Jamie Li

Land van Afkomst Jamie Li

‘Ik kan met iedereen praten, daar zou ik mijn kracht van willen maken’

Jamie Li Beeld Casper Kofi

Ondernemer Jamie Li (31) ziet schattige nieuwsgierigheid om zich heen. Maar ook een kloof. ‘Oudere tv-presentators die met jonge rappers proberen te praten. Het is altijd ongemakkelijk.’

Jamie Li wordt liever niet influencer genoemd. ‘Toen dat woord begon, snapte ik het niet. Je hebt invloed of je hebt het niet, je kunt niet op een dag zeggen: nu ben ik een influencer. Mijn vriendinnen zijn mijn influencers. Ik begrijp nu dat het betekent: iemand die op een zakelijke manier geld verdient op internet.’

Jamie Li (Nederland, 1987) werd geboren als Jamie Li Fo Sjoe. Haar platform heet Quarter Magazine. Op Instagram heeft ze 60.000 volgers en op YouTube 45.000 abonnees. Eerder dit jaar verscheen haar boek Sexy, but tired, but sexy.

Hoe zou jij je beroep noemen?

‘Ik begon met persoonlijke stukken schrijven op mijn blog, Instagram kwam er later bij. Daarna dacht ik: vloggen is een goed verlengstuk. De eerste reacties waren: ik dacht altijd dat je een arrogant modemeisje was, maar je bent eigenlijk heel grappig en echt. Ik zou zeggen dat ik een redacteur ben, maar dat is niet zo’n sexy woord. Ik ben een schrijver slash vlogger slash contentmaker.’

Haar website heet Quarter-magazine.com. ‘Ik wilde een naam met quarter erin. Van headquarters. En ik ben een kwart van alles. Mijn ouders zijn allebei halfbloedjes, ik noem mezelf een kwartet. Mijn moeder is half Javaans en half Nederlands. En mijn vader is half creools en half Chinees. Ze zijn in Paramaribo geboren, in 1986 emigreerden ze naar Nederland.’

Het schrijven begon bij het weekblad Grazia. In een reusachtig gebouw in Hoofddorp, bij Sanoma, de grootste bladenuitgever van Nederland. ‘In dat gebouw kon je de donkere mannen tellen. Het waren er twee. Of nee, drie. De meeste dames waren blank.’

Hoe komt dat, denk je?

‘Dit is mijn aanname: het is niet zo dat die bladen geen donkere dames wilden, maar mensen in mijn omgeving wilden zelf ook niet die kant op. Ik denk dat ze soms bij voorbaat onzeker waren over de Nederlandse taal. Een vriendin van me zegt: ik zou niet kunnen wat jij doet, ik hoor al niet wanneer je die of dat moet gebruiken, laat staan dat ik een artikel kan schrijven.

‘Tegen mij werd gezegd: donkere vrouwen op de cover verkopen minder goed. Maar er werd ook gezegd dat zangeressen minder goed verkopen dan actrices. Met een actrice zouden lezeressen minder afstand voelen. Een donkere zangeres wordt dus een lastig verhaal.

‘Bij een redactievergadering ging het er een keer over wie weleens een donkere man had gehad. Ik zei: ik weet niet beter. Hoe ze allemaal op hun stoel begonnen te draaien en voorover bogen, bijna fluisterend: hoe is dat dan? Met een schattige nieuwsgierigheid iets willen weten, het willen vragen, maar dat niet durven uit angst per ongeluk iets racistisch te zeggen.

‘Op de televisie zie ik een kloof, het is altijd ongemakkelijk. Oudere presentators die met jonge rappers proberen te praten. Zoals Humberto Tan op een natuurlijke manier met al zijn gasten contact maakte, ongeacht hun kleur of leeftijd, dat vind ik prachtig. Zo zou ik het overal willen zien op de Nederlandse televisie. Ik kan met iedereen praten, daar zou ik mijn kracht van willen maken. Van der Vorst ziet sterren, maar dan met Jamie. Er zijn zo veel mensen zoals ik: geboren in Nederland, maar opgegroeid met een tweede cultuur. Die gemengdheid zoek ik niet alleen op de televisie, maar ook in de samenleving. Ik wil iedereen bij elkaar brengen.

‘Mijn vriend is half Kameroens. Onze buurvrouw is heel aardig, een oudere vrouw. Ze zei tegen hem: we krijgen hier steeds meer zwarten in de straat, die kinderen maken zo veel lawaai. Het is onschuldig bedoeld, maar het komt er zo ongelukkig uit. Aan mijn vriend en mij vragen ze of we broer en zus zijn. We lijken echt niet op elkaar. Je hebt Surinamers die daar fel op reageren. Ik niet.

‘Soms denk ik: huh, wat? Mijn zoon is dol op Pippi Langkous, dat wordt uitgezonden op de NPO. Ik hoorde Pippi zeggen: mijn vader is een negerkoning. Dat je de tv even terugspoelt: hoorde ik dat goed? Die vader is altijd weg op een boot. Ik neem aan dat hij slaven heeft?’

Nederlands
‘Altijd wel.’

Surinaams
‘Bij mijn ouders thuis.’

Eten
‘Een broodje kip kerrie en een met bakkeljauw, en een groene Fernandes erbij.’

Partner
‘Hij is half Kameroens en half Nederlands. Ik voel me prettig bij een gemengd iemand.’

Minister Blok
‘In Nederland lukt het heel goed om samen te leven. Maar als ik zie wat mensen soms zeggen op Facebook, denk ik: schuilt er dan in iedereen een racist?’

Houd je rekening met de afkomst van de kijkers naar je vlogs?

‘In de tijd dat ik nog voor een baas werkte, zette ik automatisch een blanke pet op. Nu ben ik zelf de baas, ik kan schakelen. Als ik wil, kan ik straattaal gebruiken of een Surinaams woord of een keer een Marokkaans woord. Ik zal nooit weglaten wie ik ben. In de comments lees ik weleens terug: wat leuk dat je soms Surinaams praat. Of: Jamie, welke goede Surinaamse eettentjes kun je aanraden?

‘Omdat ik een mengelmoes ben, kom ik sneller weg met verschillende accenten nadoen. Het is een tic van me. Ik kan een goed Marokkaans accent, maar ik durf het niet. Het ligt te gevoelig. Het is jammer dat dingen zo gevoelig liggen. Van mij mag alles. Ik vind alleen: het accent moet wel kloppen. In De TV Kantine doet Carlo Boszhard typetjes met een Surinaams of Antilliaans accent. Leuk. Maar het klopt vaak niet. Surinamers en Antillianen hebben een ander accent. Hetzelfde met tekenfilms waarin wordt geprobeerd een Surinaams accent na te doen. Dan denk ik: wilde niet één Surinamer hieraan meewerken? En moet een donker tekenfilmfiguur überhaupt een accent hebben?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.