ColumnSylvia Witteman

Ik heb een zwak voor volkstuinparken

null Beeld

Door het mooie weer tot een Wanderlust van Goetheaanse proporties opgezweept, was ik op mijn fiets in een verre, groene uitloper van de stad beland. Daar trof ik, aan de stille oever van een meer, een groot, kalm grazend rund met lang, rood haar dat sullig voor zijn ogen hing. Een Schotse hooglander. In mijn hoofd begon, dwars door de raspende graasgeluiden heen, een doedelzak te jengelen. De menselijke geest is net een jukebox, dat kan erg vermoeiend zijn.

‘Braaaaf ...’, zei ik tegen het rund. Hij bleef staan, ook toen ik hem dicht naderde, maar mijn aai schudde hij af, met een ruk van zijn kop, als een boos kind dat niet getroost wil worden. Ik stapte weer op mijn fiets, en passeerde twee mannen , half in de bosjes, van wie de een de ander aan het pijpen was. Even verderop zag ik een spiernaakte vrouw van een jaar of 70 die genoeglijk een stroopwafel zat te eten op een geruit dekentje. Lente!

Terwijl ik een en ander overdacht stuitte ik op een volkstuinpark. Ik heb een zwak voor tuinparken. Ze hebben altijd van die fijne namen, Nut en genoegen, Nieuwe levenskracht, Eigen erf of Ons buiten, en ze stammen uit een vervlogen tijdperk waarin arbeiders zich nog gewillig lieten verheffen tot blakend gezonde geheelonthouders die elke zomer weer een dekselse oogst sperzieboontjes aan dat kleine stukje aarde weten te ontfutselen.

Ik liep naar binnen. Het wemelde er van de opgewekt gepensioneerde kleuterjuffen en postboden met snoeischaren en bladharken die mij stuk voor stuk nadrukkelijk glimlachend ‘goedemorgen!’ wensten. Een beetje schichtig van al die vriendelijkheid keek ik om me heen. Daar, onder een heg, zag ik een vogeltje. Een jonge merel. Toen ik me over hem heen boog keek hij me verontwaardigd aan, maar hij vloog niet op. ‘Kun jij nog niet vliegen?’, vroeg ik. ‘Waar is je moeder dan?’ Ik keek omhoog, maar zag niks. Ach gos ...wat nu?

‘Oppakken, dat kleine hartje in je hand voelen roffelen, thuis grootbrengen en leren praten’, zei het duiveltje op mijn schouder. ‘Niet aankomen, dat komt vanzelf goed’, bromde een stem achter me. Ik draaide me om. Een oude man met een kruiwagen. Oude mannen met kruiwagens hebben meestal gelijk. ‘Weet u het zeker?’, vroeg ik. Hij knikte, met toegeknepen ogen.

Onderweg naar huis zag ik de Schotse hooglander weer, herkauwend aan de oever, met jengelende doedelzak en al. Ik stapte af en liep nogmaals naar hem toe. ‘Als je een vogeltje ziet dat niet kan vliegen, pas je dan op dat je niet op hem gaat staan?', zei ik.

Maar dat stomme beest kon natuurlijk weer niets beloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden