ColumnSylvia Witteman

‘Ik denk, straks ligt-ie daar dood’

null Beeld

Een zonnige ochtend. Aan de bar van een druk caféterras stond ik te wachten terwijl de man vóór mij omstandig uitlegde dat zijn latte macchiato met échte melk gemaakt moest worden, geen haver; magere, geen volle; en dat er wel schuim op moest, maar niet te véél schuim.

Het duurde lang, maar ik hoefde me niet te vervelen. Achter mij stonden twee vrouwen, oude stadsmeisjes van mijn leeftijd, in de categorie ‘creatieve beroepen’: een mollige in een veelkleurige incatrui en een kleine met een chihuahuagezichtje in een roestkleurig ribfluwelen hansop.

‘Hoe is het nou met je vader?’ vroeg de kleine. ‘Hou op’, zei de mollige. ‘Ik ging gisteren bij hem langs. Had al een paar keer gebeld maar hij nam niet op. Hij is 84, hè. Hij vergeet zijn telefoon op te laden. Dus ik ga langs, met een bakje tomatensoep. Daar is hij dol op. Zelfgemaakt. Met balletjes ...’

‘Je lijkt wel gek’, zei de kleine. ‘Alsof hij zo’n leuke vader is geweest ...’ De ander maakte een wegwerpend gebaar en vervolgde: ‘Ik bel aan. Twee keer, drie keer. Niks. Midden op de dag, hè. En ik word ongerust. Ik denk, straks ligt-ie daar dood. Ik had natuurlijk allang een sleutel moeten hebben, maar daar doet-ie moeilijk over ...’

‘Pffff...’, blies de kleine, met bolle wangen. ‘Nou ja, ik dus gluren door de brievenbus’, ging de mollige voort. ‘Ik zie niks. Maar ik ruik wel wat. Een rotlucht. Nou ja, hij heeft drie katten, en hij vergeet die bak te verschonen. Dus dat kon óók. En ik weet niet hoe een lijk ruikt. Jij?’

‘Nee’, zei de kleine. ‘Ja, een dooie muis. Maar een mens, nee.’ De mollige knikte. ‘Maar tóch ...’, zei ze. ‘En ik roepen door die brievenbus, hè. En bonken op de deur ... en opeens dacht ik: wat een onzin. Als-ie dood is, is er toch niks meer aan te doen. En ...’

‘En zo’n leuke vader is-ie nou ook weer niet geweest’, vulde de kleine gretig aan. Haar vriendin schudde lijdzaam het hoofd. ‘Dus ik weer naar huis, met mijn soep’, hernam ze. ‘Maar het zat me toch niet lekker. Die katten, hè? Als hij dood is krijgen die geen eten. Dus ik na een uurtje wéér erheen, door de regen. Soep weer mee, voor de zekerheid. Ik dacht, ik sla desnoods een ruit in. Maar hij doet gewoon open. Wat denk je? Hij had muziek liggen luisteren, met de koptelefoon op ...’

‘Pffff...’ blies de kleine weer.

‘Hij ging meteen lekker zitten smikkelen van die soep’, zei de mollige, nu met een glimlach. ‘Ik zal ‘m toch missen, als-ie écht dood is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden