column Nico Dijkshoorn

Ik besloot ter plekke dat ik dan maar de Volkskrant-schrijver moest zijn die een corrigerende tik ging uitdelen

Op de markt vocht ik namens u. 

Deze column was al bijna klaar. Hij ging over iemand met vijf honden. Labradors. Die zette hij een zwarte zonnebril op en daarna riep hij heel hard: dames en heren, The Stevie Wonders. Na een stuk tekst van onze ombudsman durf ik niet meer. Ik heb geprobeerd of de column nog steeds werkte als ik er poedels van maakte. Nee. Alleen een labrador met een zwarte bril ziet er uit als een blinde pianist.

Dan maar iets anders. Ik was gisteren op de Noordermarkt in Amsterdam. Er werd opgeruimd. Dat vind ik misschien wel het fijnste geluid op aarde, kletterende planken op een hete straat. Weg was het vertrouwde geroezemoes op een volle markt, van bijvoorbeeld een man met zijn hand om een makreel, een vrouw voelend aan wol of - en ik haast mij dat te zeggen - omgekeerd natuurlijk, want het is helemaal niet raar als mannen aan wol voelen.

Veel mensen denken dat mannen die aan wol voelen meteen in een verkeerd lichaam zitten en dan bekijk je ze goed, want een jaar later zitten ze bij Eva Jinek en dan kun je zeggen: ‘Die zag ik ooit aan wol voelen en toen dacht ik al, jaaaa, jij zit in het verkeerde lichaam’, wat mij verder dus helemaal niets uitmaakt.

Ik denk ongeveer 227 keer per dag dat ik in het verkeerde lichaam zit. Ik begin steeds meer op Ivo Niehe te lijken. Ik ben inmiddels ook een kale man met heel veel haar. Vroeger, toen ik bandplooibroeken droeg, had ik heel veel haar en was ik kaal vanbinnen.

Maar goed, zit ik koffie te drinken naast de Noordermarkt, begint een junk met een alcoholverleden opeens iedereen voor mongool uit te schelden. Ik wil hier expliciet vermelden dat ik meteen dacht: dat mag dus helemaal niet van de regering, maar die man wist dat niet. Als een dolle trok hij over de markt. Soms verdween hij even om de hoek en hoorde ik hem nog steeds. Ook om de hoek woonden blijkbaar allemaal mongolen. Volgens die junk, haast ik mij te zeggen.

Nu zat ik met een probleem. Ik had op campings en in wachtkamers geleerd dat je beter gewoon kon zwijgen en dat je pas thuis, met alle deuren op slot, een stoel aan stukken sloeg. ‘In onmacht’ zet ik erachter, dat maakt het iets dramatischer. Nu lag dat opeens anders. Dit tijdsgewricht schreeuwde om correctie. Het hele terras zat vol met mensen, we hoorden hem allemaal mongoleren en ik besloot ter plekke dat ik dan maar de Volkskrant-schrijver moest zijn die een corrigerende tik ging uitdelen.

De junk liep langs en vlak voordat hij nog een keer ‘mongool’ kon roepen zei ik: ‘Mongolen zijn ook mensen, hoor.’ Nou ja, lang verhaal kort, dat werd vechten, midden op straat naast een plas dood vissenwater. Het was de eerste keer dat ik vocht voor de goede zaak. Dat voelde prettig. Veel beter dan dronken van drank met je voorhoofd de badkamerspiegel kapot rammen omdat je je belasting nog moet invullen.

Ik vond die column over de labradors veel beter. Daar zat meer samenhang in. Als een magiër hield ik als columnist dertig bordjes tegelijk in de lucht. Echt een heel goede column over honden en hoe die op een blinde kunnen lijken. Maar helaas. Mag niet meer. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden