ColumnJan Postma

Ik kan toch moeilijk 450 woorden over een egeltje schrijven? ‘Dan verzin je er toch wat bij?’

null Beeld
Beeld

‘Je hoeft toch niet altijd zo moeilijk te doen?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Nou ja, dat zeggen ze toch ook allemaal over je boek?’

‘Nou niet allemaal... Toch?’

‘Schrijf gewoon wat over dat egeltje.’

‘Dat egeltje...’

‘Ja, dat egeltje dat ik in de speeltuin heb gevonden.’

‘Ik weet welk egeltje je bedoelt. Het zit beneden in de gang in een doos. Maar dat heb jij gevonden... daar was ik niet bij.’

‘Nou en...’

‘Ja, ik kan daar dan toch moeilijk 450 woorden over schrijven? ‘Mijn vriendin vond een egeltje.’ Dat zijn er 5 en dan ben je er eigenlijk wel.’

‘Dan verzin je er toch gewoon wat bij?’

‘Zoals deze schandalige suggestie, bedoel je?’

‘Ja, precies.’

‘Dat zijn 16 woorden, dan zit ik nog maar op 21. Een erg magere opbrengst, zeker als ik in ruil daarvoor voor altijd mijn geloofwaardigheid moet opgeven. En een column met verzonnen dialogen is een brevet van onvermogen, dus houd dit soort suggesties voortaan liever voor je.’

‘Maar je kunt het toch wel een keer luchtig houden? Neem een voorbeeld aan Frank, die wisselt dat toch ook een beetje af?’

‘Frank Heinen, bedoel je. Je moet zijn hele naam zeggen, anders snappen de lezers niet wie je bedoelt. Maar hoe dan ook: nee, ik kan dat niet. Dat weet je best.’

‘Nou, ik vind dat ik een egeltje heb gered een prima onderwerp voor een stukje. Het gaat ook over leven en dood, hè? En ik wist bijvoorbeeld niet dat egels een bedreigde soort zijn en dat als je ze meer dood dan levend vindt, je toch de dierenambulance moet bellen omdat ze hem gewoon weer oplappen. Er zit trouwens poep aan de doos.’

‘Poep?’

‘Egelpoep. Aan een van die flappen. Pas op als je hem oppakt.’

‘Hoe laat komen ze eigenlijk?’

‘Geen idee, ze hingen meteen op nadat ik het adres had gezegd.’

‘Nou ja, ik kan dan natuurlijk ook vertellen dat er straks een man en een vrouw voor de deur staan en dat de man geen woord zegt terwijl de vrouw niet kan ophouden met praten. Dat ik binnen vijf minuten alles weet over de moestuin van haar zus (‘25 courgettes, wat moet je daar nu mee?’) en dat het met dat egeltje hoe dan ook wel goed zal komen: ‘Erg verzwakt en waarschijnlijk verweesd. Niks ernstigs.’’

‘Ja, dat mag allemaal. Maar het belangrijkste is dat de mensen weten dat ik een egeltje heb gered.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden