InterviewSchrijver Pete Wu

‘Ik heb lang alles wat ik associeerde met Aziatisch zijn vermeden, een vorm van zelfhaat’

Beeld Frank Ruiter

Het boek De bananengeneratie, over het dubbelleven van jonge Chinese Nederlanders, maakt veel los, niet in de laatste plaats bij schrijver Pete Wu (34) zelf. In een docuserie gaat hij door op de kwestie daten: ‘Vroeger swipete ik alle mannen met een Aziatisch uiterlijk meteen weg.’

Voor of na De bananengeneratie?

‘Na. Het schrijven van het boek heeft mij veel geleerd over mezelf, over hoe andere mensen mij zien, maar ook over hoe ik naar andere Chinese Nederlanders en mijn ouders kijk. Ik heb lang alles wat ik associeerde met Aziatisch zijn vermeden, een vorm van zelfhaat. Ik wilde meedoen, erbij horen, eruitzien zoals de rest, en op mijn hockey-kakschool in Tilburg was dat nu eenmaal niet: Chinees. 

Voordat ik Chinese Nederlanders interviewde voor De bananengeneratie had ik nog bijna nooit met iemand anders van Chinese afkomst gesproken over opgroeien in een omgeving waarin je wordt gezien als ‘anders’. Ik was benieuwd naar hun gedachten, ervaringen, meningen, hun kijk op de wereld en het beeld dat over Chinese Nederlanders als groep bestaat. Het idee was om zo een portret te schetsen van een generatie, maar tijdens de gesprekken merkte ik dat ik er niet omheen kon om ook over mijn eigen worsteling te schrijven. Als ik iets kwetsbaars over mezelf deelde, kreeg ik veel meer openheid terug.’

Een relatie met iemand die ook een Chinese achtergrond heeft, of niet?

‘Het is een mogelijkheid. In de docuserie Pete en de bananen ga ik voor het eerst op date met een andere Chinees-Nederlandse jongen. De serie gaat over daten tussen twee werelden. Tot in mijn twintiger jaren zag ik mezelf nooit als iemand die een romantische, sexy partner kon zijn. Tegenwoordig kom ik op datingapps bijna geen mannen meer tegen die uitsluitende woorden gebruiken om hun voorkeur aan te geven. Maar toen ik voor het eerst op Grindr ging, was ‘no Asians’ een klap in mijn gezicht: de bevestiging dat mensen die eruitzien zoals ik niet als aantrekkelijk worden gezien.

‘Zelf was ik ook erg bevooroordeeld, en juist omdat ik die afstand tot andere Chinese Nederlanders in stand hield, bleef dat zo. Vroeger swipete ik alle mannen met een Aziatisch uiterlijk meteen weg. Dat doe ik niet meer.’

Zeggen of schrijven? (1)

‘De eerste keer dat ik over Chinese Nederlanders schreef was eind 2013, een artikel voor Vice. Ik vroeg andere Aziatische Nederlanders hoe ze dachten over de ‘Nummer 39 met rijst’-uitspraak van Gordon, ook omdat ik zelf niet zo goed wist hoe ik me ertoe moest verhouden. Vond ik het nou erg of niet? 

‘Het was voor het eerst dat ik onderdeel was van het onderwerp waarover ik schreef. Ik vond dat deel van mijn identiteit nooit belangrijk genoeg. Ik besteedde er liever geen aandacht aan, want ik wilde mezelf dus vooral niet identificeren met de groep waarvan ik me zo veel mogelijk afsloot. 

‘Dat stuk voor Vice maken was een eyeopener. Via artikelen kon ik uitzoeken of ik allebei mag zijn, Chinees en Nederlands, Chinees en homo, en reacties daarop uittesten. Erover praten is er makkelijker door geworden.’ 

Pete Wu

1985 Geboren in Middelburg
2009-2012 Rondt vier masteropleidingen af: film- en televisiewetenschappen, amerikanistiek, journalistiek en mediafilosofie 
2008-2009 Nieuwsredacteur bij de NOS 
2010-heden Freelance journalist voor onder meer Brandpunt+, de Volkskrant en De Internet Gids
2019 Boek De bananengeneratie – Over het dubbelleven van Chinese Nederlanders van nu 
2020 Longlist Brusseprijs voor het beste journalistieke boek van het afgelopen jaar, ambassadeur Pride Amsterdam, onlinedocuserie Pete en de bananen (in coregie met Willem Timmers)
Pete Wu woont in Amsterdam.

Trots of schaamte?

Take pride in us zou dit jaar het thema zijn van Pride Amsterdam, waarvan ik ambassadeur ben – de eerste van Oost-Aziatische afkomst. Dit had ik tien jaar geleden niet kunnen doen, ik had het me niet eens kunnen voorstellen.

‘We leven ook wel in een andere tijd. Het gesprek over racisme en vooroordelen wordt meer open gevoerd. Vroeger was mijn Chinees-zijn alleen maar een bron van schaamte. Ik ben steeds trotser op het feit dat ik zowel Nederlands als Chinees ben.’

Zeggen of schrijven? (2)

‘Mijn ouders en ik spreken een mengeling van Nederlands en het Chinese dialect Wenzhouhua. Zij spreken ook Mandarijn-Chinees, ik niet. We delen geen ‘hele’ taal. Daar had ik nooit echt bij stilgestaan, tot iemand me erop wees in een van de interviews voor het boek. Ineens begreep ik waarom het zo moeilijk is om wezenlijk contact te maken met mijn ouders. De Chinese cultuur is geen praatcultuur, dat helpt niet mee, maar ik weet soms ook letterlijk de woorden niet. 

‘Vandaar dat ik ook via WhatsApp bij ze uit de kast ben gekomen, op mijn dertigste. Als ik het rechtstreeks tegen mijn moeder had gezegd, had ze de boodschap een beetje kunnen wegwuiven, nu stond het gewoon zwart-op-wit. Mensen vinden het altijd gek als ik dit vertel, maar in het milieu waarin ik ben opgegroeid was dit de meest geschikte manier. 

‘De jongen met wie ik in de docu op date ga, kreeg na zijn coming-out een brief van zijn vader. Die schreef hem dat hij zijn zoon altijd zou accepteren. Voor mij is dat ondenkbaar. Wat een geluk.’

‘No Asians’

Pete Wu beschreef in Volkskrant Magazine zijn ervaring als man met een Chinees uiterlijk op datingapps. ‘No Asians – Hoe erg is het eigenlijk, het uitsluiten van een bepaald type op een datingapp?’ Eerder schreef hij over een vakantie naar China met zijn moeder, die ook na zijn coming-out gewoon een vrouw voor hem bleef zoeken.

Moederskind of vaderskind?

‘Ik ben een moederskind. Ze is zachter, wat coulanter dan mijn vader. Hem bel ik eigenlijk nooit. Als ik hem spreek, is het altijd omdat mijn moeder hem na een tijdje de telefoon geeft.

Ik heb mijn ouders verteld waar de serie over gaat, maar ze begrijpen het maar tot op zekere hoogte. Daar zat ik tijdens de opnamen wel een beetje mee, toen we gingen filmen in hun snackbar. Ze weten bijvoorbeeld niet dat ik in de serie met een man op date ga.

‘Het boek hebben ze na het tweede hoofdstuk weggelegd. Ze vinden het te confronterend. Aan de ene kant vind ik dat jammer, want ik kom tot een liefdevolle conclusie over hen, maar ik begrijp ook dat ze het ingewikkeld vinden dat ik veel privézaken prijsgeef. Ik zie die persoonlijke verhalen juist als een waardevol inkijkje in een wereld waar veel mensen weinig van weten. Ik denk dat je ze alleen zo een genuanceerder beeld kunt helpen vormen van een groep waarover zoveel stereotypen bestaan.

‘De reacties die ik krijg van lezers zijn een aanmoediging om door te gaan met delen. Om veel berichten heb ik gehuild, zoals die van een docent die mijn boek aan een van haar mentorleerlingen gaf, een stil, gesloten meisje van Chinese afkomst dat in gesprekken met haar aangaf dat de docent toch niet zou begrijpen hoe het er bij haar thuis aan toegaat. Dat meisje had mij ook bij Pauw gezien. Volgens haar mentor begon ze daarna te praten en te praten, ze had er zoveel in herkend.’

Verwachten of hopen?

‘Hoop vind ik een mooier concept. De hoop sterft als laatste, zeggen ze toch? Mijn ouders hadden veel verwachtingen van mij: studeren, mijn rijbewijs halen, een goede baan vinden, een auto en een huis kopen, kinderen krijgen met een Chinese vrouw. Was het bij ons thuis meer richting ‘hopen’ gegaan, dan had ik op jongere leeftijd meer mogelijkheden gezien om mezelf te kunnen zijn. 

‘Ik heb lang in therapie gezeten, met als missie uit de kast te komen bij mijn ouders. Het ging altijd over dat moment, niet over het leven daarna. Ik word onterfd zodra ze het weten, dacht ik, ik zal mijn ouders nooit meer spreken. Dat gebeurde niet, maar daar stopte dus mijn idee van het leven na mijn coming-out.

‘Van de serie heb ik geleerd dat ik meer wil loslaten wat mijn ouders verwachten van een partner. Er bestond ook voor de coming-out al een wereld waarin ik dates had met jongens, maar in die wereld hoefden mijn dates nooit aan verwachtingen te voldoen, omdat mijn ouders er nog niet van wisten. 

‘Ik kan niet goedmaken dat ik nooit met een Chinese vrouw zal thuiskomen, of überhaupt met een vrouw, maar ik heb toch de neiging een paar hokjes af te willen vinken van waar een partner in hun ogen aan moet voldoen. Als ik een match ben met iemand op Tinder, betrap ik mezelf soms op de gedachte: hm, hij heeft niet zo’n goede baan. 

‘Ik hoop dat mijn ouders er beetje bij beetje meer vrede mee krijgen, nu ze zien dat ik bij wijze van spreken niet elk weekend in drag de snackbar binnenkom. Al vind ik natuurlijk dat ze mij ook moeten accepteren als ik dat wel zou doen. Ik hoop het, maar ik verwacht het niet.’

Pete en de bananen

Vanaf maandag 8 juni verschijnt elke maandag een nieuwe aflevering van het drieluik Pete en de bananen (VPRO) op YouTube. Zondag 28/6 is de serie als één documentaire te zien op NPO 3, om 23.50 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden