'Ik heb mijn zoontje geslagen'

Hayat houdt van de liefdevolle gulheid van Marokkaanse ouders, maar ziet ook voordeel in de georganiseerde Nederlandse opvoeding. En verder blijft het schipperen.

Beeld Eva Roefs

Ik heb mijn zoontje geslagen. Ik heb de krijsende guerrillastrijder opgepakt, over mijn knie gelegd en 'm twee tikken op de billen gegeven. Het maakte nul indruk.

Mogelijk had dat te maken met de dikke luier. En met het feit dat ik niet hard wilde slaan; het kind is pas 2 en slaan vind ik niet sterk. Maar na het falen van andere methoden - een time-out geven, zijn boosheid benoemen, hem negeren - probeerde ik de ouderwetse manier. Kansloos dus. Hij bleef krijsen alsof de duivel bij hem werd uitgedreven. En dat allemaal omdat ik zijn pannekoek doormidden had gesneden.

Mijn moeder is van de oude, Marokkaanse stempel. Zij vindt het een verdienste als kinderen bang zijn voor ouders die slechts met een opgetrokken wenkbrauw het kroost prompt tot stilte manen. 'Laat me niet mijn stem verheffen', zei ze vroeger dreigend, want dan was het te laat. Ze schroomde niet ons een ferme tik te geven en zo nu en dan slingerde ze een slipper door de kamer, die verrassend vaak raak was. Met de frisbee op het strand kon ze voor geen meter overweg, maar die blauw-witte Adidas-slipper hanteerde ze als een getrainde scherpschutter.

Ze vindt dat ik mijn zoontje een tik op zijn hand moet geven. Dat is een duidelijke boodschap en daar houdt-ie niets aan over. De kindercoach daarentegen - ja, die bestaan dus ook - zegt dat een kind de intrinsieke motivatie moet ontwikkelen om het juiste te doen en niet gestuurd moet worden door angst voor straf. Mooie gedachte, maar mijn zoontjes intrinsieke motivatie leidt vooralsnog tot gekras op muren en autootjes over het balkon smijten.

Opvoeders zitten vol tegenstrijdigheden, want ondanks mijn moeders bij tijd en wijle harde hand, vindt ze míj een tirannieke ouder: ze begrijpt niet waar ik het rust-reinheid-regelmaatprincipe vandaan heb en vindt me genadeloos als ik mijn zoontje geen héle taartpunt geef. Toen ik zwanger was van de tweede, vroeg ze of ik dit kind niet zo kort wilde houden. Dat heb ik in haar ogen met de eerste gedaan door hem steevast om halfacht naar bed te brengen en geen snoep te geven.

Ikzelf vind de Nederlandse opvoeding een verademing. Op de uitnodiging voor Marokkaanse bruiloften staat tegenwoordig dat kinderen niet welkom zijn; zo wordt voorkomen dat rond middernacht een kluwen jengelende kleuters de dansvloer gaat dweilen. Nederlanders betalen gewoon een oppas en hebben een andere aanpak. Naast rust en regelmaat hebben de ouders aandacht voor de geestelijke (op)voeding van hun kind: er is zowaar ruimte voor hun persoonlijkheid. Mijn ouders hebben nooit gekeken welke school bij mij paste of welke vakantie leuk was voor de kinderen. 'We hebben jullie gevoed, gekleed en een dak boven je hoofd gegeven, jullie hebben alles!' Een soort bed-bad-broodregeling.

Toch stuit ik ook op tegenstrijdigheden in de Nederlandse opvoeding. Zo moest de dochter van vrienden haar haren knippen, omdat haar moeder die niet meer elke ochtend wilde kammen: mama kwam niet meer toe aan zichzelf. Dat leek me nogal hardvochtig, maar Nederlandse ouders zorgen niet alleen voor hun kinderen, ook voor zichzelf. Ze gaan samen weekendjes weg, plannen de carrière en trainen voor een trektocht door Amerika. Vrijwel al onze Nederlandse vrienden laten hun baby huilen totdat die in slaap valt. Af en toe een aai over de bol, en dan weglopen. Gecontroleerd laten huilen, noemen ze dat. Het werkt fantastisch, want die kinderen slapen vredig terwijl mijn baby na zes maanden nog de nachten terroriseert. Het komt op mij zeer gebalanceerd over. Maar ik heb geen idee hoe ze het klaarspelen en ik verbaas mij over de afstand tussen ouder en kind. Die afstand zie ik later vervolgens terug in de zorg van de kinderen voor hun bejaarde ouders.

Tegenover die controle en balans staat de grenzeloze vrijgevigheid van Marokkaanse ouders, vooral van de moeder. Die cijfert zichzelf weg en wringt zich in alle bochten om man, kinderen, ouders en schoonouders tevreden te houden. Dat ze niet toekomt aan zichzelf, is niet heel relevant. Niet voor niets zeggen we dat het paradijs onder de hielen van onze moeder ligt. Is dat de ultieme erkenning van haar rol, waarmee haar martelaarschap gerechtvaardigd wordt? Dat klinkt nobel, maar ik wil geen martelaar zijn voor mijn kinderen. Dat is een schuld die ze nooit kunnen inlossen.

Al piekerend krijg ik het toch niet over mijn hart de baby te laten huilen en troost ik haar met eindeloos geduld. Met als gevolg dat ik mijn cliënten in de gevangenis begin te benijden. Ze weten niet half hoe goed ze het hebben daar, met een eigen kamer waar je zomaar een boek kunt lezen en de hele nacht rustig kunt slapen. Niets mis met zo'n bed-bad-broodregeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden