'Ik heb die politiek eigenlijk nooit zo goed begrepen'

Vorig jaar werd Edward Heath 80, vorige maand vierde hij zijn 47-jarig jubileum als Lagerhuislid, en in april doet hij voor de veertiende keer mee aan de Britse verkiezingen....

HET IS lunchtime in de eetzaal van de Foreign Press Association in Londen. Sir Edward tracht met de vork in zijn rechterhand het stukje kippenvlees te splijten, maar tevergeefs. Hij schuift het geïrriteerd aan de kant - zijn linkerhand doet vandaag niet mee.

Dan zegt hij opeens dat hem vaak wordt gevraagd waarom de Chinese communisten het beter hebben gedaan dan hun Russische geloofsgenoten.

'En dan antwoord ik: omdat de Chinezen nu eenmaal slimmer zijn dan de Russen.' Hij kijkt uitdagend.

Maar waaróm zijn Chinezen slimmer, Sir Edward?

'Omdat ze zo zijn geboren'

Maar waarom zijn ze zo geboren, Sir Edward?

'Omdat dat Gods wil is'

Edward Richard George Heath, voormalig premier van Groot-Brittannië, parlementslid sinds 1950 en een even krasse als scherpzinnige tachtigjarige, kijkt grijnzend in het rond.

'Nog meer stomme vragen?'

Het is de dag na de dood van Deng en Edward 'Ted' Heath heeft de afgelopen uren weinig anders gedaan dan voor tientallen radio- en televisiestations zijn visie op de overledene geven. Hij kende Deng van verschillende staatsbezoeken. 'Ik ben 21 keer naar China geweest.'

Wellicht is hij in China, land waar een zeventigjarige bestuurder nog best voorzitter van de jeugdbeweging kan zijn, het relatieve belang van de leeftijd van de politicus gaan inzien.

Hoe dan ook: in juli vorig jaar werd Edward Heath 80, in februari vierde hij zijn 47-jarig jubileum als Lagerhuislid, en in april werpt hij zich voor de veertiende keer in het campagnecircus van de Britse verkiezingen.

Hij vertegenwoordigt Old Bexley and Sidcup, een rijke randgemeente van Londen. Zijn tegenstander van Labour, Richard Justham, is 30. De kandidaat voor de liberaal-democraten, Iain King, 26. King plaste nog luiers vol toen Edward Heath in juni 1970 zijn finest hour beleefde en aantrad als minister-president.

Naar verwachting zal Heath zijn jonge uitdagers vernietigend verslaan en op weg gaan om in 2000 de halve eeuw als Lagerhuislid vol te maken, op jacht naar recordhouders Winston Churchill (62 jaar) en David Lloyd George (54 jaar en acht maanden).

Dit niet tot grote vreugde van het merendeel van zijn partijgenoten. Zeker door de rechtervleugel van de Conservatieve Partij wordt Heath gezien als een geest uit het pre-Thatcheristische verleden. En dat zou nog niet zo erg zijn, als hij dan tenminste zijn kop maar hield.

Maar daar houdt Edward Heath niet van. Gedurende de jaren van Thatcher vuurde hij menig salvo richting eigen gelederen, en als hij dat nodig vindt kan Major ook de volle laag krijgen. 'Die mist leiderschap en visie.'

De afgelopen weken zette hij de aanval weer in. Dwars tegen de overheersende stemming binnen de partij in, trad hij in het strijdperk voor Europa, voor de Europese munt, het minimumloon en voor de Sociale Paragraaf van het Verdrag van Maastricht. En hij voegde daaraan toe dat de Schotten wat hem betreft best hun eigen parlement mochten hebben.

'Het minimumloon is goed tegen uitbuiting.'

'Een half miljoen werklozen als we de Sociale Paragraaf ondertekenen? Geloven de ministers het zelf?'

'Als de andere landen wel doorgaan met de Europese munt, en dat doen ze, en wij blijven er buiten, lopen wij grote risico's. En we zullen daar zwaar voor boeten.

'Het Verenigd Koninkrijk valt niet uiteen als Schotland een eigen parlement krijgt. Is Canada uiteengevallen, Australië, Nigeria, Zuid-Afrika? Allemaal landen die wíí federalisme hebben gegeven? Is Duitsland uit elkaar gevallen?'

Het vervelende voor de Conservatieve campagneleiders in het Central Office was dat Heath zo'n beetje alle belangrijke verkiezings-items waarmee de partij zich ten opzichte van Labour wil onderscheiden, onderuit haalde.

Onder Thatcher werd de periode waarin hij partijleider was (1965-1975) zoveel mogelijk weggemoffeld en weggepoetst. Heath, de man die het had gehad over 'het onaangename en hebzuchtige gezicht van het kapitalisme'; de Thatcherites werden niet graag herinnerd aan dergelijke rabiaat linkse praatjes.

Maar hoewel in toenemende mate geïsoleerd, liet Heath zich nimmer buiten spel zetten. En nog steeds is de 'Vader van het Lagerhuis' een naam, een politicus wiens mening, hoe zijn partijgenoten dat ook bestrijden, ertoe doet.

De woedende reacties op zijn aanvallen bewezen dat. 'Hij is een onbeschaamde socialist', zei partijgenoot John Carlisle. 'Een beter voorbeeld van een aanhanger van Nieuw Labour bestaat er niet. Hoe sneller hij ophoepelt, hoe beter.'

Bill Cash, Euroscepticus: 'Sir Edward Heath staat volledig tegenover de Conservatieve tradities en is een bron van onenigheid geworden.' David Heathcoat-Armory: 'Ik ben bang dat hij echt in toenemende mate een historische figuur wordt. Ik ben bang dat hij niets te maken heeft met de toekomst van de Conservatieve Partij.'

Soms was er regelrechte haat. 'Wanneer gaat hij naar Labour?', vroeg Theresa Gorman zich af. 'Wanneer houdt hij ermee op? Hij is nooit een Conservatief geweest. Zijn politieke standpunten waren altijd al socialistisch, voor zover hij tenminste politieke standpunten had. Nu hij kinds begint te worden, komt het allemaal naar buiten.'

Heath lijkt het allemaal langs zijn koude kleren te laten afglijden. 'Ja hoor, ik voel me nog heel goed thuis in de Conservatieve Partij. Vooral in de partij in het land, buiten Westminster. Daar zijn zoveel mensen die net zo denken als ik.' Hij vindt dat zijn partij over Europa steeds vaker nonsens verkondigt. En omdat Europa Heath's kind is, moet er corrigerend worden opgetreden. 'Want de sceptici willen ons uit Europa hebben, dat staat vast. Alleen zijn ze niet eerlijk genoeg om dat openlijk te zeggen.

'Zeker, het gevaar bestaat dat de Eurosceptici de partij overnemen. Daar maak ik me zorgen over. Over alle onzin die ze verkondigen over de Europese munteenheid, over de macht van Brussel. Terwijl van het bedrijfsleven in Groot-Brittannië 82 procent de euro ingevoerd wil zien. Maar het probleem in dit land is dat niemand de mensen ooit fatsoenlijk heeft uitgelegd wat de voordelen van de Europese munt zijn.'

Edward Heath werd geboren in Broadstairs, een kustplaatsje in Kent, in de nacht van de negende juli 1916, toen Duitse kanonneerboten Ramsgate bombardeerden, vijf kilometer verderop. Hoewel niet van rijke komaf, reisde hij in zijn jeugdjaren regelmatig door Europa, met name door Duitsland. Als vrijwilliger in het Britse leger kwam hij er tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog terug.

Heath bewondert Duitsland, om zijn economische efficiency, om zijn cultuur. 'Thatcher is zo onwetend', zei hij ooit, 'die weet niet eens dat we een Europese cultuur hebben. Beethoven is Europees, Goethe is Europees. Die maken deel uit van de Europese cultuur, maar daar heeft ze geen benul van.'

Van John Majors ronkende taal over de bloeiende Britse economie en de stijgende werkloosheid in Duitsland moet hij ook niks hebben. 'Die man staat elke dag te bluffen over onze economie en hoe geweldig het daarmee gaat in vergelijking met de Duitse. Wat hij er niet bij vertelt, is dat West-Duitsland nog niet zo lang geleden 15,5 miljoen verschrikkelijk arme Oost-Duitsers heeft opgenomen. Hoeveel vluchtelingen hebben wíí opgenomen? Dat kleine aantal dat uit Bosnië is gekomen, hebben we inmiddels al weer teruggestuurd. Enfin, als het pond nog even door stijgt, klapt straks onze groei ook weer in elkaar.'

Cassandra, noemen ze Heath in de partij: de voorspellende geest die gedoemd is niet geloofd te worden.

Nadat hij in 1950, met een minimale meerderheid van 133 stemmen, de parlementszetel in Bexley had gewonnen, hield hij enkele maanden later zijn maidenspeech in het Lagerhuis. In veertien minuten bracht Heath zijn ideeën over Europese eenheid naar voren, zei dat Groot-Brittannië niet mocht achterblijven bij de pogingen die daartoe inmiddels waren ondernomen en dat de regering daarom moest gaan onderhandelen met de EGKS, de voorloper van de EEG.

D

E TOON, die niet meer zou veranderen, was gezet. 'We waren toen juist door Jean Monnet gevraagd om bij de EGKS te komen. Ik drong erop aan daarover in elk geval te gaan praten. Maar het antwoord luidde: we kunnen niet gaan onderhandelen tot we weten wat het resultaat daarvan zal zijn.

'Dat ging dus niet door. Wij Britten dachten dat het met die Europese pogingen tot eenwording toch wel mis zou lopen. Maar dat gebeurde niet. In 1956 kwam het Verdrag van Rome tot stand, waarmee de EEG een feit was. En wij zeiden: dat kan nooit een succes worden. Maar dat werd het wél.

'Toen we dat in de gaten kregen, vormden wij de EFTA, de Europese Vrijhandelsassociatie, van zeven landen. Ik was daar zelf bij betrokken. Goh, zeiden we, wat zal dat een succes worden. Zó'n succes, dat de EEG zich straks bij óns zal willen aansluiten. Maar de EFTA was een complete mislukking. Die andere landen kwamen alleen maar bij ons om om hulp te vragen. En de zes landen van de EEG hingen achterover en lachten zich slap.'

In 1961 opende premier Harold McMillan, bijgestaan door Heath, de eerste onderhandelingen met de EEG. Twee jaar later sprak de Franse president De Gaulle zijn veto uit over de Britse toetreding. Pas op 1 januari 1973, onder premier Ted Heath, voegde Groot-Brittannië zich bij de Europese Gemeenschap. 'Toen hadden we dus inmiddels 22 jaar verloren.'

Heath zag de zaken niettemin rooskleurig in. 'In 1972, vlak voor wij toetraden, kwamen voor het eerst de verschillende regeringsleiders bij elkaar. We kwamen met een zeer uitgebreid communiqué. Wat daar in stond, ging veel verder dan het Verdrag van Maastricht! Rond 1980 moesten we een heel eind op weg zijn naar een federaal Europa. Er heerste een sfeer van groot vertrouwen.

'Iemand vroeg wanneer we weer bij elkaar zouden komen. In 1980, zei Pompidou, als het allemaal rond is. Iemand anders stelde voor om halverwege ook nog even bij te praten. Goed, zeiden we, als we niets te bespreken hebben, maken we er een leuke tijd van. Dat was het vertrouwen van die tijd. Dat is allemaal geruïneerd door de Jom Kippoer-oorlog, de oliecrisis en alles wat daaruit voortkwam.'

In februari 1974 viel het kabinet-Heath, na een verbitterde strijd met de mijnwerkersvakbond NUM, die het land praktisch had platgelegd. Een jaar later nam Margaret Thatcher de leiding van de Conservatieve Partij over en stak langzaam maar zeker een koude wind op in de Britse relaties met Europa, tot groot verdriet van Heath.

Die heeft zijn droom van een federaal Europa nog steeds niet opgegeven. Bij hem moeten ze niet aankomen met enge verhalen over een grote superstaat. 'Wat is er verkeerd aan om deel uit te maken van een superstaat? Brussel dat Europa regeert? Nonsens! Ik zou graag de macht van het Europees Parlement vergroot zien, en ik denk dat dat ook zal gebeuren. Als het Europees parlement momenteel nog onvoldoende controlerende bevoegdheden heeft, zijn wíí daar mede verantwoordelijk voor.

'In het begin van de jaren zeventig zei Europa tegen mij: we willen jullie erbij, want jullie hebben meer parlementaire ervaring dan welk ander land ook. Jullie kunnen ons helpen bij de vorming van een goed parlementair systeem. Het tegenovergestelde is gebeurd. We hebben helemaal níets gedaan om een parlementair systeem op te bouwen. Dat is zeer betreurenswaardig. En onze premier lijkt zich er nu op te richten dat Europese parlementaire systeem nog verder te verzwakken. Dat is ook zeer betreurenswaardig. Maar Europa zal dat niet accepteren, absoluut niet. En wij zullen weer vernederd worden.'

Als Labour straks de verkiezingen zal hebben gewonnen ('Uit democratisch oogpunt is het niet slecht als de politieke macht met regelmatige tussenpozen wisselt'), verwacht Heath dat in zijn partij de discussie over Europa in verhevigde vorm zal doorgaan. 'Het is zelfs niet uitgesloten dat de partij op de Europese kwestie zal splijten.

'Straks zal de vraag beantwoord moeten worden: gaan we verder met de Unie, of gaan we eruit. En dan zullen de Eurosceptici de vraag moeten beantwoorden wat we doen als we er buiten staan. Dat wordt nooit besproken, nooit.

'De rest van de Unie gaat door. Elk idee dat dat niet het geval zal zijn, is nonsens. Wat zal dan de rol van Groot-Brittannië zijn? Het antwoord: onze rol zal zijn uitgespeeld. Groot-Brittannië heeft enkel nog een rol te spelen op het wereldtoneel als het in het hart van Europa staat. Iedereen die wat anders gelooft, leeft in dromenland.'

Edward Heath heeft het gevecht met de kip al lang opgegeven. Hij spuwt nog eens zijn gal over Thatcher en haar gedachtengoed. 'Die extreme visie dat je niets hoeft te doen voor mensen die in problemen zitten, is totaal onacceptabel voor een Conservatief. To-táál onacceptabel. De extravaganza van een deel van de privatiseringen, zelfde verhaal.'

Straks gaat hij het allemaal opschrijven, op zijn memoires wordt al jaren gewacht. 'Het is een heel werk. Ik heb alleen thuis in Salisbury al vijftienduizend kilo documenten. En dan ligt er ook nog het een en ander in Downing Street en op de ministeries.' We moeten toch wel rekenen op een deel of zes, schat hij.

Hij zegt dat hij best nog een keer premier zou willen zijn. 'Onder bepaalde voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat ik dertig jaar jonger zou zijn.' Maar het handwerk in de kamer wil hij nog niet missen. 'Ik houd van de politiek, net zoals u van de journalistiek houdt. Niet meer op uw tachtigste? Há'

Het enige nadeel is dat zijn drukke werkzaamheden hem er te vaak toe dwingen dirigeer-afspraken af te zeggen. 'Als ik weer opnieuw zou kunnen beginnen, zou ik muzikant worden. Jazeker.' Een grijns. 'Die politiek, ik heb het eigenlijk nooit zo goed begrepen.'

Bert Wagendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden