ColumnSylvia Witteman

‘Ik ga nu echt bellen’, zei P. Maar helaas, elektriciens bellen is niet P’s sterkste kant

null Beeld

Sinterklaas P. had mij vorig jaar een matglazen jugendstil-lampje toebedacht, en dat bovendien, bij wijze van verrassing, vlak voor aanvang van pakjesavond, aan het plafond van de slaapkamer bevestigd. ‘Nee, je mag hier niet meer naar binnen! Gaan jullie maar vast zingen!’

Een en ander duurde lang en ging gepaard met gebonk en boorgeluiden, terwijl de kinderen en ik, beneden, steeds agressiever ‘Daaaaar wordt aan de deur geklopt’ scandeerden. We hoorden een knal en het huis werd donker, waarna P. met verward haar beneden kwam.

Ik haalde wat schakelaars over, het werd weer licht en P. veranderde inderhaast iets aan zijn gedicht. Het lampje bleek een rampje. Wel een heel schattig rampje. Het wou, na die schok, niet meer branden, maar toen P. er met zijn telefoon in scheen kon je het toch wel zien: een reliëfje van dansende zwanen. Ik stond er bij als Eeyore met die kapotte ballon, maar P. beloofde een elektricien te ontbieden.

Nu is het probleem met elektriciens dat ze alleen komen wanneer je ze opbelt, en elektriciens bellen is niet P.’s sterkste kant. Het werd lente. Zomer. Herfst. Af en toe scheen ik met mijn telefoon in het lampje. Schattig, die zwaantjes. ‘Ik ga nu echt een elektricien bellen’, zei P. dan.

‘Hij komt! Hij komt!’, riep P vorige week handenwrijvend. ‘Ik zit dan in Antwerpen, maar jij werkt tóch thuis.’ Hij noemde een dag en een tijdstip waarop ik dringende bezigheden buitenshuis gepland had. ‘Wanneer leer je nou @#$%$#@ eens alleen afspraken te maken waar je jezélf aan kunt houden?’, riep ik uit. ‘Ja, nou regel ik #@#$%$# wat en dan ben jij te beroerd...’, etcetera. Het liep hoog op, ja, het is welbeschouwd een wonder dat het lampje die ruzie overleefd heeft.

Ik schikte mij, sukkel die ik ben, en daar was de elektricien, een frisse knaap vergezeld van een Sancho Panza-achtige sidekick, die mijn lampje te lijf ging terwijl ik de knaap zelf uithoorde over zijn vak. Zijn er ook meisjes-elektriciens, wilde ik weten. Nauwelijks, zo bleek. ‘Ze zijn bang dat ze in een mannenwereld terechtkomen, mevrouw, met fluiten en billen knijpen en zo. Maar dat durven we allang niet meer hoor!’ Brave jongen.

Sancho Panza was klaar. Ja, ik mocht pinnen. Terwijl ze de straat uitreden, rende ik verheugd naar mijn lampje. Ach, wat brandde het lustig! Kijk die zwaantjes dansen! Eind goed, al goed!

Alleen, en ik zweer dat ik dit niet verzin: het lampje kan niet meer uit. Er zit nergens een knop.

Dat is nog best hinderlijk, hoor, zo’n brandende lamp wanneer men slapen gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden