Column Peter Buwalda

Ik had ene pjbuwalda een vrijwel af boek van 600 pagina’s in de maag gesplitst

Was nou maar naar Specsavers gegaan. Maar die zijn dicht, ’s nachts. Wat gebeurde er? Ik stuurde m’n complete manuscript naar pjbuwlda.

Moest pfj zijn. Dat ben ikzelf, namelijk. Zo doe ik het al twaalf jaar iedere avond: de complete composthoop naar mijn eigen hotmail, zelf bedacht. En het lijkt me bijzonder veilig: als mijn laptop crasht, dan staan er nog honderden tussenversies ergens op een zoemende bak, en als hotmail crasht, dan heb ik hem op mijn harde schijfje. Als ze allebei tegelijk crashen, dan is er een atoomoorlog. (Wat overigens het minst erge is.)

Ik heb geen bril. Brillen zitten in de hoek van de haak, het looprek en de houten poot. Een bril is niet alleen een prothese, een bril is ook een buitenbroekse castratie. Kijk maar naar hoe heet-ie, de zanger.

Froger.

Al kan een looprek charmant zijn. Toen ik nog bij Uitgeverij L.J. Veen werkte, besteedde ik de punten en komma’s uit aan Fleur, een messcherpe oma die de voorgezaagde manuscripten afhaalde om ze thuis, in de aanleunwoning, nog eens extra uit te wonen. ‘Bent u met de fiets of de auto?’, vroeg ik op een dag.

‘Met de rollator.’

En inderdaad, Fleur wandelde naar een boom waaraan ze haar hemelsblauwe karretje had vastgelegd met een zware ketting. (Wie steelt er een rollator?, vroeg ik me af. Junks? Leek me een moeilijke markt, beetje rondhangen bij bejaardentehuizen, ‘rollator kopen, rollator kopen?’ Oudjes onderling? Nee, eenmaal toe aan zo’n ding, kon je de betonschaar beter aan de wilgen hangen. Oostblok maar weer? Bendes? Het Bulgaarse ministerie van Volksgezondheid zelve?)

Maar goed, Specsavers: ik zag de kleine lettertjes dus niet, waardoor ik me schuldig had gemaakt aan een omgekeerde diefstal: ik had ene pjbuwalda een vrijwel af boek van 600 pagina’s in de maag gesplitst. Hoefde alleen nog een kaftje omheen. Of eigenlijk niet eens: gewoon in één keer op internet was handiger. Of zou pjbuwalda zijn kans ruiken, en zelf schrijver willen worden? Misschien was hij wel een Albanees, of zo. Ik zag het wel voor me, eigenlijk. Kon ik straks bij Mai mijn eigen vertaling kopen, zeker.

Toch maar even googelen. Maar ik kon geen P.J. Buwalda vinden. Ik stelde een tweede berichtje op, dat het om mijn nieuwe boek ging. Dom, en ook nog in het Engels, wel zo handig voor mijn toekomstige evenknie, hoefde hij niet eens eerst te lezen.

Ik geef meteen toe: paranoia ligt op de loer, na acht jaar binnenvetten.

Maar wie schetst mijn verbazing: pjbuwalda stond reeds in mijn adressenbestand, en inderdaad zeg: ik had die kerel de afgelopen jaren al vaker versies gestuurd!

Hij heette Philippina.

De eerste keer, 10 mei 2011, kreeg ik namelijk antwoord. ‘Dit werd naar een verkeerd emailadres gezonden!’ schreef ze toen. De vijf keer erna vond Philippina het wel mooi geweest, kennelijk. Nooit meer iets vernomen  zelfs geen complimentje. Op Google vond ik er drie, allemaal Philippina’s Buwalda in Bethesda, Maryland, een gat in Amerika. Die van mij, Philippina J. Buwalda, is ouder dan 80, staat er. Zegt niks. Misschien is ze de boel aan het corrigeren en hoor ik snel iets. Misschien zit ze al bij Knopf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.