk dat ze een ideaalbeeld voor ogen hadden, waaraan ik niet voldeed. Daarbij komt dat de twee vrouwen zelf te maken hebben gekregen met mishandeling in hun verleden. Bij de twee mannen was er ook sprake van geweld in hun jeugd. Ik koester geen wraakgevoelens. Het is wat je vaak in het leven ziet: de geschiedenis die zich herhaalt – mijn moeder heeft ook hetzelfde gedrag vertoond als haar moeder. Ik ben blij dat dat bij mij is gestopt.’

LEESTIP Licht in de tunnel, Marc de Hond

‘Hij was een rasoptimist, maar ook een realist. Het is zo jammer dat ondernemer Marc de Hond door zijn onnodige ziekte niet oud kon worden. Zijn boek is niet alleen de moeite waard voor mensen die zelf ziek zijn, maar voor iedereen, niet in de laatste plaats vanwege zijn geweldige humor. Hij was een lieve vader en allerminst een zeurpiet. Een inspirerende man.’

Hoe maakte u gebruik van uw rijke binnenwereld?

‘Wanneer ik na een mishandeling in mijn bed lag, ging ik me richten op mijn ademhaling en wiebelde ik met mijn tenen. ‘Mooi, dat gaat nog’, zei ik dan. Wanneer de zon dan door het raam binnenviel en mijn wang aaide, had ik al genoeg. Ik kan van twee kruimels brood maken. Bij die binnenwereld gaat het dus niet zozeer om een rijke fantasie, maar om het kunnen ervaren van positieve dingen. Muziek, bloemen, de zon. Zo liet ik me troosten. Ik ben een optimistisch mens, in negen van de tien gevallen zie ik het zonnig in. Boeken vormden ook een strohalm. Anne Frank gaf me hoop, omdat ze in haar dagboek altijd een stip op de horizon wist te zetten. Mandela en Gandhi inspireerden me door hun wijsheid en hun keuze voor licht en liefde. Van hen leerde ik dat je iedere dag opnieuw kunt beginnen – het is aan jou te bepalen hoe je met je ervaringen omgaat.

‘Er zijn ook altijd engeltjes voorbijgekomen die mijn lot hielpen te verdragen. Soms was dat alleen maar iemand die me een aai over mijn bol gaf. Maar er is ook een echtpaar van psychotherapeuten in mijn leven dat me heeft geholpen het tweede gezin te verlaten.’

U wilt anderen met therapieën helpen. Wat staat u voor ogen?

‘Ik wil mensen de therapie bieden die ik voor mezelf heb ontwikkeld. Daarin heb ik gewerkt aan het herschrijven van mijn harde schijf door er goede ervaringen op aan te brengen. Met mijn therapeut heb ik eerst gekeken naar mijn innerlijke kindsdelen – de kinderen die ik ben geweest. De kunst is dan in te tunen op traumatische ervaringen in verschillende levensfases. Daarna hebben we dat innerlijke kind uitgenodigd die over te doen.

‘Bij ieder trauma moest ik leren een tegengeluid te maken door iets te doen wat ik destijds niet kon. Dus als ik werd mishandeld, ging ik niet meer voor dood liggen, zoals vroeger, maar bood ik weerstand en vocht ik terug. Fysiek, ja, daar heb ik met mijn therapeut, Peter, afspraken over gemaakt. Hij is een muzikant en stukadoor met een bijna voltooide opleiding tot Gestalt-therapeut. Ik heb met hem alles nagespeeld – verkrachting niet, dat is strafbaar, maar we kwamen wel dichtbij. Voor mij is Peter een engel, hij oordeelt niet. In één sessie heb ik drie uur lang met hem gevochten, heerlijk. Hij is een kerel van twee meter, maar na afloop was hij aardig uitgeput. Zelf was ik ook leeg. Zo’n sessie hielp mijn angst te overwinnen. Wat ik uiteindelijk telkens erin vond, was de schaterlach. Daarmee eindigde iedere sessie. Op dat moment voelde ik dat wat er was gebeurd me niet meer kon raken. Met de schaterlach ben je voorbij de angst.’

Wat gaat u anders doen dan andere hulpverleners?

‘Veel hulpverleners mijden diepgaand contact uit angst voor echte verbinding. Dat zou niet professioneel zijn. Maar als je jezelf thuislaat, mis je veel, vind ik. Dan krijg je geen zicht op iemands gezonde delen. Hulpverleners voeren vaak tijdgebrek als excuus aan. Maar je kunt zoveel bereiken, als je je wel openstelt. Tijdens een stage in een verpleeghuis ontmoette ik een vrouw die hersenletsel had opgelopen. Ze werd als onhandelbaar gezien en moest alleen eten. Ze gedroeg zich inderdaad ongepolijst, ze had nog maar weinig taal. Ik ben op haar afgereden. Omdat ik op vier wielen sta, ben ik op geen enkele manier een bedreiging – in zekere zin ben ik een soortgenoot, want ook gehandicapt. Ik heb geduldig naar haar geluisterd, ze was vroeger binnenhuisarchitect. Van een autonoom wezen was ze opeens hulpbehoevend geworden. Dan heb je toch alle reden een poosje ongepolijst te zijn? Ik vroeg haar waarom ze alleen at. ‘Ze vinden me maar niks’, zei ze. ‘Dat lijkt me niet leuk’, antwoordde ik. De tranen liepen over haar wangen. Na een tijdje kon ze weer met de anderen mee eten. Goed luisteren en aandacht geven, zo simpel is het vaak.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden