Onze gids deze weekLiana Finck

‘Ik heb nooit getekend omdat ik iets moois wilde maken, ik deed het omdat ik een bepaald gevoel wilde overbrengen’

Beeld Liana Finck

Cartoonist Liana Finck deelt graag haar sores met haar half miljoen Instagramvolgers, maar haar favoriete café houdt ze liever geheim. 

Eigenlijk heeft Liana Finck (34) geen tijd: de tekenaar gaat overmorgen toeren door Amerika en daarvóór moet ze nog een opdracht afmaken, werk plaatsen om haar Instagram-volgers tevreden te houden en dan ook nog met deze verslaggever bellen, kortom: stress. Wat gebeurt er dan? ‘Ehm, dan trek ik mijn haar uit mijn hoofd’, antwoordt ze vriendelijk aan de telefoon vanuit New York.

Zo eerlijk dat het soms ongemakkelijk wordt, Finck is het altijd geweest. En daardoor misschien ook weer zo geremd dat ze als kind veel alleen was – in eerdere interviews heeft ze het over Asperger. ‘Ik wist wel dat je niet steeds zo eerlijk hoorde te zijn, maar ik wist niet wanneer wel en wanneer níét.’ Vrienden had ze niet, tijdens haar jeugd op het platteland praatte ze voornamelijk met haar familie en de natuur: ‘Ik dacht dat stenen en planten een ziel hadden.’ Striptekenen deed ze wel voortdurend. ‘Het was de enige manier waarop ik kon communiceren. Ik heb nooit getekend omdat ik iets moois wilde maken, ik deed het omdat ik een bepaald gevoel wilde overbrengen.’

Toch probeerde ze op de kunstacademie eerst beeldend kunstenaar te worden, ‘maar niets wat ik maakte voelde goed genoeg. Een cartoon is klaar als je hebt gezegd wat je wilt zeggen, streef je schoonheid na, dan is het nooit af, want wat ís schoonheid?’ Ook filmmaker worden werkte niet. ‘Alleen al een camera lenen was lastig, want ik wist niet hoe ik met mensen moest praten.’

Ondanks alles bleef ze tekenen en in 2015 werd haar eerste prent in The New Yorker geplaatst. Pas toen een relatie met een andere Instagramkunstenaar dramatisch eindigde (hij hield van haar, zei hij, maar ging op reis en kwam nooit meer terug), zette ze haar eerste werk op Instagram. ‘Daarvoor had ik nog nooit iets op sociale media gepost, omdat ik mijn ex niet wilde imiteren. Maar ik was zo moe van mijn gevoelens verdrukken voor een man, dat ik een uitbarsting had en alle frustratie die ik de afgelopen vijftien jaar had gevoeld, eruit kwam.’

Spot on’, ‘Can I borrow your brain?’, ‘You always share the truth’: blijkbaar raken Fincks snelle, bijna rommelige observaties van al die irritaties en onzekerheden een snaar onder haar volgers, met als gevolg dat de vrouw die altijd alleen was, nu bijna een half miljoen volgers heeft. Voelt ze zich eindelijk begrepen? ‘Ja, maar vroeger, vóór ze zagen wat ik maakte, vond niemand me leuk. Dus ik ga ervan uit dat dat uiteindelijk weer zal gebeuren.’ Toch geniet ze ervan. ‘Ik heb lang gedacht dat ik te vreemd was om zelfs maar door een sollicitatieprocedure te komen, dus het voelt als een enorm geluk dat ik tegenwoordig mijn eigen geld kan verdienen.’

Beeld Liana Finck

CV Liana Finck

1986 Geboren op het platteland van Chester in de staat New York. Haar moeder is architect, haar vader huisarts.

2008 Studeert af aan Cooper Union

2014 Eerste graphic novel A Bintel Brief, geïnspireerd op een oude Jiddische adviesrubriek.

2015 Eerste cartoon in The New Yorker.

2018 ‘Grafische memoire’ Passing for human.

2019 Excuse Me: Cartoons, Complaints, and Notes to Self.

Liana Finck woont in New York.

Beeld Liana Finck

Tekenaar: Saul Steinberg

‘‘Tekenen is als nadenken op papier’, zei Saul Steinberg ooit. Dat vind ik zo geweldig: hij tekende nooit wat hij al kende of wist, hij deed het om ergens achter te komen. Ik ben enorm beïnvloed door hem. Zelfs de kleinste kronkeltjes in zijn lijn kunnen je het gevoel geven dat hij reflecteert terwijl hij tekent. Ik was 12 toen ik zijn werk voor het eerst zag, vlak na zijn dood. Ik heb hem dus nooit ontmoet, maar het is wel leuk dat ik nu ook voor The New Yorker werk, net als hij ooit deed. Leuk ja, niet fantastisch: toen ik jong was, aanbad ik schrijvers en magazines, maar dat heeft me verpest. Ik heb een vreselijke Steinberg-imitatiefase gehad; ik deed mijn best, maar het enige wat hij wel had en ik niet, was zelfvertrouwen. Inmiddels ben ik zekerder van mezelf, maar ik zou nog steeds zo verfijnd en elegant willen tekenen als Steinberg.’

Een deel van de muurschildering die Saul Steinberg in 1958 maakte voor de Wereldtentoonstelling in Brussel.Beeld The LIFE Picture Collection

Tekenaar 2: Roz Chast

‘Of het een mens, een wolk, een kat of een stoel is: alles wat Roz tekent, heeft een persoonlijkheid. Heel wat anders dan wat veel striptekenaars doen, die zijn vooral bezig om alleen elk méns er anders uit te laten zien, de katten en stoelen lijken allemaal op elkaar. Roz ken ik wel, we zijn zelfs vrienden. Ik zie mezelf vooral als sceptisch, maar ik denk dat zij écht nieuwsgierig is en overal de humor van wil inzien. Ze is eigenlijk ook verlegen, maar heeft zichzelf geleerd hoe ze toch een interessante gesprekspartner kan zijn bij een etentje, daarin is ze ook een voorbeeld voor me.’

Beeld Roz Chast

Eten: shiratakinoedels

‘Ik eet elke avond hetzelfde: shiratakinoedels met kaas, citroensap, olijfolie, ketchup en pittige saus. Het is mijn geheime brouwsel, ik heb het nog nooit voor iemand anders gemaakt. Shiratakinoedels zijn gemaakt van de wortels van een plant, niet van meel dus. Ze bevatten weinig calorieën en ze vullen toch goed, het is heel makkelijk om te maken en bovendien zou ik gek worden als ik elke dag moet bedenken wat ik nu weer ga eten. Het is wel zo dat ik binnenkort ga samenwonen met mijn vriend, dat verandert alles: eten kost zoveel meer tijd als je niet alleen bent, en ik zou mijn speciale recept nooit eten waar hij bij is. Ik ga het echt missen.’

Beeld Getty

Plek: Long Island

‘Ik heb mijn rituelen: elke week neem ik de trein naar de stranden van Long Island. Op Coney Island is het altijd druk, Long Island is leeg, omdat het een dure treinreis is. In de winter zijn er vissers, het is er erg mooi op een dramatische manier. Ik ga er een hele dag wandelen en bedenk ideeën voor mijn cartoon in The New Yorker. Door de natuur kan ik makkelijker denken. Ik ben opgegroeid in de bossen en als ik niet zo bang was om er vermoord te worden, zou ik misschien één keer per week naar het bos gaan.’

Beeld Imageselect

Werkplek: een café

‘Ik ga elke ochtend naar hetzelfde café in mijn buurt, Park Slope. Ik neem een croissantje en koffie, lees mijn mail en teken een paar uur. Ik houd ervan naar mensen te kijken, tegelijk ben ik graag anoniem, dus als een café te klein is en ik word herkend, vind ik dat niet prettig. Aan de andere kant is een leeg café triest, het beste is een plek waar mensen komen en gaan, maar waar je geen tafeltje hoeft te bevechten. Ik houd van mensen, maar ik word ook zenuwachtig van ze, dus een ruimte met mensen die niet tegen me praten is ideaal. Dit café heeft dat allemaal. Ik geef dan ook liever niet de precieze naam door.’

Zangeres: Cécile McLorin Salvant

‘De stem van Cécile McLorin Salvant kan schijnbaar moeiteloos zo veel gevoelens overbrengen. Net zoals ik het niet boeiend vind om een tekening te maken van een stoel zonder persoonlijkheid heeft, vind ik muziek zonder gevoel niet interessant. Ik heb zelf altijd heel sterke gevoelens, en iedereen die zegt die niet te hebben, verdenk ik ervan te liegen. Hetzelfde geldt voor kunst: als daar geen sterke emoties in zitten, denk ik al snel dat het onoprecht is.’

Cécile McLorin Salvant in 2019.Beeld Getty

Schrijver: Vladimir Nabokov

‘Ik kan er niks aan doen: hij is een witte man met een groot ego en het is nu eigenlijk tijd eens wat anders te lezen dan oude witte mannen – maar toch. Hij is zó goed. En zo vol emoties, net als Proust. Zijn werk is grappig, raar en niet lineair. Ik ben zelf ook geen lineaire denker en het is fijn om iets te lezen van iemand die niet alles in een lang chronologisch verhaal vertelt. Eindelijk kunnen we stoppen met doen of we allemaal zo denken, dacht ik tijdens het lezen.’

Vladimir Nabokov in 1958.Beeld Getty

Ding: knuffels van vroeger

‘Ik slaap nog steeds met mijn vier knuffelbeesten van vroeger, al is eentje een muis met een lange staart die niet echt lekker knuffelt, dus die telt niet. Voor de rest zijn het beren. Ik denk dat veel mensen nog met hun knuffel slapen, maar we houden het allemaal voor elkaar verborgen, uit schaamte. Het fijnste is dat je van ze kunt houden maar je niet om hun gevoelens hoeft te bekommeren. Met een levend wezen is dat moeilijker: wil je dat ik je vasthoud? Lig je lekker zo? Heb je even pauze nodig?’

Beeld Liana Finck

Pen: Muji .38

‘Misschien komt het omdat ik linkshandig ben, maar ik houd mijn pen in een heel rare hoek vast. Andere pennen trekken dat niet, maar de Muji-pen vindt dat prima. Ik vind dat prettig: een pen die meegaat in mijn rare manieren in plaats van me te corrigeren. Maar als ik iets uitgum of verwijder en er vervolgens overheen teken, breekt de punt. Dat is misschien de andere kant van een gevoelige pen: hij is ook heel behoeftig. Ja, ook een pen heeft persoonlijkheid.’

Museum: The Metropolitan

‘Een hoop musea in New York zijn druk en zakelijk; je voelt gewoon het geld als je daar rondloopt. The Metropolitan daarentegen voelt als een goed onderhouden wetenschappelijke bibliotheek, dat is wat ik zoek in een museum. Ik houd van elke afdeling: Afrikaanse kunst, Japanse prenten, vroege renaissance-schilderijen waar de kunstenaars de weergave van het perspectief nog aan het ontdekken waren. Ik ga altijd ’s avonds en loop snel; ik wil zoveel mogelijk meters maken. Er is weinig ruimte in New York, maar als je in The Met rondloopt, voelt het alsof je in een groot huis woont. Het is precies zoals ik sociale media graag zou zien: een straat vol aardige mensen waar iedereen elkaar de ruimte geeft.’

Beeld The Met
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden