column Ibtihal Jadib

Ik had weleens Romeo-en-Yasmina-­gevallen voorbij zien komen, iedere keer had ik er de zenuwen van gekregen

Een lezer e-mailde mij met de vraag wat de ‘rimpelingen in het water waren’ toen mijn man en ik een relatie kregen. De lezer, een Nederlandse man, schreef me over zijn ontmoeting met de liefde van zijn leven, een islamitische vrouw van Marokkaanse origine. Of ik misschien wat tips had, als ervaringsdeskundige. Ik vond het aandoenlijk, die ‘rimpelingen in het water’. Wat een eufemisme voor de metershoge vloedgolven waar je als gemengd koppel in kan verzuipen.

Ik ben geen bewonderaar van dramatische liefde, Romeo en Julia vind ik doodvermoeiend. Leuk zo’n tragedie, maar geen mens zit echt op dat gezeik te wachten natuurlijk. Liever vissen we in de eigen vijver. Toen ik mijn man ontmoette, vond ik hem een sympathieke kantoorgenoot maar verder zag ik ’m niet staan. Mijn hersenen hadden hem direct geparkeerd in de categorie Uitgesloten. Die met familie, leidinggevenden, homo’s en bezette mannen. Niks aan de hand dus. Totdat ik na een tijdje mezelf blij naar kantoor zag huppelen. Ik doe erg leuk werk hoor, maar van het Wetboek van Strafvordering gaat een normaal mens niet huppelen. Ik deed het af als een tijdelijke episode van aanstellerij en besloot dat er niks aan de hand was. Dat ging goed, tot de beste man een keer uitgebreid verslag kwam doen van zijn spannende date de voorgaande avond. Hij liet me sms’jes lezen die hij met de dame in kwestie uitwisselde en vroeg mij, zijn gezellige collega, wat voor berichtje hij moest terugsturen. Ik hoorde mezelf een spitsvondige reactie dicteren, terwijl ondertussen een golf van misselijkheid in me opkwam, vergezeld van moordlustige gedachten over een vrouw die ik niet eens kende.

Ik had weleens eerder Romeo-en-Yasmina-­gevallen voorbij zien komen, iedere keer had ik er de zenuwen van gekregen. Zo was er een meisje dat al lang en breed met haar Nederlandse vriend samenwoonde, maar als haar familie op bezoek kwam, moest die vriend snel weg en smeet ze zijn spullen op zolder. ‘Jezus dat is toch geen doen, wat als je ouders een keer onverwachts op de stoep staan?’ vroeg ik ontzet. Daar maakte ze zich niet zo’n zorgen over. Ik zou van de stress alleen al acuut diarree krijgen.

Dat was de gemeenschappelijke factor bij elk van die Romeo-en-Yasmina-voorbeelden; het was gegarandeerd een hoop gedoe. De vraag was alleen of van de stress slechts je haren zouden uitvallen, of ook je tanden. In het beste geval moest de omgeving wennen en ebde de schok langzaam weg, in het slechtste geval was je je familie kwijt.

Wat mij ook tegenstond aan de voorbeelden, was het ontbreken van een model waarbij de partners zichzelf bleven. Er was altijd één iemand die een metamorfose moest ondergaan. Meestal vlogen bij de man alcohol en spek het raam uit, evenals de voorhuid, en werd trots verkondigd dat hij ‘het juiste pad’ had gevonden. Of het was juist de vrouw die ineens de tannines van een goede merlot ging beschrijven, want ja, die proef je, als ‘bevrijde’ vrouw.

Het was het enige wat ik zeker wist: dat er van een metamorfose geen sprake moest zijn. Als ik dit idiote avontuur zou aangaan moest m’n kerel gewoon zijn biertje kunnen blijven drinken en ik mijn gebedskleedje kunnen blijven uitvouwen. Zo gezegd, zo gedaan. Leverde dat ‘rimpelingen’ op? Zeer zeker, maar daarover volgende week meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden