ColumnThomas van Luyn

Ik heb nog nooit een vrouw langzaam langs terrasjes zien rijden met een pompende subwoofer

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn

Herrie uit je auto pompen is een stukje bevestiging zoeken. De ramen kunnen tenslotte ook dicht, want je hebt airco. En de akoestiek van je boxen is dan stukken beter. Doe je de raampjes open, dan wil je dus dat anderen je geweldige muzieksmaak horen, en denken: zo, dat is een leuke man. Ik zeg man, want ik heb nog nooit een vrouw langzaam langs terrasjes zien rijden, met een pompende subwoofer die glazen en kopjes laat rinkelen. Vriendin op de bijrijdersstoel, hoofd zacht knikkend op de beat, met haar elleboog uit het raam, vanachter haar zonnebril grijnzend naar de terrasgasten. Moet toch gebeuren af en toe, ik heb het alleen nog niet gezien.

Ik heb me ook heus weleens schuldig gemaakt aan het open-raampje-dj-spelen. Het zonnetje schijnt, ik ben goedgeluimd, en ik denk dan echt even dat een mopje ABBA Greatest Hits verbindend zal werken tussen mij en de rest van de mensheid. Niet dat ik dan sloom langs een terras rijd, want ergens vrees ik dat ik dan een flesje bier naar mijn hoofd krijg – iets waar ik immers zelf enorme aandrang toe voel wanneer iemand zijn waardeloze muzieksmaak aan mij opdringt. Nee, ik ben meer een voor-het-rode-stoplicht-performer. Loeihard met Een Brandenburger Concert de innerlijke harmonie van al mijn medeweggebruikers verhogen. En ik vind het ook weleens leuk om, wanneer ik bij de benzinepomp het portier open, een flinke vlaag nihilistische metal door het tankstation te laten waaien. Dat iedereen dan denkt: zo, die is een stuk meer badass dan hij eruitziet.

Wat ik zeg, bevestiging zoeken.

Alleen is het zo ongelofelijk nutteloos om, wanneer je door een woonwijkje rijdt, de ramen in de sponningen te laten trillen van mensen die je helemaal niet zien. Ik bedoel, wie moeten ze dan om zijn muziekselectie bewonderen? Bovendien is muziek, gefilterd door muren en dubbel glas, niet meer herkenbaar als muziek. Zoals het feestje bij de buren waar je alleen de boem-boem van hoort, maar niet het nummer.

Zijspoor: ik probeer soms echt ’s nachts als ik feestgedreun hoor, te herleiden welk nummer het is, omdat ik het best ontspannend kan vinden om de muziek mee te luisteren. Het is interessant hoe, als ik de beat eenmaal herken, mijn hersenen automatisch de missende frequenties invullen en ik ineens muziek hoor in plaats van gebonk. Voer voor neurologen.

Hoofdspoor: ik doe openraamconcerten dus alleen wanneer ik me positieve aandacht inbeeld. Misschien doet de woonwijkrondjesrijder dat ook, dat we in zijn fantasie uit ons raam gaan hangen om mee te feesten met het evenement dat in zijn Kia Sorento plaatsvindt.

En dan is er natuurlijk die enkele keer dat ik denk: wow, lekker nummer! Dat gebeurt bijna nooit, omdat er nou eenmaal heel veel meer muziek in de wereld is dan wat ik mooi vind. Maar vorige week reed er een BMW’tje langs mijn fiets, waar Open Eye Signal uit kwam, van Jon Hopkins. Minimale elektrische trance, vind ik mooi, moeten jullie ook eens luisteren. Ja, dan voel ik nu blijkbaar toch weer de behoefte om jullie muziek op te dringen. Oké, dat tankstationnummer was Generation van Liturgy. Ook erg goed als je een druk hoofd wilt schoonblazen. Goede koptelefoon op en gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden