Column

Ik ga op vakantie en ik neem mee

Vroeger leidde de jaarlijkse autotocht naar Marokko tot huiselijke twisten over wat mee mocht. Hayat kijkt weemoedig terug op dit 'karaktervormende lijden'.

Hayat is een pseudoniem, dit vanwege haar (juridische) werk. Op deze plek wisselen columnisten Hayat en Thomas Erdbrink elkaar af. Beeld Eva Roefs

Mijn ouders gaan op vakantie. De bestemming is sinds 1981 ongewijzigd en dus vanzelfsprekend. Het weerzien met familie, de heerlijke hete zon die alle dagen schijnt, de stoffige medina vol kronkelende straatjes en de toeterende taxi's vervelen nooit. Ik kan dit jaar niet mee en vraag mijn moeder daarom maar of ze de geur van Marokko voor me in een doosje wil stoppen. Ik mis het land waar het altijd druk is, maar het tempo laag. Waar verkeerschaos en muziekklanken voortdurend strijden om de boventoon. Waar de kruidenier op de hoek van de straat op twee vierkante meter een groter assortiment verkoopt dan de Albert Heijn XL.

Marokko is het land waar ik elke vakantie een zomer verder groeide. De eindeloze stoet aan neefjes, nichtjes, oom, tantes, (over)grootouders en kennissen was een welkome onderbreking van het familievacuüm waarin we de rest van het jaar zaten. Mijn ouders kropen uit hun schulp en ontpopten zich tot sociale dieren die een jaarlijks feest organiseerden waar overvloedig werd gegeten en we uitbundig dansten op Issawamuziek. Mijn oom zat in de band en ik herinner me hoe ik als klein meisje naar hem opkeek als hij speelde. Hij was een van de weinigen die de traditionele neffar, een soort lange trompet, kon bespelen en zijn solo was een zeldzaam mooi moment. Naderhand haalde hij zijn schouders op als ik vroeg hoe hij zichzelf muziek had leren spelen en zei hoe gaaf ik dat vond. Ach, mompelde hij schuchter, als muziek door je aderen stroomt, zijn lessen overbodig. En zo pingelde hij elke zomer weer op een ander instrument, terwijl ik op zijn kamer een boek zat te lezen. Die boeken van mij waren een dingetje, want ik mocht er maximaal zes meenemen, een quotum dat ikzelf beschouwde als geestelijke kindermishandeling. Ik probeerde dat aantal op te krikken door mijn zus een paar titels 'van harte aan te bevelen', maar zij kon net zo makkelijk haar kofferruimte besteden aan zes paar schoenen.

De kofferruimte, dat was het heetste hangijzer van de hele vakantie. Want wat neem je allemaal mee naar Marokko? Nou, wat níét eigenlijk? Mijn moeder zocht van september tot juli naar cadeautjes en legde gestaag een indrukwekkende voorraad aan. Een overhemd voor ome Hassan, schattige sandaaltjes voor nichtje Nora, een Palmolive-set voor tante Khadija en verder de gebruikelijke pakken koffie, potten pindakaas, hagelslag en Hollandse kaas. Als je dan bedenkt dat niemand in de familie overgeslagen mocht worden en het verder ook leuk was voor de buren een kleinigheidje mee te nemen, kun je je iets voorstellen van de jaarlijkse ruzie bij ons thuis.

Die begon al ergens in juni, wanneer mijn vader de koffers van zolder haalde om eens te kijken 'hoe we er dit jaar voor stonden'. Mijn moeder bracht dan de helft van haar voorraad naar beneden, wat direct al de eerste brul opleverde van mijn vader, die altijd dezelfde vragen stelde: 'Waarom moet al die troep mee? Gaan we op vakantie of gaan we verhuizen? Waarom moeten we voor ie-der-een een cadeautje meenemen?' Mijn moeder was verrassend consistent en antwoordde met evenveel vuur: 'Dat is geen troep, dat zijn cadeautjes. We gaan op vakantie, daarom nemen we leuke dingen mee. En ja, we nemen voor iedereen iets mee, doe niet zo egoïstisch.' Mijn vader lag wekenlang met verhoogde bloeddruk 's nachts te puzzelen hoe hij alles in en op de auto kwijt kon - wij moesten er zelf immers ook nog in - terwijl mijn moeder overdag de andere helft van haar voorraad stiekem in de koffers stopte als mijn vader op zijn werk was.

De voorpret kon zich zo een week of vier opbouwen tot het moment dat alle bagage met veel gevloek, gezucht en geschreeuw in de auto werd geladen. Ook bij Marokkanen zijn vakanties de beste relatietest.

En dan moest de reis nog beginnen. Een tomtomloze autorit van drie dagen door vijf landen en langs drie douanes, met op de achterbank jengelend kroost en voorin mijn moeder die fijntjes wees op de gevaarlijk overladen auto naast ons op de weg: 'Kijk, die neemt een fiets en een koelkast mee op z'n dak. Dat is pas overdreven. Meneer hier zeurt al over een paar cadeautjes.'

Al dit karaktervormend lijden is mijn zusje niet meer gegund: mijn ouders gaan tegenwoordig met het vliegtuig. Volgende week melden ze zich bij vertrekhal drie met hun reeds ingecheckte e-ticket en nette rolkoffers. Vader hoeft niets meer te dragen en moeder kan de karige voorraad cadeautjes wijten aan de luchtvaartmaatschappij. De enige die gestrest kijkt, is mijn zusje. Zij moet haar dataroaming uitzetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden