Column Aaf Brandt Corstius

Ik denk dat het Lagerfeld geen bal kan schelen wat wij na zijn dood van hem vinden

We waren midden in ons jaarlijkse Eftelinguitje – uitje is een te bescheiden omschrijving, drie dagen achter elkaar in achtbanen is adequater – toen ik even op mijn telefoon keek en tegen de andere volwassenen in het gezelschap uitriep dat Karl Lagerfeld overleden was. Zij deelden mijn schok niet, zeiden dat hij vast al reuze oud was en stapten in de Python.

Misschien was het ook wat hysterisch om er midden in de Efteling aandacht voor te vragen, maar de dood van Lagerfeld kwam op mij wel degelijk over als een belangrijk nieuwsfeit. Zo’n beroemde ontwerper, van Chanel nota bene, en zelf ook al zo’n een iconische figuur met zijn witte paardenstaart, zwarte zonnebril, uitgemergelde uiterlijk en kat genaamd Choupette (Lagerfeld had een kat, Choupette, en die kat heeft heel veel geld, lang verhaal, komt een andere keer).

’s Avonds op de bank las ik nog wat over hem en toen drong de vraag zich aan mij op: wanneer mag je van de doden iets anders dan goeds spreken?

Van Lagerfeld redelijk snel, bleek. Binnen ongeveer een uur. Op een site werd zijn wezen samengevat als een ‘islamofobe, racistische, vrouwenhatende, vetfobische verkrachtingsontkenner’. Huts! zouden de tieners in mijn omgeving zeggen. Anderen kwamen met specifiekere voorbeelden: Lagerfeld vond dat Europa geen moslimvluchtelingen mocht toelaten en catwalks geen mollige modellen, feministen vond hij lelijk, tegen fotomodellen die over #MeToo rapporteerden zei hij dat er nog plek in het klooster was, het dragen van bont vond hij geen probleem en over talloze beroemdheden – Adele, Pippa Middleton, Heidi Klum – verkondigde hij wat hij van hun uiterlijk vond (te dik, van achter mooier dan van voren, domme grijns).

Ook uitte Lagerfeld regelmatig oneliners als ‘Wie een joggingbroek draagt, heeft opgegeven’ – al kan ik me daar niet echt druk over maken; het was waarschijnlijk een poging van hem om Oscar Wilde-achtig over joggingbroeken uit de hoek te komen.

Kortom: een lul. Met een Mozartkapsel.

Toch vond ik het een lastig punt. Iemand is amper tien minuten dood, Choupette is nog niet eens naar de erfgenamen en er wordt al woedend over hem gerebbeld op internet. Er zijn mensen bij wie dat prima kan: iemand als Osama bin Laden schiet me nu te binnen. Maar een ietwat wereldvreemde modeontwerper met een kat en een setje rare meningen die niemand serieus nam – moet je die meteen de volgende dag, nee, dezelfde dag, al verguizen? Bestaat daar etiquette voor? Een wachttijd voor verguizing?

Ik denk van niet.

Ik denk trouwens ook dat het Lagerfeld geen bal had kunnen schelen wat wij na zijn dood allemaal van hem vonden. En Choupette al helemaal niet. Dat is ook wel weer rustig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden