InterviewHélène Hendriks

‘Ik heb er geen probleem mee als het óók over mijn uiterlijk gaat’

Beeld Anne Claire de Breij

Tjop. Een bal kortwiekte niet alleen haar pink, maar achteraf gezien haar hele hockeycarrière. Want zonder dat incident was Hélène Hendriks misschien nooit bij de tv beland, waar ze – jaja, als vrouw in een mannenwereld – is doorgedrongen tot de top van de sportjournalistiek. Geen topsport, maar toch zeker ‘the next best thing’.

Het was een wedstrijd tegen Kampong, ze was eerste uitloop bij een strafcorner. In de keuken van haar huis in het Brabantse Bavel staat Hélène Hendriks de situatie uit te beelden met een denkbeeldige stick in haar hand. ‘Zo hang je dan tegen een teamgenoot aan, om sneller te kunnen starten. Wachten tot de bal komt. Ik weet nog dat ik een grapje maakte tegen een medespeler. Met mijn voet deed ik alsof ik een onrustig paard in de stal was. Daar heb ik mezelf later wel om vervloekt. Je bent toch even uit je concentratie. Als ik de volle focus had gehad, was ik misschien net een stap sneller geweest.’

En dan, is de gedachte, was de bal niet op haar pink gekomen. Precies op de verkeerde plek, ‘bijna als een mes’. Topje eraf, overal bloed, zij in lichte shock. ‘Snel naar het ziekenhuis. Daar vroegen ze of ik het topje mee had. Ik zeg nee, dat ligt nog op het veld. Ze hebben daar de wedstrijd stilgelegd en het ding nog gevonden ook. Heel luguber. Maar het was al te laat om te hechten. Je moet zoiets meteen in je mond stoppen.’

Ze gaat weer aan tafel zitten en lacht: ‘Het is alleen maar het topje hè, niet de hele pink. Kijk, er groeit zelfs weer een klein stukje nagel. Dat mensen niet gaan denken dat het een enorm drama was.’

Jankverhalen, daar houdt ze niet van. Het pinkincident is alleen saillant omdat het achteraf gezien een keerpunt in haar leven betekende. Hendriks was tophockeyer. Ze speelde twaalf jaar in de hoofdklasse en droomde van het hoogste – Oranje, de Olympische Spelen. Blessures stonden haar daarbij in de weg, en de pink was een zoveelste tegenvaller. Daags nadat het gebeurd was, kwam de NOS bij haar thuis om er een reportage over te maken. ‘Ze hadden de wedstrijd gefilmd en wilden weten hoe het met me was afgelopen. Ik was nog lijkbleek, voelde me ellendig, zag er niet uit. Dus ik snap niet hoe het kan, maar kennelijk zagen ze iets in me. Een van de interviewers, Joep Schreuder, komt net als ik uit Breda. Voor de lokale zender maakte hij NAC TV. Toen belde hij me of ik dat wilde gaan presenteren. Dus tja, als je vraagt hoe ik bij de tv terecht ben gekomen, kan ik moeilijk om dat topje heen.’

Tien jaar later vouwt ze de gehavende pink meestal achter het handvat van haar microfoon als ze langs de Europese velden spelers en trainers interviewt. Hélène Hendriks is doorgedrongen tot de top van de sportjournalistiek, als een van de weinige vrouwen. In 2018 werd ze uitgeroepen tot sportjournalist van het jaar. Sinds ze ruim twee jaar geleden de overstap maakte van betaalzender Fox naar Veronica, is ze bekend bij een miljoenenpubliek. Voor die zender verzorgt ze ook de uitzendingen van de Champions League, het hoogste niveau. En ja, dat was voor velen even wennen: een vrouw die met veel kennis van zaken de mannetjes bevraagt over doordekkende backs, restverdediging en ruiten op het middenveld.

Ik beken. Ik stond ook heel even met mijn ogen te knipperen. ‘O, ze weet er écht veel van’, dacht ik.

‘Ach, dat is logisch. Toen ik zeven jaar geleden bij Fox begon was ik zowat de enige vrouw. Daarvoor had je Barbara Barend, maar die was net gestopt. Dan ben ik ook nog hockeyer, én blond. Die dingen werken in het begin niet mee, daar heb ik best lang tegen moeten vechten. Als ik een vraag stelde over de tactiek ofzo, dachten mensen meteen: dat zal wel van tevoren ingefluisterd zijn door de eindredacteur. Of: die vraag zal ze wel in haar oortje krijgen. Ik denk dat niemand dat nu meer denkt. En anders maakt het me ook niet uit. Ik ga me niet verdedigen, ik weet zelf wel wat ik doe.’

Dat je uit het hockey kwam…

‘Was natuurlijk eigenlijk een voordeel. Ik weet vanuit de praktijk veel over tactiek, en daarin verschilt hockey niet zoveel van voetbal. Sowieso heb ik baat bij mijn sportachtergrond. Mijn hele leven is erop ingericht geweest. Ik ken de kleedkamer, ik weet hoe het is om het hoogste te willen bereiken. En ook hoe het voelt als dat niet lukt.’

Ze is vrolijk, goedlachs, Brabants, en ze ádemt sport. Logisch, tot haar 30ste was er weinig anders. Haar vader was gymleraar en turntrainer, haar moeder tenniste. De paplepel deed zijn werk. ‘Ik ben deel van een drieling, mijn zussen waren ook erg sportminded. We zaten alle drie op meerdere sporten, dus je was altijd onderweg – van en naar de club. Turnen was het eerste wat me echt pakte, via mijn vader natuurlijk. Maar dat is fysiek erg belastend, zeker als je er andere sporten naast doet. Ik wist al snel dat ik daarin nooit echt de wereldtop zou halen. In hockey en tennis was ik ook goed, en uiteindelijk vond ik een teamsport het leukst.’

Werd je door je ouders gepusht om de top te bereiken?

‘Helemaal niet. Er was ook oog voor gezelligheid. Maar ik had zelf die drang heel erg. Was ook de fanatiekste van de drie – al heeft mijn zus Claire wél een wereldtitel, met zaalhockey, en ik niet. Voor mij was het altijd vanzelfsprekend om dingen voor de sport te laten. Ik had nooit het gevoel dat ik mezelf iets ontzegde. Maar ik ging niet vaak uit in de weekenden. En ik hou best van een feestje, maar ik ben nog nooit dronken geweest.’

In je hele leven niet?

‘Nee. Knap hè? Achteraf gezien is het best een egocentrische manier van leven. Ik heb veel familiefeestjes gemist, en dat vonden mensen vast wel jammer. Maar dat zag ik pas in toen ik gestopt was.’

Nooit opgeven, af en toe een blinde vlek – zo omschrijft Hendriks zichzelf als sporter. Na het ongeluk met de pink wilde ze zo snel mogelijk weer op het veld staan, wat leidde tot een conflict met haar trainer. Toen die haar uit de selectie zette, ging ze met de mannen meetrainen. ‘De trainer vond dat ik daarmee zijn gezag ondermijnde, waar hij ook wel gelijk in had. Maar ja, ik had die oogkleppen op. Het was mijn lust en mijn leven.’

Tegelijkertijd was er dat andere traject – sporters interviewen, sport-tv maken – dat ze steeds leuker begon te vinden. Via wat omzwervingen langs meerdere regionale sportzenders kwam ze terecht bij Rabo-tv, waar ze paardrijden, wielrennen en hockey ging doen. Ze werd een camjo. ‘Interviewen, maar ook zelf filmen en monteren. Ze stuurden me naar het WK hockey in India. Ik dacht nog: da’s een makkie, want ik ken iedereen. Nou, eerst werd bij de douane mijn camera hélemaal uit elkaar gehaald, elk schroefje en boutje. Ik had totaal geen verstand van dat ding, zette ’m gewoon altijd op automaat. Witbalans? Nooit van gehoord. Ook vloog het systeem waarmee ik monteerde er telkens uit, want ik had niet de officiële versie, maar een illegale download. Zie je dan maar eens te redden. En toch lukte het. Dat was een geweldige leerschool.’

Uiteindelijk kwam het aan op een keuze. ‘Ik begreep: als ik hier écht verder in wil komen, dan moet ik ook in het weekend beschikbaar zijn. Dat kon nooit vanwege hockey. Ondanks die oogkleppen begon ik wel in te zien dat ik daarin waarschijnlijk niet meer het niveau zou halen dat ik wilde, dus heb ik bewust de stap genomen om te stoppen. En heb ik Endemol een mailtje gestuurd: hallo, ik kom bij jullie werken.’

Beeld Anne Claire de Breij

Was het een zware beslissing om te stoppen?

‘Heel even. Er was een moment dat ik door de stad liep en opeens besefte: ah, nee, het is voorbij. Wat moet ik nou doen op zondagochtend? Wat gaat er allemaal veranderen in mijn leven? Als je zo gewend bent aan een topsportleven, is het héél raar als dat ineens weg is. Je eet ernaar, slaapt ernaar, alles. Maar de schok was snel voorbij, de vrijheid vond ik heel fijn. Ik moest altijd twee keer per dag trainen, had een baan als sportleraar ernaast. Want je krijgt met hockey wel iets betaald, maar je kan er niet van leven.’

Heb je het gevoel dat er meer in had gezeten?

‘Misschien wel. Ik zat tegen Oranje aan, denk ik. Maar ik heb best veel blessures en fysiek ongemak gehad. Onder andere meerdere hernia’s, die pink. Dat was gewoon lullig, zal ik maar zeggen. Ik kan me erachter verschuilen, maar ‘als’ bestaat niet in de topsport. Uiteindelijk ben je gewoon niet goed genoeg, anders had je wel op de Olympische Spelen gestaan. Kláár. Nou ja, dat zeg ik tenminste altijd maar.’

De stoere verklaring...

‘Ja. Het steekt niet meer echt, maar...’

Je klinkt alsof je topsport nog altijd als het allerhoogste beschouwt.

‘Ja, dat is zeker zo.’

Wat ze nu heeft, omschrijft ze als de ‘next best thing’. Hendriks bedrijft geen topsport meer, maar ze staat er dicht op, dichter kan haast niet. Als presentator in de studio met de analisten, maar vooral ook langs de velden. ‘Het is natuurlijk geweldig dat ik wedstrijden als Liverpool – Atlético Madrid mag doen. Ik reis samen met een commentator en een producer door Europa, ontmoet telkens hetzelfde kleine groepje – de Gary Linekers, zeg maar. De ambiance is fantastisch. Maar een paar dagen later sta ik met evenveel plezier bij Roda – FC Dordrecht. Dat gelooft niemand, maar het is toch echt waar.’

Het gaat haar om de sport. Niet om de nabijheid van de sterren, maar om de geur van gras, het geluid van noppen in de spelerstunnel, de emoties. ‘Nico Tagliafico die bij de warming-up een bal hooghoudt op het nummer Live is Life, als eerbetoon aan Diego Maradona – daar krijg ik bijna kippevel van. Vind ik interessanter dan dat ik Maradona zelf ontmoet heb.’

O ja? Vertel.

‘Het was in Mierlo, waar hij met zijn team op trainingskamp was. Ik zou hem interviewen, zat de hele tijd vlak bij hem. Maar hij moest heel veel koffie drinken, was telkens in de weer met zijn vriendin. Uiteindelijk kwam er een ‘adviseur’ vragen of ik naar zijn hotelkamer wilde komen, alleen, zonder camera. En nou ja, dat doe ik niet.’

Zelfs niet voor Pluisje.

‘Echt niet. Ik ben niet snel onder de indruk van beroemdheid. Misschien ook omdat Maradona echt van een andere generatie is. Ik ken hem alleen van video’s.’

Dat Hélène Hendriks een vrouw in een mannenwereld is, vindt ze zelf niet zo’n interessant gegeven. Maar toch is het telkens een thema. In het voetbalmilieu worden vrouwen nou eenmaal vaak beoordeeld op hun uiterlijk. Hoe kundig je ook praat over restverdediging, toch sta je op Mokkels.nl, ben je de ‘Veronica-beauty’ en de ‘mooie presentatrice’.

Schouderophalend: ‘Ach, dat zijn nog de leuke dingen. Er staat ook heel vaak: lelijk wijf. Zo gaat dat met vrouwen, daar kan ik toch niks aan veranderen. Als het inhoudelijk is, krab ik me achter de oren, de rest neem ik ter kennisgeving aan. Dat kan ik erg goed, gelukkig. Ik lees niet veel over mezelf, ga mezelf niet googelen. Mijn moeder heeft weleens de neiging om ergens op te reageren. Snap ik heel goed, maar toch zeg ik altijd: mam, niet doen.’

Je collega’s van Veronica Inside laten zich ook niet onbetuigd. Derksen noemt je ‘schatje’ en grijpt naar zijn hart als je een strak truitje draagt. Van der Gijp stelde zwijmelend voor: ‘Zullen we gewoon even naar haar kijken?’ Gaat het je weleens te ver?

‘Nee, nooit. Ik heb het altijd als grappig ervaren, nooit als een probleem. Ik vind het leuk met die mannen. Voor ik zelf op tv kwam keek ik al naar VI, ik hou van die sfeer. Het is voetbaltaal, kleedkamerhumor. Ik kén dat. En ik weet dat het niet vervelend of seksistisch bedoeld is.’

Het kan toch ook niet vervelend bedoeld zijn, maar tóch seksistisch?

‘Weet je: zo kijk ik er niet naar. Ik ben gewoon mezelf. Ik sta daar met een lach, en ik heb me altijd serieus genomen gevoeld door de VI-mannen.’

Je bent gewoon een goeie ‘collega met tieten’?

Lachend: ‘Daar hebben ze feitelijk gelijk in. Ik ben blij dat ik ze heb, zei ik in een interview met het AD. Dat werd meteen de kop. Vond ik wel een beetje stom. Ik had best veel van mezelf gegeven in dat gesprek. Bovendien: ik zei geen tieten, ik zei borsten. Maar dat is de enige keer dat ik dacht: waarom nou?’

Beeld Anne Claire de Breij

Je hebt weleens gezegd dat je er niet zo op zit te wachten om een rolmodel te zijn en een voorbeeldfunctie te hebben.

‘Een tijdje geleden vond ik dat we een beetje waren doorgeslagen. Vanuit de maatschappij was het: meer vrouwen dit, meer vrouwen dat. Toen werd ook gevraagd: hoe kan het dat er geen vrouwelijke commentators zijn? Ja, kom op, jongens. Ik ben het eens met Maarten Nooter van de NOS. Die zei: omdat er A-status wordt gevraagd. Het is een ervaringsvak. Je moet er helemaal gek van zijn, veel geoefend hebben, liefst regionaal ervaring hebben opgedaan. Als er dan procentueel weinig vrouwen zijn die überhaupt de interesse hebben, tja... Je moet niet zeggen: we willen koste wat kost een vrouw, ook als ze iets minder is. Ze moet gewoon goed zijn.’

Ik begreep dat de Nederlandse voetbalwereld op dat gebied wel een beetje achterloopt.

‘Dat was zeker zo. Inmiddels zijn er veel meer vrouwen, ook achter de schermen. Fardau Wagenaar, Annemarie Postma, Aletha Leidelmeijer – ik kan zo een heel rijtje opnoemen. Vooral Fox en Talpa hebben daaraan bijgedragen. Maar inderdaad, het is een recente ontwikkeling. Misschien dat ik er daarom ook steeds naar gevraagd word. Dat we er nog aan moeten wennen. In Duitsland, Engeland en Italië zie je veel meer vrouwen in het voetbal, ook rond het veld. Maar het is niet per se zo dat die vrouwen ook heel veel verstand van voetbal hebben. In Italië zijn het vaak bloedmooie meiden die een praatje doen voor de camera. Die kunnen misschien wel presenteren, maar je ziet ze geen interview doen met de trainer.’

Denk je dan: die staan daar om de verkeerde reden?

‘Nee hoor, ik vind dat helemaal niet verkeerd. Men kijkt nou eenmaal graag naar mensen die er goed uitzien. Daar hou je toch rekening mee?’

Maar in de sportjournalistiek worden mannen toch niet op hun ­uiterlijk gekozen?

‘Nee, maar dat is toch overal in de maatschappij zo? Wij doen make-up op. Dat is vrouw-eigen, denk ik. Trouwens: Johan trekt ook een mooi pak aan. En is enorm afgevallen, heel gedisciplineerd. Die is ook ijdel. Tv máákt ijdel. Mannen dragen ook mascara. Ik weet niet wie precies...’

Je weet vast wel wie precies.

Lachend: ‘Ja, inderdaad. Bijna iedereen hoor. Maar goed, ik heb er geen probleem mee als het óók over mijn uiterlijk gaat. Ik zat bij Fox. Dat is een Amerikaanse zender, met kledingvoorschriften. Je moet er verzorgd uitzien. Hoge hakken en strakke jurkjes zijn niet verplicht, maar ik heb er wel een tijdje zo bijgelopen. Ook omdat ik het gewoon mooi vind. Inmiddels heb ik daar een betere balans in gevonden, maar ik heb er geen principiële bezwaren tegen. Het is geen rocket science, hè. We doen geen levensverbeterend werk. Ik zit in de entertainmentindustrie. Dat vergeten we weleens. We gaan soms best diep in op de materie, maar het moet ook aangenaam zijn om naar te kijken.’

Entertainment of niet, afgelopen zomer werd Veronica Inside het middelpunt van de grootste mediarel in tijden, na een opmerking van Derksen over Akwasi die door velen als racistisch werd gezien. Er kwam veel kritiek, sponsors liepen weg. Vervolgens kregen de mannen onderling ruzie en dreigde het programma te verdwijnen.

Hoe heb jij die tijd beleefd?

‘Heel nuchter. Ik werd heel veel gebeld en om mijn mening gevraagd, maar ik heb die nooit gegeven aan de buitenwereld, want ik vond mijzelf geen partij.’

Waarom niet?

‘Ik zit daar niet aan tafel als deskundige. Misschien dat het in de toekomst anders wordt, maar voorlopig zie ik mezelf meer als aangever. Ik was ook niet bij de gewraakte uitzending. Dit ging echt om die drie, zij moesten het samen oplossen. Maar het ging wel de hele zomer daarover.’

Wat niet nadelig was voor de kijkcijfers.

‘Het was niet gespeeld, als je dat bedoelt. Het was serieus bonje. Wilfred heeft er echt onder geleden. Ik was bang dat het afgelopen zou zijn, en dat had ik heel erg gevonden.’ Met een schuin lachje: ‘Maar dat is dan weer het voordeel van werken in een mannenwereld. Vrouwen komen altijd nog honderd keer op een ruzie terug.

‘Jaja, zo zijn wij. Mannen zijn het altijd weer snel vergeten. Als je ze nu ziet, is er niks aan de hand, alles als vanouds. Ik ben daar erg blij om. Dat sponsors wegliepen was achteraf gezien ook een paniekreactie. Inmiddels zijn ze de meeste weer terug en is alles genormaliseerd. Het was een gekke tijd waarin alles werd uitvergroot. Je moest goed oppassen wat je zei.’

Beeld Anne Claire de Breij

Maar wat vond jíj er nou van?

Zuchtend: ‘Het is vast goed dat ze gedwongen werden om er iets dieper naar te kijken, maar ik hou dat altijd heel luchtig. Het is voetbaltaal, ik stoor me daar totaal niet aan. Als iemand geen racist of wat dan ook is, is het Johan. Echt, die omarmt iedereen. Maar hij maakt ook grapjes – de ene meer geslaagd of gepast dan de andere, maar ik vind dat dat moet kunnen. Kijk naar alle cabaretiers die keiharde grappen maken over hele zware onderwerpen. Het is ook smaak. We leven in wereld waarin alles op een weegschaal ligt en Johan heeft daar maling aan.’

Je kan ook denken: de wereld verandert en daar moeten we in mee.

‘Vind ik een hele moeilijke. Het kan geen kwaad om de gevoeligheden in elk geval bespreekbaar te maken. Maar kijk, mensen vonden VI leuk omdat het rauw was en iedereen zei wat hij dacht. Dat moet je niet in een kooi gaan zetten. Gaat ook niet gebeuren, dat laat Johan nooit toe. Ik denk: als je echt goed naar het programma kijkt, als je alles weegt, dan weet je dat er geen verkeerde intenties achter zitten. Maar dingen worden vaak uit de context gehaald.’

Dan, haastig: ‘Ik snap wel hoe dat werkt hoor. Mensen komen niet meer bij de bron. Heb ik zelf ook: ik zeg dat Griezmann ruzie had met Messi, maar het is niet dat ik Koeman effe gebeld heb, en ik was er niet bij. Misschien is de context wel heel anders.’

Waarmee ze het gesprek behendig terugleidt naar een terrein waar ze liever over praat – de sport. Hélène Hendriks is zielsgelukkig met de positie die ze met hard werken heeft bereikt. De minder leuke dingen die daarbij komen kijken neemt ze graag voor lief. Dat Hakim Ziyech nooit meer met haar wilde praten nadat ze hem na een wedstrijd vroeg waarom hij zijn verdedigende taken had laten liggen: ze wéét niet of dat komt doordat ze een vrouw is. ‘Hij pikte het niet, klaar. De reden vind ik niet zo relevant, wel dat het van mij een terechte vraag was. Het was wel grappig: toen hij anderhalf jaar later voetballer van het jaar werd, presenteerde ik het gala. Moest-ie toch bij mij komen. Dat verliep heel professioneel. Ik vond het terecht dat hij die prijs kreeg. En je hoeft geen vrienden te zijn.’

Ze stond langs het veld bij legendarische wedstrijden als Ajax – Tottenham, presenteerde dé kickbokswedstrijd van de eeuw tussen Rico Verhoeven en Badr Hari. Als de keerzijde is dat er druk gespeculeerd wordt over haar privéleven, het zij zo. ‘Volgens mij komt dat voor een deel wel doordat ik een vrouw ben. En deels ook omdat ik er weinig over kwijt wil. Niet om geheimzinnig te doen, trouwens. Het kan ook zijn dat degene met wie je bent niet zit te wachten op aandacht. Ik heb daar afspraken over gemaakt. Maar niemand hoeft zich zorgen te maken over mijn liefdesleven, dat zit prima in elkaar. Met een man trouwens. Ik ben niet lesbisch, dat willen de mensen schijnbaar ook graag weten.’

Haar eigen zorgen liggen op een ander vlak. Kort na het gesprek wordt duidelijk dat Talpa in het seizoen 2021-2022 niet langer de uitzendrechten van de Champions League heeft. ‘Ik heb wel even staan vloeken’, bekent ze daags erna aan de telefoon. ‘Als sporter streefde ik altijd het hoogste na en dat doe ik in dit vak ook. Maar ik ben blij dat we wel de Europa League-rechten hebben, want dat was ook niet zeker. Een voordeel is dat daar meer Nederlandse ploegen aan meedoen. Het is een treetje lager, maar uiteindelijk gaat het me om het vak. Dat is wat ik leuk vind en wat ik heel graag nog heel lang wil blijven doen.’

Toch zei je: ik zie mezelf dit niet meer doen als ik 50 ben. Waarom niet? 

‘Dat was te stellig gezegd. Voetbal is een ­dynamische wereld, waarin je heel energiek moet zijn. Op een gegeven moment moet er een jonger en frisser iemand komen. Dat speelt bij vrouwen meer dan bij mannen. Kees Jansma en Johan, ja, die kunnen op hun leeftijd nog prima.’

Maar op je 50ste heb je vast meer voetbalkennis dan nu. 

‘Kan. Ik kijk er inmiddels anders tegenaan. Op mijn 60ste zie ik mezelf echt niet meer op dat veld staan, maar dan praat ik echt puur voor mezelf hè. Kijk naar iemand als Astrid Joosten. Die is in de zestig, maar als je haar ziet denk je: fantastisch, kundig, niks mis mee.’

Ze wil dicht bij de topsport blijven, omdat ze zelf niet meer op dat veld staat – het is helemaal niet moeilijk om dat toe te geven. ‘Mijn grote droom was altijd om naar de Olympische Spelen te mogen. Vanaf mijn 12de hebben die voor mij iets magisch gehad. Ik heb een jaar in het shirt van de ­Spelen in Barcelona rondgelopen, was gek van de olympische muziek, heb altijd mijn spreekbeurten over dat onderwerp gedaan. Dus ik vond het destijds best erg dat ik dat als hockeyer nooit heb gehaald. Maar ik ben wel als journalist naar de Spelen in Beijing geweest. Dat is geen vervanging, maar toch dacht ik: eindelijk, eindelijk ben ik er! Het afgelopen jaar zou ik er weer zijn, zelfs de huldigingen doen in het Holland Heineken House. Weer een droom, die door corona uiteenspatte. Maar ik wist meteen: hier ga ik geen seconde over zeiken, want het is duizend keer erger voor sporters die er jaren naartoe hebben gewerkt.’

CV Hélène Hendriks

6 augustus 1980 Geboren in Breda

1987-1997 Zit op turnen en tennis, hockeyt bij HCP en vervolgens bij Push

1992-1998 Middelbare school. Newman College, Breda

1997-2011 Promoveert met Push naar de Hoofdklasse, waarin ze twaalf jaar zal spelen, ook bij de clubs Den Bosch, Rotterdam en Victoria

2010-2013 Presenteert sportprogramma’s voor de lokale omroep Brabant10, onder meer voor NAC TV. Werkt daarna bij Omroep Brabant en de Limburgse zender L1

2013 Maakt overstap naar Fox Sports, als presentator/verslaggever. Verzorgt o.a. het samenvattingenprogramma 90 minutes en FOX Sport Centraal (op het open kanaal Fox)

2015-2018 Presenteert het programma de Eretribune met Jan Joost van Gangelen

2017 Regelmatig tafeldame bij De Wereld Draait Door

2018 Overstap naar Veronica. Presenteert de programma’s rond kickboksevenementen van Glory. Is met Wilfred Genee het vaste gezicht van de Champions League-wedstrijden. Presenteert samen met hem de talkshow Café Hendriks en Genee. Is regelmatig te zien als sportdeskundige in het SBS6-programma 6 Inside.

Fotografie: Anne Claire de Breij

Styling: Alexandra Vilcov

MuHaar & make-up: Ed Tijsen

Fotografie-assistent: Thijs Jagers

Patrick (DOG postproduction)

Met dank aan De Sporthoeve voor de locatie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden