columnCindy Hoetmer

Ik groeide op in een tijd waarin je als benedenmodaalverdiener nog geen paria was

Cindy Hoetmer Beeld Eva Roefs
Cindy HoetmerBeeld Eva Roefs

Deze week probeert iemand Cindy Hoetmer weg te pesten uit haar eigen huis.

Sinds het boek, dat ik schreef over mezelf, uitkwam ontvang ik er via sociale media af en toe vriendelijke berichten over. Meestal zoiets als ‘het was heel herkenbaar’, wat bemoedigend is, want het betekent dat er meer sukkelaars zijn zoals ik. Maar ik hoor ook vaak: ‘wat schrijf je toch leuk over Amsterdam’.

Dat vind ik een beetje minder complimenteus. Ik schrijf namelijk niet over Amsterdam, ik schrijf over mijn leven en ik leef toevallig in de hoofdstad van Nederland, waar ik geboren ben. Maar wie niet uit een klein, streng gelovig dorp komt, is als schrijver gemankeerd. Er bestaan veel vooroordelen over Amsterdammers. We zijn verwend, onze huizen kijken allemaal uit op het Vondelpark, we drinken luxe meeneemkoffie en schurken aan tegen bekende Nederlanders.

Ik ben wit en mijn ouders hadden een baan, ze drongen me geen godsdienst op, maar verder ben ik niet erg bevoorrecht. Mijn gemiddelde inkomen is net iets meer dan een uitkering, en ik woon in een sociale huurwoning. Het is een ruime benedenwoning op een kade (dat is dus geen gracht) en er zit een klein tuintje bij. Mijn huis is in de zomer geweldig. Ik loop op mijn blote voeten en drink ik een kopje (zelfgemaakte) koffie in de tuin, waar de kat zich tevreden uitstrekt in de zon.

De rest van het jaar is mijn huis donker en tochtig, en wordt het nooit warmer dan 18 graden ook al staan er twee ouderwetse gaskachels te brullen. Van november tot en met maart draag ik binnen drie lagen fleece waardoor ik eruitzie als een pluizige Barbapapa.

Maar de kou is niet het grootste onbehagen. Ik huur van een particuliere verhuurder die liever zou verkopen in plaats van mijn appartement te verhuren voor een bedrag dat voor mij substantieel is, maar voor hem waarschijnlijk een verachtelijke fooi. In mijn blok wonen slechts in twee panden sociale huurders, het bezinksel van een prachtig systeem waarin particuliere huiseigenaren een percentage van de woningen verplicht sociaal moesten verhuren. In de jaren tachtig konden 18-jarigen zich inschrijven voor een sociale huurwoning, die je dan binnen een jaar of vijf kreeg (wat we toen heel lang vonden). Dat je ook woningen kon kopen, daar had eigenlijk niemand het over, dat kwam pas veel later.

Nu ken ik iemand die huizen koopt en verhuurt, want ‘hij houdt gewoon niet zo van werken’. En mensen die spreken over ‘investeren in stenen’. Mijn huis is een tijdje geleden van eigenaar veranderd. Per brief werd mij gemeld dat ik verplicht was de kopers binnen te laten. Het waren jonge mannen in pak, ze liepen door de woning en bekeken vooral ook mij. Teleurgesteld moesten ze constateren dat ik er, ondanks mijn leeftijd, niet uitzie als iemand die binnenkort doodgaat, zo heb ik bijvoorbeeld nog al mijn tanden.

‘Vindt u het hier wel leuk?’, vroegen ze. ‘Zou u over te halen zijn om weg te gaan?’ Ik beweerde dolgelukkig te zijn en zei niets over de ijzige winters. Ik vertelde dat ik überhaupt geen geld had om te verkassen, en zag minachting op hun gezichten. Waar ik in de jaren tachtig ergens recht op leek te hebben, ben ik nu een verworden tot een profiteur.

Ik weet niet welke van de mannen in pak uiteindelijk mijn huisbaas is geworden, maar ik weet dat hij niet kan wachten tot ik oprot. Ik ben slechts een obstakel tussen een ondernemer en zijn centjes, en dat woont niet lekker. Maar voor mij is dit slechts een ongemakkelijk gevoel, ik zit (nog) in een luxepositie. Duizenden mensen kunnen geen huizen vinden in de buurt waarin ze werken. Ze kunnen niet kopen, en huren is onbetaalbaar.

Ja, mijn grote privilege is niet dat ik een Amsterdammer ben, maar dat ik opgroeide in een tijd waarin je als benedenmodaalverdiener geen paria was. Voor het neo-liberalisme, toen huizen voornamelijk waren bedoeld om in te wonen. Maar hé, het is zomer, ik geniet voorlopig van mijn tuin en de kade. En die kade ligt toevallig in Amsterdam, maar dat is niet belangrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden