Interview Tima Kurdi

‘Ik bleek de wind te zijn die Abdullahs gezin de zee op had gedreven’

Beeld Floor van het Nederend

In 2015 schokte de foto van het aangespoelde lichaam van Alan Kurdi (2) de wereld. Zijn tante Tima Kurdi, schrijver van The Boy on the Beach, verloor het complete gezin van haar broer. Een gezin dat zij al jaren probeerde te helpen, en dat zij ten slotte adviseerde de zee op te gaan.

Alan wordt het gezicht van de vluchtelingencrisis in Europa. Maar het drama dat zich had afgespeeld tussen de Turkse havenstad Bodrum en het Griekse eiland Kos, een afstand van ongeveer 4 kilometer, had nog meer levens geëist: naast Alan waren ook zijn oudere broertje Ghalib, hun moeder Rehanna en twee andere opvarenden verdronken. Alleen vader Abdullah had het overleefd.

Nu, drie jaar later, beschrijft de tante van Alan, Tima Kurdi (1970) in haar boek The Boy on the Beach hartverscheurend gedetailleerd hoe zij niet alleen het geld voor de oversteek aan haar broer Abdullah gaf, maar ook hoe zij als ‘zeurende, paranoïde, oudere zus’ haar jongere broer en zijn gezin de zee op dreef: ‘Wat mankeert je? Iedereen vlucht naar Europa! Wanneer neem jij een besluit?’, zei Tima tegen hem.

Met tranen in haar ogen zegt ze nu: ‘Ik wilde alleen maar helpen.’

Mediabelangstelling

Tima Kurdi woont in Canada, en brengt een bliksembezoek aan Londen om aandacht te vragen voor Be A Refugee Sponsor, één van de initiatieven van het International Observatory of Human Rights. IOHR is een ngo die in Londen is gevestigd en onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen wereldwijd. Eigenlijk zou ik Tima, die een halsketting met een fotootje van haar lachende neefjes draagt, op de dag van haar aankomst in Londen interviewen, maar door de enorme mediabelangstelling wordt het interview naar een dag later verplaatst.

En daar zitten we dan, in een kamertje dat in plaats van met zuurstof gevuld lijkt met verdriet.

Het is de uitdrukkelijke wens van Tima en haar broer Abdullah om te benadrukken dat bij het drama niet alleen Alan, maar ook zijn broer Ghalib en moeder Rehanna verdronken. Maar The Boy on the Beach is meer dan alleen het verhaal van hun dood: het is het verhaal van familie Kurdi, die volgens Tima symbool staat voor alle families in Syrië.

Tima is het tweede kind van een gezin met zes kinderen: vier dochters en twee zoons. In de eerste hoofdstukken neemt Tima uitgebreid de tijd om hun vooroorlogse, dagelijkse leven in Yasmin al-Sham (‘de stad van jasmijn’, zoals de bijnaam van Damascus luidt) te beschrijven: het is medio jaren tachtig en moeder Radiya maakt de lekkerste gerechten, Tima en haar vriendinnen dansen op de hit Rasputin van Boney M (‘populaire muziek deed er jaren over om Syrië te bereiken’) en haar broertje Abdullah ontpopt zich tot de grappenmaker van de familie.

Dat Tima later kapper zal worden, is al te voorzien als zij op haar 12de de schaar in haar lange haren zet om op haar idool prinses Diana te lijken. ‘Welk meisje wilde dat nou niet?’, zegt ze terwijl ze op haar telefoon een oude foto van zichzelf laat zien, met kort haar én tiara. Tima droomt ervan om naar het Westen te gaan, een droom die uitkomt als zij in 1992 door een Irakese Koerd die in Canada woont ten huwelijk wordt gevraagd.

Tima verhuist naar Vancouver, een jaar later wordt haar zoon Alan geboren  (naar wie haar neefje later vernoemd zou worden) en drie jaar later scheidt ze van haar man. ‘Het was mijn eigen keuze. Hij was een fantastische vader voor Alan en deed er alles aan om een goede echtgenoot te zijn voor mij, maar ons huwelijk werkte niet meer’, schrijft ze in haar boek.

Na de scheiding – Tima werkt inmiddels als kapper – zorgt ze als alleenstaande moeder voor Alan en bezoekt ze bijna ieder jaar haar familie in Damascus. In 2006 trouwt ze met Rocco, een Canadees van Italiaanse komaf. Tima leidt een gelukkig, burgerlijk bestaan, schrijft ze: ‘Vóór de oorlog was ik een gemiddelde middleclassvrouw van middelbare leeftijd die in een buitenwijk woonde: een moeder, echtgenote en kapper die het leuk vond om te koken, een druk sociaal leven leidde, en graag reisde. En als er ergens in de wereld iets ernstigs gebeurde, leefde ik mee met de slachtoffers en doneerde ik geld. Maar daarna ging ik weer door met mijn eigen leven.’

Burgeroorlog

Maar dan beginnen, in de zomer van 2011, de eerste demonstraties tegen het Assad-regime. Niet lang daarna breekt de burgeroorlog uit.

Fast forward naar de zomer van 2015: Tima is inmiddels een paar keer in Turkije geweest en heeft met eigen ogen gezien onder welke erbarmelijke omstandigheden haar broers en zussen en hun gezinnen als vluchteling leven. Vooral de situatie van Abdullah, ooit het stralende middelpunt van de familie Kurdi, baart haar zorgen. Abdullah, getrouwd met Rehanna en vader van twee zoons, Ghalib (2011) en Alan (2013), heeft een baantje bij een textielbedrijf in Istanbul, waar hij en zijn gezin van de baas onder een trap mogen slapen.

‘Turkije had miljoenen Syrische vluchtelingen opgenomen, maar het is geen land waar een Syrische vluchteling een leven kan opbouwen. Mijn broer en zijn gezin leefden in armoede en niets wees erop dat de situatie beter zou worden. Het stond vast dat hun kinderen nooit naar school zouden gaan, zoals dat het geval was met zo veel andere Syrische kinderen in Turkije die noodgedwongen werkten. Er leek geen einde aan de oorlog te komen en de vluchtelingen hadden het gevoel dat de wereld niets om hen gaf.

‘Ghalib had een huidaandoening, maar er was geen geld voor medische behandelingen. En Abdullah had wonden en abcessen in zijn mond, het gevolg van de martelingen van een aantal jaren daarvoor, toen hij door een groep rebellen was aangezien voor een Koerdische strijder. Ze hadden hem ongeveer tien dagen gevangen gehouden, hadden zijn tanden eruit getrokken, en hadden hem, hevig bloedend, weer laten gaan.

‘Zoals bijna alle andere vluchtelingen wachtte Abdullah een paar jaar af; misschien kon hij een leven in Turkije opbouwen. Maar op een gegeven moment was de situatie te uitzichtloos om door te kunnen gaan. Mijn broer en zijn gezin waren lichamelijk en geestelijk op. Geloof me, geen vluchteling denkt: ik ga mijn leven in Turkije achterlaten om een onzeker avontuur in Europa tegemoet te gaan, met het risico dat ik onderweg sterf.’

Aanvankelijk probeert Tima om Abdullah langs de legale weg naar Canada te laten komen. Maar het gezin kan Turkije niet uit: Abdullahs paspoort is verlopen en kan niet worden vernieuwd, omdat de Syrische regering niet meewerkt. Rehanna en de kinderen hebben een Turks identiteitsbewijs (yabanci-card), maar dat is alleen geldig in Turkije; ze kunnen er niet mee naar het buitenland reizen.

Ze besluiten met een bootje illegaal over te steken naar Griekenland. Tima stuurt 5 duizend dollar naar Abdullah om de overtocht te betalen. Abdullah en zijn gezin gaan naar Izmir, gelegen tussen Istanbul en Bodrum, huren daar de kleinste kamer die ze zich kunnen permitteren en al vrij snel vindt Abdullah een smokkelaar. Maar dan slaat de twijfel toe.

Beeld Floor van het Nederend

Tima neemt een deel van hun sms’jes op in haar boek:

11 augustus, Abdullah: Ben niet gegaan.

20 augustus, Abdullah: Zo veel politie hier. Wachten op telefoontje van de smokkelaar.

20 augustus, Tima: Koop in Izmir goede, dure reddingsvesten voor de kinderen en Rehanna.

21 augustus, Abdullah: De golven waren te hoog. Ben niet gegaan. [Abdullah stuurt een filmpje van de golven dat hij met zijn telefoon heeft gemaakt]

22 augustus, Tima: Waar ben je? Wat is er aan de hand?

22 augustus, Abdullah: De golven waren te hoog. De baas van de smokkelaars verbood hen om uit te varen.

23 augustus, Tima: Iedereen gaat, behalve jij. Ben je soms bang?

25 augustus, Abdullah: Vanavond gaan we. [Maar ondanks het goede weer weigert Abdullah toch om in te stappen, omdat naar zijn mening te veel vluchtelingen op de boot zitten]

27 augustus, Abdullah: Water heel rustig vandaag. Maar de smokkelaar had alleen een rubberen bootje en ik ga niet met een rubberen bootje.

Dezelfde nacht, Abdullah: Het water is vredig. Rehanna en ik denken dat we het morgen gaan doen.

28 augustus, Abdullah: Niet gegaan.

Dezelfde nacht, Abdullah: We gaan vannacht, insjallah.

31 augustus, Tima: Waar zijn jullie? Wat gebeurt er? Stuur me een sms’je, alsjeblieft.

Op dat moment heeft Tima geen idee dat haar berichten op de zeebodem zijn beland.

Hoge golven

Op internet doen nog altijd verhalen de ronde dat Abdullah zelf bij de smokkelaars hoorde en dat hij het bootje bestuurde. ‘Ik word echt misselijk als ik dit soort beschuldigingen hoor. Mijn broer Abdullah heeft 4 duizend dollar aan de smokkelaars betaald voor de tocht. Hoe kan hij nou zelf een smokkelaar zijn?! Toen de smokkelaar van boord sprong en de opvarenden in de steek liet, heeft Abdullah eventjes aan het stuur gezeten, simpelweg omdat hij het dichtst bij het stuur zat en anders de boot van koers zou veranderen. Maar dat was al te laat, want de hoge golven brachten veel water binnen. Binnen de kortste keren kapseisde het bootje.’

Beeld Floor van het Nederend

In 2016 worden twee Syrische smokkelaars veroordeeld tot ruim vier jaar gevangenis voor de dood van Alan, Ghalib, Rehanna en twee andere vluchtelingen.

In The Boy on the Beach spaart Tima niemand, vooral zichzelf niet:

‘Ik bleek de wind te zijn die Abdullahs gezin de zee op had gedreven. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet betreur dat ik mijn broer geld voor de oversteek heb gegeven. Er gaat geen dag voorbij dat ik mijn mooie schoonzus en mijn lieve neefjes niet mis. Natuurlijk had ik ook mijn twijfels over de overtocht. Het filmpje van de hoge golven dat Abdullah me had gestuurd, vond ik heel eng om te zien, maar ik begon ook mijn geduld te verliezen. Ik belde Abdullah op en viel enorm tegen hem uit. Je moet nu een besluit nemen, zei ik tegen hem. Achteraf gezien vind ik mezelf een grote idioot om Abdullah zo te pushen, maar er was geen andere manier om daar weg te komen.’

Toen na het overlijden van Alan, Ghalib en Rehanna bekend werd dat Tima had geprobeerd Abdullahs gezin (en ook het gezin van oudere broer Mohammad) op legale wijze naar Canada over te laten komen, maar daarin vanwege de bureaucratie niet was geslaagd, kreeg de Canadese regering de wind van voren.

Child killer

‘De toenmalige minister van Immigratie, Chris Alexander van de Conservatieve Partij, heeft me later opgezocht. Hij heeft niet direct zijn excuses aangeboden, maar hij nam bloemen voor me mee en vertelde dat hij met ons meeleefde. Hij vertelde ook dat volgens hem onze familietragedie zijn partij de verkiezingen, die in oktober 2015 werden gehouden, had gekost. ‘Ik werd een child killer genoemd’, zei hij tegen mij. ‘Ik wijs niemand persoonlijk aan als schuldige voor de dood van Abdullahs gezin, dus ook u niet’, zei ik tegen hem. ‘Maar ik wou dat u beter naar mijn brieven had gekeken en de onmogelijke voorwaarden voor de toelating van Syrische vluchtelingen had versoepeld.’’

Aylan?

Tima Kurdi kan zich enorm opwinden over hoe de media zijn omgegaan met de naam van haar neefje. ‘Mijn neef heette Alan, een normale Koerdische naam. In de eerste dagen na zijn overlijden werd zijn naam als Aylan in de media geschreven, dat kan gebeuren. Maar zelfs na herhaaldelijke oproepen om dat veranderen, bleven sommige journalisten Aylan schrijven met als argument dat ‘Alan te Westers oogt en niet bij een Syrische vluchteling past’.

Eind 2015, toen de nieuwe regering van Justin Trudeau was geïnstalleerd, mocht Tima’s oudere broer Mohammad met zijn gezin naar Canada komen. Maar voor Abdullah hoefde dat niet meer. ‘Wat moet ik zonder mijn vrouw en mijn kinderen in een vreemd land aanvangen?’, zegt hij tegen Tima.

Na het drama veranderde alles voor Abdullah. Hij kreeg een Turks paspoort van Erdogan. Ook de Koerdische regering in Noord-Irak nodigde hem uit om daar te wonen, eerst in een luxe hotel, later kreeg hij een eigen huis.

‘Op zich allemaal genereus, maar het werd Abdullah te veel. Toen ik hem in Noord-Irak in zo’n luxe hotel opzocht, zei hij tegen me: ‘Waarom wil iedereen mij pas helpen nu het te laat is?’ Hij raakte depressief, werd soms slapend gevonden op het graf van zijn gezin in Kobani, in Noord-Syrië, en een onverklaarde bloedvergiftiging kostte hem bijna het leven. Maar het gaat inmiddels beter met hem. Hij is getrouwd met een Syrische vluchtelinge uit Kobani en ze wonen nu in Erbil, Iraaks Koerdistan. Hij hoopt dat hij in de toekomst een actieve rol kan spelen in onze stichting, Alan & Ghalib Kurdi Foundation. Met het geld dat mensen aan de stichting doneren, kopen we eten, kleding en medicijnen voor vluchtelingen in Koerdistan, maar we hopen in de toekomst wereldwijd vluchtelingen, en vooral kindervluchtelingen, te helpen.’

Beeld Floor van het Nederend

‘Afgelopen jaren, eigenlijk vanaf het moment dat de oorlog in hevigheid toenam en mijn familie op de vlucht sloeg, waren al heel zwaar, maar de dood van mijn neven en mijn schoonzus heeft me er bijna onder gekregen. Van buiten leek ik misschien een normale vrouw die succesvol werk en gezin combineerde, maar van binnen schreeuwde ik het elke dag uit. Ik had last van depressie en angstaanvallen, sliep slecht en at amper. Ik heb mijn man en mijn zoon enorm verwaarloosd.

‘De diploma-uitreiking van mijn zoon Alan, één van de belangrijkste gebeurtenissen voor iedere scholier in Canada, was ik bijna vergeten. Ik zag alleen maar de donkere kanten van het leven. Ik kon er zelfs niet tegen als het mooi weer was! Waarom is het mooi weer terwijl er dagelijks vluchtelingen doodgaan? En nog meer waarom-vragen: Waarom heb ik niet veel eerder stappen ondernomen om hen naar Canada te halen? Waarom deden de westerse landen zo moeilijk tegenover de Syrische vluchtelingen, totdat de foto van Alan opdook? Waarom lag Kos niet iets dichterbij Bodrum?

‘Maar inmiddels kan ik veel beter met mijn schuldgevoelens omgaan. Ik berust in het feit dat alles is gegaan zoals het gegaan is. Maar nog belangrijker vind ik hoe wij met een dergelijke gebeurtenis moeten omgaan. Laten we, zoals nu nog steeds het geval is, weer vluchtelingen verdrinken of komen we, en daarmee bedoel ik echt iedereen, in actie om een eind te maken aan die verschrikkelijke situatie?’

Tima Kurdi: The Boy on the Beach, 272 pagina’s, 21,- euro. via simonandschuster.ca

Dit vond The Washington Post

‘In een tijdperk waarin beelden en krantenkoppen net zo snel verdwijnen als dat ze verschijnen, bewijst het verhaal van Tima Kurdi dat een relaas, geschreven in de eerste persoon, een krachtig weermiddel blijft tegen de vergetelheid. Dit zijn kundig geschreven en schokkende politieke memoires – de aangrijpende lofzang van een vrouw voor haar neef die meer verdiende dan de vluchtige bekendheid die hij verwierf als ‘de jongen op het strand’.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.