Die ene meldingAssistent-beveiliger Tom Hendriks

‘Ik bloedde op beide plekken en dacht: shit, als daar maar geen ziekten van komen’

Politiemensen over die ene melding, wat daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Assistent-beveiliger Tom Hendriks had een Syrische vluchteling anders benaderd als hij diens verhaal had gekend.

Wil Thijssen
null Beeld Anne Stooker
Beeld Anne Stooker

‘Ik had nachtdienst in het cellencomplex in Arnhem. Tijdens de overdracht zei een collega: ‘Hou cel 27 in de gaten. Die man snijdt zichzelf.’

‘Cel 27 is de observatiecel met cameratoezicht. Gedetineerden daarin zijn bijzonder: ze lijden bijvoorbeeld aan diabetes of hartproblemen, ontwennen van drugs of zijn agressief en soms suïcidaal.

‘In de observatiecel zat een Syrische vluchteling die werd beschuldigd van meerdere diefstallen, vernieling en bedreiging. Mijn nachtdienst begon rustig. Ik zat in de ruimte die uitkijkt over de cellengang, met monitoren waarop alle camerabeelden te zien zijn, variërend van de sluis waardoor auto’s binnenrijden tot aan de lift en de fouilleringslocatie.

‘Ik zag dat de Syriër iets deed, maar kon niet zien wat, want hij zat met zijn rug naar de camera. Ik wilde ernaartoe en vroeg de meldkamer om assistentie van twee politiemensen beneden in het hoofdbureau. Met z’n drieën liepen we naar cel 27. Ik tilde het luik op. Daar zat hij, in zijn papieren scheurbroek en met ontbloot bovenlijf, in zijn linkerelleboog te krassen met een plastic roerstaafje.

‘Ik ging als eerste naar binnen en zei in het Nederlands en Engels: ‘Ga tegen de muur staan, drop your stuff.’ Hij begon in het Arabisch te schreeuwen, haalde naar me uit en schampte met zijn vuist mijn rechterjukbeen. We werkten hem tegen de grond en haalden zijn spullen weg, het roerstaafje, bekertjes, boeken en het matras, want uit ervaring weten we dat recalcitrante mensen vaak hun matras gaan vernielen als hun spullen zijn weggehaald.

‘Later keek ik op de monitor: verrek, hij is weer bezig. Ik vroeg opnieuw om versterking, maar ditmaal kwam één collega naar boven, de tweede was vertraagd. Door het luik zag ik dat de bovenarm van de verdachte bloedde. Ik zei: ‘We moeten naar binnen.’ De Syriër stond dreigend met een natte wc-rol klaar om te gooien, dus ik pakte het matras dat op de gang stond en hield dat als een schild vast terwijl mijn collega de celdeur opende.

‘De gedetineerde stond inmiddels op het stenen bed en begon te schoppen. Ik ben daarin getraind, weerde dat af en drukte hem plat tegen de muur, maar hij glipte weg en sloeg met zijn vuist in mijn gezicht. Daarop trok ik hem naar beneden en nam ik hem in een nekklem. Op dat moment voelde ik een felle pijnscheut in mijn onderarm. In een reflex trok ik mijn arm weg. Zijn hoofd kwam vrij en ik voelde een stekende pijn in mijn bovenarm. ‘Hij bijt! Hij bijt!’, riep ik. Mijn collega gaf hem twee flinke vuiststoten in zijn zij en daarna staakte het verzet. Uit kwaadheid wilde ik hem klappen geven, maar een stemmetje in mijn hoofd zei: ‘Niet doen Tom’. Ik kon me inhouden.

‘Hij had doorgebeten. Ik bloedde op beide plekken en dacht: shit, als daar maar geen ziekten van komen. De dienstdoend GGD-arts keek ernaar en stuurde me meteen door naar het ziekenhuis. Op de Eerste Hulp kreeg ik een tetanusinjectie en namen ze bloed af voor een hepatitisonderzoek. Ik zat daarover een paar dagen in onzekerheid.

‘Mijn arm zwol ondertussen helemaal op, werd blauw, paars en zwart en deed pijn, de spieren onder de bijtwonden waren gekneusd.

‘Ik raakte enorm gefrustreerd, want ik was al maanden aan het trainen voor een wedstrijd powerlifting, maar die moest ik laten schieten, dat ging niet. Ik was daar heel kwaad over en dacht steeds: had ik me maar op die Syriër afgereageerd, had ik hem maar klappen gegeven.

‘Ik heb toen gebeld met GTPA, Geweld Tegen Politieambtenaren, die me hielpen te voegen als benadeelde partij in het strafproces. Tijdens de zitting herkende ik de Syriër eerst niet, zijn haar was flink gegroeid. Via een tolk beantwoordde hij vragen van de rechter. Toen werd zijn hele verhaal duidelijk. Hij was uit Syrië gevlucht omdat hij homo is. Zijn vader accepteerde dat niet, had zijn vriend vermoord en wilde zijn zoon ook doden. Die jongen was dus eigenlijk gevlucht voor zijn eigen vader. Afschuwelijk.

‘In Nederland kreeg hij niet de juiste hulp, geen traumabehandeling, geen werk. Hij zei: ‘Ik heb niks meer om voor te leven.’ Daarom sneed hij zich. Ik kreeg medelijden. Sindsdien verdiep ik me veel meer in iemands situatie en stel ik me minder autoritair op. Als het kan moet je praten in plaats van autoritair handelen. Een nekklem probeer ik nooit meer te zetten. En ik realiseer me meer dan voorheen dat vluchtelingen alles hebben achtergelaten, terwijl hun hier soms weinig wordt gegund door inwoners van Nederland die alles hebben. Dat wringt.

‘Eén keer keek hij recht in mijn ogen. Hij leek een ander persoon, rustig, stabiel. Ik zei in gedachten: ‘Ik heb het beste met je voor, ook al heb je me pijn gedaan. Ik gun jou het allerbeste.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden